Op zoek naar erkenning voor Armeense genocide

Naam: Harout Boghossian Leeftijd: 41 jaar Nationaliteit: Nederlands Beroep: sociaal pedagogisch medewerker bij de opvang van jonge alleenstaande asielzoekers. Vindt: dat de Turken de veronderstelde genocide op de Armeense bevolking van 1915 moeten erkennen....

Julie van Traa

De laatste tijd is het weer vaak in het nieuws: de 'vergeten' volkerenmoord op de Armeense bevolking in 1915. Honderdduizenden Armeniërs zijn toen door de Turken vermoord en verdreven. Ook de grootouders van Harout Boghossian. Zijn grootmoeder werd vermoord, zijn grootvader sloeg op de vlucht, te voet door de woestijn naar Syrië. Uiteindelijk vestigde hij zich in Kirkuk, een stad in Noord-Irak. Daar is Harout Boghossian geboren. 'Maar Irak is niet mijn vaderland, dat is Armenië.'

Nu woont Boghossian met zijn Armeense vrouw en twee zonen in Oldenzaal, in een twee-onderéénkapwoning met voor- en achtertuin. In de woonkamer boven de deur hangt Jezus genageld aan het kruis, op de bank liggen twee kussens met de kerstman erop.

'Armenië is het eerste land in de geschiedenis dat het christelijke geloof erkende als staatsgodsdienst. Dat was in 301,' vertelt hij. Deze zomer viert de Armeense apostolische kerk zijn 1700-jarig bestaan. Zijn droom is daarbij te zijn, met zijn vrouw en kinderen. 'Of we het kunnen betalen, weet ik nog niet.'

Sinds zijn kleutertijd is Boghossian niet meer teruggekeerd naar Armenië. Maar de verbondenheid is groot. Als klein kind hoorde hij veel verhalen van zijn grootmoeder. Met tranen in haar ogen vertelde zij over de dag dat de hel losbrak: 24 april 1915. De Eerste Wereldoorlog was in volle gang; niemand keek naar de Armeniërs om, terwijl er anderhalf miljoen mensen werden vermoord. (Althans, volgens de Armeense lezing. De Turken houden het op 600- tot 800 duizend doden.)

'Politici, schrijvers en journalisten, de intellectuele elite werd als eerste vermoord', legt Boghossian uit. 'Vervolgens waren de jonge mannen aan de beurt. Duizenden verdronken in de Zwarte Zee. Geen ziel was over om het land te verdedigen. Anderen sloegen op de vlucht en overleden in de woestijn van honger en dorst. Turkse soldaten leegden hun waterkruiken voor de ogen van de mensen. Zodra een oase in zicht was, werd er op hen geschoten.'

De gebeurtenis heeft Boghossians leven bepaald. In Irak was hij vluchteling, en hier is hij opnieuw vluchteling. Via internet zoekt hij oude kennissen op en leest hij elke dag Armeense kranten.

Met zijn kinderen spreekt hij Armeens, 'want als zij hun moedertaal niet goed leren spreken, kunnen zij nooit goed een andere taal leren'.

Erkenning van de 'volkerenmoord' is essentieel. 'Net als voor de joden de holocaust', stelt Boghossian. Het is ook goed dat het Franse parlement twee weken geleden een motie aannam, waarin het de volkerenmoord officieel erkent. Maar veel liever ziet hij dat de Turken toegeven wat er gebeurd is. 'Dat zij erkennen dat hun grootouders onze grootouders hebben vermoord, klaar.' Maar, vervolgt hij, 'ik haat niemand, ook niet de Turken. Dat komt door mijn geloof. Alleen is het niet eerlijk te zeggen: nee, we hebben niemand vermoord.'

De volgende stap zou zijn dat de Turkse regering een deel van Oost-Turkije teruggeeft aan Armenië, vindt Boghossian. Hij spreekt dan ook steevast over West-Armenië. Maar dat alles nog lang zal duren, weet hij: 'De internationale politiek is er nog niet klaar voor, net als de Nederlandse politiek.' In Assen is de gemeente al twee jaar aan het soebatten over wel of geen gedenksteen te laten plaatsen ter nagedachtenis aan 1915. De Turkse gemeenschap maakt bezwaar. Boghossian: 'De Nederlandse politiek wil altijd neutraal blijven.'

Intussen heeft de diaspora zich over de hele wereld verspreid. Van de 8 miljoen Armeniërs leven er nog maar 3,5 miljoen in het huidige Armenië.

Ook de Boghossians zijn verder getrokken. Van zijn familie woont niemand meer in Irak. Ook al liet Saddam Hussein de Armeniërs hun geloof belijden, de economische sancties na de Golfoorlog maakten het er onleefbaar. Zijn zussen en broers leven in de VS, Syrië en Libanon. Hij vertrok zeven jaar geleden als laatste.

Hier bouwt hij een nieuw leven op. Komende lente studeert hij af aan de sociaal pedagogische academie. Daarnaast werkt hij bij de stichting jeugdzorg Twente, waar hij jonge alleenstaande asielzoekers met zelfstandig wonen begeleidt. En in 1996 richtte hij een Armeense sportvereniging op, zodat jongeren iets meekrijgen van hun eigen cultuur. Naast sportevenementen en scouting, worden er ook Kerst en Pasen gevierd en op 24 april de massamoord herdacht.

Zijn zoon komt thuis van school. Bedik (10) heeft een spreekbeurt gehouden over Armenië. Maar toch merkt Boghossian dat zijn zoon zich minder interesseert voor de geschiedenis van zijn vaderland, een duidelijke generatiekloof.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden