Op zoek naar het gezicht van veiligheid

Ook de kunstwereld moet een mening formuleren over de (on)veiligheid op straat, vinden museumdirecteur Rutger Wolfson en vormgevingskenner Guus Beumer....

De reis eindigt knus en behaaglijk met erwtensoep. Een geruststellend slotakkoord van de eerste dag dat de Nederlandse kunstwereld zich gezamenlijk - met een busreis, lezingen en een bezoek aan de Vleeshal in Middelburg - over de 'esthetiek van de veiligheid' boog.

Want er is, op z'n zachtst gezegd, een nogal panische atmosfeer rondom het thema veiligheid ontstaan, vinden initiatiefnemers Rutger Wolfson, directeur van de Vleeshal, en vormgevingskenner Guus Beumer. De politiek probeert met boze kreten als 'meer blauw op straat' en 'preventief fouilleren' de burger te sussen, terwijl in de openbare ruimte camera's de straten beloeren en architecten met transparant materiaal bouwen als toonbeeld van openheid.

Nu is het de beurt aan de kunstwereld. Wolfson en Beumer stelden een tentoonstelling samen over de relatie tussen opvattingen over veiligheid in de afgelopen anderhalve eeuw en de vormgeving van de openbare ruimte en de interieurs. Ze willen de politieke discussie terugbrengen naar de 'huid der dingen': hoe is 'veiligheid' er in die jaren uit gaan zien? En belangrijker: hoe beïnvloedt vormgeving het gevoel van (on)veiligheid?

In de tentoonstelling Safe Haven loop je in een kort parcours van de late 19de eeuw naar nu. Van een typisch burgerlijk interieur met velours en sierkrullen - 'elke hoek leek gemaakt om een lijk in te verbergen' - tot een steriele metalen wc-pot zoals die nu op Schiphol worden gebruikt. Deze nogal cryptische vogelvlucht moet laten zien hoe er steeds meer een controlemaatschappij is ontstaan, vol angst voor besmetting en criminaliteit. 'We worden nu permanent gevoed met het idee van onveiligheid', stelt Beumer.

En zo rijst de vraag: wat kunnen ontwerpers en architecten hieraan veranderen? Een antwoord is er nog niet, dus vertrokken zaterdag zo'n vijftig cultuurkenners - museumkopstukken, beleidsmakers, ontwerpers - op een busreis van Rotterdam naar Middelburg, langs kille metrostations en richtinggevende lezingen, met als eindpunt de Vleeshal, waar men onder het nuttigen van ouderwets Hollandse erwtensoep tot nieuwe plannen zou moeten komen.

Zoveel kopstukken, zoveel opvattingen, maar als er zaterdag íets te horen was, was het wel dat het anders moest. De teneur werd gezet door Aaron Betsky, directeur van het NAI. Hij schetste het beeld van een samenleving waarin de veiligheidsmanie tot een brei van architectonische voorspelbaarheid heeft geleid. Hij pleit voor avontuur in het vormgeven van de openbare ruimte, waarin bepaalde risico's voor lief genomen moeten worden.

Want, zo vroeg men zich zaterdag vooral af, welke veiligheid wordt in de hedendaagse overcontrolerende ontwerpen nu écht geboden?

Schijnveiligheid, vond men. Veiligheidsadviseur en ontwerper Tobias Woldendorp brengt de groep naar twee Rotterdamse metrostations. Hij toont hoe in de jaren zeventig en tachtig werd gekozen voor de robuuste aanpak. Dat werkte niet. Het was te veel staal, en dat riep juist agressie op. Nu bouwt men juist overdreven vaak met transparante materialen en technologische hulpmiddelen, die voor de veiligheid van de openbare ruimte echter eerder mosterd na de maaltijd zijn dan een constructieve architectonische bijdrage, aldus Woldendorp.

Ontwerpers, architecten en zelfs kunstenaars moeten daarom een belangrijker eigen bijdrage gaan leveren aan de openbare vormgeving, was de brede conclusie van de busreizigers. Over de aanpak verschilde men. Lucas Verweij van Premsela, Stichting voor Nederlandse Vormgeving, geeft tijdens de erwtensoep het fermste antwoord. Hij pleit niet voor 'avontuur' zoals Bletsky, want: 'Het is nu eenmaal een onveiliger samenleving geworden.'

Architecten moeten daarom naar de 'sportschool', aldus Verweij. Ze moeten meer kennis opdoen van het sociaal-veilig ontwerpen, zodat ze zélf beslissingen kunnen nemen. Pas dan verdwijnt de 'grauwe veiligheidspap'.

'Ze laten zich nu te veel de kaas van het brood eten door de overheidseisen. De creatieve wereld loopt nu nog achter de feiten aan.'

En zo praat men verder, terwijl een aantal busreizigers nog steeds in verwarring naar de wc-pot uit Schiphol staart. Maar Wolfson is tevreden. De tentoonstelling is immers bedoeld om een beladen maatschappelijk thema op de agenda van de kunstwereld te zetten. Zoals Beumer zegt: 'Ontwerpers moeten nu weer over veiligheid kunnen praten, zonder in negatieve termen als ''Big Brother'' te vervallen zoals ze in de jaren '70 deden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden