Opa’s inboedel voor een Ikea-publiek

STOFFIG? HET VEILINGHUIS IS ER HEUS NIET ALLEEN VOOR VIJFTIGERS EN VERZAMELAARS. DOOR MERLIJN SCHOONENBOOM..

MERLIJN SCHOONENBOOM

Een jongeman in V-halstrui stormt de achterkamer van het Haagse veilinghuis Van Stockum’s binnen. De kamer is klein, romantisch afgebladderd. De jongeman zweet, monstert een tafel vol oude zwaarden, degens en pistolen en rent dan de trap op, waar Chinese vazen in vitrines staan uitgestald.

Volleerd commandeert hij de zaalwachten op deze laatste kijkdag van militaria, aziatica en speelgoed: dít wil hij zien. En dát. Wie hij is? Headhunter, rond de dertig, ‘alleen anoniem in de krant’. Sinds zijn twaalfde is hij verzamelaar van Chinees porselein, ‘vooral de vroege zeventiende eeuw’. En dan stokt hij. Zijn ogen verstarren, hij beent naar de andere kant van de kamer, naar een stapel kartonnen dozen en pakt uit een van die dozen een schaaltje: ‘80 Euro? Wordt zéker 250. Argusogen hè.’

Vijftien minuten later, de zaalwachten willen al gaan afsluiten, gebeurt het pas echt. Een Japans zwaard ligt op een tafeltje tussen de vazen. Genoteerd als 19de eeuw, richtprijs 500 euro. De headhunter kijkt, kijkt nog eens, en zegt tegen de zaalwacht: ‘Het leer moet van het handvat.’ Met een hamer en beitel wordt het losgewrikt tussen het porselein op de tafel.

Dit, zegt de verzamelaar, zou wel eens de sleeper kunnen zijn. Wat niemand zag, de schone slaapster, verborgen onder een berg oude spullen, en hij vindt haar. Misschien. Het zwaard is niet 19de eeuw, denkt hij, maar 14de eeuw. En dan kom je in de categorie zwaarden die een ton waard kunnen zijn. Jawel, die vondsten bestaan nog. Sterker nog: daarom is hij hier.

Ze zijn vooral bekend van ‘Recordopbrengsten in New York’ of: ‘Van Gogh voor 80 miljoen’. Behalve de twee marktleiders Sotheby’s en Christie’s zijn er in Nederland nog vijftig veilinghuizen bij de Federatie TMV geregistreerd. En die richten zich allerminst op de oude en nieuwe rijken.

Van Stockum’s was wellicht begin 19de eeuw chic, maar nu zitten vazen soms gewoon in dozen. Het relatief jonge Glerum in Amsterdam staat dan wel aan de top van de kleine veilinghuizen, maar op de galerij boven de veilingzaal staat toch gewoon heel huiselijk een keukentje naast de doeken.

‘Gok eens wat de gemiddelde prijs is bij ons?’, zegt Peter Trommelen, directeur van veilinghuis De Eland - De Zon - Loth en Gijselman in Diemen. 500 Euro? ‘Nee, 122. En dan is die oldtimer van 80 duizend euro ook meegerekend. Kun je nagaan hoeveel klein spul er bij zit.’

Het is een wereld van veelal bescheiden objecten, waar het gaat om, zoals een bezoeker opmerkt: ‘Hebben, hebben, hebben, en je hoeft je vinger maar op te steken en het is er.’

Een oudere Haagse heer buigt zich bij Van Stockum’s over de tafel vol zwaarden, voelt aan uniformen van ooit statige Hollandse hoogwaardigheidsbekleders. Hij raakte geïnteresseerd in militariaveilingen omdat hij ‘oorlog wil begrijpen’, en wijst op een tropenhelm uit het Afrika-korps (richtprijs 200 euro): ‘Bedenk dat die echt gebruikt is.’

Waarom spullen naar een veiling worden gebracht? Death, divorce of disaster, algemeen bekend als ‘de drie d’s’, waarbij de laatste ook wel voor het concretere debt wordt ingeruild. Het is pas sinds kort dat er een vierde – positieve – ‘d’ bij is gekomen, passend bij de tijd. Decoration: mensen stoten hun complete inboedel af, omdat ze een nieuw interieur willen aanschaffen.

Het merendeel van het aanbod komt echter nog steeds uit inboedels van overleden bejaarden, al dan niet vermogend: antieke meubelen, 19de eeuwse kunst, juwelen, vazen. De specialisaties komen van verzamelaars – de bezeten veilingbezoekers – zoals de militaria bij Van Stockum’s.

De concurrentie is groot. Nederland heeft na Engeland de hoogste veilingdichtheid van Europa, toch is er veel minder te koop. De vijver waarin wordt gevist is krap, aldus veilingmeester Peter Trommelen.

Maar hij wil niet klagen. Trommelen (‘dertig jaar in het vak’) heeft zelfs voor Prins Bernard geveild, en vroeger, toen De Eland nog aan de Elandsgracht in Amsterdam zat, was het ‘pure romantiek’. Op de nieuwe locatie in Diemen hebben ze het grootste veilingoppervlak van het land. De Eland veilt álles: gemiddeld 20duizend lots per jaar. Speciale thema’s zijn er niet, pretenties evenmin: alles staat door elkaar. Antieke meubelen, schilderijen, soms auto’s, juwelen en de wonderlijke voorwerpen die onder de noemer curiosa worden geschaard.

Hij geeft de mensen niet alleen ‘een beetje luxe, maar ook vermaak’. ‘Mensen komen óók voor de veiling als cabaret, de spanning van het bieden. Ik trap graag keet. Het verhoogt de spanning in de zaal.’

Met dank ook aan Jan Pieter Glerum, oud-directeur van Sotheby’s, nog steeds de archetypische veilingmeester, de man met de scheiding die in de jaren negentig het programma Eenmaal andermaal presenteerde. De Dutch windmill, werd hij in Engeland genoemd, of de Holländische Von Karajan in Duitsland, om zijn theatrale manier van veilen. ‘Talloze zolders zijn leeggehaald en oma’s schatten geplunderd in de hoop op het grote geld’, schrijft Glerum in zijn Veilingboekje (2000) over de antiek- en veiling-rage, in het kielzog van Tussen kunst en kitsch.

Maar toch. ‘In het woordenboek staat onder veiling: in de veiling nemen, in de maling nemen’, schampert Trommelen. En dat niet alleen, zegt Talita Teves, de 27-jarige mede-directeur van veilinghuis Glerum: ‘Men vindt het ook stoffig.’

De kleinere veilinghuizen in Nederland zijn naarstig op zoek naar aansluiting bij de veranderende markt. Internet, daar geloven de veilingmeesters van Glerum, Van Stockum’s en De Eland in. Niet dat eBay en marktplaats.nl concurrenten zijn: vanuit die hoek komt zelfs aanwas, omdat mensen een echte veiling willen bijwonen. De veilingmeesters ontwikkelen websites met de catalogus van de veiling erop, zodat de koper er ruim vóór de kijkdagen al een blik op kan werpen. Bij Glerum kan ook worden geboden via internet.

Het heeft allemaal te maken met de noodzaak particulieren het veilinghuis in te krijgen, zeggen Trommelen en Teves. Naast de bezeten verzamelaar zien ze ook graag het koppel komen dat een stilleventje voor boven de bank zoekt. Die incidentele koper kwam al vaker het laatste decennium, maar zoals De Eland vorig jaar onderzocht: het zijn vooral mannen, oudere mannen, van gemiddeld 51. En dat moet anders. ‘We proberen thema’s te verzinnen’, zegt Teves. Zoals rond een collectie van een Duitse prinses. ‘Verhalen en geschiedenis geeft een object allure.’

Glerum organiseert – in navolging van Sotheby’s – lounges voorafgaand aan veilingen van hedendaagse kunst. Die veilingen vinden altijd plaats op zondag, een ideale dag voor de koopgrage veertigers: ‘Eerst de kinderen naar hockey, dan naar de veiling.’

En De Eland heeft een ‘Ikea-concept’ ontwikkeld; een totaalconcept, inclusief restaurant, avondveilingen, avondkijkdagen. En er zijn cursussen: een basiscursus Antiek, een vervolgcursus Schilderkunst.

Uiteindelijk moet de nieuwe koper de nieuwe inbrenger worden. Continuïteit, daar gaat het om. Talita Teves: ‘Als ze jong zijn, komen ze bij ons voor een zeefdruk van Corneille. Na hun veertigste verzamelen ze 19de eeuw. Later stappen ze over naar de oude meesters. En als ze overlijden of kleiner gaan wonen, komen de spullen weer naar ons.’

En hoe zit dat met die spectaculaire vondsten? Teves gelooft er niet zo in. ‘Een werk brengt op wat de markt er voor geeft. En als wij iets over het hoofd zien, doen wij ons werk niet goed.’

De jonge headhunter ziet dat anders. ‘Soms moeten drie man álles taxeren, dan worden er wel eens foutjes gemaakt.’

Zijn gelijk acht hij bewezen tijdens de veiling van militaria, aziatica en speelgoed bij Van Stockum’s. Het zaaltje zit vol: vooral oudere mannen, een enkele Haagse dame. Het gaat er neutraal aan toe: geen uitschieters, geen grote emoties. De jonge headhunter wacht geduldig. Als het Japanse zwaard komt, steekt hij rustig zijn bordje op. 500 Geboden, 550.., en dan stopt het. Hij heeft ’m.

‘Ik ben érg gelukkig. Dit gebeurt zelden’, fluistert hij na afloop op de gang. Het is moeilijker geworden de afgelopen jaren. Internet heeft ook een keerzijde: ‘De grote verzamelaars overal ter wereld kunnen nu zien wat er ergens in de provincie op de veiling komt. Ze stappen gewoon in het vliegtuig, of hebben een mannetje lopen.’

Hij heeft zijn sleeper, ‘hoogstwaarschijnlijk een laat 14de-eeuws zwaard’. Waarde: ‘tussen de tien- en twintigduizend euro’. Eerst volgt restauratie, en dan wordt ie tentoongesteld op kantoor.

Dus: tevreden? Ach, relativeert hij: ‘Bezit van de zaak is het einde van de zaak.’ Als een verzamelaar heeft wat hij wilde, begint het verlangen gewoon opnieuw.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden