Opera blaast zeepbel van zeldzame pracht

Capriccio, de laatste opera van Richard Strauss, is een opera waarin de kunst zichzelf in de staart bijt. Behalve een opera 'over opera', een gezongen groepstwist over muziek en tekst, is het ook een opera die haar eigen wordingsgeschiedenis ten tonele voert....

Dat althans is de suggestie van dit adembenemende 'Konversationsstück für Musik'. De clou dient zich tegen het eind met terugwerkende kracht aan: de licht duizelingwekkende gewaarwording dat je twee uur lang naar het stuk hebt zitten kijken dat de personages in deze opera nog van plan zijn te gaan maken. Hun opera, zo besluiten de kunstbroeders annex liefdesrivalen die in Capriccio tot elkaar zijn veroordeeld, zal over niets anders dan henzelf gaan, en over hun uitzichtloze tweedracht.

De allerlaatste clou, neergelegd in een fabelachtig getoonzette slotmonoloog van de 'Gravin' en 'opdrachtgeefster', is dat we het eindresultaat niet meer zullen meemaken. Capriccio spat met een bijna toonloze plof uit elkaar. Zo hoort Capriccio te klinken, en zo mag het stuk er ook uitzien: als een zeepbel.

In het Muziektheater is tot eind september iets bijzonders te beleven. Zelden zal het de Nederlandse Opera gelukt zijn een fraaiere zeepbel te blazen.

Het is van begin af duidelijk dat het maar spel is, het sierlijke geëmmer van de dichter (bariton) en de componist (tenor), die elkaar en hun omstanders bezig houden met ideeën over hun unieke kunstvormen en over de onaantastbaarheid van hun ikjes. Clichés over de kwestie prima la musica/dopo le parole wisselen stuivertje met geniale ripostes, verrijkt met (en soms ook verzwakt door) uitbarstingen van liefdeswanhoop. De componist Flamand en de dichter Olivier, beiden hunkeren ze naar de kus van de 'Gravin' die ook hun muze is, en tevens hun scheidsrechter.

De tekst van Capriccio is een mengsel van prikkelende cultuurtheorie en liefdeshormoon in siroopvorm, een verbale kir royal die even onmogelijk is als geraffineerd. Maar even duidelijk, is dat de satire met onnavolgbare ernst is ingekleed, en dat Capriccio zonder Strauss' levenslange geobsedeerdheid door de kwestie van woord en toon nooit zou zijn gecomponeerd. Het stuk is, behalve als toonbeeld van uitgekookte orkestratiekunst, vooral te begrijpen als een samenvatting van het Beste van Strauss, waarvan de toverachtigste momenten terug- en vooruitwijzen naar de klanken van berusting en wijsheid in Der Rosenkavalier, Die Frau ohne Schatten en de Vier letzte Lieder (die Strauss nog moest schrijven).

Opvallend genoeg was het niet de componist Flamand, noch de 'Gravin' die zaterdag in het Muziektheater als eerste op het podium verscheen, maar de directeur van de Nederlandse Opera Truze Lodder. In een welkomstwoord bepleitte ze het voortbestaan van het Nederlands Kamerorkest, dat op de nominatie staat te verdwijnen - als de politiek gevolg geeft aan het kunstenplanadvies van de Raad voor Cultuur. 'Advies van de Raad is onder de maat' was ook het motto van een pamflet dat verspreid werd namens de musici.

Het meest welsprekende argument zou nog volgen. Het NKO bracht een van de beste operabegeleidingen uit zijn bestaan. Geleid door Hartmut Haenchen, die met huid en haar in Capriccio moet zijn gedoken, en (na zijn ook al indrukwekkende Elektra's, Salome's, Rosenkavaliers en Frauen ohne Schatten) wellicht de Strauss van zijn leven presenteerde, trad het naar voren als een Straussemsemble dat hier zijn gelijke moeilijk zal vinden.

Strijkerscorpsen met het verfijnde aplomb van een volmaakt ingespeeld kamerensemble, onnadrukkelijk door blazers bijgekleurd: zelden zal de balans van 'woord en toon' delicater zijn uitgewerkt.

Het strijksextet waarmee Strauss de luisteraar het schouwspel binnenzuigt, speelt zich in de enscenering van Andreas Homoki en zijn decorontwerper Schlössman af in een kleine kubus. De kubus, zwart op wit beschreven met een beschouwing in achttiende-eeuws handschrift (Rousseau, Voltaire?) bevindt zich in een tweede, grotere doos, waarvan de twee zichtbare binnenzijden bezaaid zijn met de noten van een wit op zwart geschreven klavierwerk. Daaromheen laat zich een derde doos vermoeden.

Het is het Huis Clos waarin Homoki de zingende discussianten opsluit, zonder erbarmen, maar ook zonder de discussie een onnodige fatale draai te geven. De ernst van deze zwartwitte microkosmos, bevolkt met personages in louter wit en zwart, gaat gepaard met luim en satire, die in nauwgezette timing worden toegevoegd. Haast onmerkbaar zijn de nauwelijks beredeneerde, maar beeldschone overgangen van het twintigste-eeuwse kostuum naar de spierwitte achttiende-eeuwse frakken en onzinjurken waarin de slachtoffers in het heetst van het debat hun opwachting maken, met hilarische accenten in het 'Italiaanse zangerspaar' dat het feest komt interrumperen.

Dat Angela Denoke, Duitse sopraan in opkomst (in afwisseling met haar collega Gabriele Fontana heeft ze haar partij overgenomen van Charlotte Margiono, die de rol teruggaf) onder haar poederpruik een treffende gelijkenis toont met Glen Close in de film Les liaisons dangereuses, is toeval. Minder toevallig is dat ze de vocale hoogglans van haar rol maar met de hakken over de sloot weet te etaleren, want die rol is in alle charme en lyrische delicaatheid van een angstwekkende moeilijkheidsgraad.

Haar 'broer', bariton Olaf Bär (een prachtige graaf), de tenor David Kuebler (geen huilebalk maar een krachtige Flamand) en de 'theaterdirecteur' en buffobas Hans Sotin (oude rot speelt oude rot) hebben het makkelijker. Tot in het fantastisch voortkakelende, extreem gecompliceerde ruzie-octet waarin Strauss de debatten tot een hoogtepunt laat komen. Haenchen is hier de rust zelve, leidt de boel gezwind en legt zich erbij neer dat Strauss hier het woord volmaakt de nek omdraait.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden