Achtergrond100 voorwerpen

Op zoek naar het verhaal achter het bekende groene olieblik van Levo

Omdat ook de naoorlogse Nederlandse popcultuur een geschiedschrijving verdient: 100 voorwerpen uitgekozen, belicht en verklaard. Een lijst die nu compleet is. Aflevering 100: het slaolieblik van Levo.

Het groene slaolieblik van Levo. Beeld Annabel Miedema

Polo Chan (43) bleef vroeger nooit tussen de middag op school hangen. Hij ging snel met zijn broertje Cliff naar huis, naar Nam Kee, het restaurant van zijn ouders op de Zeedijk in het hart van de Amsterdamse Chinatown, om te lunchen: wontonsoep, krokante noedels met biefstuk en rijst met pekingeend.

‘Als het te druk was in de zaak, aten we in de kelder’, vertelt Chan, die inmiddels samen met zijn broer eigenaar is van drie Nam Kee-zaken. ‘Daar was ze altijd, opgestapeld in de hoek. We konden eindeloos naar haar kijken. Ik weet niet of het verliefdheid was, maar ze raakte me met die mysterieuze blik. Laatst zag ik haar voorbijrijden en moest ik weer aan haar denken; hoe we ons altijd afvroegen of ze Indisch was, of Chinees, of misschien Vietnamees.’

Een jonge vrouw wordt verwelkomd in een fotostudio in Leeuwarden. Ze is vanuit Zwijndrecht afgereisd, met slechts een vaag idee van de opdracht die ze komt uitvoeren. ‘Er was mij gezegd dat ik moest poseren voor een buitenlandse verpakking. Maar eigenlijk had ik geen idee’, vertelt de inmiddels 60-jarige Gwendoline Tchai veertig jaar later aan de keukentafel van haar woning in Krimpen aan den IJssel, die uitzicht biedt op een Hollands landschap met water en knotwilgen. Binnen staren boeddhabeelden sereen de kamer in.

Pas 20 was ze, en geen professioneel model; met haar 1,60 meter was Gwendoline te klein voor het grote modellenwerk. ‘Ik liep weleens een showtje, en ik was gek op mode.’ Op die shoot in Friesland voelt ze zich even een professional. ‘Ik werd met alle egards behandeld en verwelkomd als het model uit Amsterdam. In het echt was ik slechts ingeschreven bij een Amsterdams bureau; ik verdiende mijn geld door bij mijn vader in de zaak in Zwijndrecht te werken, een bedrijf in reclamedisplays.’

Gwendoline – kwart Chinees – was al eens eerder getypecast, voor een reclame van een Japanse notenmix van Duyvis. Voor de shoot in Leeuwarden moet ze een qipao aan, een traditionele Chinese jurk die de belofte in zich draagt zowel zedig als sensueel te zijn, met een hoog dichtgeknoopte kraag en een diepe split aan beide zijden. Die van haar is vuurrood. 

Haar zwarte haar hangt in lichte golven over haar linkerschouder, terwijl ze een gietijzeren wok vasthoudt. ‘Dat kan ik me nog wel herinneren: ik had er een dag later nog zo’n spierpijn van, dat ding was loodzwaar.’

Ze kijkt je aan, stelt je gerust; dit is alles wat je nodig hebt, lijkt ze te zeggen. Maar iets in die glimlach, in dat symmetrische meisjesgezicht met hoge jukbeenderen en donkere ogen, laat de kijker raden. Naar wat ze denkt, naar wie ze is. Op dat moment is Gwendoline zelf nog onwetend over een identiteit die ze de rest van haar leven met zich zal meedragen, die van de knappe dame op het olieblik.

Restaurant Wingwah.Beeld Verhalenhuis Belvédère

De jaren zeventig en tachtig worden beschouwd als de hoogtijdagen van het Chinees-Indisch restaurant. Overal, in elk dorp en in elke stad popten ze op, ogenschijnlijk vanuit het niets. Het waren er zo veel dat in de jaren tachtig eenderde van het totale Nederlandse restaurantaanbod eruit bestond.

Nin To, mede-eigenaar van de Nam Kee-vestiging aan het Marie Heinekenplein in Amsterdam, groeide op in zo’n restaurant, in Haaksbergen. ‘Iedereen kende ons, in die tijd waren Chinese restaurants heel populair. Mijn ouders serveerden de typische mix van Nederlands, Indisch en Chinees, zowel gadogado als foe yong hai. Nu hebben die restaurants het zwaar: het personeel is te duur en de nieuwe generatie wil de zaak van hun ouders niet meer overnemen.’ 

Ook Nin To keerde zich aanvankelijk af van het restaurant, studeerde architectuur in Rotterdam, maar kon de lokroep van de Chinese horeca niet weerstaan. Hij zag in de zaak op het Heinekenplein een kans. Normaal zitten hier grote groepen Chinese toeristen aan ronde tafels, maar die komen sinds december niet meer naar Nederland. 

Natuurlijk kent Nin To Gwendoline. ‘Ik heb lange tijd gedacht dat zij een oude vriendin van me was, iemand die ik uit het oog ben verloren. Ze stond in mijn ouders’ zaak en ook hier altijd op de plank. Het zijn heel fijne blikken.’

Restaurant Yin Tin.Beeld Verhalenhuis Belvédère

De geschiedenis van het Nederlands-Chinees-Indisch restaurant begint op het Rotterdamse schiereiland Katendrecht. Het is ook de plek waar de ouders van Gwendoline, een Nederlandse Chinees en een Engelse Chinees verliefd werden. Gwendoline: ‘De gemeenschap op Katendrecht was heel klein en hecht, iedereen kende elkaar.’

Op Katendrecht, thuis van vele migrantengroepen, van Kaapverdianen tot Grieken, ontstond de eerste Chinatown van Europa. ‘Dat kwam eigenlijk door de havenstaking van 1911’, zegt Linda Malherbe, initiatiefnemer van Verhalenhuis Belvédère, een historisch pand midden op Katendrecht dat dient als expositieruimte en ontmoetingsplek. ‘Vanwege die staking besloot de Nederlandse rederij Lloyd om Chinese arbeiders uit Londen hierheen te halen: vijfhonderd jonge mannen. Ze gingen hier in pensions wonen, dit werd hun thuis. Omdat het allemaal alleenstaande mannen waren, kregen ze vaak relaties met Nederlandse vrouwen.’ Die relaties stonden vaak onder hoge druk. ‘De vrouwen die met een Chinees trouwden, verloren hun Nederlandse paspoort.’

Met de Chinese havenarbeiders kwamen ook de gokhuizen, bordelen en opiumhuizen. En de Chinese restaurants. Op de tweede verdieping van het Verhalenhuis hangt een foto van het allereerste Chinese restaurant in Nederland, geopend in 1922: Chong Kok Low, aan de Delistraat. Jim Tsang (86) vertelt in de luistertentoonstelling Chinese restaurantverhalen hoe de zaak van zijn vader werd opgericht. ‘Volgens de Chinese traditie hielp je elkaar. Een groep mensen legde geld bij elkaar en daar werd nooit over gesproken. Zodra er winst werd gemaakt, kreeg iedereen zoetjesaan zijn geld weer terug.’ 

Tsangs vader verbaasde zich over de klandizie: veelal advocaten en dokters, die geen flauw benul hadden van de Aziatische keuken. Ze smulden van een kopje soep met losgeklopt ei, dat zijn vader verkocht als haaienvinnensoep.

Restaurant Chong Kok Low.Beeld Verhalenhuis Belvedere

In de tentoonstelling hoor je ook de typische verhalen van veel te hard werkende Chinese Nederlanders. ‘Mijn loopbaan begint als afwasser’, zegt bijvoorbeeld de 73-jarige Men Fai Wong, die vanuit de Chinese havenstad Wenzou illegaal naar Nederland kwam. Hij werkte van 8 uur ’s morgens tot 11 uur ’s avonds in een Chinees restaurant in Nunspeet. ‘Dat is het systeem van het Chinees-Indische restaurant’, zegt hij op bijna montere toon. ‘Je had geen zeggenschap.’

In de jaren vijftig floreerden de restaurants, mede door toedoen van Nederlanders die terugkeerden uit Nederlands-Indië en de aardappels met draadjesvlees waren ontgroeid. Ze waren nu gewend aan lekkerder eten. De Chinese gemeenschap paste zich razendsnel aan, door een Nederlands-Chinees-Indische keuken te verzinnen, met typische gerechten als bami, foe yong hai en babi pangang.

Gwendoline kan het zich niet precies meer herinneren, het was al een tijd na de shoot in 1980, toen het begon: ‘Ik heb je gezien in Den Haag.’ Of: ‘Gwen, ik zag je op de snelweg.’ 

‘Vrienden belden me over waar ze me allemaal zagen staan’, zegt Tchai, die opeens overal werd geconfronteerd met haar eigen beeld, vooral aan de straat, waar ze bij het vuilnis stond. ‘Mijn afbeelding was ook te zien op een grote tankwagen die door Nederland reed, dan werd ik weer daarover gebeld. Ik was echt overal, en dat is eigenlijk nooit meer opgehouden.’

‘Het was mijn vaders idee’, zegt Simon Rollingswier, directeur van het in Franeker gevestigde Levo, een bedrijf in margarine, oliën en sauzen. ‘Hij dacht: we moeten een knappe Aziatische vrouw op ons blik, zodat alle chefs van Nederland onze blikken in hun keuken willen.’ 

Levo had zich niet altijd gericht op deze markt. Het Friese familiebedrijf, dat 1916 opgericht door grootvader Jurjen Rollingswier, was ooit begonnen met de verkoop van emmers varkens-en rundervet. Rollingswier: ‘Tegen de tijd dat mijn vader Levo runde was er een gigantische groeimarkt van Chinese restaurants in Nederland. Die markt ziet er nu heel anders uit, maar vroeger had ieder dorp wel een Chinees restaurant. Wij leverden de slaolie.’

Slaolie wordt gebruikt voor wokken en bakken. De olie is een mengsel van meerdere plantaardige oliesoorten, zoals sojaolie en raapzaadolie. Het groene 20-literblik van Levo, te koop bij de groothandels en met Gwendoline op de voorkant, blijkt een hit en Levo ontpopt zich als marktleider in Nederland.

‘Er doen verhalen de ronde dat wij ooit het beeld hebben vervangen voor een zonnebloem, en dat toen alle afnemers afhaakten’, zegt Rollingswier, ‘maar dat is nooit zo gegaan. Het is natuurlijk wel een prachtig beeld. Vergeet niet dat het uiteindelijk om de kwaliteit en versheid van de olie gaat.’ Het is ook het product zelf en niet alleen het meisje, verzekert Rollingswier, waardoor de Levo-blikken in elke toko en elk Chinees-Indisch restaurant zijn terug te vinden.

Wie ’s morgens vroeg over de Wagenstraat in Den Haag loopt, of op de Amsterdamse Zeedijk, zal Gwendoline zien, bevroren in de tijd, met de gietijzeren wok in de handen. Ja, zij heeft ook de verhalen gehoord van Chinees-Nederlandse koks en obers die wegzwijmelen bij haar afbeelding. En het mysterie dat ze uitstraalde, over waar ze vandaan kwam. ‘Ik heb een uiterlijk waar iedereen weer iets anders in ziet. Als ik in Spanje ben, denken ze dat ik Spaans ben.’

Beeld Annabel Miedema

Voor de Nederlandse consument is zij wellicht een onbekende – de blikken zijn alleen te koop in de groothandel – maar iedereen uit de Chinese gemeenschap kent het beeld. ‘Ze symboliseert voor mij de geheime wereld van mijn vader’, zegt Pete Wu (33), auteur van De bananengeneratie, over de worstelingen van derdegeneratie-Chinese Nederlanders. ‘Als ik haar zie, denk ik aan de keuken waar ik als jongetje niet in mocht, en waar ze stond. Ik weet nog hoe mijn vader vlees rookte in een opengeknipt olieblik. Ze was er altijd.’ 

Chinees-Indische restaurants zijn in rap tempo aan het verdwijnen uit het Nederlandse straatbeeld; restauranteigenaren kunnen geen opvolgers vinden, klanten kiezen vaker voor Japans of Thais. Wu beschouwt deze teloorgang niet alleen als iets negatiefs. ‘Ik ben blij dat mijn generatie ook voor andere beroepen kiest, zich ontworstelt aan een eenzijdige keuze voor horeca. Ik denk dat het een heel gezond onderdeel is van een emancipatieproces.’

Ondertussen gaat Gwendoline mee in de tijd en staat ze op de planken in een nieuwe lichting restaurants, zoals all-you-can-eatwokzaken en snackbars. Maar ook in restaurants die zich juist niets aantrekken van de Nederlandse smaak en zich toeleggen op de verfijnde gerechten uit de traditionele Kantonese keuken. 

Levo wil niet prijsgeven hoeveel blikken er tot nu toe exact zijn verkocht. ‘Daar kan ik helaas niets over zeggen, dat geeft de concurrentie inzicht’, zegt Rollingswier. ‘Ik heb weleens gehoord van een aandeelhouder dat het er meer dan 250 miljoen zijn’, zegt Gwendoline.

Opvallend genoeg heeft ze nog nooit contact gehad met het Friese familiebedrijf dat haar gezicht al veertig jaar als visitekaartje gebruikt. ‘Misschien is dat het Chinese in mij, maar ik wacht rustig af. Het gaat me ook niet om geld, maar ik vind dat het contact van hen uit moet komen; het is hun verantwoordelijkheid. Misschien speelt ook eergevoel mee, ik heb mijn eer hoog in het vaandel staan.’

Niet dat Gwendoline vaak stilstaat bij de miljoenen blikken met haar gezicht erop: ze is inmiddels oma en runt sinds kort een toko. Na een leven lang zorgen voor anderen, en werken in het bedrijf van haar man, een zaak in domotica, elektronische oplossingen voor in huis, volgde ze de afgelopen jaren een hbo-opleiding als therapeut aan de Academie voor Psychodynamica.

Ze krijgt nog steeds appjes en foto’s van vrienden, als ze haar weer eens zien op straat. Soms is het bevreemdend om steeds weer geconfronteerd te worden met het beeld van haarzelf als jonge vrouw. Maar op de foto gaan voor dit stuk, om er een ander beeld tegenover te stellen, dat doet ze toch maar niet. ‘Misschien is het wel mooi om het Levo-meisje forever young te houden’, appt ze met een smiley.

Beeld Annabel Miedema

Polo Chan is de afgelopen maanden dag en nacht in de Nam Kee-zaken, alsof zijn fysieke aanwezigheid een schild kan vormen tegen de klap die corona is voor de gehele Nederlandse horeca. ‘Ik zat compleet in de overdrive. Zo probeerde ik elke dag ten minste één verbetering door te voeren, van een nieuwe vegankaart tot tandenstokers van hogere kwaliteit. Ik wilde zo een gevoel van vooruitgang vasthouden, maar toen ik hoorde dat het steunpakket aan bedrijven wordt verlengd tot juli 2021 ben ik tot inkeer gekomen. Dit kan ik niet jaren volhouden, dus ga ik nu op zondag met mijn kinderen spelen.’

Hij kan niet geloven dat de mooie vrouw op het blik gewoon in Nederland woont. ‘Ik wil haar uitnodigen om bij ons te komen eten. Voor mij is ze de belichaming van mijn jeugd, en die van vele Chinese Nederlanders met ouders die een zaak hadden. Ik kan het niet precies uitleggen, misschien omdat ze er altijd was. Ik wil haar bedanken.’

Op bezoek

Gwendoline Tchai gaat binnenkort eten bij Nam Kee. Levo betreurt het dat ze niet eerder contact hebben opgenomen met Gwendoline. ‘We hadden begrepen van een relatie dat ze niet zat te wachten op contact, maar nu we weten hoe ze zich voelt, willen we haar graag uitnodigen en de fabriek laten zien.’

Afhaalchinees heeft afgedaan

‘De Chineees’, ooit zo dominant in de Nederlandse horeca, heeft het zwaar. Uit een inventarisatie van horeca-adviesbureau Van Spronsen blijkt dat het aantal Chinees-Indische restaurants de afgelopen vijf jaar is gedaald van bijna 1.900 in 2014 tot ruim 1.600 in 2019. Restauranteigenaren hebben moeite om nieuw personeel aan te trekken: hun kinderen kiezen steeds vaker voor een ander beroep. Ook hebben Chinees-Indische restaurants te stellen met een slechte reputatie (‘vet eten’) en concurrentie van andere oosterse restaurants.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden