Operatie Parsifal

Beeldend kunstenaar Anish Kapoor maakte het decor voor Wagners Parsifal, uitgevoerd door De Nederlandse Opera en geregisseerd door Pierre Audi. Met Kapoor ben je verzekerd van spektakel: zowel op toneel als tijdens de voorbereidingen. 'Die spiegel past echt niet in een Boeing.'

Je kunt er de geluksdroom van een vleeseter in zien. Biefstuk van een duizendkiloknaller. Kebab van een dinosaurus die voor de slacht is bijgevoerd met een scheepslading groeihormoon. De vegetariër Richard Wagner zou er hoe dan ook van hebben opgekeken, van de bloedende vleesbergen op het podium van het Amsterdamse Muziektheater. Het is het decor - opgetrokken uit staal en fel oplichtende polystyreenklonters - dat bij De Nederlandse Opera (DNO) de eerste akte domineert van Wagners Parsifal in een nieuwe enscenering van regisseur Pierre Audi en de Britse beeldend kunstenaar Anish Kapoor.


'Iedereen is gewond in Parsifal', zegt Pierre Audi. 'Amfortas, natuurlijk. Maar ook de rest draagt een wond mee. Of noem het een trauma. Ze zitten op een plek die zelf een trauma ís: een berg die in drie delen uiteen is gespat en nu zijn bloedige binnenkant toont.'


Het toverslot waar gewerkt wordt aan de definitieve ineenstorting van het Graalrijk, is in de uitmonstering van Anish Kapoor een lege ruimte onder een ronde megaspiegel van gepolijst metaal. Reflecties van kleurig gekostumeerde en uitgelichte zangers op het podium wekken de toverachtige indruk van live painting. 'De spiegel slaat op het materiële', is de exegese van Audi. 'Klingsor, de grote vijand van de graalgemeenschap, droomt van wereldlijke macht.'


In Audi's sterk ritualistisch gekleurde Parsifal ligt de ware verlossing in een collectieve dood. Op zichzelf geen onbekend thema voor Wagner, al heeft hij het in Parsifal met bescheidenheid gehanteerd. In de Parsifal-naar-Audi sterft bijna iedereen, inclusief de gewonde koning Amfortas, wiens Furchtbare Not eigenlijk tot heling zou moeten komen door de verlossende aanraking met de speer van Parsifal. Maar bij Audi blijft alleen de moordende Parsifal onder ons. Audi: 'Al wordt hij geen koning. Hij vervolgt zijn queeste.'


Het bijbehorende toneelbeeld heeft een akte lang de extreme soberheid van een wand met een zwart gat erin. Audi vermoedt dat dat een 'kabbalistisch teken' van Kapoor betreft. Maar volgens Puck Rudolph, productievoorbereider in het decoratelier en daar belast met de bewaking van artistieke waarden en een goed minimum aan 'Anish Kapoor-stijl' bij de realisering, is het een 'symbool van eindeloosheid'.


Een wonde. Een spiegel. Een verdwijngat. Als je niet beter wist, zou je denken dat Wagner de catalogus van Anish Kapoor op muziek heeft gezet. Zo nauwkeurig lijkt diens oeuvre van de in Bombay geboren kunstenaar - vol spiegels, opslokgaten, verzengend rood licht en muren met uitstulpende wonden in rode was - te corresponderen met theatermotieven in Parsifal.


Maar, zegt Audi, De Nederlandse Opera koos Kapoor niet om die reden als ontwerper voor Parsifal. En Kapoor stond echt niet met wond- en spiegelschetsjes te zwaaien toen hij Audi een keer vertelde dat hij Parsifal de mooiste opera aller tijden vond. 'Hij had er toen zeker geen concept voor. We hebben er samen aan gewerkt.'


Dit roept de vraag op in hoeverre Kapoor, een niet royaal beschikbare globetrotter, de hand heeft gehad in de verbluffende Parsifal-beelden die op zijn naam staan. Rudolph zegt geen schets of krabbeltje van hem te hebben ontvangen, maar ze heeft hem een keer gezien, kent Kapoors catalogus met dieprode omslag en definieert de productie als 'toch heel erg Kapoor'. De verbindende schakel, zegt ze, was Christof Hetzer, de jonge Oostenrijker die voor deze Parsifal de kostuums heeft ontworpen en tegelijk de opdracht kreeg 'sferen en ideeën' die opborrelden in Kapoor en in groepsgesprekken met hem om te zetten in maquettes.


Hetzer vertelt desgevraagd dat de kunstenaar wel degelijk vormen voor hem heeft geschetst. 'Maar onze rollen zijn verschillend: een Kapoor werkt met echt materiaal, wij imiteren dat op een podium.'


Eerdere opera-ervaringen met kunstenaars als Baselitz, Kounellis en Appel hebben hem één zekerheid geschonken: 'Een kunstenaar doet voorstellen die onmogelijk zijn. Zo wilde Kapoor 50 minuten lang dieprood licht hebben, voor de hele eerste akte. Zoiets kan alleen worden geopperd met de moed van een kunstenaar. Het zet je aan het denken.' Die soms onpraktische radicaliteit dwingt Audi zijn regisseurs­intuïties aan te passen aan die van de kunstenaar, zegt hij. 'Je slaat er andere wegen mee in dan je dacht, dat is verfrissend.'


Audi's eigen radicaliteit is gaan liggen in een verplaatsing van Wagners postchristelijke atmosferen naar de onbestemde era van 'een religie in aanbouw, waar mensen nog van ritueel naar ritueel strompelen, zoekend en afwijzend'.


En de spiegel? Dat is niet zomaar even een spiegel, vertelt Rolf Hauser, ingenieur en hoofd van het decoratelier van De Nederlandse Opera en Het Nationale Ballet. Hauser heeft het in de vijftien jaar dat hij hier de baas is nog niet meegemaakt dat hij voor één decorstuk, verpakt in een kist van 7 bij 7 meter, een route heeft moeten laten uitstippelen van Zuid-Limburg, waar Anish Kapoors spiegelmakerij zit, naar het Amsterdamse Waterlooplein, waar het Muziektheater staat. Over auto- en waterwegen, per dekschuit en dieplader, zodanig dat Rijkswaterstaat geen viaducten hoefde te slopen. Hij kwam er op papier mee rond tot aan de Blauwbrug over de Amsterdamse Amstel, naast het Muziektheater. Hauser. 'En die laatste 100 meter zouden we ook nog wel hebben opgelost.'


Maar toen hoefde dat niet meer. De Limburgse firma die Kapoors spiegelobjecten maakt, blijkt op dringend verzoek van de Operadirectie net op tijd, een nieuwe manier van aluminiumfrezen te hebben ontwikkeld, zo verfijnd dat de spiegel nu in delen in elkaar kan worden gezet zonder dat je - schrikbeeld van Kapoor - naden ziet. Zo past Kapoors megaspiegel nu zomaar in een normale zeecontainer. 'De sterren zijn met mij', dacht DNO-directeur Truze Lodder, verantwoordelijk voor de financiële huishouding. 'Dit moet ook verhuurd kunnen worden aan Londen of New York. En 7 bij 7 meter, dat past echt niet in een Boeing.'


De veelgevraagde kunstenaar was bij een eerste proefbouw van het decor, een klein jaar geleden. Pas bij de generale repetitie wordt hij weer in het Muziektheater verwacht. Hij zal er voor het eerst in het echt de 'steigers' zien die in de vleesberg zijn aangebracht naar wensen en ideeën van dirigent Fischer ('hoogteverschillen voor het koor zijn hier muzikaal belangrijk'), en van Christof Hetzer, en van Puck Rudolph en Pierre Audi.


Hauser: 'Als Kapoor maar vanuit de zaal blijft kijken, en niet op het podium zelf. Daar hebben we Puck Rudolph voor.'


Rudolph: 'De generale, dan ziet hij het allemaal.'


Hauser: 'En dan maar hopen dat de kranten de volgende dag niet openen met Kapoor vermist.'


Parsifal. De Nederlandse Opera en Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Ivan Fischer en Pierre Audi, met Christopher Ventris, Petra Lang, Falk Struckmann e.v.a.

Muziektheater Amsterdam, 12¿juni t/m 8 juli

KAPOOR MODERNIST PUR SANG

Zou er inmiddels een kleur rood bestaan die je Anish-Kapoorrood kunt noemen? Zoals je KLM-blauw hebt, en KPN-groen. Antwoord: jawel. De in India geboren Britse kunstenaar gebruikt in zijn gigantische sculpturen inderdaad al jaren een specifiek, dof soort rood. Iets tussen vermiljoen en bordeauxrood in. Het doet denken aan geronnen bloed.


Wie de komende maand de opera Parsifal in de Amsterdamse Stopera zal zien, begrijpt onmiddellijk waarom ze Kapoor zo graag hebben begroet als ontwerper voor het decor. Vanwege die kleur van gestold bloed. De eerste akte wordt er visueeel door overspoeld. Het rood komt terug in de levensgrote bergen die op het toneel staan. In de belichting. Maar ook in het verhaal over hoe een van de hoofdpersonages, de graalridder Amfortas, al tijden kermend met een bloedende steekwond in de zij rondloopt. En hoe die wond uiteindelijk door Parsifal met de Heilige Speer geheeld en gedicht wordt.


Maar bloed is niet het enige thema van Kapoors decorontwerp. Wie alle drie aktes van de opera ziet, zal ook andere elementen uit het ­oeuvre van Kapoor herkennen. De opera is feitelijk een dwarsdoorsnede van wat de Brit over de afgelopen twintig jaar heeft gemaakt en waarmee hij wereldberoemd is geworden. Vorig jaar vulde hij nog het gehele Grand Palais in Parijs met een soort gestrande zeppelin: een enkele bloedrode sculptuur met een inhoud van 72 duizend kubieke meter.


In Londen had hij drie jaar geleden een drukbezochte overzichtstentoonstelling in de Royal Academy. In Chicago staat op het Millennium Square een bovenmaatse boon van spiegelend metaal waarin de hele stad wordt weerkaatst. En onlangs werd zijn omstreden, 116 meter hoge omgeknakte Eiffeltoren in Londen onthuld - ook rood, en speciaal ontworpen voor de Olympische Spelen.


De in Bombay geboren Kapoor (1958) verhuisde begin jaren zeventig naar Engeland. Hij volgde in Londen het Hornsey College of Art en vervolgens de bekendere Chelsea School of Art. Veel van zijn werk richt zich op puur materiaalgebruik, of het ontbreken ervan: de leegte. Het begon met sculpturen en tekeningen van pure pigmenten.


Later kwam daar het gebruik van steen, pvc, spiegels en was bij.


Kapoor, die een hekel heeft aan te veel inhoudelijke verwijzingen, is een modernist pur sang. Materie, in al zijn vormen, kleuren en eigenschappen, maakt de kunst. Het wordt opgerekt, uitgestrooid, gekneed, met een kanon afgeschoten, door zalen heen gesleept. De beelden maken daardoor een buitengewoon tactiele indruk (hoewel je nergens aan mag komen). Het geldt evenzeer voor de blokken rode was die hij, op rails, door de zalen van de Royal Academy liet rollen, als voor de spiegelende oppervlakten waarin toeschouwers zich in vervormde gedaante proberen te herkennen. Of bij de 'zwarte gaten' waarvan je nooit weet of het om een onpeilbare diepte gaat of om een donker pigment dat hij eenvoudig op de grond heeft gelegd. Het zijn zogenaamde 'non-objecten' die feitelijk wel, maar in de ogen van de bezoekers niet bestaan.


Beroemd is hij er wel mee geworden. In 1991 won hij de prestigieuze Turner Prize. Voor het grote publiek brak hij door met die immense, ruimtevullende toeter in de Turbine Hall van de Tate Modern in Londen: een, jawel, bloedrode lap pvc, gespannen over een honderd meter groot, toetervormig karkas.


In Nederland is Kapoor vooral bekend geworden door wat er in het Museum De Pont te zien is. Hoewel het woord 'zien' niet direct het meest treffend is gekozen. In een van de wolhokken van het Tilburgse museum is namelijk in eerste instantie niets te zien. Je kijkt in een diep gapend zwart gat. Pas na verloop van tijd doemt er een donkerblauwe bol op. De tegenstelling met een ander werk in dezelfde collectie kan niet groter zijn. Aan de andere kant van het museum staat een meer dan manshoge, gebogen spiegel. En die zie je gelijk. Maar daarin weerspiegelt zich weer alles ondersteboven en in vervormde gedaante.


De twee visuele verschijnings­vormen en de daarbij horende,


vervreemdende sensaties zijn ­karakteristiek in Kapoors oeuvre.


En die bloedstollende kleur rood natuurlijk.


Blijkt het decor voor Parsifal, los van de vraag hoe intensief hij er zelf de hand in heeft gehad, toch een prima afspiegeling te zijn van zijn werk.


Wie is wie?

Waar gaat opera Parsifal over, wat zijn de belangrijkste thema's en welke personages komen er in voor?


Parsifal, een lange, geniaal getoonzette en subtiel georkestreerde opera, werd door maker ­Richard Wagner (1813-1883) een 'podium­inwijdingsfeestspel' genoemd. Wagner heeft het verhaal en zijn complexe boodschap voor een deel ontleend aan demiddeleeuwse Parzival-sage. En deels verzon hij het zelf, waarbij hij zich liet inspireren door boeddhistische denkbeelden en de filosofie van Schopenhauer.


Het centrale thema van Wagners Parsifal is 'verlossing uit de nood'. Die nood zit in een 'ongeneeslijke wond' en alle verval in de wereld daaromheen. Verlossing ligt in de punt van de 'heilige speer' die de wond kan helen. Maar alleen medelijden kan dat wonder tot stand brengen.


De voorgeschiedenis van het drama wordt door de personages zelf onthuld. Zo is er een riddervolk, geleid door koning Amfortas, dat twee relikwieën moet bewaken: de 'graal' die ooit als drinkbeker rondging bij het laatste avondmaal van de Verlosser, en de speer waarmee de gekruisigde in zijn zij werd gestoken. Maar helaas, het graalvolk kreeg een snoeshaan op bezoek die er ook bij wilde horen, Klingsor. Die werd weggestuurd omdat hij niet clean genoeg was in de liefde. Hij castreerde zichzelf en probeert sindsdien de graal te veroveren vanuit een toverslot.


Klingsors geheime wapen is Kundry, een verleidster die eeuwen geleden schaterde om de stervende Verlosser en voor straf steeds opnieuw moet reïncarneren. Amfortas is voor haar duivelse charmes bezweken. Zo heeft Klingsor alvast de heilige speer van Amfortas kunnen afpakken. Hij heeft er de koning een ongeneeslijke wond mee toegebracht. Sindsdien is Amfortas' graalrijk in verval. Alleen de komst van een 'naïeveling' kan nog verlossing brengen, zo luidt een profetie, mits die over de gave van het medelijden beschikt. Want dat is een basisvoorwaarde (Schopenhauer!) om tot hoger 'inzicht' te komen.


Tot zover de voorgeschiedenis. Wagner maakte er drie akten van. In de eerste arriveert in het vervallen graalrijk van de gewonde Amfortas een domoor die niets van de wereld snapt en zelfs zijn naam kwijt is. De sukkel schiet een heilige zwaan, krijgt een standje en voelt 'medelijden'.


In akte 2 is de naïeveling in de tovertuin van Klingsor beland. Die beveelt Kundry hem te verleiden. Ze trekt zijn aandacht met helderziende verhalen over zijn naam (Parsifal) en zijn moeder, en kust hem. Haar poging mislukt. Parsifal voelt door de kus 'de wonde van Amfortas branden' en ziet in wat zijn missie is. Klingsor probeert hem te doden. Parsifal vangt de speer op en gaat op verlosserspad.


In akte 3 keert Parsifal met de speer terug in het graalrijk en wordt gezalfd. Hij ziet een laatste, radeloze graalceremonie, doopt de speer in Amfortas' wond, geneest zo alles en iedereen en wordt uitgeroepen tot 'verlosser'.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden