Openheid alswapen

Privé-informatie delen op internet is een groot goed, vindt Jeff Jarvis, de felbekritiseerde auteur van de bestseller 'What would Google do'. Het werkt bevrijdend en redt levens.

Op het moment dat het eerste vliegtuig zich het World Trade Centre in boort, zit hij in de laatste metro die naar het zakencentrum rijdt. Het is 11 september 2001. Hij is onderweg naar New York. Als hij buiten komt, ziet hij een pluimpje zwarte rook. Een klein brandje, dacht hij. Tot hij naar beneden kijkt. 'Het wegdek was bezaaid met vrouwenschoenen. Vrouwen hadden ze uitgedaan en waren weggerend.' Vanaf de andere kant van de straat ziet hij het tweede vliegtuig het WTC binnen vliegen. In plaats van te rennen voor zijn leven en terug naar huis te gaan, blijft hij om verslag te doen. 'Daar is mijn vrouw tot de dag van vandaag nog steeds boos over.'


Waarom hij bleef? 'Ik ben journalist.'


Jeff Jarvis (1954) doet die dag verslag van zijn ontkomen aan de aanslag. Hij merkt dat hij meer heeft te vertellen en blogt over zijn ervaringen en het nieuws. 'Ik dacht dat het voor een paar weken zou zijn, maar het nam mijn hele leven over.' Het sleutelmoment is wanneer ergens aan de andere kant van de Verenigde Staten naar zijn stukken gelinkt wordt en andere bloggers er commentaar opgeven. 'Toen leerde ik dat media een conversatie zijn. En dat veranderde alles.'


Dertien jaar later is Jarvis een mediagoeroe. Mocht die term niet bevallen, dan is er nog keuze uit: journalist, publicist, consultant (The New York Times), spreker (onder meer bij Time Warner), columnist (The Guardian), voormalig televisiecriticus (TV Guide en People), ondernemer (Jarvis richtte Entertainment Weekly op), blogger of docent. Jarvis schreef twee boeken. What Would Google Do, over wat we kunnen leren van grote, succesvolle bedrijven als Google en Facebook en Public Parts, een pleidooi voor het delen van persoonlijke informatie op internet. Hij runt het populaire mediablog buzzmachine.com, twittert actief (118.475 volgers) en is docent aan de journalistiekfaculteit van de City University in New York.


Jarvis, in Nederland voor een lezing georganiseerd door de KRO en het Katholiek Instituut voor Massamedia, wijst tijdens het gesprek geregeld naar buiten, waar niet veel meer te zien is dan een kaal boompje op een grasveld, een grote lichtbeige bakstenen muur en verderop een paar woonhuizen. Af en toe pakt hij zijn telefoon, zwaait daarmee in de rondte en laat het apparaat met een ferme doffe klap op de tafel landen. Het is een telefoon van Google. Net als zijn e-mail, agenda, routeplanner, applicaties: 'I'm livin la vida Google'.


Zijn er dingen die Google doet, die wij juist niet moeten doen?

'Absoluut. Ik schreef mijn boek omdat ik de media-industrie zag sterven, maar ook andere industrieën het heel erg moeilijk zag hebben. Het leek me dus logisch om naar een bedrijf te kijken dat wel succes heeft. Wat zien zij wat wij niet zien? Ik zocht naar de positieve mogelijkheden en lessen van Google. Maar zijn er dingen die we niet moeten doen? Zeker.'


Zoals het scannen van e-mailverkeer, het doorverkopen van gegevens aan adverteerders en informatie overdragen aan overheden?

'Google is een bedrijf, en een bedrijf handelt uit eigenbelang. Het is een soort wild dier. Je moet niet proberen van een gorilla een huisdier te maken, want het moet een gorilla blijven. Ik vond het heel erg lovenswaardig dat Google wegging uit China; ze stonden achter hun principes en kwamen op voor het internet. Maar daarna waarschuwden ze: zie ons niet als een land. Google heeft geen eigen politie, noch enige vorm van diplomatieke macht.'


Ze zouden tenminste fatsoenlijk hun belasting kunnen betalen, in plaats van het via allemaal ingewikkelde routes door onder meer Nederland te ontduiken.

'In The Guardian voerde ik hierover een discussie met een lid van het Britse parlement. Ik vroeg haar: zou u vrijwillig meer belasting betalen dan u wettelijk bent verplicht? Natuurlijk niet. Ik verdedig hier niet Google, maar de logica. Ik noem het niet belastingontduiking, maar belastingminimalisatie.


'Ik doe hetzelfde: ik heb een boekhouder, die kent de wet en vertelt me hoeveel ik moet betalen. Allemaal vanuit de gedachte: ik betaal zo weinig mogelijk. Het probleem ligt hier, bij jullie. Jullie moeten zorgen voor andere wetten. De overheden moeten dit soort problemen oplossen. Niet bedrijven, dat mogen we niet van ze verwachten: het zijn tenslotte bedrijven. Een gorilla zal zich gedragen als een gorilla.'


In zijn tweede boek Public Parts neemt Jeff Jarvis het op voor het open internet. Hij zet zich af tegen privacywetgeving en pleit voor het delen van informatie op internet. Zelf neemt hij het voortouw. Op zijn blog buzzfeed.com staat een uitputtende lijst van zijn werkzaamheden, welke belangen hij waar heeft, zijn standpunten over politiek en religie en waar hij aandelen in heeft. Toen hij gediagnosticeerd werd met prostaatkanker, schreef hij daar een lang stuk over: 'The small c and me'.


Waarom moeten we meer van onze persoonlijke informatie delen?

'Ik zeg niet dat mensen dat moéten doen, maar dat als ze het doen, ze de voordelen ervan moeten herkennen. Mijn angst is dat we zo verstrikt raken in het gevaar van het internet, het gevaar van de verandering, dat we de mogelijkheden niet meer zien.


'Er is een soort technopanic ontstaan: wat als dit fout gaat, wat als dat gebeurt? Dat kan je altijd vragen. Wat als dat huis ontploft? Oh my God! Je kunt gek worden door in rampscenario's te denken. Het is goed dat we onszelf afvragen wat er verkeerd kan gaan. Maar we moeten ook vragen welke nieuwe dingen er allemaal wel goed kunnen gaan. Het is nog veel te vroeg om het net te definiëren, te reguleren en te limiteren.'


U erkent de gevaren wel, maar schrijft ze niet op.

'Ik wilde het in het boek eigenlijk niet over privacy hebben, maar kon daar uiteindelijk niet omheen. Er zijn genoeg beschermers van privacy die daar veel beter in zijn dan ik. Maar we hebben ook mensen nodig die het opnemen voor de openheid. Ik praat niet in het openbaar over mijn slecht functionerende penis, ik heb nog steeds een privéleven en ik wil mijn familie ook niet in dat glazen huis neerzetten. Niet alles moet publiek zijn.'


Wat dan wel?

'Het net maakt het mogelijk voor mensen om samen te komen en dingen te doen die we niet alleen kunnen. Ik wil benadrukken dat de Arabische Lente geen Twitter-revolutie of Facebook-revolutie was, maar die van dappere mensen. Maar: Twitter en Facebook hebben het wel mogelijk gemaakt voor die mensen om elkaar te vinden, erachter te komen dat ze niet alleen waren en zich te organiseren.


En dan is er het delen van kennis. Ik heb prostaat- en schildklierkanker. Het is behandeld en weg. Er is een lichte correlatie gevonden tussen die twee vormen van kanker en dat is geweldig. Wat als we zoveel informatie hebben dat we makkelijk correlaties kunnen vinden? Daar kun je levens mee redden. Het is iets heel erg privé. En als niemand dat zou delen, zou niemand achter die correlatie komen.'


Artsen toch wel?

'Nee! In Amerika zijn we zo gestoord dat we een zorgprivacywet hebben die ervoor zorgt dat ik als ouder niets te weten kan komen over de gezondheid van mijn eigen kind. Omdat mijn kind privacy heeft. Tot een bepaalde hoogte begrijp ik dat. Maar we moeten erkennen wat we opgeven als we altijd maar aan die privacy blijven vasthouden. En: je hoeft je er toch helemaal niet meer voor te schamen als je ziek bent?'


Als je op Twitter zet dat je depressief bent, zal een potentiële werkgever denken: die nodigen we mooi niet uit voor een gesprek.

'Het probleem ligt bij hoe we met die informatie omgaan. Stel: ik loop jouw kantoor binnen en ik solliciteer voor een baan. Jij ziet dat ik prematuur grijs ben. Je kan een hoop over me te weten komen; mijn leeftijd, mijn geslacht, mijn ras, etniciteit, opleiding. Sommige van die dingen mogen we niet gebruiken om een beslissing te nemen of je mij de baan geeft of niet. Maar als je een slechte werkgever bent, doe je dat misschien toch. Dan denk je: die oude lul neem ik mooi niet aan. Maar als je dat tien keer achter elkaar doet, kom je in de problemen. Het verzamelen van informatie is niet het probleem, maar het gebruik ervan. Zo is dat altijd geweest, daar verandert technologie helemaal niets aan.'


We moeten meer vertrouwen hebben?

'Ja, dat hoop ik. Kijk naar homo's en lesbiennes. Veel van hen die uit de kast kwamen zeiden: ik ben homo, heb je daar problemen mee? Openheid was hun beste wapen om gelijkwaardigheid af te dwingen. En kijk wat er nu gebeurt in de Verenigde Staten: een meerderheid van de Amerikanen is voor het homohuwelijk. Dat zou nooit gebeurd zijn als homo's en lesbiennes nog steeds zouden denken dat hun seksuele voorkeur privé is, ze daar hun mond over moeten houden en het moeten verbergen omdat anders slechte mensen hun het leven zuur gaan maken.'


Jarvis' pleidooi voor openheid op internet oogstte ook kritiek. Zo schreef collega-publicist Evgeny Morozov, auteur van The Net Delusion: the dark side of internet freedom, een vernietigende recensie van een onbescheiden 6.500 duizend woorden over Public Parts. Morozov verwijt Jarvis intellectuele luiheid door met oude, saaie ideeën te komen en voorvechters van privacy ergens te scharen 'tussen de Afrikaanse huurlingen van Kadhafi en investeringsbankiers'. Jarvis' lezing van de Duitse filosoof Habermas vindt Morozov oppervlakkig: 'Dit is hoe Sarah Palin Habermas zou lezen, als ze Habermas zou lezen.'


Jarvis: 'Het is een persoonlijke aanval. En ik zou graag een beschaafde discussie met hem voeren, maar hij valt gewoon lukraak mensen aan. Hij heeft het erover dat hij ruzie wil. Op Twitter schreef hij laatst dat hij op een hate tour zou gaan. Dat gaat nergens over. Morozov is een slimme man, ik citeer hem in mijn boek. Maar ik zou liever een beschaafde discussie met hem voeren dan me te verliezen in een put van haat.'


Dat is de sociale media niet vreemd, een flinke dosis haat.

'Zie je die bakstenen muur? Dat is het internet. Een gigantische bakstenen muur. Aan de andere kant van die muur staan wij, de media. Aan het begin van het internet schreven wij onze verhalen, gooiden die over de muur en daarna gingen we naar de kroeg. Het kon ons geen reet schelen wat die mensen aan de andere kant van de muur zeiden. Toen kregen de mensen de mogelijkheid om te reageren. We luisterden niet. En de mensen aan de andere kant van de muur raakten gefrustreerd: begonnen harder te schreeuwen en op die muur te slaan. Kijk naar Twitter. Als mensen daar met elkaar ruziën, gebeurt er hetzelfde als op een schoolplein: FIGHT, FIGHT! Die mensen zijn aan het vechten, kom kijken!


'Dat was de dynamiek van de vroege dagen van het internet. Ik was daar ook onderdeel van, maar heb het daar nu wel mee gehad. Is er nu te veel gif online? Ja, zeker. Ik hoop dat we op een gegeven moment op het punt komen dat wanneer ik gemeen tegen jou doe, er wat van wordt gezegd. Dan heb ik een reden om niet gemeen te zijn. Maar nu heb ik elke reden om het wel te doen, want we moedigen het aan.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden