Op zoek naar ongerijmdheden ESCHER VOORTDUREND ZELF AAN HET WOORD IN BIOGRAFIE

STELT U zich eens voor, een tramhuisje, een fabriek, een kerk of woningen met driehoekige vensters en vijfhoekige wanden en vloeren, dat kan toch geen chaotische en lelijke wereld zijn?...

Maurits Cornelis Escher, voor de een 'de Pythagoras van deze eeuw', voor anderen 'een grootmeester der grafiek', hield niet van rechthoekigheid. De rechthoek en het parallellepipedum, zei Escher, moeten uit onze samenleving worden verbannen, 'want de kubus is maar één van de vijf regelmatige lichamen die we kennen en de andere vier zijn net zo goed toonbeelden van allerhoogste orde en ritme'.

Dat wisten Albrecht Dürer en Leonardo da Vinci al. 'Wat een prachtige bouwwerken zouden onze architecten niet kunnen uitvoeren', gelooft Escher, 'als ze eindelijk eens minder gehoorzaam aan de zwaartekracht konden wezen'

Bij regenachtig weer, aldus zoon George in de Escher-biografie van Wim Hazeu, besteedde zijn vader veel tijd en energie aan doolhoven en ballenbanen. Ze werden steeds ingenieuzer. Met alles wat hij kon vinden, maakte hij zig-zag-tunnels. Hij ontwierp de meest fantastische bouwsels, met steeds hetzelfde grondprincipe: een zware harde bal liet hij vanaf een hoog punt zijn weg naar de vloer zoeken.

Hazeu, biograaf van Gerrit Achterberg en J.J. Slauerhoff, én werkend aan een Simon Vestdijk-biografie, schreef aan de hand van de nagelaten brieven en van de dagboeken van vader en zoon Escher het levensverhaal van 'Mauk' Escher. Hij kon beschikken over honderden veelal nog ongepubliceerde brieven, over Eschers agenda's en de door hem minutieus bijgehouden reisdagboeken.

In het boek is Escher voortdurend aan het woord. Hij noemde zichzelf 'een brievenmaniak' die 'zijn vrienden met lange brieven moest overtuigen', zoals ook blijkt uit de herdruk van Leven en werk van M.C. Escher van J.L. Lochers.

In zijn reisdagboeken wemelt het van de details: wat een overnachting of een maaltijd kostte en wat de koers van de lire was, maar ook welke kunstwerken tijdens zijn reis op hem indruk hadden gemaakt. In zijn agenda, waarin hij sinds 1951 al zijn invallen en waarnemingen noteerde, staat ergens: 'Vul niet uw leegte, maar ledig uw volte.' Het was een van Eschers lijfspreuken. Zijn biograaf Hazeu loopt in zijn voetspoor: zijn boek is een 'volle' bloemlezing uit de brieven, geschriften en dagboeknotities van Escher.

Het verhaal van Hazeu, dat af en toe door feitenmateriaal en politieke petites histoires 'de kleur' van de tijdgeest weerspiegelt, is het relaas van het kunstenaarschap van Escher, een wordingsgeschiedenis van zijn oeuvre. 'Mauk' was tegen de wil van zijn ouders graficus geworden. In zijn dagboek schreef vader Escher in september 1919: 'Hem gewezen op de moeilijkheid om in de kunst voldoende te verdienen en een gezin te onderhouden, doch, indien hij het toch wilde, er ons niet tegen verzet.'

'Mauk' Escher stierf op 27 maart 1972. De houtblokken van zijn prenten werden doorboord en daardoor onbruikbaar gemaakt. Zijn 'ringslangen' of 'knopen' waren toen al buitengewoon populaire motieven; ze werden op posters en T-shirts gereproduceerd. Escher was beroemd en zijn werk werd over de hele wereld getoond. Zijn invloed op 'de nieuwe generatie' werd in Rolling Stone vergeleken met die van de boeken van Herman Hesse en met de wonderbaarlijke architecturen en ideeën van Buckminster Fuller.

In zijn agenda echter noteerde Escher in januari 1971: 'Ik verkoop soms wel plaatjes, maar nooit praatjes.'

Escher, schrijft Hazeu, 'probeerde het onbegrijpelijke te begrijpen, het uitdijend heelal naar zich toe te halen of erin op te gaan'. De hem omringende wereld was te benepen. Achtervolgd door zijn grijze jeugd en vervelende schooljaren in Arnhem, 'de Arnhemse hel', maar later ook door de ziekte van zijn vrouw Jetta, vluchtte Escher in de onbegrensde fantasiewereld van zijn etsen en litho's.

Hij betrad de wereld van Alice's Adventures in Wonderland, van de absurde logica van Lewis Carroll. Al aan het begin van het boek maakt Alice een val door een konijnenhol waar geen eind aan schijnt te komen. Wonderland, het land waar speelkaarten en schaakstukken personages zijn, was voor Escher een inspirerende droom: uit het platte vlak ontstaan mensen en dieren, en grenzen verdwijnen. Zowel Carroll als Escher hield van schaken en van spelelementen in hun werk, de schrijver van woordspelingen en de graficus van misleiding. Hun werk werd later met name door fysici (bij Escher ook kristallografen) en mathematici bewonderd.

Met zijn 'wentelteefje' schaarde hij zich tussen de fantasiewezens van Carroll. Uit 'onbevredigdheid over het in de natuur ontbreken van wielvormige levende schepselen', die zich rollend kunnen voortbewegen, ontwierp Escher de Pedalternorotandomovens centroculatus articulosus, wat in de volksmond 'rolpens' of 'wentelteefje' heet. Hij liet het beestje los in een labyrint, een trappenhuis. Op de prent Trappenhuis is er een boven en een beneden; bijna de gehele bovenhelft van de prent is het spiegelbeeld van de onderhelft. Zoiets fascineerde Escher mateloos.

Hij was, getuigt zijn pleitbezorger en voormalig conservator Ebbinge Wubben in Hazeu's biografie, een 'problematicus'. Escher was veel meer een beoefenaar en onderzoeker van mathematische en stereometrische problemen dan kunstenaar. 'Het oplossen van het gestelde probleem prevaleerde boven de vormgeving van deze oplossing.'

Escher was een verslaafd reiziger, op zoek naar 'innerlijke beelden', naar mental ideas, 'datgene in de kunst dat door Da Vinci una cosa mentale was genoemd'. Hij was op zoek naar onmogelijke figuren, architecturen en ongerijmdheden. Hazeu citeert de bekende criticus Jos de Gruyter: 'Vóór alles moet men hem zien als onderzoeker van een terra incognita van nieuwe motieven, waarbij de voorstelling of de vorm niet het waargenomene, maar het gedachte en verbeelde is.' Escher was de 'experimentator bij uitstek'. De Gruyter dichtte hem een 'schier maniakale onderzoekingslust' toe. En met wat hij vond, puzzelde hij.

Bij een stalletje in Rome, waar hij jaren heeft gewoond, had Escher voor weinig geld enkele etsen van Piranesi gekocht. Ze kregen een ereplaats in zijn atelier. Zijn carceri (kerkers) met oneindige ruimten, bruggen en katrollen, zegt Hazeu, 'kunnen (of moeten) Escher geïnspireerd hebben'. Naar eigen zeggen was hij, wat de architectuur betreft, sterk beïnvloed door Zuid-Italiaanse bouwwerken, door de puzzelstukken van de carceri. 'O.a. ben ik verzot op 'broodjes-' (kadetjes-)overkoepelingen en platte, wit gekalkte daken en gepleisterde muren.' Vele van zijn prenten herinneren aan die Italiaanse architectuur.

In de winter van 1936-1937 - 'de ommekeer' - maakte Escher zijn eerste oefeningen in, zoals hij dat later noemde, 'de regelmatige vlakverdeling'. Hij puzzelde met dierenvormen, herhaalde motieven en kopieerde de mozaïeken van het Alhambra. Hij was geïnteresseerd in 'metamorphosen', veranderingen en kringlopen van een motief. Een oosters mannetje gaat over in een kubusmotief, dat zich weer ontwikkelt in de muren van huizen en eindigt in een stadje aan zee. De 'vondst' van een motief, schreef Escher, 'dat zich volgens een bepaald systeem rythmisch herhaalt en als zoodanig gehoorzaamt aan onwrikbare wetten, was en is telkens weer een groote vreugde; zij geeft de gewaarwording van te naderen tot iets dat oeroud en eeuwig is'. Die regelmatige vlakverdeling noemde hij de rijkste bron van inspiratie die hij ooit had aangeboord.

Maar die herhaling, die Wiederkehr des Immergleichen, de ene keer vogeltjes, dan weer platwormen of vissen, was misschien ook 'het drama' Escher: te veel, te vaak, te saai, te stug. In 1976 schreef het 'cultureel opinieblad' Hollands Diep dat Eschers werk vooral bestond uit 'breinbrekers, puzzles voor gevorderden'. Zijn prenten waren hooguit aardig voor op een stropdas.

'Diep ging dat oordeel niet', meent Hazeu. 'Ook het melkmeisje van Vermeer doet het aardig op een koektrommel, maar wat zegt dat over de artistieke waarde van het werk van de schilder?' Een goede prent was volgens Escher een prent die weerklank vond bij het grote publiek, 'dat van 'wiskundige inversie' nooit iets zal begrijpen'.

Op de eerste pagina van zijn uiteenzetting Regelmatige vlakverdeling staat de tekenaar afgebeeld, in de bolle spiegel, en op het boekblad prijkt het credo van Escher: 'Een graficus heeft in zijn wezen iets van een troubadour.' Telkenmale herhaalt hij zijn lied, volledig in elke afdruk die hij maakt. 'Hoe meer men er van hem vraagt, hoe liever het hem is.'

Paul Depondt

Wim Hazeu: M.C. Escher - Een biografie.

Meulenhoff; 560 pagina's; * 75,-.

ISBN 90 290 5477 8.

J.L. Locher (redactie): Leven en werk van M.C. Escher.

Meulenhoff; 350 pagina's; * 59,90.

ISBN 90 290 1869 0.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.