Op zoek naar Kampala's armste inwoner

Het armoedeplan van de Ugandese president Museveni oogst alom lof. In de sloppenwijken neemt de bedrijvigheid zichtbaar toe. Maar het beleid bereikt niet iedereen....

Speuren naar de armste inwoner van Kampala.

Misschien woont hij of zij in Kivulu, sloppenwijk in de hoofdstad van het land dat onder president Yoweri Museveni een van Afrika's sociaal-economische succesnummers werd. Een succes met beperkingen: Uganda is nog altijd een van de armere landen in de wereld.

Van beide - groei en gebrek - is Kivulu een illustratie. Onmiskenbaar zijn de lenteknoppen van verandering. Maar met zijn open riolen, houten en lemen hutten en opeenhoping van mensen heeft dit stadsdeel nog steeds alles wat een sloppenwijk tot sloppenwijk maakt.

De president oogst lof van donorlanden, IMF en Wereldbank. Hij combineert liberalisering van de economie met programma's voor de armen, alfabetisering en aidsbestrijding. Terwijl de economie jarenlang met gemiddeld 6 procent groeide, daalde het aantal Ugandezen in absolute armoede van 53 procent in 1993 tot 35 procent in 2000. Sindsdien zet de daling zich voort.

Maar sijpelt het beleid door naar helemaal onderaan de samenleving? Wat merken de armsten van de armen van Museveni's gelauwerde actieplan voor armoedebestrijding?

Toch wel iets, zegt de 24-jarige Barnabas. Als gekozen lid van de wijkraad en medewerker van Action for Slum Health and Development is hij ongetwijfeld niet de meest behoeftige inwoner. In zekere zin hoort hij tot Kivulu's maatschappelijke elite. Wel heeft hij als zodanig zicht op de problemen: ziektes, gebrek aan schoon water, corruptie, werkloosheid.

'De ledigheid maakt het leven er niet beter op', zegt Barnabas tijdens een armoede-excursie door zijn wijk. 'Er wordt veel gedronken. Doordat de mensen ook nog eens boven op elkaar leven, zijn er veel vechtpartijen. De bars gaan om 10 uur 's ochtends open, veel mensen hebben de hele dag niks anders te doen dan drinken, kletsen en kaarten. Jongeren gebruiken drugs, vooral als ze niet naar school gaan. Heroïne, lijm snuiven, marihuana.'

Lichtbeeld 1 bij het relaas van Barnabas.

Een paar matineuze drinkers op het terras van het armzalige, naamloze café van Jovia, een alleenstaande moeder die elke avond een vol huis heeft terwijl haar twee dochters liggen te slapen in de ene woonkamer achter de bar. De mannen drinken vreugdeloos Uganda Waragi, 40 procent, het drankje voor de armen.

Lichtbeeld 2. Een meisje dat op een kleverige, uitdagende manier om ons heen blijft drentelen. Dof haar, troebele ogen, slechte huid: zo stoned als een garnaal. 'Let op je tas', fluistert een hulpvaardige omstander, 'ze wil je geld.'

Maar drie kwartier later lijkt het wel of de junk toch ook gewoon een aardige meid is, met tranen in haar gele ogen als ze vertelt over de vader van haar kind, die stierf aan een overdosis brown sugar, en over haar eigen vader, die niet terugkeerde uit het rebellenleger van Museveni. Nu woont Aidi met dochter en moeder op een plek waar poepen en eten koken pal naast elkaar gebeuren. 'Dus er is cholera, mijn moeder is ziek', zegt ze.

De armste inwoner van Kampala, deze treurige jonge vrouw? Nee: haar dochtertje gaat naar school. Museveni's campagne tegen ongeletterdheid ten spijt, is het in Uganda nog niet vanzelfsprekend dat alle kinderen de basisschool bezoeken. Het aantal kinderen dat lager onderwijs volgt, steeg van 2,7 miljoen in 1996 tot 7,2 miljoen vorig jaar: 85 procent van alle kinderen.

Volgende kanshebbers. Gloria en Fatuma, 18 en 17 jaar oud. Verveeld zitten ze naast elkaar in hun woning, een pijpelaatje van anderhalf bij vijf meter. Achter een gordijn ligt een vieze matras, het bed van broer Robert (28). De zussen leggen 's nachts voor zichzelf een extra matras neer. True colors van Cyndi Lauper schalt keihard door het kamertje. 'We houden van wilde muziek', zegt Gloria. Dat is maar goed ook, want het hitgeluid komt door gaten in de muur bij de buren vandaan.

Veel meer dan naar de radio van de buren luisteren hebben de meiden niet te doen. Werk vinden is moeilijk, de middelbare school verlieten ze rond hun vijftiende. Af en toe gaan ze naar vrienden in de stad, soms naar de bioscoop op de hoek, de Desert Video Club, een donker hol met een tv-toestel waar men voor 200 shilling in het Luganda nagesynchroniseerde Chinese knokfilms kan zien. Elke avond volle bak.

Maar ook Gloria en Fatuma bevinden zich niet helemaal onderaan de maatschappelijke ladder. Ze hebben onderwijs genoten en sinds hun ouders terugkeerden naar Masaha, het geboortedorp, zorgt hun broer als dagloner voor inkomsten. Op de vraag of er de laatste jaren verbeteringen waren, zegt Gloria: ja, er is meer werk, Robert brengt meer geld in.

De toenemende economische activiteit in Kampala verandert het aanzien van Kivulu. Barnabas wijst op de gebouwen van baksteen die her en der verrijzen, in plaats van de bouwvallen. Opmerkelijk is de kleinschalige bedrijvigheid overal in de wijk. Onder de overkapping van Makerere New Market, een door de overheid geplaatste markthal, staan vrouwen brood te bakken en te verkopen. Er wordt geroerd in kolossale bakken rijst. Er zijn eethuisjes en piepkleine hotels.

Het zijn kleine waarnemingen die bij elkaar het beeld maken van een wijk die opkrabbelt. Een popgroepje aan het oefenen in een kerk. Een nieuwe particuliere middelbare school, die op het punt staat haar deuren te openen. 'Er is wat gaande in de buurt', zegt de jonge activist.

Zomaar op straat, op de hoek bij de kerk van Zevendedagsadventisten, zit een vrouw op een klapstoel; zij wordt door een meisje gekapt terwijl een jongen haar nagels vijlt. Verder kuiert een jongeman met zes damestasjes aan zijn arm - voor de verkoop.

Dergelijke tafereeltjes lijken in Kimwanyi, een andere sloppenwijk van Kampala, vrijwel niet voor te komen. De allesoverheersende indruk hier is: vies. Ongelooflijk vies. Zelden of nooit zo'n vervuilde sloppenwijk gezien.

Terwijl open riolen elders als een probleem worden gezien, een bron van ziekten, gelden ze in Kimwanyi als vooruitgang: beter dit dan helemáál geen afvoer. Langs vrijwel alle paden, tussen de schamele behuizing, zijn daarom geulen gegraven. Het merendeel is verstopt met rommel, plastic vooral. Waswater, stront, urine en organisch afval hopen zich riekend op.

'Elke zaterdag betalen we iemand om het schoon te maken', zegt Sempebwa Moses, secretaris van de wijkraad. 'Maar ogenblikkelijk wordt er weer van alles ingegooid.' Geld voor een meer duurzame oplossing is er niet.

En dan, op twee meter van zo'n open riool, is ze daar opeens. Een oudere vrouw in een behuizing die qua armzaligheid alle andere hutten in Kimwanyi verslaat. Meer kier dan plank, met daarin hopen onbestemde rotzooi. Als een serene kloek zit ze te midden van elf klaterende kinderen, een jongetje met een blauwe jurkje in haar stevige oma-armen geklemd.

Nakijoba Benna, 63 jaar, heeft zich ontfermd over de weeskinderen, vier maanden tot negen jaar, van wie een haar eigen kleinkind is. Al jaren worden wezen bij haar afgeleverd. Ook in Uganda eist aids zijn tol, maar dat woord wordt hier niet uitgesproken.

Nakijoba is, op dit bestaansniveau, niet bereikbaar voor programma's van armoedebestrijding. Wel merkt ze dat het voedsel duurder wordt. Voor betaalde arbeid mag ze gerust niet-bemiddelbaar heten. In het levensonderhoud van haar elftal voorziet ze door een zak voedsel te kopen en door te verkopen tot ze quitte speelt. De rest is voor de kindermonden. Andere boodschappen? Zeep. En suiker, mits niet te duur. De kleren zijn afdankertjes.

Naar school gaan de weeskinderen niet. Basisonderwijs in Uganda is gratis, maar schoolboeken, lunch en het verplichte schooluniform moeten de ouders zelf bekostigen. Een hoge drempel voor de armste onderlaag.

'Ik zou ze heel graag naar school sturen', zegt ze. 'Dat kan niet. Maar gelukkig kan ik zelf les geven.' Ze kijkt naar een rafelig stuk karton aan de muur, met daarop de letters van het alfabet. Dan, te midden van haar nest, glimlacht Nakijoba Benna alsof zij niet de armste vrouw van Kampala is, maar de rijkste.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden