Opereren in de ‘warzone’ van de Hopi Boys

De Bijlmer was tien jaar geleden de meest criminele wijk van Nederland. Hoe is de situatie nu? De Volkskrant   koos domicilie bij de politie in de Bijlmer en doet daarvan in zeven afleveringen verslag....

Een meisje met een roze ballon stapt aan de hand van haar vader het portiek van een flat binnen. ‘Mooie ballon’, zegt Fred Kuiper. ‘Het is erg slecht hier’, klaagt haar vader onmiddellijk tegen de buurtregisseur, ‘gaat u alstublieft iets tegen die jongens doen. Als ik van mijn werk kom, staan ze hier te blowen. Ik mag niet bij mijn brievenbus.’

Een Antilliaanse jongen loopt gehaast langs. Achter diens rug wijst de flatbewoner naar het voorhoofd: ‘Ook zo’n gek.’ Zijn dochtertje is altijd bang, zegt hij. Kuiper knikt. ’t Is moeilijk. Ze wonen hier. Je kunt ze de toegang niet ontzeggen.’

Buiten leunen twee jongens tegen de flat. Gekleed in het zwart, mutsjes op, een sigaret hangt nonchalant in de mondhoek. ‘Don’t fuck with us’, staat geschreven op de muur achter hen. ‘Hoi mannen’, groet de buurtregisseur.

Enkele portieken van de buurt Hoptille vormen de ‘warzone’ van de Hopi Boys, een groep van ongeveer vijftig voornamelijk Antilliaanse jongeren. De wereld van deze ‘criminele hangjongeren’ bestaat uit straatroof, bedreigingen, geweld, diefstal, handel in drugs, illegaal gokken. Vooral illegalen vormen hun doelwit, slachtoffers die geen aangifte durven te doen.

‘Kruimeldieven zijn het nog’, zegt Ep Rakhorst, ‘maar dit is wel een generatie die straks veelvuldig achter de dikke deur zit.’ Rakhorst is net als Fred Kuiper buurtregisseur in de wijk Hoptille.

Nog geen 20 zijn ze, de jongens die zich Hopi Boys noemen. Maar zonder uitzondering komen ze voor in de politiebestanden.

De broertjes P. vormen met een paar vrienden de harde kern van de Hopi Boys. Bij de 19-jarige S.P. vond de politie onlangs een klein vuurwapen. Zijn twee jaar jongere broertje J.P. werd in mei opgepakt, nadat hij met een pistool in de lucht had geschoten.

De arrestatie van J.P. leidde tot een grote vechtpartij tussen vrienden van hem en de politie. Moeder P. stond er middenin. Zij is van het type: kom niet aan mijn kinderen. ‘Een vulkaantje dat enorm kan uitbarsten’, zegt Rakhorst.

Kuiper voorspelde jaren geleden dat het met een aantal kinderen de verkeerde kant zou opgaan. ‘Ze gingen nauwelijks naar school. De moeders sappelden om rond te komen. Ze wisten niet wat de kinderen uitspookten.’

Toen de buurt vier jaar geleden werd gerenoveerd, kwam er niets voor de jeugd. Voorstellen van Kuiper voor hangplekken buiten de portieken haalden het niet. ‘Het mocht van de politiek geen cent kosten. In deze buurt zitten niet hun kiezers.’ De Hopi Boys groeiden uit tot een plaag.

Maar onlangs kregen de buurtregisseurs steun uit onverwachte hoek. De woningbouwvereniging heeft moeder P. in een brief gedreigd het huis uit te zetten. Dit kan alleen worden voorkomen als er geen klachten meer zijn over bedreigingen en samenscholingen in hun portiek. ‘Zes jaar te laat, die brief’, zegt Kuiper.

Kuiper en Rakhorst begeleiden een vertegenwoordiger van de woningbouwvereniging naar moeder P. voor een toelichting op de brief. Ze vermoeden dat moeder heftig tekeer zal gaan, als ze al opendoet.

Moeder P., een vrouw van bijna 40, is thuis. Het middaguur nadert maar haar zoons worden gestoord in hun nachtrust. De vriendin en baby van oudste zoon S. komen ook uit een slaapkamer. Met twee harde woorden in het Papiaments snoert ze haar zoons de mond.

Moeder P. blijkt geschrokken van de brief. ‘Hoe ga ik dit oplossen? Die jongens in het portiek luisteren niet naar me. Ik ben een vrouw, snap je? Ik kan niet met hen vechten.’ Haar jongste zoon, een felle jongen met een mond vol goud, valt haar bij: ‘Mijn moeder is niet verantwoordelijk voor anderen, weet je?’

‘Het zijn jullie vrienden die overlast veroorzaken’, waarschuwt de man van de woningbouwvereniging, ‘als er weer klachten komen, staan jullie binnen een week of vijf op straat.’

Kuiper sust de gemoederen en zegt tegen de zoons: ‘Als jullie er nou voor zorgen dat niemand in het portiek staat, is de zaak opgelost.’ Rakhorst werkt op het gevoel van de oudste zoon. ‘Jij bent een voorbeeld voor een hoop van die gasten’, zegt hij, ‘jij kan dat toch regelen?’

‘Na de brief heeft niemand er meer gestaan’, zegt de jongen, de slaap uit zijn ogen wrijvend. ‘Mooi man, zie je wel.’

Bij het vertrek wijst Kuiper op de baby: ‘Mooi kind, man.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.