Openbaar ruimtebezit

Amersfoort is een cultuurcentrum rijker. Met deze stadse huiskamer is een nieuwe architectuurtrend in gang gezet.

Wat zijn de belangrijkste ingrediënten voor een bibliotheek? Boeken, stilte en rust, zullen de meeste mensen antwoorden - zo luidt immers het clichébeeld. Maar het pas geopende Eemhuis in Amersfoort is geen klassieke boekentempel.


Boeken lijken in eerste instantie afwezig op het binnenplein dat Neutelings Riedijk architecten ontwierp rond een reusachtige houten trappartij; ze zijn 'verstopt' achter de wanden die de trap flankeren. Mensen zie je er des te meer. Tieners hebben de treden ontdekt als chillplek, kinderen gebruiken de leuningen als glijbaan - precies zoals de architecten hoopten. Op de studieterrassen wordt druk overlegd, er zijn al muziek- en theatervoorstellingen opgevoerd. Rumoerig en levendig zijn de eerste woorden die je te binnen schieten als je binnenstapt.


Een 'publiek interieur' noemt architect Michiel Riedijk het Eemhuis, waarin ook Archief Eemland, Scholen in de Kunst en kunsthal KAdE gehuisvest zijn. Het gebouw moest meer dan een mooie opslagplaats voor boeken worden: een verlengstuk van het Eemplein buiten, een podium voor stedelijke activiteiten en, bovenal, een ontmoetingsplek. 'Iedereen, ongeacht zijn leeftijd, inkomen of culturele achtergrond, moet zich hier welkom voelen', zegt Riedijk. 'Zowel hockeymeisjes die een boek komen lenen als een zwerver die de hele dag doorbrengt met een kop koffie en een krant.


Het is een bijzondere bibliotheek, met die uitnodigende trappartij, gelegen onder een stralend plafond, bekleed met duizenden zilveren bollen. Maar als publiek interieur is het geen unicum. Na het Museum aan de Stroom in Antwerpen en het vorig jaar geopende cultuurcentrum Rozet in Arnhem is dit het derde gebouw van Neutelings Riedijk waarin de verkeersruimte - vrij toegankelijk - de hoofdrol speelt. En ook andere architecten voegden binnenruimtes toe aan de stad, waar je zonder een kaartje of verplichte consumptie kunt neerstrijken. Denk aan de overdekte entreehoven van het Rijksmuseum, de foyer van het vernieuwde TivoliVredenburg in Utrecht of de bijna voltooide Markthal in Rotterdam.


De trend is opmerkelijk, nu een groeiend aantal publieke gebouwen de deuren sluit. Door de ontkerkelijking hebben duizenden godshuizen hun functie verloren; tegenwoordig vind je er kantoren, appartementen, of ze zijn gesloopt. De grote postkantoren zijn opgeheven; ze zijn niet meer nodig sinds we met elkaar communiceren via e-mail, Skype en Whatsapp. De gemeente Molenwaard nam een voorschot op de toekomst en doekte haar gemeentehuis op.


Wat betekent dit voor de stad? Het wordt duidelijk als je kijkt naar de beroemde kaart die de Italiaanse architect Giambattista Nolli in 1748 van Rome tekende. Op de plattegrond zijn bouwwerken zwart gekleurd, terwijl alle openbare ruimten wit zijn - niet alleen de straten en pleinen, maar ook de interieurs van kerken en overheidsgebouwen. De kaart toont aan dat het stedelijk leven niet stopt bij de rooilijn.


Sterker nog, juist op de grens tussen binnen en buiten, op het raakvlak tussen privé en openbaar, vind je de interessantste plekken. Het Pantheon, de Sint Pieter en de Spaanse trappen zijn niet alleen architectonische hoogtepunten, maar ook de 'huiskamers' van de stad. Het zijn de ruimten waar mensen buurten, handelen, feesten en demonstreren. Zo bezien moeten we publieke interieurs koesteren, bevechten. Want tegenover een project als het Eemhuis staat een veel grotere hoeveelheid ruimte die straks zwart gekleurd is op de kaart van Nolli.


Zoals stations. 'Een grote schande', vindt architect Riedijk de ov-poortjes die de NS bij de ingangen hebben geplaatst, zodat je er niet meer vrijblijvend doorheen kunt lopen. 'Het signaal is helder, we hebben met een privaat bedrijf te maken. De goed betalende eersteklasreiziger die een Starbucks-cappuccino kan betalen mag naar binnen, groepen studenten liever niet. De vraag is of we zo veel eerlijkheid moeten pikken van een maatschappelijk instituut.'


Het Eemhuis is niet alleen een poging de bibliotheek in de digitale eeuw vorm te geven, maar ook als kennisinstituut en sociaal knooppunt te presenteren. De opgeblazen trap is eveneens een oproep voor publieke ruimte. Er zijn opdrachtgevers die dat ook oppikken. Chemiebedrijf AkzoNobel presenteerde vorige maand zijn Human Cities Manifesto waarin gepleit wordt voor meer collectieve ruimte. Het nieuwe hoofdkantoor op de Amsterdamse Zuidas krijgt een openbare lobby, waar de kunstcollectie te zien zal zijn.


Sittard is al een publiek interieur rijker: de centrale hal van het nieuwe Rabobank-adviescentrum, ontworpen door Mecanoo. Met zijn grote vide, zwierige trappen en daklichten lijkt de bank wel wat op een bibliotheek. Je kunt er lunchen in het restaurant en zzp'ers vinden er gratis werkplekken. Dat is geen kwestie van filantropie; het motief om 'ontmoeting en verbinding te stimuleren' is zakelijk. Ontmoeting is immers een voorwaarde voor kennisuitwisseling, samenwerking en innovatie. En dat is weer goed voor de lokale economie - en dus voor de bank. Maar de grote winst, dat erkennen ook Rabobank-medewerkers, is natuurlijk die magnifieke ruimte.


Trap als ruggengraat


De trap in het Eemhuis is er een in een reeks. Cultuurhuis Rozet in Arnhem, bedrijfsverzamelgebouw De Burgemeester in Hoofddorp, de fietsenstalling bij Centraal Station Utrecht, het tijdelijke informatiecentrum op de Grote Markt in Groningen en het speeltuingebouw op het Rotterdamse Dakpark - bij al deze projecten staat een trappartij centraal, als ruggengraat van de publieke ruimte. De opmars van de trap laat zich op verschillende manieren verklaren. Allereerst speelt geld een rol. In een tijd van krappe budgetten is de trap bij uitstek een middel om van iets nuttigs - verschillende hoogteniveaus met elkaar verbinden - iets moois te maken. Bijkomend voordeel is dat de treden te gebruiken zijn als zitplek of tribune. Een prominent aanwezige trap zou bovendien de gezondheid bevorderen, omdat mensen minder geneigd zijn de lift te nemen.


Een centrale locatie, een duidelijke entree, goede koffie en wifi zijn de basis om mensen te lokken. Maar waarom trekt het ene publieke gebouw volle zalen en het andere niet? Architect Michiel Riedijk over het geheim van een goed publiek interieur.


Bundel de meters


'Het probleem van het publieke interieur is dat het meestal wordt beschouwd als loze ruimte. Formeel heeft het geen functie en daarom wil men er niet voor betalen. Dat is het treurige van bouwprogramma's die door managementbureaus worden opgesteld. Gelukkig zitten in elk plan onbestemde functies verstopt - gangen, overlopen, wanddikten. De truc is om die vierkante meters te bundelen in een grote verkeersruimte, in dit geval de trap die door de bibliotheek naar het bovengelegen Eemarchief loopt. Door deze ruimte vervolgens te monumentaliseren, ontstaat niet alleen architectonische meerwaarde, maar accentueren we ook het gemeenschappelijke.'


Wees herkenbaar


'Veel openbare gebouwen zijn veredelde kantoren. Ze hebben allemaal dezelfde systeemplafonds, tl-verlichting en modekleurtjes. Dat geeft verwarring; je weet niet in wat voor gebouw je bent. Wij zijn altijd op zoek naar vormen en materialen die een relatie met de functie en de plek aangaan en voor iedereen herkenbaar zijn.' Bij het Instituut voor Beeld en Geluid waren dat glazen gevelpanelen met afbeeldingen uit televisiescènes. De zilveren bollen van het Eemhuis verwijzen naar de Amersfoorste kei (de grote zwerfsteen aan de rand van het centrum, red.), al kun je er ook het schild van Sint Joris in zien, de beschermheilige van Amersfoort. De bollen zijn functioneel; alle sprinklers, verlichting en ventilatieroosters zijn erin weggewerkt.


Werk alles goed af


'Opdrachtgevers zijn erop beducht om jan en alleman in 'hun huis' te ontvangen. Er is een tendens om scholen en stations zo veel mogelijk hufterproof te maken. Het klinkt misschien pretentieus, maar wij geloven in de beschavende werking van een goed afgewerkt interieur. In het Eemhuis hebben we eikenhout gecombineerd met aluminium en beton. Het is robuust, maar ook liefdevol. Natuurlijk gaat er weleens iets kapot, maar dat kan nooit een argument zijn om een varkensstal te ontwerpen. We merken dat mensen het ongelooflijk waarderen als ze op een volwassen manier tegemoet worden getreden.'


Denk na over details


'Hoewel het gebouw aanleiding moet geven tot spontane ontmoetingen, moet je bij het ontwerpen verrassingen juist uitsluiten. De kwaliteit van het gebouw heeft te maken met het bewustzijn van die kwaliteiten van tevoren. Een open ruimte met wat banken, dat werkt niet. Je moet nadenken of een bank in de zon staat of niet, hoe het zit met tegenlicht en beeldschermen. De werking van licht en schaduw, een harde of zachte akoestiek - het is niet zichtbaar, maar je moet het allemaal vooraf orkestreren. Het enige dat we niet voorzien hadden met de bouw van het Eemhuis, is dat de kinderleeshoek met uitzicht op de Koppelpoort zo'n geliefde plek zou worden voor bruidsreportages.'


Hoe trek je volle zalen?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden