Openbaarheid is ook niet alles

Een kind weet dat bij diplomatie geheimhouding hoort als een kuiltje jus bij een bord stamppot.

Martin Sommer

De leukste anekdote uit Wiki­Leaks kwam van de Amerikaanse ambassadeur in Parijs: de burgemeester daar had vanwege het bezoek van de Turkse premier Erdogan de Eiffeltoren laten verlichten als de Turkse vlag. Toen dat het gevolg van president Sarkozy ter ore kwam, werd diens vliegtuig ijlings met een omweg naar huis geleid. Sarko wil niets weten van een Turks EU-lidmaatschap, en bij het zien van de Turkse Eiffeltoren werd zijn toorn gevreesd.

Onthullend
Een mooi verhaal, onthullend voor de omgangsvormen aan het Franse hof. Een nuttig telegram richting Washington dus. Ook ik zit met rode oortjes de verslagen van de geheime Amerikaanse diplomatie te lezen. Tegelijk vind ik die Assange een engerd, vanwege zijn idee dat alle informatie openbaar hoort te zijn. Openbaarheid is uiteraard onze journalistieke corebusiness. Maar een kind weet dat bij diplomatie geheimhouding hoort als een kuiltje jus bij een bord stamppot.

Er zit bij die Assange een naargeestig sentiment dat de staat per definitie niet deugt. En al helemaal als die Amerika heet − groot, machtig, dus perfide en onbarmhartig. Niet de feiten, die vallen tot dusver nogal mee, maar het geheimhouden zelf is het bewijs dat het daar niet in de haak is. Uit de klammheimliche Freude over deze onthullingen spreekt wat ik maar noem informatie-fundamentalisme. Alles moet geweten worden.

Rollen
Men beseft kennelijk niet dat bij diplomatie verschillende rollen horen; die van beleefde vriend tijdens de receptie, harde onderhandelaar achter de schermen en eerlijke verslaglegger in het geheime ambtsbericht richting moederland. Dat is ingewikkelder dan het simpele onderscheid tussen waarheid en leugen. Zo wordt van politiek een smerig spel gemaakt: zij daar in Washington, zij daar in Den Haag.

Iets soortgelijks hebben we intussen op kaasstolpschaal waar de doopcelen qua verkeersovertredingen nu worden gelicht. Dan Joris Luyendijk, die de Haagse mores kwam onderzoeken en in de besloten sociëteit Nieuwspoort zag dat politici, voorlichters, ambtenaren, lobbyisten en journalisten elkaar ontmoetten en in amicale sfeer dingen bespraken die je niet in de krant terugvond. ‘Ze doen op het podium iets anders dan achter de schermen’, schreef hij in zijn boekje Je hebt het niet van mij, maar… ‘Dit normaal vinden is de Nieuwspoortmentaliteit.’

Prettig
Inderdaad, waar is het probleem. Ook buiten Nieuwspoort geldt dat het prettig is dat je voor je houdt wat je werkelijk van je gesprekspartner denkt. Daar komt bij dat besluitvorming nu eenmaal achter de schermen tot stand komt, zeker in Nederland met zijn coalities. Wie daar voor de krant iets van mee wil pikken, moet praten, trekken, duwen en smoezen. En niet alles opschrijven, omdat je bij het spel hoort, omdat je die politici ook morgen nog een hand wilt geven en omdat je verantwoordelijkheidsgevoel hebt. Het oude idee van Luyendijks naamgenoot Luijendijk dat ‘je niet met politici praat, maar er alleen tegen schrijft’, is van de jaren zestig, maar vooral van een andere planeet.

Naar aanleiding van Luyendijks boekje hield De Groene Amsterdammer een enquête onder journalisten. Met de vraag: ben je wel eens door een boze politicus gebeld of geïntimideerd door een voorlichter? De suggestie is dat politici zo de berichtgeving willen beïnvloeden. Ik denk inderdaad dat dat zo is. En natuurlijk gaat ook bij mij de telefoon, zoals bij elke Haagse journalist. Dat komt trouwens ook in de echte wereld voor. Hoofdredacteur Colombani van Le Monde beschrijft hoe hij na een negatief stuk door Chirac persoonlijk werd gebeld en gedurende 23 minuten zonder onderbreking werd uitgescholden. Ja, een beetje rechte rug hoort er ook bij, jongens.

Begrijpelijk
Ik vind die boosheid van politici begrijpelijk. En ook de pogingen om spin te docteren. Dat heeft niks te maken met hun slechtigheid, maar met belangen. En de belangen zijn nu eenmaal groot, voor de politici persoonlijk – zit ik hier nog over een paar jaar – voor de partij, de regering, en ja er bestaat ook landsbelang. Politici en journalisten zitten in hetzelfde schuitje, maar wel met een andere handel, wij in de waarheid, zij in besluiten en belangen. Dat is een iets ingewikkelder dansje dan het grote morele gelijk.

Overigens blijkt Luyendijk bij politici nogal populair te zijn, omdat eindelijk iemand de journalistiek de maat neemt. Journalisten ‘hoeven nooit verantwoording af te leggen’, terwijl politici dagelijks peentjes zweten voor de camera. Hoorde ik van verschillende politici. Ook begrijpelijk. Maar wat zouden zij ervan vinden als ik hier in het kader van de hogere waarheid opschreef hoe vaak ze zelf aan de telefoon hangen om zich te beklagen over de schandelijke berichtgeving in de Volkskrant?

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden