Op zoek naar de perfecte motorische vaardigheid

Ze bestaan dus, mensen die sportvelden en hallen afstropen op zoek naar talent. Aanleg alleen is echter allang niet meer voldoende....

'WAT WIL je bereiken?' Het is een van de vragen die jonge sprinters in de Amsterdamse sporthal Ookmeer werd voorgelegd. Het aanstormend atletiektalent sprintte, sprong ver, maakte squat-jumps en schreef een sollicitatiebrief: 'Formuleer concrete doelen!'

Naast de sport werd tijdens de twee talenten-testdagen in Amsterdam veel tijd besteed aan de schriftelijke en mondelinge 'intake' van jonge atleten. Bondscoach Peter Verlooy: 'Deze dagen zijn een groot succes, bijna alle aangeschreven jeugdige sprinters zijn gekomen.'

Met talent alleen ben je er niet. Verlooy: 'Motivatie en commitment voor topsport tellen net zo zwaar. De talenten moeten een reclamespot over zichzelf maken. Daarmee kunnen ze zichzelf profileren en moeten ze duidelijk maken waarom juist in hem of haar geïnvesteerd dient te worden.'

De gegevens - het intakeformulier beslaat vele pagina's - worden opgenomen in een database waarmee het ontwikkelingsproces van de jonge atleet door een digitaal 'atletenvolgsysteem' kan worden bekeken.

Lang waren junioren de sluitpost van de vaderlandse atletiek. Weliswaar veroverden Nederlanders op juniorentoernooien vaak medailles, maar het schortte aan doorstroming.

De schaarse successen (Van Langen, Druppers, Nijboer, Cooman, Van Vlaanderen) van de afgelopen decennia konden als toevalstreffers worden beschouwd. Ook de huidige generatie talenten, met voorop Rutger Smith, Marjolein de Jong en Adriënne Herzog, valt onder de noemer 'toeval'.

Van beleid was tot voor kort nauwelijks sprake. Dat gaat veranderen. De technische staf van de atletiekbond (KNAU) hoopt met het beleidsplan 'Talentherkenning en ontwikkeling 2001-2005' het toeval een handje te helpen.

De atleten die over twee jaar in Athene om de finaleplaatsen strijden zijn bekend. Het nieuwe plan is een investering in de Spelen van 2008 en 2012. 'Het is onze taak om een grote vis te vangen, en het mogen er ook twee zijn', zegt Gerard Lenting, die samen met Willem van de Worp door de KNAU is aangetrokken om het ambitieuze plan vorm te geven.

De vissen van Lenting komen uit de vijver waarin ook andere sporten hengelen. Toch is er, vertelt Lenting, juist veel overleg met de 'talentontwikkelaars' van andere bonden. Volgens Lenting is die werkwijze een 'continue kruisbestuiving. We praten met mensen uit het roeien, volleybal, schaatsen, zwemmen, tafeltennis en handbal. We proberen allemaal het maximale uit onze jeugdige achterban te halen en kunnen van elkaar leren.'

Het duo kijkt met afgunst naar andere sporten. Lenting: 'Ons probleem is dat elke atletiekdiscipline weer een andere tak van sport is. Een wegatleet laat zich niet vergelijken met een sprinter, kogelstoter of meerkamper.'

Zelf gaan ze niet op zoek naar talenten. Lenting: 'Dat moeten club- en regionale coaches doen. Wij bieden het raamwerk aan.' Van de Worp: 'Misschien dat ik wel extra oplet als ik jongens zie voetballen en er een opvalt door zijn motorische vaardigheden.'

Lenting en Van de Worp zijn verantwoordelijk voor de 'Kijkwijzer Talentontwikkeling' plus een landelijk netwerk van ervaren scouts en coaches die intensief met elkaar moeten samenwerken.

De nadruk wordt gelegd op kennisuitwisseling. Lenting: 'Tot dusver zijn de meeste coaches lekker zelf bezig geweest. Er was weinig uitwisseling van kennis. Dat was een van de grote tekortkomingen van de Nederlandse atletiek.'

Lenting noemt het een 'fout in het systeem' dat er bij bepaalde disciplines nauwelijks aanwas is. 'Waarom is er bij het hinkstapspringen geen progressie meer? Waar ligt dat aan? Aan onvoldoende talent? Ik denk het niet. Ze worden eenvoudigweg niet herkend. We missen coaches die talenten brengen. We moeten ook coaches gaan coachen. We hebben meer oudgedienden als Kraaijenhof en Westphal nodig.'

Talenten zullen er altijd zijn, verwoordde Cees Vervoorn in het eerste deel van deze serie. Maar waar vind je ze? Waar zijn de opvolgsters van Elly van Hulst en Ellen van Langen? Lenting: 'Ze zijn er ongetwijfeld, maar hoe laten we ze kennismaken met de atletiek?'

Jaarlijks halen honderdduizenden scholieren het 'KNAU Schoolatletiek-diploma'. Maar wat gebeurde er vervolgens met de talentjes onder die schooljeugd? Niets. De bond kampt zelfs met een dramatische terugloop van jeugdleden. De 265 atletiekverenigingen in Nederland hebben elk gemiddeld slechts vijf A-junioren.

Van dat aantal leerlingen dat het diploma haalt, is minder dan drie procent lid van een vereniging. Van de Worp: 'Er moet een betere samenwerking komen tussen leraren lichamelijke opvoeding en lokale verenigingen. Dat is hun eigen belang. Uitslagen van de scholierendagen zullen gescreend worden op bovengemiddelde prestaties.'

Van de Worp: 'De wedstrijdstructuur voor de jeugd móet aantrekkelijker worden gemaakt.' Lastig blijft het, beaamt het duo, om allochtone jeugd bij de atletieksport te betrekken. Van de Worp: 'Natuurlijk moeten binnen die groep talenten te vinden zijn. Maar helaas is die jeugd alleen maar warm te maken voor voetbal. Daar zeggen ze alles voor af.'

In hun vaderland Marokko mag Hicham El Guerrouj de grootste sportheld zijn, hier in Nederland zegt die naam de Nederlandse Marokkanen niks. Van de Worp: 'De meerderheid identificeert zich met voetbal. Daar kunnen wij weinig aan veranderen.'

De beste talenten kunnen zich aansluiten bij een Regionaal Talent en Trainingscentrum (RTTC). Zo'n centrum (nu al gestart in Castricum met lopers vanaf de 800 meter tot en met de marathon, plus een enkele triatleet) is een 'cluboverstijgende instelling' waaraan een talentcoach is verbonden. De toppers uit de regio trainen er , de talenten daar vlak onder zijn ook welkom.

Toptalenten op de loopnummers kunnen vanaf hun zeventiende kiezen voor een volledige opleiding op Papendal. Zij gaan dan, net als onder meer Gert-Jan Liefers en Bram Som, wonen in het topsporthuis van Olympisch Steunpunt Gelderland.

De bond kiest bewust voor de grens van zeventien jaar. De ervaring heeft geleerd dat een atleet pas vanaf die leeftijd een weloverwogen keuze kan maken voor het beoefenen van topsport.

Van de Worp: 'Meisjes haken vaak op hun twaalfde, dertiende af. Bij jongens is er meer sprake van een doorgaande lijn. Maar eigenlijk kun je pas aan het einde van de middelbare school aan iemand vragen of hij of zij zich helemaal op de atletiek wil richten. Voor een complexe sport als de atletiek is veel trainingsarbeid nodig. Een dertienjarige is daar nog niet aan toe.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.