Op zoek naar gezag

Omstanders belaagden brandweerlieden en politiemensen opnieuw op oudejaarsavond. Met een simpel 'wij pikken dit niet' van minister Opstelten is het gezag niet hersteld. Hoe dan wel?

Thijs Jansen, Gabriël van den Brink en René Kneyber (red.): Gezagsdragers

Boom; 333 pagina's; €24,50.


Terwijl het gros van Nederland op oudejaarsavond vrolijk aan de oliebollen zat, raakten omstanders op verscheidene plaatsen slaags met hulpverleners. In het Gelderse Hedel kreeg een brandweerman klappen, in Den Haag werden politieagenten bekogeld met zwaar vuurwerk en in Rotterdam moest de ME eraan te pas komen om de brandweer vuur te laten blussen. Tijdens de nieuwjaarsnacht werden 74 hulpverleners belaagd. Weliswaar minder dan de 110 van vorig jaar, maar toch: 'Wij pikken dit niet', zei minister Opstelten van Veiligheid en Justitie de volgende dag op een persconferentie. 'We moeten keihard doorgaan om te zorgen dat Oud en Nieuw weer gewoon feest wordt.'


Geweld tegen hulpverleners is symptomatisch voor de erosie van gezag, een proces dat zich op allerlei terreinen van het maatschappelijke leven voltrekt: niet alleen op straat, maar ook in de spreekkamer van de dokter, op school, bij de sociale dienst en niet te vergeten thuis. Waar patiënten vroeger de diagnose en behandeling van de arts accepteerden, gaan ze nu in discussie en eisen ze een ander medicijn. Waar verkeersovertreders vroeger gewoon een boete betaalden, willen ze nu van de politie horen waaróm ze dit moeten doen. En waar ouders voorheen de straf van de leraar voor hun kind serieus namen, eisen ze nu op hoge poten excuses van de school, terwijl ze thuis eindeloos onderhandelen met hun kind over zakgeld, uitgaan en drankgebruik.


Gezag - vrijwillig geaccepteerde macht - is dus niet meer vanzelfsprekend, en paradoxaal genoeg neemt de behoefte aan gezag toe. Burgers vragen in toenemende mate om sterke leiders en strengere straffen. 'Het is veel moeilijker geworden om gezagvol op te treden en tegelijkertijd wordt dit door de samenleving misschien wel meer dan ooit verwacht', stellen Thijs Jansen, Gabriël van den Brink en René Kneyber in de bundel Gezagsdragers-De publieke zaak op zoek naar haar verdedigers.


In deze bundel beschrijven en analyseren verschillende auteurs hoe het is gesteld met het gezag van professionals in de publieke sector, zoals politieagenten, rechters en leraren, maar ook gezinsvoogden, leerplicht- en reclasseringsambtenaren. Ze vertellen over hun persoonlijke ervaringen en geven adviezen om de gezagscrisis te lijf te gaan.


Zo vertelt hoogleraar pedagogiek Micha de Winter over de puber die de klas uit moet omdat hij zich heeft misdragen. De jongen krijgt een brief mee naar huis met de reden voor zijn verwijdering. Thuisgekomen geeft hij de brief aan zijn vader, die hem leest en verscheurt. De volgende dag smijt de jongen de snippers naar de docent en zegt: 'Hier heb je je brief, mijn vader wil dit soort onzin niet meer.'


'Wat kan zo'n docent dan doen?', vraagt De Winter zich af. 'Hij kan voet bij stuk houden of zijn gezag voor eeuwig begraven. Het gezagsprobleem is hiermee geboren en gesymboliseerd.'


Volgens Jansen, Van den Brink en Kneyber worden de problemen met gezag te geïsoleerd aangepakt. Elke beroepsgroep probeert het wiel uit te vinden, maar de erosie van gezag is een probleem van de gehele publieke sector. Bij de oplossing van dit probleem is een sleutelrol weggelegd voor professionals die zich onzeker voelen over hun status en hun gezag. 'Wanneer hun opdracht en hun identiteit verhelderd worden, zal dat leiden tot meer gemotiveerde werknemers met zelfvertrouwen, en ten gevolge daarvan tot meer productiviteit, hogere kwaliteit en minder agressie.'


Al lezend in Gezagsdragers raakte ik ervan overtuigd dat er niet zozeer sprake is van een crisis, maar veeleer van een logische overgangsfase naar een nieuwe vorm van gezag.


Een vorm die past bij een mondige, hoogopgeleide en supermobiele samenleving, waar televisie en sociale media er bovendien voor zorgen dat elke fout of tekortkoming onmiddellijk voor iedereen zichtbaar is. En waar - als je niet oppast - een trivialiteit belandt in een gezagsondermijnend filmpje op YouTube en in De Wereld Draait Door, zoals ex-minister Hans Hillen onlangs gemerkt moet hebben toen hij een boer liet bij Nieuwsuur.


De moderne gezagsvorm is niet meer gebaseerd op gehoorzaamheid en positie, maar op visie, kennis en overtuigingskracht. Ze benadrukt de interactie tussen politieagent en burger, tussen arts en patiënt of tussen leraar en leerling, maar stelt ook eisen aan de professionele en persoonlijke kwaliteiten van de leraar, arts of politieagent.


'Communicatief gezag' noemt hoogleraar actief burgerschap Evelien Tonkens deze moderne gezagsvorm. Om overtuigend en geloofwaardig te zijn, heb je een visie nodig, betoogt ze, en moet je je gesteund weten door de organisatie waarvoor je werkt. Maar dat is niet genoeg. Wie als werker in de publieke sector gezag wil hebben, moet ook persoonlijk leiderschap en moed durven tonen. Op de politieopleiding leren agenten een combinatie van vriendelijkheid en doortastendheid. 'Het belangrijkste wapen is de mond', schrijft filmer en filosoof Jurriën Rood in zijn bijdrage aan de bundel.


Hoewel Gezagsdragers wetenschappelijk van opzet is, leest het als een boeiende speurtocht naar een verklaring en oplossing voor de gezagsparadox, al is het slothoofdstuk wat wijdlopig. Mede door de diversiteit aan genres - interview, essay, dagboek, briefwisseling - is het een toegankelijk boek geworden, dat beleidsmakers een optimistische uitweg biedt voor een probleem waar ze al jarenlang mee tobben. En het steekt de professional zelf - de leraar, politieagent, gezinsvoogd of reclasseringsambtenaar - een hart onder de riem. Het biedt hun meer perspectief dan de ferme taal van minister Opstelten, wiens mantra 'We pikken dit niet', eerder gebaseerd lijkt op het oude gezagsparadigma dan op de moderne en communicatieve variant.


Laat Opstelten dit boek eens lezen. Misschien kan hij dan volgend jaar vertellen waarmee hij 'keihard' wil doorgaan.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden