'Opgaande lijn moet worden voortgezet'

Een jaar geleden werden de Olympische Zomerspelen gehouden. Voor de Nederlandse topsport was dat het succesvolste evenement aller tijden: twaalf goud, negen zilver en vier brons....

Rolf Bos

DE MEDAILLES van Sydney zijn niet verbleekt. Dat kan ook niet, want er valt eenvoudigweg niets te verbleken, Nederlandse atleten bleven in de Australische stad ver van het podium. Buiten de imposante prestaties van twee zeer getalenteerde zwemmers, werd door Nederlandse sporters in Sydney vooral bij kleine takken van sport gescoord. De vaderlandse beoefenaars van de grootste olympische sport bleven achter met lege handen.

Daar zijn excuses voor aan te dragen - geen sport die in de wereld zo intensief beoefend wordt als de moeder aller sporten, atletiek is nu eenmaal geen hockey of schaatsen.

Maar kom met die uitgekauwde argumenten niet aanzetten bij Henk Kort, sinds zeven maanden technisch directeur van atletiekunie KNAU. 'Ik houd er niet van onszelf omhoog te duwen door andere sporters omlaag te duwen.'

Nuchtere man, die Kort: 'Ja, atletiek is een mondiale sport, zeker. Maar betekent het dat Nederlanders daarom niet bovenaan zouden kunnen staan? Op de 400 meter vrouwen bij de WK stonden atletes uit Senegal, Mexico en Jamaica op het podium. Waarom geen Nederlanders?'

Ja, waarom geen Nederlanders? De weg naar de atletiektop is lang, de concurrentie is inderdaad hevig, maar dat wil nog niet zeggen dat atletieksucces uitgesloten is, aldus Kort. Het was hem opgevallen dat in veel recente WK-finales van de langere loopnummers liefst drie Spanjaarden aan de start stonden. Toeval - of is succes toch maakbaar?

Kort: 'Toeval zal in topsport altijd een factor blijven, maar je kunt er met je beleid wel zorg voor dragen dat die factor beperkt blijft. Ik zeg liever: geen toeval, maar structuur.'

Om daarmee op Spanje terug te komen: 'In dat land bestaat een ideaal klimaat voor atleten, er zijn fulltime coaches, er is een permanente medische begeleiding en er is een goed programma ten bate van scouting en talentherkenning.'

En er is geld in Spanje, laten we dat vooral niet vergeten, veel meer geld dan in Nederland voor topatletiek kan worden vrijgemaakt. Toch kwam de Nederlandse atletiek er bij de recente verdeling van topsportgelden lang niet slecht af. De atletiek krijgt van NOCNSF tot aan 2004 jaarlijks 825 duizend gulden.

Dat lijkt veel, maar voor een sporttak met 25 disciplines wordt het toch schipperen, zegt Kort. Voor een ideaal topsportbeleid voor de vaderlandse atletiek is 'drie tot vier miljoen gulden' nodig.

Kort hoeft overigens niet alleen te werken met de 825 duizend gulden die NOCNSF jaarlijks uitkeert. Het bestuur van de atletiekunie zal binnenkort bekend maken hoeveel geld ze ditmaal in het eigen topsportprogramma steekt. Geen eenvoudige keuze; zoals elke sportbond moet ook de KNAU twee zeer uiteenlopende achterbannen - de breedtesport en de topsport - tevreden stellen.

De bijdrage van NOCNSF werd vooral gebruikt om een drietal hoofdcoaches in fulltime dienstverband aan te kunnen nemen: Honoré Hoedt, Peter Verlooy en Gerard Nijboer. Korts eigen positie, die van TD is 'welbewust' naar de achtergrond verschoven. 'Dat was een ommezwaai.'

Bovendien werd het zogenoemde synergy-project, in 1998 een initiatief van enkele particuliere atletiektrainers, tot officiële KNAU-politiek verheven. Trefwoorden: samenwerking, kennisoverdracht, betere scouting en talentontwikkeling, maar ook ruime aandacht voor de noden van de persoonlijke coaches van de atleten.

Zeven maanden is Kort nu in dienst, maar met Nijboer, Hoedt en Verlooy heeft hij al een cultuuromslag teweeggebracht. Schuttingen werden afgebroken, de traditionele animositeit tussen trainers brokkelde af. Op Papendal komt een huis ('Villa Mila') waar middenlange-afstandslopers terecht kunnen voor trainingen en medische begeleiding.

Kort gaat ver in zijn streven naar perfectie. Als er behoefte bestaat aan de visie van een man als Henk Kraaijenhof - bepaald geen KNAU-vriend - dan wordt die binnengehaald. Perfectie, achteraf mogen er geen excuses zijn, is niet alleen het adagium van Joop Alberda, ook Kort hangt die zienswijze aan.

Aan de vooravond van de wereldkampioenschappen in Edmonton reisde Kort al naar Canada. Hij regelde auto's, hotels, kamers, telefoons, schakelde een geëmigreerde Nederlandse trainer in als begeleider. Geen detail werd over het hoofd gezien, zelfs de kortste route van hotel naar eetzaal werd op videoband vastgelegd. Alle atleten kregen voorafgaande aan de WK een videoband met deze couleur locale toegestuurd.

Kort: 'Zodoende kenden de Nederlandse atleten de omgeving al. Alle nieuwe indrukken kosten energie. Energie die ze beter voor in het stadion zelf konden bewaren.'

De atleten waren vol lof, spraken van een 'nieuw elan', van een team dat 'zelden hechter was', van een 'verademing'.

Het fletse optreden in Sydney werd in Edmonton weggepoetst, met vijf finaleplaatsen kon met tevredenheid worden teruggeblikt. Kort, nuchter als altijd: 'Een goede prestatie, al irriteert het mij mateloos dat je daarmee toch nog aan de rand acteert'.

Kort: 'De WK waren een tussenopname. Volgend jaar tijdens de EK moet de opgaande lijn worden voortgezet. We plannen negen klasseringen bij de topacht, hopen in München ook op enkele podiumplaatsen.'

Sydney ligt een jaar achter ons, over drie jaar zijn de Spelen van Athene. Kort riep een paar maanden geleden dat drie medailles in Griekenland het doel zijn. 'Die uitspraak was prikkelend bedoeld. Drie medailles zijn misschien niet reëel, maar zes plaatsen binnen de toptwaalf zijn dat wel.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden