Opgeheven vinger is op zijn retour

Mensenrechten? Ontwikkelingshulp? Steeds vaker draait het buitenlands beleid om de vraag: wat schiet Nederland ermee op. Het optimistische denken over de wereld is in Nederland voorbij.

De gêne is er af. Zelfverzekerd sloeg Nederland in het emiraat Qatar de mantel van de koopman om. Het handelsland is weer trots op zijn winkel. Luister maar.


'We zijn wereldleiders in de export van voetbalvelden van zowel kunst- als natuurgras. Stadions worden wereldwijd verlicht door Philips. En tenslotte hebben we veel ervaring met het trainen van jonge en succesvolle voetballers.'


Aan tafel met de Qatarese zakenelite ontpopte Maxime Verhagen, omringd door diplomaten en directeuren uit de polder, zich als een ervaren salesmanager. De Golfstaat organiseert in 2022 het WK en dat betekent dat er orders te halen zijn in het autoritair geleide oliestaatje.


Maar het verkooppraatje van de Nederlandse minister van Economische Zaken was niet alleen gericht tot de sjeiks. Televisiecamera's van het NOS-journaal registreerden hoe hij de vaderlandse voetbalindustrie in de etalage zette. De impliciete boodschap aan het thuisfront: geachte kiezers, deze kabinetsploeg komt overal ter wereld op voor de nationale belangen. Voor de zekerheid twitterde Verhagen het ook nog een keer. 'We kunnen alles leveren, behalve de cup zelf.'


Voilà, dat is dus de 'economische diplomatie' die minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal heeft ingevoerd. Het corps diplomatique komt op voor de welvaart van Nederland. Recht door zee. Geen moeilijkdoenerij. Eigen belang eerst. Zo stelt het Land van Rutte zich buiten de grenzen op. Werk aan de winkel!


VVD'er Rosenthal heeft de horloges al gelijk gezet met CDA'er Verhagen, zijn voorganger op Buitenlandse Zaken. De twee ministers trekken samen 'nauw' op. Hun reisagenda's stemmen ze op elkaar af, zei Rosenthal, toen hij onlangs zijn eerste grote beleidstoespraak hield aan de Universiteit van Tilburg. Het is een voor allen, allen voor een om de 'BV Nederland' vooruit te helpen.


De basis is daarmee gelegd om de Nieuwe Lijn handen en voeten te geven. Nu komt het erop aan het netwerk van ambassades en consulaten grondig te verbouwen om het beter toegerust te laten zijn op 'de wensen van het bedrijfsleven', aldus Rosenthal. De plannen staan voor volgende week vrijdag op de agenda van de ministerraad, maar van tegenstand in de Trèveszaal heeft hij op dit punt weinig te vrezen. 'Ik ben blij deel uit te maken van een kabinet waarvan de leden er niet op uit zijn elkaar te dwarsbomen.'


Voor de diplomaten staat herscholing en specialisatie op het menu. De inzet moet flexibeler - de diplomatieke dienst moet lean and mean worden. 'Laptopdiplomatie' is het woord. Sommige posten worden ingekrompen of opgeheven. 'Daar staat tegenover dat we op andere plaatsen de inzet willen verhogen, en zelfs nieuwe posten willen openen, puur en alleen ter ondersteuning van het bedrijfsleven.' Zo staat Chengdu, de Business Hub van Zuidwest-China, op het verlanglijstje van nieuwe diplomatieke vestigingen.


De firma Thermaflex kon zich onlangs verheugen in een bezoek van Rosenthal - een uitstapje dat in de nieuwe verhoudingen niet langer is voorbehouden aan de minister van Economische Zaken. Van Duitsland tot Mexico en Thailand vindt het Brabantse familiebedrijf klanten voor zijn kunststofleidingen en isolatiematerialen. Het inspireerde Rosenthal, die met de eigenaars sprak over hun 'kansrijke activiteiten' in Panama. 'Het is mijn inzet', zei hij daarna, 'om nog dit jaar in Panama een post te openen.'


Het economisch eigenbelang is de afgelopen jaren in Den Haag al aarzelend naar voren geschoven als argument voor het buitenlands beleid, zegt Duco Hellema, hoogleraar Geschiedenis van de Internationale Betrekkingen in Utrecht en auteur van het handboek Nederland in de wereld (2010).


'De Chinezen gaan er in voorop: de staatsbemoeienis met de economie is er groot - en dat heeft ze geen windeieren gelegd. Als we orders willen binnenhalen, moeten we dat ook doen, is de gedachte. Het is geen nieuw fenomeen: handelsmissies zijn van alle tijden. Maar vertaald in de termen van een rechts kabinet betekent het dat de getuigenispolitiek op de achtergrond raakt. Ook uit het buitenlands beleid is de politieke correctheid verdwenen.'


Goed beschouwd is de 'economische diplomatie' een verkapte exportsubsidie, zegt Harry Huizinga, hoogleraar Internationale Economie in Tilburg. 'Het is een leemte in spelregels die de Wereldhandelsorganisatie (WTO) heeft opgesteld. Rechtstreekse exportsubsidies mogen niet, maar hier kom je mee weg.'


Of de diplomaat als handelsreiziger zoveel oplevert is trouwens de vraag, zegt Huizinga. Markten aanboren, niches vinden, producten verkopen, dat alles kunnen bedrijven zelf beter. 'Wat zinnig zou zijn, is als diplomaten in de gaten houden of andere landen zich wel aan de spelregels houden. Als ze overtredingen constateren die voor Nederlandse bedrijven de concurrentieverhoudingen verstoren, kan de regering dat via de WTO aanvechten. Dan doe je echt iets wat bedrijven niet kunnen doen.'


De toekomst is aan de economisch attachés, zoveel is duidelijk. Hoe zit het met de mensenrechtendiplomaten, de ontwikkelingsdeskundigen? De verbouwing van het 'postennetwerk' gebeurt onder druk van bezuinigingen bij Buitenlandse Zaken - 55 miljoen euro om precies te zien, 10 procent van het budget. Harde keuzes liggen in het verschiet.


Het is niet moeilijk om in de archieven citaten te vinden waaruit blijkt dat de Nederlanders het beste voor hebben met de wereld. Het land van Hugo de Groot, de 16de-eeuwse grondlegger van het internationaal recht, heeft een rijke traditie van mooie woorden. De Vader des Vaderlands zelf, Willem van Oranje, liet in 1564 noteren: 'Ik kan niet toestaan dat vorsten willen heersen over het geweten van hun onderdanen.'


Maar over de betekenis en gevolgen van het grote oproer dat de Arabische wereld doormaakt, is in Qatar niets noemenswaardigs gezegd door Verhagen en zijn team. Nederland had de dominee thuisgelaten, hoewel ook die 'verlichte dictatuur' niet immuun is voor de roep om meer vrijheden. Mogelijk is het een onderwerp van 'stille diplomatie' geweest, maar Amnesty International 'betwijfelt' of er wel is gesproken over het belang van democratisering, onafhankelijke rechtspraak, of vrijheid van meningsuiting.


'De toestand is daar misschien minder erg dan in Libië of Saoedi-Arabië, maar je moet het wel op de agenda zetten', zegt Amnesty-woordvoerder Ruud Bosgraaf. 'Handelsmissies zijn legitiem, maar wij vrezen dat het evenwicht zoek raakt. In december reikte Rosenthal de Mensenrechtentulp uit, een prijs van het ministerie zelf, maar in de begeleidende toespraak kwamen de mensenrechten er karig van af in vergelijking met economische belangen. Later heeft hij dat wel genuanceerd, maar dat was hem vermoedelijk ingefluisterd door zijn adviseurs.'


'Het lot van de wereld is óns lot', zei koningin Beatrix nog in de Troonrede van 2006. Hoewel het moeilijk is voor te stellen dat het kabinet van Rutte zo'n tekst op de derde dinsdag van september zal voorleggen, weet het zich gehouden aan artikel 90 van de Grondwet: 'De regering bevordert de ontwikkeling van de internationale rechtsorde.'


Het artikel komt niet alleen uit ideële motieven voort, maar ook uit de realistische overtuiging dat een klein land internationale afspraken nodig heeft om op te kunnen tegen de grote landen. Vandaar dat Rosenthal belang blijft hechten aan de Europese Unie en de NAVO, maar binnen die bondgenootschappen vooroplopen is er niet bij - zie ook de afwachtende houding die lang is ingenomen tegen over de no-flyzone boven Libië. Op bezoek in Rusland - ook geen modeldemocratie - legde Rosenthal onlangs de traditionele Nederlandse opvatting uit in lijn met zijn no-nonsensevisie op de wereld.


'Het bevorderen van de internationale rechtsorde is een van de uitgangspunten van het Nederlands buitenlands beleid. In de loop der jaren hebben we op dat terrein aanzienlijke ervaring opgedaan en die delen we graag met anderen, op hún verzoek. Laat me daar duidelijk over zijn: we zijn hier niet om onze vinger op te heffen. We zijn hier om een handje te helpen. (...) En Nederlandse bedrijven zullen baat hebben van deze inspanningen.'


Het 'gekoketteer' met het nationaal belang heeft veel weg van een 'bezweringsformule om draagvlak te creëren voor buitenlands beleid', denkt Jan Gruiters, algemeen directeur van de vredesbeweging IKV Pax Christi. In zijn begroting verwijst de minister van Buitenlandse Zaken wel zestien keer naar steeds verschillende nationale belangen. 'Hij strooit een confetti uit waaruit niet op te maken valt wat onze belangen echt zijn.'


Het is, zegt Gruiters, tijd voor een 'witboek' van Nederlandse belangen in een geglobaliseerde wereld - een nationale brainstormexercitie naar Noors model. De regering van Noorwegen mobiliseerde in 2008 een jaar lang alle ministeries, deskundigen en in tien openbare discussies de bevolking om mee te denken wat er werkelijk op de lange termijn belangrijk is voor Noorwegen. 'Zo'n witboek zal er ook in Nederland op uitkomen dat eigen belangen veelal gedeelde belangen zijn. De grootste spanning zit namelijk bij de verdeling van publieke goederen: veiligheid, klimaat, water, grondstoffen. Het zijn schaarstevraagstukken die geen enkel land alleen kan oplossen. Dat vergt juist internationale samenwerking. Hoe Nederland daarop invloed kan uitoefenen, dáárover zou het buitenlands beleid moeten gaan.'


De 'portemonneepolitiek' van Rosenthal dreigt bovendien het mensenrechtenbeleid 'te verdringen', zegt Gruiters. Als voorbeeld noemt hij het dossier van de clustermunitie, een explosief dat ongericht veel burgerslachtoffers maakt.


'De Eerste Kamer gaf in januari aan dat Rosenthal het verdrag dat clustermunitie verbiedt minimaal interpreteert. De senatoren riepen mede op verzoek van IKV Pax Christi Rosenthal op om ook directe investeringen in producenten van clustermunitie en doorvoer van clustermunitie over Nederlands grondgebied helemaal te verbieden. Beide verzoeken zijn terzijde geschoven door de collega's van Rosenthal kabinetsleden die over Financiën en Economische Zaken gaan. Rosenthal geeft hen alle ruimte en staat niet pal voor een sterke interpretatie van het verdrag. Het wekt de indruk dat hij vooral lippendienst bewijst aan de idealen van de internationale rechtsorde.'


Het bedrijfsleven komt ook vol in de schijnwerpers te staan bij de afdeling Ontwikkelingssamenwerking, onder het motto: prima idee, die riolering voor een sloppenwijk, maar dan wel geleverd en aangelegd door een Nederlandse firma. De Nijmeegse hoogleraar Ontwikkelingssamenwerking, Paul Hoebink, beschouwt de plannen als 'schokkend amateurisme'. In 1988 promoveerde hij op het onderzoek Geven is nemen, waarin hij aantoonde dat Nederlandse hulpprojecten voor Sri Lanka en Tanzania mislukten doordat ze gebonden waren aan leveranties van het bedrijfsleven.


Maar de vraag is of de soep zo heet wordt gegeten als hij door staatssecretaris Ben Knapen wordt opgediend, zegt Hoebink. Onder VVD-minister Eegje Schoo is midden jaren tachtig ook geprobeerd het bedrijfsleven een prominentere rol te geven. Achteraf bleek echter dat de bestedingen aan hulp via Nederlandse ondernemingen juist was teruggelopen. 'Ze kon het niet waarmaken. Het kwam destijds doordat ontwikkelingslanden in een crisis verkeerden: geld om een nieuwe melkfabriek neer te zetten hadden ze niet.'


Het idee is dat nu de water- en landbouwindustrie met ontwikkelingssamenwerking meeliften. Maar Hoebink betwijfelt of de Nederlandse expertise wel zo ruim toepasbaar is. Voor deltagebieden wel, want dat is Nederland immers ook. Maar wat hebben de polderingenieurs te zoeken in de extreem droge streken waar vanwege de klimaatveranderingen de nood steeds hoger is? 'Soms zijn onze landbouwinspanningen succesvol geweest. Maar er zijn er ook een hoop mislukt.'


Toch waren ook linkse partijen er niet aan ontkomen dat het 'zelfbeeld van Nederland' aan het veranderen is, zegt Jan Rood van Instituut Clingendael. De nadruk op het eigen belang is er de laatste jaren al ingeslopen in reactie op kritiek uit de Tweede Kamer en de samenleving. 'De teneur is daar steeds sterker: wat krijgen we eigenlijk terug voor ons actieve buitenlandse beleid?'


Het komt hier op neer: het optimistische denken over de wereld is in Nederland voorbij. 'Het besef is in Den Haag doorgedrongen dat de wereld grimmiger en hardhandiger is geworden', zegt hoogleraar Duco Hellema. Zijn handboek Nederland in de wereld is door Rosenthal gelezen ter voorbereiding op zijn ministerschap.


Eens, in de jaren zeventig, was er het 'progressieve optimisme'. Nederland bood de derde wereld de helpende hand als compensatie voor de uitbuiting van de kolonisatiejaren.


Eens ook, in de jaren negentig, was er het 'liberale optimisme'. Mondiale vrijhandel - al sinds de 17de eeuw een stokpaardje van Nederland - gold als de grote gelijkmaker en verspreider van democratie en mensenrechten.


Maar het geloof in de goede afloop is in de polder in rook opgegaan, ergens na de millenniumwisseling. 'Vervagende perspectieven' heet niet voor niets het laatste hoofdstuk van Hellema's standaardwerk over de Nederlandse buitenlandse politiek. Waarheen, waarvoor? - dat is het refrein van zo ongeveer iedere beschouwing die de laatste tijd over buitenlands beleid is geschreven.


'Er is argwaan in de samenleving over alles wat uit het buitenland op ons afkomt en de verleiding is groot om beschutting achter de dijken te zoeken', schrijft de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in het rapport Aan het buitenland gehecht (2010).


De openingszin van de toelichting op de begroting van Buitenlandse Zaken luidde een paar maanden geleden niet voor niets: 'Nederland kan de wereld niet naar zijn hand zetten.' Net als op andere beleidsterreinen rekent de ploeg van premier Mark Rutte ook in de buitenlandpolitiek af met de laatste restjes van de gedachte dat het geluk van de wereld maakbaar is. Realisme zet de toon. Het Nederland van het opgeheven vingertje is op zijn retour. Het paradijs ligt niet meer om de hoek.


De wereldorde - het stelsel dat de boel mondiaal gezien een beetje bij elkaar houdt - is ingrijpend veranderd, schrijft de WRR. Om de omwenteling met een grote greep te illustreren: had Nederland een eeuw geleden nog een koloniaal eilandimperium aan de andere kant van de wereld, tegenwoordig is het onafhankelijke Indonesië lid van de G20 en 'bungelt' Nederland er maar een beetje bij.


Hoe snel en onverhoeds het wereldbeeld voor Nederland is gekanteld, blijkt uit een opmerkelijke vaststelling van de WRR over haar eigen werk. Het deftige college had het buitenlands beleid van Nederland voor het laatst tegen het licht gehouden in 1995. Toen kwamen 'landen als China en India daar simpelweg niet in voor'. Dat was dus nog maar vijftien jaar geleden. 'Het is nog altijd lastig om een voorstelling te maken van een wereld waar het centrum van dynamiek niet - en zeker niet exclusief - in het Westen ligt.'


De nieuwe wereld ziet er volgens de WRR kort samengevat zo uit - zet uzelf schrap.


De goede oude natiestaten hebben niet alleen meer met geopolitiek te maken, ze opereren in een 'hybride context' waarin ze zich steeds vaker geconfronteerd zien met een 'netwerkomgeving van niet-statelijke actoren' en een 'ontgrenzing van internationale betrekkingen'.


Duizelingwekkend. Geen wonder dat Uri Rosenthal in de Volkskrant verkondigde dat de diplomatie 'als rustiek tijdverdrijf' passé is.


Maar hoe moet het in de 21ste eeuw dan verder met de koopman en de dominee - het illustere koppel van de Nederlandse diplomatie?


Het is de vermaledijde spanning tussen de korte termijn van het handelsvoordeel en de lange termijn van een rechtvaardiger wereld, zegt de Nijmeegse hoogleraar Paul Hoebink. En eerlijk gezegd is daar niets nieuws aan.


Het mooist, zegt hij, is dat te zien in de omgang met de Apartheid in Zuid-Afrika. 'Het CDA en de VVD waren afwezig in de strijd daartegen, maar toen Nelson Mandela vrij kwam stonden ze in de rij om hem een hand te geven. Dat Nederland daar een goede naam had, was te danken aan de mensenrechtengroepen die zich hard waren blijven maken voor afschaffing van de Apartheid.'


Of neem de rel, begin jaren zeventig, rond de subsidie voor het 'aktiekomité' dat een boycotcampagne tegen koffie uit Angola op touw zette om de Portugese kolonialen op de knieën te krijgen. Het was de conservatieven in de Tweede Kamer een doorn in het oog dat daar belastinggeld heen ging. 'Maar Heineken heeft na de onafhankelijkheid wel kansen in Angola gekregen, omdat Nederland er goed bekend stond.'


De neiging tot fraaie verpakkingen is in Nederland misschien sterker dan elders, 'maar ik zie niet in waarin wij nog domineeachtig zijn', zegt historicus Hellema. 'Of het moet Geert Wilders zijn, die allerlei afkeurends riep over het bezoek aan de Golfstaten. Maar om hem nou een dominee te noemen... Hij is trouwens ook bepaald geen koopman. Met zijn uitspraken is Wilders immers geen handige behartiger van de Nederlandse belangen.'


De spirit van het wereldverbeteren lijkt in Nederland uitgedoofd. In 1975 zette Amnesty op een actieposter: 'Marokko, land van contrasten. Honderd toeristen, duizenden politieke gevangenen.' En op een affiche over Syrië uit 1983: 'Noodtoestand breekt wet.' De leuzen hebben niets aan actualiteit ingeboet. Toch hangen ze dezer dagen niet in de binnensteden, maar achter het tentoonstellingsglas van de Affiche Galerij in Den Haag. Het zijn herinneringen aan een vervlogen tijd.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden