Open zenuwen in Duitsland

DE AFGELOPEN tien jaar hebben in Duitsland heftige intellectuele debatten gewoed. De laatste discussie, die nog amper is uitgewoed, ontstond toen Friedrich Merz, fractievoorzitter van de CDU/CSU, vorig najaar het begrip deutsche Leitkultur in de mond nam....

Ruim een jaar eerder werd de filosoof Peter Sloterdijk hetzelfde verweten, nadat hij in een lezing voor vakgenoten wees op de gevaren van genetische manipulatie. Eerder werden Martin Walser, Botho Strauss, Anselm Kiefer en Hans Magnus Enzensberger in een kwaad daglicht gesteld. Al deze affaires, uitgevochten in toonaangevende dag- en opiniebladen, tonen aan hoe gevoelig het nationaal-socialistische verleden nog altijd ligt. In de inleiding van de bundel Gegijzeld door het verleden - Controverses in Duitsland van de Historikerstreit tot het Sloterdijk-debat wordt zelfs gesproken van een 'open zenuw'.

Toch ligt niet alleen de Tweede Wereldoorlog ten grondslag aan de oververhitte debatten. Al voor die tijd kende Duitsland een intellectueel klimaat van scherpe tegenstellingen. Zo werd de historicus Karl Lamprecht aan het eind van de negentiende eeuw uitgemaakt voor staatsvijand, omdat hij pleitte voor sociale en culturele geschiedenis, wat toentertijd een nieuwe benadering was in de hoofdzakelijk politiek georiënteerde geschiedwetenschap. De term 'sociale geschiedenis' associeerde men indertijd direct met het socialisme, een politiek verdachte categorie.

De verklaring voor de felheid van de polemieken ligt volgens de samenstellers van de bundel, Patrick Dassen en Ton Nijhuis, in de traditie en positie van het negentiende-eeuwse Bildungsbürgertum, de academisch gevormde burgerij in Duitsland. Deze gegoede burgers waren weliswaar goed thuis in de filosofie, maar verkeerden zelden of nooit in politieke kringen. Daardoor hadden de discussies een hoog abstractieniveau, terwijl ze tegelijkertijd weinig pragmatisch en vaak uitgesproken onpolitiek van aard waren. In dergelijke discussies kon een principiële stellingname als belangrijker gelden dan praktische argumenten en realiteitszin.

Het is jammer dat Dassen en Nijhuis niet verder ingaan op dit punt, want deze verklaring, hoewel al langer gemeengoed in historische kringen, werpt een verhelderend licht op het huidige intellectuele klimaat in Duitsland. In de media worden de Duitse affaires meestal toegeschreven aan het strenge moralisme dat het gevolg zou zijn van het pijnlijke nationaal-socialistische verleden. Uit angst voor herhaling van de inktzwarte bladzijden uit de Duitse geschiedenis wordt elk idee dat ook maar in de verte herinnert aan of zou kunnen wijzen op fascisme, met extreme felheid afgewezen. Zoals de auteurs nog eens laten zien, kunnen deze affaires ook in het licht van een al sinds de negentiende eeuw bestaande debatcultuur gezien worden. In deze optiek zwengelde de Duitse catastrofe de gebruikelijke felheid van de intellectuele debatten vooral verder aan.

In de jaren zestig ontstond de eerste heftige controverse toen de interpretatie van de periode 1933-'45 ter discussie werd gesteld. Direct na de Tweede Wereldoorlog wilde men deze periode het liefst zien als een geïsoleerd 'bedrijfsongeval' van de Duitse staat, later zocht men ook naar historische continuïteiten. Volgens sommigen lagen de wortels van het nationaal-socialisme in de achttiende eeuw of nog eerder.

De consequentie van deze bredere kijk, die ook wel bekendstaat als de Sonderwegthese, was dat ook de politieke cultuur van het naoorlogse Duitsland verdacht was. Want wanneer de Duitse geschiedenis al ettelijke eeuwen terug een loop had genomen die nergens anders kon uitkomen dan bij het nationaal-socialisme, dan kon het bijna niet anders of ook de naoorlogse periode volgde nog steeds een verdachte koers. Een voortdurende staat van alertheid was daarom geboden, waarbij de nationaal-socialistische periode en vooral de holocaust als moreel ijkpunt dienden. Hoewel de Sonderwegthese niet onomstreden was, drukte zij een belangrijk stempel op de Duitse debatcultuur, omdat zij de moraliserende houding van politiek links kon schragen, aldus de auteurs.

Na de overzichtelijke en verhelderende inleiding volgen twaalf bijdragen over evenzovele affaires. Als eerste komt uiteraard de Historikerstreit aan de orde, de polemiek die in 1986 in gang werd gezet door de filosoof Jürgen Habermas en die in binnen- en buitenland veel stof deed opwaaien. Inzet was de vraag hoe uniek de holocaust was geweest. Kon zij vergeleken worden met de misdaden van Stalin, of hield een dergelijke vergelijking een ontoelaatbare relativering van de Duitse misdaden in?

Deze discussie, die ruim twee jaar duurde, staat aan het begin van een reeks debatten waarin linkse intellectuelen onder aanvoering van Jürgen Habermas en Günter Grass optreden als bewakers van de democratie. Na de val van de Muur in 1989 werd het thema van de vergelijking noodgedwongen weer opgenomen, toen de twee volkomen verschillende ideologische systemen van BRD en DDR naast elkaar kwamen te liggen en tot een leefbaar geheel gesmeed dienden te worden. Met de hereniging kon geen streep onder de geschiedenis worden gezet, integendeel, ze moest weer van voren af aan bewältigt worden. Niet voor niets zijn de debatten sinds de val van de Muur zo niet in heftigheid, dan toch zeker in aantal drastisch toegenomen.

Alles draait in die debatten - van discussies over de oorlogsmonumenten in Bonn en Berlijn tot polemieken in kunst en literatuur - om de Duitse identiteit. Een identiteit die opnieuw opgebouwd moet worden uit de brokstukken van een versplinterd verleden. Dat dat geen gemakkelijke taak is, blijkt wel uit de positie van zowel links als rechts, die steeds minder duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn en gaandeweg over elkaar heen zijn gaan schuiven. Zo denkt men inmiddels anders over de uniciteit van de holocaust. De nadruk op uitzonderlijkheid kan ook politiek en ideologisch worden misbruikt en een discussie over de zogenoemde holocaust-industrie is al losgebarsten.

Hoewel lang niet alle controversen van de afgelopen tien jaar aan de orde komen - daarvoor zijn het er ook te veel -, geeft Gegijzeld door het verleden een goed beeld van het heetgebakerde intellectuele klimaat in Duitsland. Vanuit een politiek-historische benadering worden vooral de posities van links en rechts en de geleidelijke verschuivingen van die posities voor het voetlicht gebracht. De bijdragen zijn afkomstig van auteurs die gepokt en gemazeld zijn op het gebied van de Duitse cultuur en geschiedenis en zijn bijzonder goed gedocumenteerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden