OPERATIE MUURBLOEM

Donderdag ging Vendex naar de beurs. Maar als het aan de effectenbank Kempen & Co had gelegen, was van een beursgang nooit sprake geweest....

HET JAAR 1988 was zonder twijfel het meest bewogen jaar uit de historie van Vendex. Anton Dreesmann was nog president-directeur, maar presenteerde op 1 januari met veel bombarie zijn kroonprins Arie van der Zwan: 'Verdorie, wat een vent is dat' Dreesmann zag in de academisch geschoolde Van der Zwan een geniale opvolger, maar nadat deze laatste van de Nationale Investeringsbank was overgekomen naar het Vendex-hoofdkantoor aan De Klencke, bekoelde de verhouding tussen de twee snel.

Het ging Vendex bepaald niet voor de wind. Met name de verliezen bij de warenhuizen van Vroom & Dreesmann stapelden zich op. Daarnaast was Dreesmann in oktober 1987 zelf getroffen door een hersenbloeding. Van der Zwan had het rijk alleen, en besloot na zorgvuldige bestudering van de balansen de managers van de Vendex-dochters eens fiks de oren te wassen. Hij stelde daarbij ook een reorganisatieplan voor de warenhuizen op, waarbij 1400 mensen zouden worden ontslagen. De raad van commissarissen onder leiding van Gerrit van Driel stemde in met het plan.

Bijna alle managers van de Vendex-bedrijven hadden binnen korte tijd hooglopende ruzie met Van der Zwan. Dit schoot in het verkeerde keelgat van de ernstig zieke Dreesmann. Zelf had hij altijd vriendschappelijke relaties met zijn bedrijfsdirecteuren onderhouden, en daarnaast wilde hij van geen ontslagen weten.

De spanning tussen de twee ging niet onopgemerkt aan de buitenwereld voorbij. De directeuren van de vele Vendex-dochters vreesden voor hun baan als Dreesmann zou overlijden. Ook de paniek onder de familie-aandeelhouders nam toe. Er werd wel al enige tijd gesproken over hun vurige wens, een beursgang voor Vendex, maar gezien de magere resultaten zat die er voorlopig niet in.

Sommige aandeelhouders gingen op zoek naar alternatieven om hun bezit te gelde te maken. Ze benaderden zakenbanken in Amsterdam die bereid waren een aantal kleine pakketjes bij cliënten onder te brengen. Maar een echte oplossing was dat niet. De onrust onder de aandeelhouders hield aan. Met name een groep aandeelhouders rondom Anton Dreesmann onder aanvoering van Jelle Brouwer - getrouwd met een nicht van Anton Dreesmann - wenste een radicale ingreep.

Zij benaderden de investeringsbank Kempen & Co. Toenmalig directeur Bart van Hedel bedacht een oplossing. Waarom zou zijn bank zelf niet een koper voor Vendex gaan zoeken? Gezien de problemen zou dat misschien de enige uitkomst zijn.

Van Hedel - hij wil nu geen commentaar meer geven op deze zaak - besloot op eigen houtje eens rond te gaan kijken. In het binnenland waren er nauwelijks concerns te vinden die in staat zouden zijn deze overname te doen. Van Hedel kende echter een aantal mensen van het Duitse winkelconcern Kaufhof, op dat moment ook de moedermaatschappij van de reisorganisatie Holland International.

Hij besloot de belangstelling bij Kaufhof te inventariseren. Die bleek groter dan verwacht. De topman van Kaufhof, Jens Odewald, was uiteindelijk bereid tot een gesprek met de bankiers van Kempen, behalve Van Hedel ook de toenmalige bestuursvoorzitter Pieter Kerdel.

Tijdens het gesprek bleek Odewald bereid te zijn tot een overname van Vendex. Maar hij stelde uitdrukkelijk pas in actie te willen komen als hij persoonlijk door Dreesmann zou worden uitgenodigd, of na een eventueel overlijden van de toenmalige Vendex-topman. 'Zo lang Dreesmann leeft, wil ik niet achter het concern aanjagen', aldus Odewald, die Dreesmann al langer kende.

Dreesmann overleefde de hersenbloeding. Eind juli 1988 ondernam hij een plotselinge publicitaire aanval op Van der Zwan. 'Tijdens mijn ziekte heeft hij de macht gepakt en is er met de bal vandoor gegaan', zo liet hij via de voorzitter van de COR weten. 'Ik heb mijn testament zien openen. Maar ik heb mij langs mijn eigen grafzerk omhoog getrokken en daar was ik weer. Dáár hadden ze niet op gerekend.'

Dreesmann won de machtsstrijd. Op 15 augustus trad hij weliswaar terug als president-directeur, maar hij werd niet opgevolgd door Van der Zwan. Bram Verhoef, de rechterhand van 'mijnheer Anton', werd tijdelijk de nieuwe president-directeur. Van der Zwan bleef nog even, maar trad in februari 1989 definitief terug.

Nu de bestuurscrisis van Vendex op straat lag, nam de bezorgdheid onder de aandeelhouders alleen maar toe. De onderhandelingen met Kaufhof werden geïntensiveerd. De externe accountants van Vendex reisden naar Duitsland. Odewald kwam tenslotte op uitnodiging van Dreesmann naar Nederland.

In hotel Jan Tabak in Bussum - om te zorgen dat de zaak niet zou uitlekken werd diverse keren van auto's gewisseld - en bij Dreesmann thuis in Laren sprak hij met de top van Vendex over een eventuele overname. Odewald beloofde het concern als geheel in stand te houden en het niet te zullen 'strippen' (splitsen en de beste onderdelen verkopen). Dreesmann zelf was enthousiast. 'Ik ken maar twee of drie mensen in de wereld, waaraan ik mijn concern zou durven verkopen. Odewald is daar toevallig één van.'

Maar de overname liep op niets uit. Kaufhof haakte uiteindelijk toch af, waarschijnlijk omdat het concern de verliezen bij de warenhuisdivisie te hoog vond. Officieel heette het, dat het Vendex-concern niet zou passen in de 'fiscale en juridische structuur' van Kaufhof.

De bankiers van Kempen waren teleurgesteld, evenals de familie-aandeelhouders die bij deze bank hadden aangeklopt. Beide partijen hadden lades vol onderzoeken over de waarde van het concern, waar veel tijd en mankracht in was geïnvesteerd.

Er werd gezocht naar een nieuwe kandidaat voor een overname van Vendex. Deze kwam bij toeval aanwaaien. Het Britse Sears - niet te verwarren met het Amerikaanse postorder- en warenhuisconcern Sears Roebuck - benaderde een Amsterdamse advocaat die de belangen van de familie Dreesmann behartigde. Dreesmann verwees

Sears door naar Kempen voor de zakelijke details. Sears was evenals Vendex een hutspot van warenhuizen, kleding- en schoenenzaken, maar omvatte ook vastgoedbelangen en financiële instellingen.

DE onderhandelingen verliepen dit keer moeizamer. Sears voelde er niets voor om het hele Vendex-concern over te nemen. Het Britse concern had alleen belangstelling voor de retail-sector: de warenhuizen van Vroom & Dreesmann en vooral de speciaalzaken. Voor de financiering van die overname schakelde Sears de investeringsbank Drexel Burnham Lambert in. Drexel was op dat moment nog fameus vanwege een reeks van monsterfusies en -overnames in de VS, gefinancierd met junkbonds: hoogrentende obligaties waarvoor als onderpand het toekomstig bezit dient. Daarnaast wilde de steenrijke Canadese familie Belzberg, die in de jaren tachtig naam en faam hadden opgebouwd als corporate raiders, geld in deze overname steken.

Er kwam een compleet nieuw plan op tafel. Anton Dreesmann liet weten zelf de dienstenpoot van het concern (de uitzendbureaus en de schoonmaakbedrijven) uit te willen kopen. Daarnaast zou het belang van ruim 40 procent in het Amerikaanse warenhuisconcern Dillard - een van de kroonjuwelen van Vendex - te gelde worden gemaakt. De familie Dillard - Bill sr. en Bill jr. - bleek na een bezoek aan Little Rock bereid dit belang terug te kopen.

De president van Sears vloog met zijn privé-jet naar Amsterdam en sprak in het Amstel Hotel met de top van Vendex. Tijdens de onderhandelingen werden diverse rekensommetjes gemaakt. De banken Citicorp en Paribas waren bereid mee te werken aan de financiering van de overname.

Later vonden verdere gesprekken plaats bij Dreesmann thuis. President-commissaris Gerrit van Driel was daarbij aanwezig. Hij keerde zich niet bij voorbaat tegen dit plan. Ook Bram Verhoef, de nieuwe president-directeur, was nauw betrokken bij de onderhandelingen. Hij hield zich op de vlakte. Verhoef maakte het eigenlijk niet veel uit. Hij wilde alleen dat na alle strubbelingen de rust zo snel mogelijk zou worden hersteld.

Met het hele totale uitkoopplan, waarbij Vendex uiteindelijk in drie delen zou worden verkocht, was een bedrag gemoeid van 2,7 miljard gulden. Er werd een 'indicatief' bod op die prijs gedaan. 'Maar als het te laag zou worden gevonden, was er een uitloop mogelijk tot 3,2 miljard', zo zegt een ingewijde.

Er ontstonden problemen. Sears liet ondermeer weten de levensmiddelentak van Vendex (Edah, Konmar en Dagmarkt) te willen afstoten. Ook de warenhuizen pasten eigenlijk niet bij Sears, dat zelf eerder te kennen had gegeven de eigen warenhuizen te willen saneren.

Dit betekende dat het concern in vier of zelfs vijf delen uiteen zou vallen. De commissarissen van Vendex onder leiding van Gerrit van Driel werden steeds huiveriger. Het overnameplan van Sears, in elkaar gezet door Drexel Burnham Lambert, zou leiden tot een totale verknipping van het concern. Sears haakte uiteindelijk af. Een antwoord op het indicatieve bod kwam er niet.

Maar hiermee was de overname van Vendex nog niet van de baan. Dreesmann had een laatste troefkaart achter de hand: hij besloot zelf hoogstpersoonlijk een poging te wagen het hele concern over te nemen en de andere aandeelhouders van Vendex uit te kopen. Het zou de ultieme wraak worden op Van der Zwan. 'Anton wilde de macht heroveren, niet alleen voor zichzelf maar ook voor zijn kinderen', zegt Fred Barge in het boek Anton Dreesmann - Moed, macht & miljoenen van Jeroen Terlingen.

In het najaar van 1988 overlegde Dreesmann daarover met de vertegenwoordigers van enkele andere grote aandeelhouders van Vendex: Fred Barge, Anton Peek en Laurens en Harry Vehmeijer. Samen hadden deze groepen een ruime meerderheid van de aandelen. Deze gesprekken vonden in oktober en november 1988 plaats bij Jelle Brouwer in Driebergen.

De bedoeling was dat Dreesmann de aandelen van de families Barge, Vehmeijer en Peek zou overnemen. In totaal was daar een bedrag van één miljard mee gemoeid. Hoewel Drexel Burnham Lambert samen met Sears had afgehaakt, werd gedacht aan een financiering met junkbonds. Deze obligaties zouden later moeten worden afbetaald met de verkoop van Vendex-onderdelen, zoals het belang in Dillard.

Dreesmann had ook al een plan opgesteld voor een nieuw bestuur van Vendex. Verder zou de raad van commissarissen worden gewijzigd en verjongd. Eén van de nieuwe kandidaat-commissarissen was de ex-Ogem-bestuurder Lenze Koopmans.

De bankiers van Kempen geloofden nog heilig in dit plan. Zij vertrouwden erop dat Dreesmann de steun had van Van Driel. Maar vlak voor kerstmis sprak de raad van commissarissen unaniem zijn veto uit over de transactie.

Daar waren verschillende redenen voor. De commissarissen vonden dat Vendex door het plan met teveel schulden zou worden opgezadeld. Daarnaast vreesden zij dat de zoons van Anton Dreesmann, die in Brazilië niet hadden uitgeblonken in goed ondernemersschap, teveel macht zouden krijgen. En mogelijk waren ze ook bang hun eigen baantje te verliezen.

Aan het einde van 1988 lag het overnameplan van Vendex definitief aan gruzelementen. Dreesmann droop af. De bankiers van Kempen werden niet beloond voor een jaar hard werken. In 1989 vertrok Van der Zwan en werd met Jan-Michiel Hessels een nieuwe manager binnengehaald. Hij stoomde Vendex binnen vijf jaar klaar voor de beursgang. Het belang in Dillard werd in 1991 alsnog verkocht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden