Opboksen tegen vrijwilligers

Valt er in de organisatie van sport nog wat te verdienen? De HvA publiceerde een boek om inspiratie op te doen.

De tijd dat er in de sport geen droog brood viel te verdienen is allang voorbij, vrijetijds- en wedstrijdsport genereren in Nederland bijna 10 miljard euro omzet per jaar. Die groeimarkt biedt kansen, maar soms blijken traditionele waarden nieuwe ontwikkelingen in de weg te staan.


'Het vrijwilligerskarakter zit diep, net als het idee dat je niet aan sport mag verdienen', zegt Jan Janssens, lector Sportbusiness Development aan de Hogeschool van Amsterdam. Bij het tienjarig bestaan van de opleiding Sportmanagement & Ondernemen bracht hij samen met collega-docenten en studenten het boek Ondernemen in de sport uit. 'Een bloemlezing van ondernemersverhalen uit een jong vakgebied', noemt Janssens de rondgang langs 32 pioniers in de Nederlandse sport-economie.


Het ontbreken van serieuze Nederlandse literatuur op dit terrein was de aanzet voor het uitgeven van het boek. 'Janssens: Onze studenten hoeven niet allemaal ondernemer te worden, maar ze moeten wel worden aangemoedigd om ondernemend te zijn. Ondernemerschap in de sport is vrij nieuw, dat maakt het interessant om er meer over te weten te komen. Tweeëndertig ondernemers zijn er niet zo heel veel, daarom ben ik voorzichtig met het trekken van conclusies.'


Als sport nu zoveel geld genereert, ligt het dan niet voor de hand dat het automatisch veel mensen aantrekt die er letterlijk brood in zien?

Janssens: 'Dat zal een rol spelen, maar belangrijker volgens mij is dat sport als maatschappelijk verschijnsel steeds belangrijker is geworden. De popularisering van sport, de groei van sportdeelname, het aantal organisaties in de sport, de zendtijd voor sport en de plaats van de sport in de gedrukte media: alles is gegroeid. In de slipstream zijn er steeds meer mogelijkheden gekomen om ondernemend bezig te zijn.


'Sport is van origine een vrijwilligersdomein, waar economische principes nauwelijks een rol spelen. Ik geloof niet dat de vercommercialisering van de sport het ondernemerschap heeft aangemoedigd. In dit boek kom je eigenlijk geen ondernemers tegen die zijn gegrepen door de commerciële kansen. Integendeel, ze zijn het vak ingerold omdat ze sportgek waren. Dat geldt ook voor de echt commerciële jongens van nu.'


En zijn uitgegroeid tot geslaagde ondernemers.

'Als je voor dit vak kiest, is ondernemerszin een absolute voorwaarde om te slagen. Deze wereld is zoveel commerciëler en zakelijker geworden. En er liggen kansen. We hebben geen top-100 willen samenstellen, maar gezocht naar een variatie in ondernemerschap.


'Er zijn echte winnaars naar voren gekomen, zoals Eric Wilborts, de oud-tennisser, met zijn bedrijf HealthCity, Frank van Wezel van Hi-Tec, die inmiddels een plaats in de Quote-500 bezet en Philip Hennemann van Infostrada Sports. Je kunt op bescheiden Nederlandse schaal gewoon rijk worden in de handel met sport. Maar wat we vooral hebben willen blootleggen, waren de eigenaardigheden van het ondernemen in de sport.'


Laat ondernemen in de sport zich niet vergelijken met ondernemen in andere branches?

'In grote lijnen is er sprake van overeenkomsten, maar je ziet ook dingen die afwijkend zijn. Dat heeft vooral te maken met de ontwikkeling die in sport gaande is. De sportwereld is in veel opzichten nog traditioneel. Amateurisme als ideaal is bij het sporten zelf geleidelijk verdwenen, maar in de organisatie is het nog steeds aanwezig.


'Bij een aantal interviews zie je dat duidelijk terugkomen, met name bij die ondernemers die de sportbeoefening organiseren of aanbieden. Een commerciële fitness- en outdoor-ondernemer concurreert in feite met een vereniging met vrijwilligers en heeft daardoor moeite om tarieven te hanteren die het mogelijk maken met betaalde en gekwalificeerde krachten te werken.'


'Eén van de ondernemers zegt dat we het heel normaal vinden dat we een mbo-er naar geldend tarief betalen om een computer na te kijken, maar dat minder geaccepteerd is dat we een hbo-er die sportactiviteiten organiseert ook betalen voor zijn vakmanschap. Je ziet dat outdoor-ondernemers voor sommige functies hbo-ers willen aannemen, maar genoegen nemen met goedkopere mbo-ers. Dat is een vreemde paradox: we vinden sport allemaal belangrijk, maar we vinden ook dat het zo goedkoop mogelijk georganiseerd moet worden.'


Wat is uw totaalbeeld ?

'Bewondering en verwondering. Bewondering voor het ondernemerschap en verwondering omdat er soms naïviteit naar boven kwam. We kwamen bij mensen die echt geen typische ondernemers waren, oud-gymnastiekleraren die als ondernemer door schade en schande wijs zijn geworden. Meer doeners dan denkers, die in hun beginperiode de fouten konden maken die nu zouden worden afgestraft. Ze zijn zelf de eersten om dat te erkennen. Wie vergeet te calculeren zal niet overleven.'


Wat biedt de bloemlezing de studenten?

'Ik hoop inspiratie. In al die verhalen zitten aspecten van het ondernemerschap die het waard zijn om verder uit te diepen. Of het nu gaat over financiering, franchising, personeelsbeleid, al die zaken komen op de één of andere manier terug. 'Ondernemers beginnen omdat ze iets willen creëren. Van niets iets maken. Affiniteit met sport hebben ze allemaal, ik denk dat die affiniteit ertoe leidt dat ze zaken goed kunnen inschatten en ze kansen kunnen onderkennen wat waarschijnlijk niet het geval zou zijn als die band er niet is.'


Ondernemen in de sport.

Een uitgave van Chionis, 's Hertogenbosch. ISBN 978-90-819028-0-9. Prijs 34,95 euro.


Eric Wilborts (Health City)

'Ik was 24 jaar en had al mijn spaargeld in een tennishal in Roermond gestoken. Het was ontzettend hard werken, maar dat maakte mij niets uit. Toen ik wegging had ik een prachtig geoutilleerd sportcentrum met een omzet van 5,5 miljoen euro en meer dan een miljoen winst. Een keer per jaar reisde ik naar Amerika om ideeën op te doen. De concurrentie is daar zo hevig dat je voortdurend met nieuwe ideeën moet komen om te overleven. Die inspiratie heeft geleid tot de oprichting van Health City met meer dan tweehonderd vestigingen in binnen- en buitenland. Inmiddels bezitten we ook nog vijftig golfbanen in Frankrijk.'


Frank van Wezel (Hi-Tec)

'Ik had gehoord dat squashschoenen uit Taiwan kwamen omdat ze daar het goedkoopst waren. Ik werkte in de kunstmest, heb tien dagen vakantie opgenomen en ben naar Taiwan gegaan. Ik ben gaan rondreizen en op de vierde dag kwam ik een Chinese fabrikant tegen die me aansprak, maar die me ook snel vroeg hoeveel ik wilde bestellen. Een container bevatte tienduizend paar. Ik zag het probleem niet en zei 'akkoord'. Bij een buurman die bankier was, heb ik een krediet van 31 duizend euro geregeld en twee zoons van andere buren traden bij me in dienst als magazijnbediende. Als entrepeneur moet je risico's durven nemen.'


Henk Bergsma (Brunotti)

'Zeilen was mijn grote passie. Bij het WK Laser in Sardinië kregen wij van de organisatie een shirt met daarop het logo van het evenement. Ik zag daar handel in en ben bij de WK in Medemblik begonnen vanuit mijn tentje op de camping. Ik had tweehonderd shirtjes laten maken met het logo van dat WK. Ik was ze zo kwijt. Uiteindelijk nam die handel een enorme vlucht. Merchandising was toen een term waarvan nog niemand had gehoord. Toen ik klaar was met mijn rechtenstudie had ik een bedrijf met tien miljoen gulden omzet. Hoewel ik tussendoor ook een faillissement heb gehad, bedraagt onze jaaromzet nu 40 miljoen euro.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden