Opgekrabbeld uit de troubles

Dertig jaar lang was Londonderry (Derry) het toneel van de bloedigste ongeregeldheden in Noord-Ierland. Peter de Waard zag hoe de gehavende stad toch nog aantrekkelijk is geworden....

'Waar kom jij vandaan?', vroeg een verbaasde middenstander in Derry-/Londonderry tien jaar geleden aan een Indische toerist die er na een trektocht door Ierland per ongeluk was beland. 'Ik kom uit Delhi', antwoordde de man beleefd. 'Jij komt niet uit Delhi. Jij komt uit Londondelhi', gaf de protestantse winkelier hem van repliek.

Tegenwoordig wordt niemand meer onheus bejegend over de naam van de stad. Je mag Derry zeggen tegen een protestant. En Londonderry tegen een katholiek.

Uiteraard noemen de katholieken zelf de stad Derry de naam die het had voordat Engelse handelslieden er in 1613 Londonderry van maakten maar ze gaan er praktisch mee om. En geen katholiek kijkt boos op als je zegt dat je een Nederlander ben een Oranjeman eigenlijk. 'Do you know Van Nistelrooij?', luidt de reactie, niet anders dan op welke plek dan ook in de wereld.

Nederlanders komen er in steeds grotere getale. Amsterdam is dankzij Easyjet de enige stad op het continent met een rechtstreekse verbinding op Noord-Ierland. En met Ryanair kan men via Londen Stansted zelfs naar de regionale luchthaven van Derry/Londonderry vliegen. Vorig jaar kwamen er 25 duizend Nederlanders, 19 procent meer dan in 2001, meer dan uit welk ander land op het continent.

De populariteit is opmerkelijk. Derry/Londonderry is bijna synoniem voor de troubles, die Noord-Ierland dertig jaar teisterden. In deze stad hielden katholieken op 5 oktober 1968 een mars voor gelijke burgerrechten die wordt gezien als het begin van de troubles. In deze stad werd voor het eerst het Britse leger ingezet nadat de politie in juli 1969 de ongeregeldheden niet meer de baas kon. En in deze stad barricadeerden de katholieken in augustus 1969 hun wijk Bogside en doopten die om in Free Derry. Drie jaar lang was dit gebied een no-go area. En Derry was ten slotte ook het toneel van Bloody Sunday, 30 januari 1972, toen Britse paratroopers dertien betogers voor burgerrechten doodschoten de gebeurtenis die het diepste litteken in Noord-Ierland heeft veroorzaakt.

Gids Tommy Carlin wijst de plek op de zestiende-eeuwse vestigingwallen aan waar het Britse leger de sluipschutters die dag had geposteerd. Ze hadden een perfect uitzicht op Bogside, de katholieke wijk in het dal waar de demonstranten op dat moment hun vredesmars hielden. 'Daar waar nu die witte auto staat geparkeerd, werden alleen al zes mensen doodgeschoten.'

Boven de wallen steken nog altijd de gebarricadeerde wachttorens van het leger uit. 'Ze zouden al opgeruimd moeten zijn, maar de ontmanteling duurt langer dan verwacht', zegt Carlin, zelf een katholiek. 'In de jaren zeventig gingen hier op een normale dag twee bommen af. En dat is geen grap. Er waren dagen dat er vier of vijf enorme autobommen ontploften. Binnen de stadswallen werd driekwart van alle gebouwen beschadigd.'

Londonderry is al lang geen slagveld meer. De laatste rel dateert uit 1996. Nu gaan protestanten en katholieken in vrede met elkaar om, zij het dat ze in gescheiden wijken wonen. De stad telt 110 duizend inwoners, van wie 70 procent katholiek is. Maar de oude binnenstad is voor 95 procent katholiek, omdat de protestanten zich tijdens de burgeroorlog concentreerden in een nieuwe woonwijk aan de andere kant van de rivier Foyle. Nu proberen de katholieke stadsbestuurders de protestanten terug te lokken naar het centrum. De bedreigde protestantse basisschool heeft vorig jaar zelfs een nieuwe onderkomen gekregen.

Londonderry wil zich graag positioneren als toeristenparadijs. Het is niet alleen een uitvalsbasis voor de natuurgebieden van Donegal, net over de grens met de Ierse republiek, maar heeft zelf ook veel te bieden. Het is een oude stad met een tumultueuze historie van oorlog en belegeringen. De naam Derry is, zo vertelt Carlin, afgeleid van het Ierse woord voor eiland met eikenbomen. In de zesde eeuw werd hier een monnikenklooster gebouwd. In de zeventiende eeuw vestigden zich hier anglicanen uit Engeland en presbyterianen uit Schotland. Zij bouwden de stadsmuur om zich te beschermen tegen de katholieken.

De vier tot twaalf meter hoge muur heeft de eeuwen overleefd en geldt als de meest complete vestingwal van Groot-BrittanniBinnen de wallen bevindt zich het historische centrum. De bomcampagne heeft bijna geen pand onbeschadigd gelaten, maar alles is in oude staat hersteld. Luxe modewinkels en prestigieuze warenhuizen hebben er zaken geopend. Dit jaar gingen twee nieuwe exclusiebroodve hotels open. Het Tower Museum biedt een permanente overzichtstentoonstelling over de burgeroorlog een linkerwand voor katholieken en een rechterwand voor protestanten.

Pronkstuk is de St. Columbs Kathedraal, een protestantse enclave in de binnenstad die zelfs de IRA altijd heeft ontzien. In de kathedraal hangen de vaandels van bevanroemde veldslagen en historische oorlogen (de Napoleontische oorlogen, de Krimoorlog, de Boerenoorlog en de beide wereldoorlogen). Ook zijn er talrijke herinneringen, waaronder portretten, van stadhouder/koning Willem en zijn echtgenote Mary.

St. Columbs Kathedraal was de domicilie van bisschop Hervey de Earl of Bristol een van de meest excentrieke geestelijken uit de kerkgeschiedenis. Hij liet eind achttiende eeuw de eerste brug over de Foyle bouwen om zijn maitresses aan de overkant te kunnen bezoeken. De brug werd door Amerikaanse ingeniers ontworpen, in delen ook in de VS gebouwd en over de oceaan gesleept. Hervey was een protestant, maar reisde niettemin elk jaar naar Rome. Hij heeft zijn naam gegeven aan een hotelketen Bristol en een likeur Hervey Bristol Cream.

In de kathedraal bevindt zich ook het zogenoemde conflictkruis dat is gemaakt uit materiaal van het dak van de door de Luftwaffe platgebombardeerde twaalfde-eeuwse kathedraal van Coventry. Het orgel van mahoniehout is gebouwd uit wrakstukken van de in 1588 vergane Spaande armada. Volgend jaar zal in de stad, dat nog eens extra herdenken dan het Spaanse Aramade Museum geopend.

Hoewel de stad nu bijna paradijselijk oogt, heeft Londonderry niet geheel kunnen delen in de opbloei van de welvaart in Noord-Ierland. De werkloosheid onder de katholieke mannelijke bevolking bedraagt nog altijd 17 procent, 'de hoogste in de hele EU', aldus Carlin. Er hebben zich Amerikaanse computerbedrijven gevestigd, maar die hebben het verlies aan banen in de textielindustrie niet ongedaan kunnen maken. Veel katholieke gezinnen zijn kinderrijk 40 procent van de bevolking in Derry/Londonderry is onder de 25 jaar en slechts 4 procent gaat naar de universiteit. Maar hun woonsituatie is aanzienlijk verbeterd. De verpauperde katholieke wijken zijn gerenoveerd. De stad ziet er beter uit dan de meeste provinciesteden in Engeland of Schotland.

Er is veel geld gestoken om van Londonderry een juweeltje te maken. Soms hebben problemen ook hun voordelen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden