Op zompig gras krijgt Kosovo erkenning

Kosovo, sinds 2008 los van Servië, speelt na een lange lobby op een woensdag in Mitrovica zijn eerste officiële voetbalinterland. De fans blijven zingen en Shkodran Metaj van FC Emmen hoopt dat hij mag invallen.

woensdagmiddag 5 maart, mitrovica

De gaten in het wegdek rond het stadion zijn gevuld met regenwater. Op de vuilnisbelt, even verderop, dolen zwerfhonden. Verslaggevers ontvangen hun accreditatie vanuit de kofferbak van de perschef. Dan, opeens, is er opwinding: politiemotoren met zwaailichten in aantocht, met daarachter de spelersbus van Kosovo.


De inwoners van de kandidaat-lidstaat van de Europese Unie, sinds 2008 losgeweekt van Servië, willen erkenning. En die krijgen ze vandaag. Want ook al is het duel tegen Haïti maar een oefenwedstrijd, het is er wel eentje onder de vlag van de FIFA. Een eerste stap. Als het nationale elftal van Gibraltar EK-kwalificatieduels mag spelen, waarom zij dan niet?


Om maar zo veel mogelijk de politieke lading weg te halen, heeft de FIFA nationale uitingen verboden: géén vlaggen, géén volkslied. Maar in het ovale Olympisch Stadion in Mitrovica, met in de verte de benevelde bergen van Noord-Kosovo, is de stem van het volk niet te snoeren. De Kosovaren blijven zingen, op deze historische dag. Zó hard dat het in het Servische gedeelte van de stad, voorbij de rivier, te horen is.


Aan de rand van het veld bonkt het hart van een geblokte jongen. Het is het Kosovaarse hart van Shkodran Metaj, linksback van eerstedivisieclub FC Emmen.


dinsdagmorgen 18 februari, emmen

'Meen je dit of is het een geintje?'


In de trainerskamer van FC Emmen weet trainer Joop Gall even niet wat hij moet zeggen. Voor hem op tafel ligt een uitdraai van de uitnodiging die de Kosovaarse voetbalbond Shkodran Metaj (26) heeft gestuurd. Gall is verbaasd. Hij weet niet zo goed hoe het zit, met Kosovo en de status van het land, maar dan ziet hij het stralende gezicht van zijn linksback en zegt: 'Nou ja, gefeliciteerd dan maar, hè. Een international bij Emmen, het moet niet gekker worden.'


Al heel vaak heeft Shkodran Metaj aan trainers en medespelers moeten uitleggen wat de geschiedenis van Kosovo is. Dat valt niet mee, want het ís ook ingewikkeld, zegt hij. Dus houdt hij het zo simpel mogelijk en vertelt hij dat er al eeuwenlang ruzie is rond Kosovo. Dat de Albanezen in Kosovo onafhankelijkheid willen, terwijl het volgens de Serviërs historisch gezien bij hen hoort. Dat na het uiteenvallen van Joegoslavië de strijd om het gebied in alle hevigheid uitbarstte. En dat toen eenmaal duidelijk werd dat de Servische president Milosevic bezig was om Kosovo etnisch te zuiveren, de NAVO besloot in te grijpen en met luchtaanvallen begon.


In 2008 riep Kosovo de onafhankelijkheid uit, maar het wordt niet door elke lidstaat van de Verenigde Naties erkend, omdat dat een precedent zou scheppen voor landen die zelf met separatistische groepen te maken hebben. Zolang volledige erkenning uitblijft, kan de FIFA ook niet besluiten om Kosovo officieel mee te laten doen aan EK- of WK-voorrondes.


'En dat is hoe het zit', zegt Metaj dan. Maar meestal zijn z'n collega's dan al lang de draad kwijt.


woensdagmiddag 5 maart, mitrovica

De spelers van Kosovo zijn zo opgewonden dat de aftrap misgaat. Dan klinkt opnieuw het fluitsignaal en heeft de jarenlange lobby van Kosovo om een officiële FIFA-wedstrijd te mogen spelen z'n beslag gehad. Natúúrlijk is deze wedstrijd doordrenkt met politieke symboliek; álles in de Balkan is politiek, zeker hier in Mitrovica, waar de spanning tussen de Kosovo-Albanezen en Serviërs voelbaar is. De brug over de rivier Ibar die beide gemeenschappen met elkaar verbindt is gebarricadeerd met puin. Taxichauffeurs die willen oversteken moeten omrijden en hun nummerbord verwisselen. Anders kan er zomaar een steen door de ruit vliegen.


Ter voorbereiding op de wedstrijd hebben de spelers van Kosovo het graf van oud-president Ibrahim Rugova bezocht. En bij de laatste training kwam plotseling de premier het veld oplopen. 'Ja, het gaat er hier anders aan toe dan in Nederland hoor', zegt Shkodran Metaj. Wat hij al een beetje zag aankomen, is helaas uitgekomen. In de dug-out hoopt hij vurig op een invalbeurt. Zijn vader op de tribune ook.


zaterdagmiddag 22 februari, hoogezand

'Als kind onderga je dingen gewoon', zegt Metaj aan de keukentafel, terwijl in de huiskamer zijn dochter Elivah zich met speelgoed vermaakt. Even daarvoor heeft hij met horten en stoten zijn levensverhaal verteld.


Metaj is 5 jaar oud als zijn vader besluit te vluchten. Kosovo behoort als autonome provincie dan nog tot Servië en hij weigert met het Servische leger tegen Bosnië te vechten. Ze gaan met de bus naar Duitsland. Als ze daar aankomen, is de neef die hen zou komen ophalen nergens te bekennen.


De familie reist verder naar Nederland, waar ook familie woont, in Arnhem. Daar krijgen ze na een tijdje een verblijfsvergunning en belanden ze in een rijtjeshuis in het Groningse dorp Froombosch. 'Ik was de enige in het dorp die niet Jan, Klaas of Piet heette', vertelt Metaj. 'Ik dacht dat ik de enige allochtoon in Nederland was.'


Voetbal is zijn houvast. Hij blijkt zo goed dat hij als D-junior al met de B1 mag meedoen en in het vizier van FC Groningen komt. 'Alleen had ik geen idee wat FC Groningen was. Ik kende alleen Ajax.'


Al snel volgen uitnodigingen voor Nederlandse jeugdelftallen. Met het oranje om zijn schouders voelt hij zich geen vreemde meer. Op 2 september 2007 volgt de kroon op het werk: debuteren voor FC Groningen in een volle Euroborg tegen Ajax.


Een jaar later roept Kosovo de onafhankelijkheid uit. Tegen zijn Servische ploeggenoot in Groningen, Goran Lovre, zegt hij: 'Vanaf nu zijn we geen broeders meer, maar buren.' Lovre kan er wel om lachen. Het was de enige politiek getinte opmerking die Metaj ooit tegen hem zou maken. 'Serviërs denken anders over Kosovo dan wij. Maar we waren teamgenoten en moesten samenwerken. Zolang we dat deden, was er niets aan de hand.'


woensdagmiddag, mitrovica

'Kos-o-va, Kos-o-va', schreeuwen de achttienduizend mensen in het stadion, dat is vernoemd naar vrijheidsstrijder Adem Jashari. Wie geen kaartje heeft, kijkt in het centrum van de stad, waar een groot tv-scherm hangt. Met hartstocht zoekt Kosovo het vijandelijke doel op, keer op keer weer. Maar op een zompige grasmat wil de met modder besmeurde bal maar niet langs de doelman van Haïti, die zo'n beetje is weggezakt in de bagger. Op de bank zit Shkodran Metaj zich te verbijten. Hij wil de eer van zijn land verdedigen, maar daar denkt de bondscoach vooralsnog anders over. Ruststand: 0-0.


zaterdagmiddag, hoogezand

Wat voelt hij zich? Het is hem al zo vaak gevraagd. In Kosovo liggen zijn roots, in Nederland groeide hij op en met Albanië voelt hij zich verwant. Hart, hoofd en bloed. Shkodran Metaj haalt zijn schouders op. 'Ik weet het niet.' Hij heeft een Nederlandse vriendin, twee Nederlandse dochters, maar met zijn ouders spreekt hij Albanees. 'Mijn vriendin voelt zich dan weleens buitengesloten, maar met mijn ouders Nederlands spreken zou heel raar zijn.'


Tijdens de oorlog werd hij geregeld door zijn ouders gevraagd mee te kijken naar het Journaal, om alles te vertalen. Zodoende weet hij veel over de recente geschiedenis van zijn land, en de onrust bij zijn ouders of hun familie nog wel in leven was.


De oorlog liet zijn sporen na. Zijn vader werkte bij een accubedrijf, maar moest steeds vaker verstek laten gaan, omdat hij pijn in zijn borst had. Hij is uiteindelijk afgekeurd, op grond van hardnekkige klachten.


Waar hijzelf in Nederland is geworteld, zouden zijn ouders het liefst teruggaan naar Kosovo. Sinds 1999 gaan ze er elk jaar heen. Shkodran kan zich nog goed die eerste keer herinneren. In een volgestouwde stationcar, met spullen voor de uit hun platgebrande huizen verdreven familieleden, deden ze er 24 uur over. Zijn familie verbleef in tentenkampen. De beelden die hij zo vaak op televisie had gezien, waren opeens levensecht. 'Waar zijn hier de daken op de huizen?', vroeg hij zich af.


Jaar na jaar zag hij hoe het land, met behulp van de internationale gemeenschap, werd opgebouwd. Maar ook hoe de corruptie welig tierde: autodiefstal, vrouwenhandel, burgemeesters die hun zakken vullen. Metaj heeft geleerd er als een Kosovaar naar te kijken: die dingen gebeuren nu eenmaal.


Naar dat land gaan zijn ouders het liefst terug. Maar ze doen het niet. Ze kunnen hun zoon en dochter niet missen. En hun kleinkinderen al helemaal niet. Zo zitten ze gevangen in hun eigen geschiedenis.


woensdagavond, mitrovica

Het schemert al en op de sintelbaan van het stadion staat Shkodran Metaj te bibberen van de kou. 'Er kwam alleen koud water uit de douche in de kleedkamer', zegt hij klappertandend. Niet gespeeld nee, zelfs geen minuutje, en ja, hij baalt er flink van. 'Jouw tijd komt nog wel, zei de bondscoach. Daar hou ik me maar aan vast.'


Toch is hij Kosovaar genoeg om trots te zijn. Ook al is de wedstrijd geëindigd in 0-0, het was een bijzondere dag. Zijn smetteloze witte shirt heeft hij aan zijn vader gegeven; het krijgt ongetwijfeld een ereplaats in Hoogezand.


Ooit een officiële kwalificatiewedstrijd spelen met Kosovo, die droom blijft overeind. 'En dan het liefst in een poule met Nederland', lacht Metaj. Dan moet hij weg, de bus in, snel naar het hotel. Daar hebben ze ongetwijfeld wel warm water.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.