Opgeleid voor werk dat er niet is

Roc's leiden te veel jongeren op voor banen die er niet zijn. Duizenden leerlingen hebben een beroepsopleiding gevolgd waar op de arbeidsmarkt helemaal geen vraag naar is. Dat blijkt uit een onderzoek van FNV Jong, gebaseerd op gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), het ministerie van Onderwijs en het beroepsonderwijs zelf.

AMSTERDAM - In de top-10 van populairste mbo-opleidingen staan vijf opleidingen waarmee de helft of meer van de afgestudeerden geen werk vindt. Het gaat om richtingen als medewerker ict-beheer, helpende zorg en welzijn, pedagogisch werker kinderopvang, arbeidsmarktgekwalificeerd assistent en onderwijsassistent. Dat blijkt uit gegevens van het adviesorgaan Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB).


De werkloosheid onder mbo'ers is hoger dan die onder hbo'ers en afgestudeerden aan de universiteit, blijkt uit de laatste gegevens van het CBS: 6,1 tegen 4,1 procent. Met vmbo of mbo-1 zijn de vooruitzichten het slechtst: 8,6 procent is werkloos. 'Door de crisis worden mbo'ers al verdrongen door hbo'ers die nu onder hun niveau gaan werken, maar als je wordt opgeleid voor werk dat er nooit is, heb je helemaal geen kans', zegt Dennis Wiersma van FNV Jong.


Overschotten

Ook de werkgevers vinden dat beter in kaart moet worden gebracht waar overschotten zijn, zeker gezien de tekorten die in bijvoorbeeld de technische beroepen worden verwacht. 'Landelijk weten we het wel, maar in de regio moeten we duidelijk krijgen waar de problemen zitten. Zeker ook met het oplopen van de jeugdwerkloosheid is het van belang dat onderwijs en arbeidsmarkt goed aansluiten', zegt Gertrud van Erp van de werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB Nederland.


'De scholen zijn er vooral op uit leerlingen binnen te halen. En dat gaat gemakkelijker voor een kappersopleiding dan voor een technisch beroep', zegt Wiersma van de jongerenvakbond. Hij vindt dat minister Marja van Bijsterveldt van Onderwijs moet ingrijpen. 'De minister wil dat de sector het zelf regelt. Maar er wordt alleen gepraat zonder dat er iets gebeurt. Ze moet een numerus fixus instellen.'


'Het kan beter'

Van Bijsterveldt heeft de sector juist opdracht gegeven de 'doelmatigheid' van het opleidingenaanbod te verbeteren. Scholen en bedrijfsleven moeten dat regionaal aanpakken. 'Het kan inderdaad beter, maar we zijn ook al volop bezig', zegt Ben Rijgersberg, directeur van het SBB. Hij noemt Twente, waar het roc voor een aantal studies een instroombeperking heeft afgekondigd. In Rotterdam zitten twee roc's om tafel om de markt 'te verdelen'.


Rijgersberg: 'In het najaar onderzoeken we verder waar de overschotten groot zijn, of dat erg is, en welke maatregelen we moeten nemen. Dat betekent dat er zeker minder opleidingen komen.' Maar, zegt Wiersma, 'ik zit ook bij die gesprekken en er wordt vooral gepraat; er gebeurt weinig.'


De discussie zal zeker niet gemakkelijk worden, erkent Rijgersberg. 'Maar de aansluiting bij de arbeidsmarkt moet inderdaad beter. Dat leerlingen belangstelling voor een bepaalde richting hebben is niet meer voldoende. Er moet perspectief zijn op de arbeidsmarkt. De minister wil dat ook.' Het middelbaar beroepsonderwijs krijgt jaarlijks ruim 3 miljard euro van het ministerie van Onderwijs. Er zijn een half miljoen scholieren die een mbo-opleiding volgen.


Het echte probleem is dat er wel én ook weer geen marktwerking is, vindt Rolf van der Velden, hoogleraar Onderwijs en Beroepsloopbaan aan de Universiteit van Maastricht. 'Een opleiding wordt er niet op afgerekend of het studenten aflevert die een baan vinden, maar op hoeveel studenten er op de opleiding zitten.'


Het is voor scholen ook gemakkelijker om goedkope kappers op te leiden, dan dure apparatuur aan te schaffen voor technische opleidingen. Van der Velden: 'Er zijn wat dat betreft onvoldoende prikkels voor de scholen.'


De hoogleraar is niet voor een numerus fixus, 'de staat hoeft niet voor te schrijven dat er dit jaar 22 kappers moeten worden opgeleid', maar de afstemming tussen de roc's moet verbeterd. 'Niet elke roc hoeft alle opleidingen aan te bieden. Concentreer dat maar per regio.'


Dierenverzorgster

Toch moeten opleidingen ook niet te snel worden afgeschoten, vindt Rijgersberg van de SBB. 'Het vak van dierenverzorgster is populair onder meisjes terwijl er niet zo veel werk voor ze is. Maar veel van die meisjes gaan na hun opleiding mensen verzorgen. Die mogelijkheid willen we niet uitsluiten.'


Om de voorlichting aan jongeren te verbeteren krijgen roc-opleidingen met ingang van komend schooljaar een studie- en arbeidsmarktbijsluiter. 'Weg met de glossy's en de mooie verkooppraatjes', zegt Wiersma van FNV Jong. 'Maar die bijsluiter wordt nog maar mondjesmaat ingevoerd.'


'We willen niet de keuzevrijheid belemmeren, maar jongeren wel bewuster laten kiezen', zegt Rijgersberg van de SBB.


Daar ligt ook een belangrijke taak van het bedrijfsleven, vindt Peter-Paul Steinweg van de Metaalunie. 'Wij moeten als sector ook laten zien dat er veel werkgelegenheid is. En dat werken in de metaal en techniek niet betekent dat je een vieze overall aan moet. Het gaat ook om werken achter de computer.'


Het moet veel eerlijker, vindt hoogleraar Van der Velden. 'Mbo-2 geldt als startkwalificatie, maar biedt in een crisis weinig bescherming. Ze worden nu verdrongen door mensen met een mbo-3 of mbo-4 diploma. In normale tijden redden ze het wel. Maar kijk eens naar de economische opleidingen. Op hoger niveau zijn er goede perspectieven, maar op het lagere niveau is er veel geautomatiseerd en verdwijnen de banen. Een tweejarige secretaresseopleiding op mbo-niveau, daar is gewoon geen werk voor.'


Mitch Willemsen (18) uit Wijchen


Tweedejaars onderwijsassistent mbo-4 in Nijmegen


Arbeidsmarktvooruitzicht: slecht


'Niemand in onze klas wil onderwijsassistent worden. Op school wordt ons ook steeds gezegd dat er bijna geen werk in is. We gebruiken deze opleiding allemaal als opstapje naar het hbo. Voor ons is dat de enige manier om er te komen. Ik heb vmbo-kader. Daarmee kon ik niet naar de havo, maar ik had wel genoeg punten voor mbo-4.


'De meesten uit mijn klas gaan hierna naar de pabo, maar ik wil docent maatschappijleer worden. Vorig jaar heb ik een halfjaar stage gelopen op de basisschool, groep 6. Maar de basisschool is me te breed. Je moet alle vakken geven, en de kinderen vind ik te jong om mee te werken.


'Dit jaar loop ik twee dagen per week stage op een middelbare school, dat lijkt me leuker. Nee, nog niet bij maatschappijleer, maar bij zorg en welzijn. Als onderwijsassistent mag je niet lesgeven, maar alleen helpen, of een klas even opvangen.'


Priscilla Renting (19) uit Amsterdam. Derdejaars pedagogisch werker jeugdzorg mbo-3


Arbeidsmarktvooruitzicht: matig


'Als ik vooraf had geweten dat het zo lastig zou zijn om een baan te vinden, had ik toch geen andere keuze gemaakt. Ik wil iets doen waar in goed in ben en wat ik leuk vind. En dat is het helpen van kinderen.


'Wel vind ik dat je nog veel te jong bent als je op de middelbare school moet kiezen. En de voorlichting over wat je te wachten staat moet beter. Maar het blijft natuurlijk toch je eigen verantwoordelijkheid.


'Ik heb al een baantje in een kindertehuis. Daardoor weet ik dat er niet veel mogelijkheden zijn om werk te vinden. Ik zie dat mensen geen vast contract krijgen of weer vertrekken.


'Volgend jaar ben ik klaar met mijn opleiding. Maar ik denk dat ik PW-4 wil doen. Daar ben ik nog wel twee jaar mee bezig en wie weet verandert de arbeidsmarkt dan nog. Ik zie wel waar ik terecht kom.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden