Openbaar vervoer te water

Een overeenkomst tussen Rotterdam en Amsterdam: allebei kennen ze de watertaxi. Een verschil: de Amsterdamse taxi is geen taxi...

We hebben een vies glas wijn gedronken. In Amsterdam. Maar we malen er niet om. Dat kun je hebben. Dat het vies is. En we zijn geen culinaire journalisten die verslag willen doen van een kubieke centimeter eiwit met koolhydraten in een plasje frambozenazijn waartegen een drupje wijn zich als al te overheersend contrapunt manifesteert. We willen heel andere dingen weten.

De kortste weg bijvoorbeeld.

Hotel New York in Rotterdam is stukken kleiner geworden sinds de verkoop. Het is nu een jaar geleden dat het beste hotel ter wereld in andere handen overging. We hebben in dat jaar ons hart vastgehouden. Zou het hotel verknoeid worden door nieuw management? We gingen er terug en zagen dat er niets veranderd is, behalve het formaat. Het is gekrompen. Een reusachtig nieuw kan toorgebouw ernaast geeft het fiere hotel met de twee groene torentjes het aanzien van een speeldoos.

We hadden de taxi genomen. Van uit Vlaardingen, waar we onderzoek deden naar het verschil tussen strooizout voor besneeuwde wegen en zout voor in de haring. Er is geen verschil. Toen we genoeg wisten, wilden we naar Hotel New York. We lazen in de krant over een nieuwe watertaxi. Weten ze ervan in Vlaardingen? Vaag. Op het vvv-kantoor denkt het personeel dat er proeven gedaan worden en dat de Rotter damse watertaxi nog niet in bedrijf is.

We krijgen een telefoonnummer. Nou, vvv-Vlaardingen, we hebben nieuws: hij is in bedrijf. Een geweldige verbinding is het, sneller dan alle andere. We bellen het nummer, een joviale Rotterdammer zegt dat de taxi binnen tien minuten in Vlaardingen zal zijn en dat is hij ook, nauwkeurig.

We zouden makkelijk met ons achten mee kunnen, maar we zijn met ons tweeën. De boot is zo gebouwd dat hij, eenmaal op snelheid, in een vliegtuigje verandert dat alleen nog een staart in het water heeft hangen. Zo maakt hij geen golven en heeft geen mens hinder van ons. Varen kost net zoveel als rijden in een taxi op wielen, maar waren we met ons achten dan was de snelle boot veel voordeliger dan twee volle Mercedessen in een verkeersopstopping.

De taxischipper is vriendelijk en zwijgzaam, ook al zo'n verschil met een rijdende dienstverlener zoals we er al te veel hebben ontmoet, die de rit verzieken met gekanker op de wereld. Zelfs als hij zou willen ouwehoeren, dan nog verhindert het geluid van de motor dat we de schipper kunnen verstaan. We nemen volgende keer oordoppen mee, dan zal de watertaxi helemaal het toppunt zijn van feestelijk openbaar vervoer.

Extra verrassing voor ons - zo vaak komen we niet in Rotterdam - is het botenhuis. In Rotterdam mag en kan iets wat nergens anders lijkt te kunnen. De taxi legt aan voor een gebouw dat drijft voor de kade langs Hotel New York. Het is het gewoonst denkbare gebouw waaraan geen cent is uitgegeven voor opsmuk. En dus op slag prachtig. Hier durft men met de goedkoopste bouwmaterialen te timmeren en te lassen en in alle eenvoud de nieuwe Nederlandse architectuur van de scheefte voor schut te zetten. Een taxi kan het gebouw invaren om uit het water gehesen te worden. Rechts naast de boot is een werkplaats. Links naast de boot is een caf & 130; met gebraden gehaktballen en de Volks krant. En alsof het de gewoonste zaak is, heeft de bouwer van het botenhuis een raam gemaakt tussen het caf & 130; en de werkplaats. We kunnen het olieverversen van de boten volgen, zittend aan de leestafel.

Het is niet meer dan een simpel idee. Maar nooit eerder kwam iemand er op om tussen werkplaats en gastenverblijf een venster aan te brengen, nee integendeel, die dingen worden altijd stijf gescheiden gehouden. Achter een biertje naar het werk in de Hoog ovens kijken? Kon het, we zouden het zeker doen. Op station Roosendaal hadden ze de wachtkamer tegen de werkplaats moeten aan plakken waar ze treinen repareren.

We klimmen langs het botenhuis de kade op voor de inspectie van het hotel waar we zo van hielden en waarvan we bang zijn dat het minder wordt. Maar niets wijst daar op. Het is er nog altijd een pretentieloze vrolijke bende met aangenaam gemengd gezelschap van jong en oud, zakenmens en scholier, oude dame en zeebonk, gek en vedette. En vandaag komen we naast twee redacteuren te zitten van nrcHandelsblad die we net niet goed genoeg kunnen verstaan om op deze plek uit de doeken te kunnen doen wat er speelt bij die krant.

Opgelucht zijn we. Hotel New York is nog steeds wat het was. En opnieuw, in de trein terug naar Amsterdam, naar kantoor, kruipt dat verdrietje door onze darmen. Waarom kan dit niet in Amsterdam? Onge com pli ceerd genoegen, liefst te bereiken met een bootje? We schreven eerder over het geweldige water waar de stad niets van weten wil. Het ij. Ook als er in oud havengebied nieuw vertier getimmerd wordt, een eethuis bijvoorbeeld, wordt het zo ingericht dat de gasten vooral het water niet hoeven zien. Maar wacht nou eens even. Wie had er eerder een watertaxi, Amsterdam of Rotterdam? In het verleden zijn er in Rotterdam al eens watertaxi's geweest. Maar toen na een lange periode van autodenken de gedachte opnieuw opkwam dat als er water is ook mensen over dat water vervoerd kunnen worden, kwam Amsterdam voor te staan met 1-0. De watertaxi. Er is geen stad in Nederland met zoveel waterweg in bewoond gebied, de stad lijkt gemaakt voor de watertaxi.

Op het stationsplein, rug naar het station, schuin naar links kijken, daar staat het in grote letters op een glazen gebouwtje: watertaxi. Wat zitten wij nou Rotterdam voor te trekken, terwijl we hier met zo'n bootje naar het Amstel Hotel kunnen varen om er te schaften? Het is half twaalf in de ochtend, koud, maar stralend weer. We stappen het gebouwtje in, trap af, jonge meid. We willen een taxi. Dat kan, zegt de jonge meid. Om half een komen de schippers en dan heb ik, even kijken, nee niet eerder dan half vier voor u een watertaxi en hij kost zeventig euro voor een halfuur.

Ze legt uit dat na een korte periode waarin de watertaxi gewoon watertaxi was die je kon nemen zoals eentje op wielen, de mensen de bootjes gingen reserveren, het is nu geen openbaar vervoer meer maar dure dolle pret. Bovendien, zegt ze, zijn er maar vijf boten en de gemeente Amster dam, die zojuist samen met Green peace het milieuschone elektrisch spelevaren in de stad om zeep hielp, geeft geen vergunning voor meer.

We moeten lopen. In het hotel vragen we een kekke portier of er weleens gasten zijn die een watertaxi bestellen. Ja, zegt hij, er is alleen erg moeilijk aan zo'n bootje te komen. Maar het hotel zelf vaart ook. Dus toch iets Rotter dam mer igs? Als we naar het station gevaren willen worden, heeft het hotel binnen een halfuur een schipper opgetrommeld, belooft de portier. En het kost 180 euro per uur. Het station is minder dan een halfuur varen, zeggen we. Dan grijnst hij. Wie hier de boot neemt, krijgt waar voor zijn geld, de schipper maakt gewoon een omweg van een uur.

Of we een glas wijn willen, vraagt de ober van het Amstel, hij heeft open wijn. Hij brengt een laatste restje wijn uit een open fles. Saint-Emilion staat op het etiket dat hij razendsnel langs onze neus laat scheren. Hij laat de fles goed leegdruppelen. Echt vol kan hij het wijnglas niet krijgen. We schrijven niet graag over zulke dingen als verschaalde wijn, wat geeft zo'n glaasje pech nou helemaal? Niks. We moeten zelfs vreselijk lachen. Op de rekening zien we dat dit beetje bocht ons 10,70 euro kost.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden