Op zoek naar de wilde kameel

DE ENGELSMAN John Hare, fotograaf van beroep en wereldreiziger van roeping, koesterde oorspronkelijk geen bijzondere voorliefde voor kamelen. Kamelen zijn koppiger dan muilezels....

Dat ze nuttig zijn, is ook waar. Hare leerde de dieren waarderen in West-Afrika, waar hij in de woestijnnacht tegen hen aan sliep, dik ingesmeerd met kerosine om ervoor te zorgen dat venijnige teken niet oversprongen.

Bij die ervaring was het misschien gebleven, als Hare niet in 1992 in Moskou een lid van de Russische Academie van Wetenschappen tegen het lijf was gelopen. De man bleek expedities naar de Gobi-woestijn te organiseren, om kamelen te zoeken. Hare wilde dat deel van de wereld dolgraag fotograferen.

Na een nacht doorzakken doet de Rus een voorstel. Als Hare zich kan en wil presenteren als kamelendeskundige, mag hij mee naar Mongolië - voor slechts vijftienhonderd dollar.

Mongolië blijkt een geplunderd land. De Russen hebben er tientallen jaren een onderdrukkend stelsel instandgehouden, wat het leven van honderdduizend Mongolen eiste. Sinds 1990, nu de Russen en het communisme er niet meer de dienst uitmaken, steelt iedereen er van iedereen. Wetenschappelijke instituten in de hoofdstad zijn teruggebracht tot armzalige houten keten.

Het beroemde przewalskipaard, dat pas in 1876 werd ontdekt door de Russische ontdekkingsreiziger generaal Przewalski, is uitgeroeid in de Mongoolse woestijn. Hare ontmoet de Chinese jager die pocht dat hij het laatste paard in 1969 heeft neergeschoten.

Maar Przewalski kwam ook, in 1877, als eerste met huiden en een schedel aan die het bestaan van een intrigerende wilde kameel aantoonden. De Bactrische kameel is als lastdier in het gebied doodgewoon: al vierduizend jaar is hij gedomesticeerd. Maar de wilde kameel, de Camelius bactrianus ferus, die een afwijkende genetische structuur heeft, is een van de meest bedreigde diersoorten van de wereld, zeldzamer dan de reuzenpanda. Er zijn er nu waarschijnlijk nog hooguit achthonderd over. Ze worden bedreigd door wolven, door de jacht, door de illegale mijnbouw (de kamelen verdrinken in de putten) en door de verregaande milieuvervuiling in hun leefgebied, dat ook het centrum is van de ondergrondse Chinese kernproeven.

In Mongolië groeit Hare's liefde voor kamelen. Ze zijn ongelooflijk efficiënt. Overdag laten ze de urine langs hun achterpoten druipen voor de afkoeling. De robuuste Bactrische kameel, met zijn korte poten en dikke donkere vacht, is als geen ander bestand tegen extreme temperatuurverschillen.

Na zijn Mongoolse expeditie stort Hare zich in het lezingencircuit. Dat doet hij met een geheime agenda: hij wil met Chinese autoriteiten in contact komen die hem toegang kunnen verlenen tot het stamgebied van de kamelen. Na een van die lezingen wordt hij door een lid van het Chinese partijkader op de hotelkamer geroepen. Hij krijgt toestemming. De prijs is wel hoger: dertigduizend dollar ten behoeve van een 'wetenschappelijk fonds'.

Met een klein Chinees team onderneemt John Hare een expeditie naar de Gashun Gobi-woestijn in Xinjiang, de uiterst westelijke provincie van China. Het gebied heeft driekwart de omvang van Duitsland, er is geen vegetatie en er is geen zoet water te vinden. De temperaturen bereiken records van 65 graden in de zomers en min 42 graden in de winter.

De reis is een huiveringwekkende litanie van kapotgereden vrachtauto's, zandstormen, bijna bevroren ledematen en pure eenzaamheid. Marco Polo noemde de woestijn al 'vreselijk'. Het mooiste moment breekt aan als de eerste wilde kameel wordt gesignaleerd. Dit moet genoeg zijn, schrijft Hare in zijn dagboek. De twee dagen erna zien ze nog eens 47 kamelen.

De expeditie heeft verstrekkende gevolgen gehad, niet het minst door de reportages van Hare, die eerder een baan had bij het milieuprogramma van de Verenigde Naties. In augustus 1997 besloot de Chinese overheid van Lop Nor een beschermd natuurgebied te maken, mits er een miljoen dollar kon worden geworven - ongetwijfeld uit het buitenland.

Nu de Chinese kernproeven sinds 1996 zijn opgeschort, zijn er ook andere kapers op de kust. Japanse ondernemers hebben al een plan voorgelegd een autorally dwars door de Gobi-woestijn te organiseren.

Daan Bronkhorst

John Hare: The Lost Camels of Tartary.

Little, Brown and Company, import Nilsson and Lamm; 240 pagina's; * 66,10.

ISBN 0 316 64543 5.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden