Open en bloot spioneren in het hart van de CIA

De Amerikaanse spion Aldrich Ames parkeerde zijn peperdure rode Jaguar elke dag ongegeneerd op het enorme parkeerterrein van de CIA, tussen de bescheiden Ford Escorts en Volkswagens....

OP 21 FEBRUARI vorig jaar stapte Aldrich H. Ames, Rick voor zijn vrouw en vrienden, in zijn geliefkoosde rode Jaguar XJ6. Hij startte de motor, stak een sigaret op en vertrok naar het hoofdkwartier van de Central Intelligence Agency (CIA). Bij een stil kruispunt, vlakbij zijn huis in een aangename buitenwijk van Washington DC, stopte de CIA-agent achter een auto die bleef staan.

Juist toen hij ongeduldig wilde claxonneren, stopten naast en achter hem auto's met zwaailichten. Twee jonge mannen liepen snel op de onthutste Ames af. Zij lieten hun identiteitspapieren zien: 'FBI. U bent gearresteerd.' Het leek een dialoog uit een B-film. Ames protesteerde: 'Dit moet een vergissing zijn. Er is een fout gemaakt.' 'Nee', antwoordde een van de agenten: 'U staat onder arrest op verdenking van spionage.' Ames: 'O, fuck'

De best betaalde spion aller tijden was eindelijk gepakt. Rick Ames, al 31 jaar werkzaam voor de CIA, was gedurende negen jaar de Russische mol in de Amerikaanse buitenlandse inlichtingendienst. Hij verried 36 Amerikaanse agenten in de Sovjet-Unie, van wie er elf tussen 1985 en 1992 zijn geëxecuteerd. Onder hen bevond zich generaal Dimitri F. Polyakov, hoofd van de militaire inlichtingendienst van het leger. Polyakov werd in 1988 voor een vuurpeloton gezet.

Ames, zoon van een CIA-spion, was zonder enige twijfel de nuttigste spion van de Sovjet-Unie en later Rusland bij de Amerikaanse inlichtingendienst. Hij was jarenlang werkzaam in het geheime hart van de CIA, het Directoraat voor Operaties. Daar was hij ook geruime tijd actief bij de contraspionage-afdeling, een afdeling waarvan hij zelfs chef werd.

Hij bevond zich in de positie om honderden geheime operaties van de CIA door te geven aan de Russen, die in Ames een goudmijn aan informatie hadden aangeboord. Meer nog dan zijn huis van een half miljoen dollar en zijn credit card-rekeningen van vaak meer dan dertigduizend dollar in de maand heeft de peperdure auto van Britse makelij tot de verbeelding gesproken van de schrijvers van vier boeken over de grootste spionagezaak in de geschiedenis van de CIA.

De rode Jaguar, zijn derde al, symboliseerde zijn overmoed en arrogantie en het onbetwiste feit dat zijn inlichtingen zo waardevol waren dat de Russen letterlijk zakken met geld voor hem beschikbaar hadden. Op het moment van zijn aanhouding had hij 2,7 miljoen dollar van hen ontvangen en was hem naast een datsja nog eens 1,9 miljoen dollar toegezegd.

Hij parkeerde de Jaguar elke dag ongegeneerd op het enorme parkeerterrein van de CIA in het bosrijke Langley tussen de bescheiden Ford Escorts, VW's en Chevrolets Cavalier van zijn collega's. Het leek alsof hij zich onaantastbaar waande. Dat was ook lang het geval, want niemand verbaasde zich over het vertoon van rijkdom van een functionaris met een gewoon ambtenarensalaris van vijftigduizend dollar.

Ames dacht dat zijn werkgevers nooit in staat zouden zijn hem op te sporen. Hij was er zeker van dat zijn verklaring dat het geld afkomstig was uit een erfenis van zijn vrouw Maria del Rosario Casas uit het Colombiaanse Bogota geslikt werd. Immers, al die jaren had niemand argwaan gekoesterd. Niemand had aan de bel getrokken toen hij zijn nieuwe huis met contant geld kocht. Niemand verbaasde zich over zijn auto van veertigduizend dollar en de dure hersteloperaties aan zijn gebit.

'Deze hele zaak heeft definitief een eind gemaakt aan het beeld van de CIA als een geheime manipulator van wereldgebeurtenissen. De CIA van de jaren tachtig en negentig is een vermoeide bureaucratie, die leeft in het verleden, oogkleppen op heeft en grote feilen vertoont', constateert David Wise aan het slot van zijn boek Nightmover, de codenaam van het FBI-onderzoek naar de spion in de CIA.

Samen met Betrayal van Tim Weiner, David Johnston en Neil Lewis, drie journalisten van The New York Times, is Nightmover het werk dat zich in gunstig opzicht onderscheidt van de reeks boeken die over Ames zijn verschenen. In totaal zijn er deze zomer vier op de markt gekomen. Behalve Nigtmover en Betrayal zijn dat Sell Out van James Adams, bureauchef van The Sunday Times, en Killer Spy van Peter Maas, auteur van Serpico. Adams was het eerst op de markt en dat is aan het gebrek aan diepgang en context te merken. Maas concentreerde zich op de rol van de FBI bij de opsporing van Ames en hoewel informatief is dat toch maar één aspect van het verhaal.

HET MEEST COMPLETE beeld geven Wise en het trio van The New York Times. Zij tonen opnieuw aan hoe lezenswaardig en spannend harde nieuwsjournalistiek is. Hun onderzoeken - puur vakwerk - en conclusies zijn voor de CIA vernietigend. De Amerikaanse buitenlandse inlichtingendienst is door geheime operaties in Midden- en Latijns Amerika vaak in opspraak geraakt, maar niets is erger dan te worden afgeschilderd als een stelletje clowns, als de Keystone Cops.

De fouten, die in de twee boeken gedetailleerd worden aangegeven, zijn ontelbaar, maar de belangrijkste verklaring voor het feit dat Ames zo lang en zo brutaal zijn gang kon gaan, moet worden gezocht in de cultuur van het Directoraat voor Operaties. Dat is een club in een club, waarvan de leden na een initiatie-periode elkaar blind de hand boven het hoofd houden. Om met Wise te spreken: 'Spionnen die er niet voor terugschrikken om de bankafschriften van een minister van een bevriend NAVO-land na te pluizen of de cheques van een sjeik te controleren, deinzen terug voor het onderzoeken van de financiën van hun collega's.'

Het directoraat was met zesduizend spionnen het centrum van de geheime operaties. De medewerkers van de afdeling, vaak afkomstig van de beste universiteiten, leefden in een wereld van geheime codes, veilige huizen, onbeperkte hoeveelheden geld en aparte wetten.

NA GESCHIEDENIS te hebben gestudeerd aan de George Washington Universiteit kan Ames tot de clandestiene arm van de CIA doordringen, omdat hij de zoon is van Charleton Ames, een docent en CIA-agent in Birma. In Nightmover en Betrayal wordt het leven van de jonge spion beschreven als een aaneenschakeling van teleurstellingen en alcoholische braspartijen. Zijn chef in het Turkse Ankara beschrijft hem als lui en alleen geschikt voor een baan ver achter het front van de Koude Oorlog.

Terug in Washington wordt hij op verschillende posten geplaatst. Hij leidt een onopvallend leven. Hij maakt vrienden, die in hem een briljante en vloeiend Russisch sprekende expert gaan zien, maar ook vijanden, die hem beschouwen als een dronken lor. Hij ontwikkelt al vroeg een voorkeur voor lange, alcoholische lunches. Partijtjes lopen vaak uit de hand en eenmaal wordt hij dronken en copulerend met een secretaresse in zijn kantoor in Langley aangetroffen.

Via New York, waar hij vijf jaar lang tracht Russische VN-diplomaten te recruteren als CIA-spion en zich verdienstelijk maakt bij de opvang van de overgelopen Arkady Sjevtsjenko, komt hij terecht in Mexico City. Zijn huwelijk was kapot gegaan. Zijn verblijf in Mexico kenmerkt zich ook door langdurige drankgelagen en slechte rapporten. In Mexico ontmoet hij voor het eerst Maria del Rosario Casas Dupuy, een telg uit een familie met een netwerk aan relaties in Colombia.

CIA-agenten in het buitenland leiden een goed leven, maar moeten bij terugkeer in de Verenigde Staten het doen met een gewoon ambtenarensalaris. Ames neemt Rosario mee terug uit Mexico en vestigt zich in Reston, een voorstadje van Washington DC. Hij wil van zijn tweede huwelijk beslist een succes maken. Al snel krijgt hij grote financiële problemen, omdat hij ver boven zijn stand leeft.

Geldnood, geldzucht en het vooruitzicht dat hij de rest van zijn leven moet doorbrengen als een middelmatige CIA-agent zonder veel vooruitzichten, deprimeren hem in hoge mate. In 1985 neemt hij, gefrustreerd en miskend, het drastische besluit zijn geldzorgen door een eenmalige transactie met de Russen op te lossen. In het Washingtonse receptiecircuit had hij al kennis gemaakt met de KGB-spionnen en het is dus niet moeilijk contact te leggen.

In april van dat jaar maakt hij een afspraak met Dimitri Tsjuvakhin, eerste secretaris van de Russische ambassade en KGB-spion, in een restaurant in Georgetown. Tsjuvakhin, komt uiteraard niet opdagen uit vrees voor een val. Ames doet dan een verbijsterende zet. Hij pakt zijn tas met geheime documenten en loopt van het restaurant naar de Sovjet-ambassade en geeft een dikke envelop af op naam van Stanislav Adrosov, het hoofd van de KGB in Amerika. Nog nooit is een verrader zo openlijk en brutaal te werk gegaan; zijn gang naar de Sovjet-ambassade wordt routinematig geregistreerd door de FBI.

Er gaan echter geen alarmbellen rinkelen, en dat is de rode draad in de zaak-Ames. Het duurt ruim een maand voordat de KGB tot de conclusie komt dat Ames geen val heeft uitgezet en dat zijn informatie authentiek is. Vanaf dat moment gaat Ames aan het werk. Spioneren voor de Russen wordt zijn hoofdtaak. Hij voelt zich eindelijk gewaardeerd: 'Ik was lid van het A-team van de KGB.'

Vrijwel dagelijks neemt hij tassen vol documenten mee uit het CIA-hoofdkwartier. In het begin kopieert hij nog wel eens wat, maar dat is hem te veel moeite en daarom steekt hij de originele stukken in zijn tassen. Hij overspoelt de KGB met informatie over inlichtingennetwerken, procedures, codes, afluisterpraktijken, personen en ook over militair materieel. Er zijn momenten dat de KGB hem vraagt het rustiger aan te doen, omdat zij de informatie niet kan verwerken.

Het 'gedoe' met documenten wordt gestaakt als de KGB-agenten in Washington een personal computer hebben aangeschaft en zich Wordperfect hebben eigen gemaakt. Ames kan vanaf dat moment informatie wegschrijven op floppy-diskettes, die hij wekelijks doorgeeft aan de KGB, die voor hem een communicatiesysteem heeft opgezet. Het informatie- èn geldverkeer loopt via lege rioolbuizen en brievenbussen in Washington en banken in Zürich, Rome en Bogota.

Geld is Ames' belangrijkste drijfveer. Na de eerste stap realiseert hij zich dat hij kan worden verraden en ontmaskerd. Volgens Wise en de New York Times-journalisten is angst voor ontdekking het tweede motief om zoveel mogelijk informatie over Amerikaanse agenten in de Sovjet-Unie door te spelen. In 1985 en 1986 verliest de CIA meer dan twintig agenten in de communistische partij, het leger en de militaire inlichtingendienst.

Wederom gaan er geen alarmbellen rinkelen in Langley. 'Alles wees erop dat iemand de organisatie was binnengedrongen, maar voor de CIA is dat een ramp met zulke apocalyptische afmetingen dat de top daar niet aan wilde denken', aldus Wise. In Betrayal wordt er ook op gewezen dat de CIA in die jaren verwikkeld raakte in het Iran/Contra-schandaal en dat de aandacht van de top totaal was afgeleid door verwikkelingen in Latijns Amerika.

De enige die reageert, is Gus Hathaway, een voorganger van Ames als chef van de contraspionage. Zijn reactie is echter te bureaucratisch, want hij stelt om van de zaak af te zijn een werkgroep samen, die moet onderzoeken of er een verband bestaat tussen de mysterieuze verdwijningen van de agenten in de Sovjet-Unie. Hoofd van die werkgroep wordt de 63-jarige Jeanne Vertefeuille, een kleine, grijsharige vrouw, die met de CIA getrouwd is en als agente ook nog enige tijd in Den Haag heeft gewerkt.

Wise beschrijft gedetailleerd hoe Vertefeuille in de daarop volgend acht jaar door uiterst geduldig speurwerk Ames uiteindelijk ontmaskert. Al die jaren houdt het Directoraat voor Operaties de ontmanteling van het netwerk in de Sovjet-Unie geheim voor de opeenvolgende CIA-directeuren Casey, Webster en Gates en de presidenten Reagan en Bush. 'Zij konden niet geloven dat er een spion was. Het moest liggen aan een technisch mankement of aan het lot', aldus het New York Times-trio.

Pas eind 1991 komt Ames te staan op een interne lijst van mogelijke mollen, maar de verdenking verdwijnt als hij twee proeven met een leugendetector doorstaat. Achteraf is gebleken dat er verkeerde vragen waren gesteld. 'Meneer Ames hebt u geldzorgen?' Nee, antwoordde Ames naar waarheid, want hij bulkte van het KGB-geld.

VOLGENS WISE, Weiner, Johnston en Lewis heeft de zaak-Ames een einde gemaakt aan de CIA, zoals die heeft bestaan van de Tweede Wereldoorlog tot het einde van de Koude Oorlog. President Clinton en het Congres hebben aangedrongen op ingrijpende hervormingen, die al voor een deel zijn doorgevoerd. Een van de grote veranderingen is dat de FBI voor het eerst concrete bevoegdheden heeft gekregen op het terrein van contraspionage.

De ontmaskering van Ames was een grote overwinning voor de FBI, die decennia lang een bureaucratische strijd met de CIA heeft gevoerd over de vraag wie verantwoordelijk is voor de contraspionage. De CIA is op dat punt onder curatele van de FBI gesteld en heeft ook op andere terreinen concessies aan het 'Bureau' moeten doen, die vóór de zaak-Ames ondenkbaar waren.

De CIA (twintigduizend medewerkers, een budget van 23 miljard dollar) is op dit moment een gedemoraliseerde organisatie op zoek naar een rol, bijvoorbeeld op het terrein van economische spionage. Ames zit in een zwaar bewaakte gevangenis in Allentown, Pennsylvania; zijn vrouw is in ruil voor zijn volledige bekentenis veroordeeld tot slechts vijf jaar. Hun zoontje Paul, nu zes, is bij haar ouders in Bogota. Ames hoopt door middel van een spionnenruil nog eens vrij te komen, hetgeen een illusie is, want de Koude Oorlog is voorbij. Via CNN heeft hij Moskou zelfs gesmeekt een dergelijke ruil te organiseren.

Of Ames werkelijk alles heeft verteld, is echter de vraag. Het trio van The New York Times constateert terecht dat de volle omvang van zijn verraad nooit bekend zal worden, ook niet bij de CIA. Daar leeft nog steeds het idee dat hij een groot geheim bewaart. 'De CIA zal de waarheid nooit achterhalen en zal daarom nooit meer vrij zijn', concluderen zij.

David Wise: Nightmover.

HarperCollins, import Nilsson & Lamm; ¿ 49,25.

ISBN 0 06 017198 7.

Tim Weiner, David Johnston & Neil Lewis: Betrayal - The Story of Aldrich Ames, an American Spy.

Random House, import Nilsson & Lamm; ¿ 49,25.

ISBN 0 679 44050 X.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden