Opboksen tegen de consumptiecultuur

Antilliaanse moeders vertonen een dubbelzinnige houding ten op zichte van crimineel gedrag van hun zonen, stelt antropologe Marion van San in een proefschrift....

PETER GIESEN

door Peter Giesen

Ursula Clemencia (woont met twee kinderen in Nederland): 'Kinderen opvoeden is hier moeilijker dan op Curaçao. In Nederland worden kinderen mondig gemaakt. Wij vinden dat al gauw brutaal. Het is iets wat wij vroeger niet kenden. Een kind dat tegen zijn moeder zegt: bekijk het maar! Dat kun je toch niet tolereren? Maar aan de andere kant wil je ook weer niet al te streng zijn.'

Maritza Wernet (één kind): 'Nederlanders hebben het er zelf ook moeilijk mee, ook de Nederlanders uit de hogere klassen. Een kind moet zich kunnen ontplooien, maar in hoeverre kun je het vrij laten? Waar liggen de grenzen? Aan welke regels moet een kind zich houden?'

Jeanette Lo-A-Njoe (drie kinderen): 'Op Curaçao spreken kinderen de meester of juffrouw met ''u'' aan, of met meneer of mevrouw. Toen ik naar Nederland kwam, vond ik het heel moeilijk te accepteren hoe het er hier aan toe gaat.'

Maritza Wernet: 'Je ziet hier kinderen met wapens lopen, er wordt openlijk drugs gebruikt en in de etalages liggen allemaal seksspullen.'

De Antilliaanse vrouwen zijn bij elkaar gekomen op het kantoor van de stichting M.A.M.A., in een parkeergarage van een hoogbouwflat in de Bijlmer. De stichting houdt zich bezig met de begeleiding van alleenstaande Antilliaanse moeders. Die moeders werden onlangs bekritiseerd in Stelen en steken, delinquent gedrag van Curaçaose jongeren in Nederland, van antropologe Marion van San. Volgens Van San vertonen zij een dubbelzinnige houding ten opzichte van crimineel gedrag van hun zonen. Ze keuren het af, maar hebben er ook begrip voor.

Stelen wordt nogal eens goedgepraat met een verwijzing naar de achterstandspositie waarin veel Antillianen verkeren, stelt Van San. Sommige moeders zouden tasjesroof zelfs afdoen als 'kattenkwaad'. Ook voor steken hebben veel moeders begrip, zegt Van San. In de cultuur van de lagere klassen op Curaçao is geweld een aanvaardbaar, soms zelfs noodzakelijk antwoord op belediging. De eer, van de jongen zelf en zijn familie, moet hoog gehouden worden. Wie daarin gekwetst wordt, moet 'genoegdoening' eisen, anders is hij geen echte man.

Deze conclusies zijn hard aangekomen in de Antilliaanse gemeenschap. Naar schatting 70 procent van de Antilliaanse gezinnen in Nederland bestaat uit een alleenstaande moeder met kinderen. In moeilijke omstandigheden, vaak met een laag inkomen, proberen zij hun kinderen op het rechte pad te houden, zo stellen zij. De kritiek van Van San - moeders zijn zelf een deel van het probleem - ervaren zij dan ook als een dolkstoot in de rug.

Ursula Clemencia: 'Ik was helemaal verbouwereerd toen ik het las. Van San schrijft dat messen bij de Antilliaanse cultuur horen. Dat heb ik nog nooit zo meegemaakt. Mijn vader liep echt niet met een mes rond. Incidenten worden uit hun context gerukt en gegeneraliseerd. Volgens mij is het schromelijk overdreven.'

Maritza Wernet: 'Ik ken geen moeder die blij is dat dat haar kind gaat stelen. Ik kan me nog wel voorstellen dat jongens agressief worden uit onmacht, en omdat ze vaak niet zo goed zijn met woorden.'

Ooit was Curaçao een florerend eiland. Voor de Tweede Wereldoorlog bouwde oliemaatschappij Shell er de grootste raffinaderij ter wereld. Uit de wijde omtrek werden arbeiders aangetrokken. Na 1950 bood de raffinaderij steeds minder werk, doordat de productie in toenemende mate werd geautomatiseerd. In 1985 verkocht Shell het bedrijf voor 1 gulden aan de Antilliaanse overheid. Nu werken er nog 1700 mensen, tegenover 12 duizend in 1948. Omdat er nooit voldoende vervangende werkgelegenheid werd gevonden, zit Curaçao al decennia in het slop. Aan het einde van de jaren 80 leefde 20 procent van de huishoudens van een uitkering en bedroeg de jeugdwerkloosheid meer dan 50 procent.

Veel Curaçaoënaars aan de onderkant van de samenleving, die het hardst door de crisis werd getroffen, weken uit naar Nederland, dat meer kansen biedt en in elk geval een behoorlijk sociaal vangnet heeft. Vaak zijn zij laag geschoold en spreken ze slecht Nederlands, omdat ze in het Papiaments zijn opgevoed. De grootste probleemgroep bestaat uit jongeren die reeds op Curaçao ontspoorden en nu hun geluk in Nederland beproeven.

De criminaliteit onder jonge Antillianen is hoog. Volgens het ministerie van Binnenlandse Zaken komen 17 van elke 1000 Nederlandse jongeren met de politie in aanraking. Voor Antilliaanse jongeren ligt dit cijfer op 70, voor Marokkaanse op 72. Bovendien, blijkt uit onderzoek, maken Antilliaanse jongens zich vaker schuldig aan geweldsdelicten.

Volgens sommige onderzoekers wordt de criminaliteit van Antilliaanse jongens bevorderd doordat zij veelal opgroeien in een eenoudergezin. Bij gebrek aan vaderlijk gezag zouden moeders niet altijd in staat zijn hun kinderen in toom te houden, ook al omdat zij er altijd alleen voor staan. Anderen, onder wie ook Marion van San, bestrijden deze visie. Het alleenstaand moederschap heeft een lange traditie en veel Surinaamse en Antilliaanse eenoudergezinnen functioneren uitstekend. De relatief hoge misdaadcijfers zouden veel meer een gevolg zijn van andere factoren, zoals armoede en maatschappelijke achterstand.

Ursula Clemencia: 'Het alleenstaand moederschap is een deel van ons zijn, van onze cultuur. Dat functioneert al eeuwen prima.'

Maritza Wernet: 'Op Curaçao kwamen altijd al veel mensen van buiten. Mijn vader kwam van Aruba, maar op een gegeven moment wilde hij weer terug. In Nederland blijven mensen vaak bij elkaar voor de kinderen. Maar je kunt je kind beter alleen opvoeden dan met een man met wie je een slechte relatie hebt, of die aan je kind friemelt.'

Ursula Clemencia: 'Natuurlijk willen wij ook best een relatie, maar die moet dan wel volwaardig zijn. Met een pronkstuk op de bank schiet je niets op. Het is wel zo dat je op de Antillen meer hulp hebt. Een moeder, grootmoeder, zus of schoonzus die bijspringen.'

M ARITZA Wernet: 'Op de Antillen heb je meer steun van andere familieleden. Hier is het zo individualistisch. Ikke, ikke, en de rest kan stikke.'

Dulce Juliana (drie kinderen): 'Veel Antillianen zijn hier ook veranderd. Ze vragen bijvoorbeeld geld voor kinderopvang. Dat zou je op Curaçao nooit doen.'

Aña Manuela (één kind): 'Soms heb je wel geluk. Ik heb een Antilliaanse buurvrouw van 80 die op mijn dochter past. En mijn dochter gaat daar vaak slapen. Dan hoeft oma niet alleen te zijn, zegt ze dan.'

Maritza Wernet: 'Wij zijn heel goed in staat onze kinderen alleen op te voeden. Dat is onze kracht en onze trots. Maar we moeten het hoofd bieden aan een maatschappij die steeds complexer wordt. Het is moeilijk om alles te combineren. Je moet werken om geld te verdienen, maar voor kinderopvang bestaat een wachtlijst van anderhalf jaar. In de hoogbouw van de Bijlmer voel je jezelf al niet veilig, laat staan dat je je kinderen er kunt laten spelen of alleen naar school kunt laten gaan.'

Aña Manuela: 'Je hebt je werk, de kinderen moeten naar sport en muziekles, op school verwachten ze dat je ook nog meedoet als leesmoeder. Je raakt echt gestresst van de maatschappij hier.'

Het ergst is misschien nog de druk van het materialisme, die juist in gezinnen met een laag inkomen zo sterk wordt gevoeld. Volgens Marion van San neemt de behoefte aan statussymbolen toe, naarmate jongeren er zwakker voor staan. 'De Curaçaose jongens proberen hun status op straat hoog te houden, waarschijnlijk omdat dit de enige plek is waar ze status kunnen verwerven. Thuis heeft de moeder het immers voor het zeggen, hoe oud ze ook zijn. Op school zijn ze vaak drop-outs en een baan ligt niet direct voor het oprapen. Via statussymbolen trachten de jongens het prestige te verwerven dat zij op andere terreinen moeten missen. Australian-trainingspakken, Energy-broeken en Nike-sportschoenen horen daar vanzelfsprekend bij', schrijft Van San. In de sociale geschiedenis van Curaçao nemen schoenen een bijzondere plaats in, omdat slaven doorgaans geen schoenen droegen. Later hadden veel Antillianen eenvoudige sandalen die hun lage plaats in de sociale rangorde aangaven. Daarom zijn Nike's ook 'hét symbool van rijkdom', aldus Van San.

De antropologe gelooft echter ook dat moeders de zucht naar statussymbolen stimuleren. Zij kleden hun zonen graag stoer en modieus aan, ze houden van merkkleding, gouden tanden en gouden kettingen, ook omdat het prestige van de zoon op de moeder afstraalt, aldus Van San.

De vrouwen van de stichting M.A.M.A. kennen dit verschijnsel, maar het geldt lang niet voor alle moeders, zeggen ze. Velen proberen hun kinderen juist bij te brengen dat merkkleding niet zo belangrijk is, maar moeten altijd maar opboksen tegen de consumptiecultuur.

Ursula Clemencia: 'Kinderen worden een bepaalde richting opgeduwd. Om erbij te horen willen ze zo veel mogelijk spullen hebben. Wij hebben altijd geleerd dat je tevreden moet zijn met wat je hebt. Je moest schoon en hygiënisch zijn. Dat was belangrijk.'

Maritza Wernet: 'Als onze schoenen kapot waren, werden die gerepareerd. Een bloes weggooien, dat was ondenkbaar, die werd versteld. Kinderen worden beïnvloed door die vrije, blije maatschappij. Als moeder ben je constant aan het zeuren, in de ogen van de kinderen.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden