Armando in zijn werkkamer in maart 2015.

Postuum Armando (1929-2018)

Op zijn sterkste momenten toonde Armando de schoonheid van het kwaad

Armando in zijn werkkamer in maart 2015. Beeld Hollandse Hoogte

Hij was het grote multitalent: schilder, schrijver, dichter, programmamaker, violist. Op zijn sterkste momenten toonde hij de schoonheid van het kwaad. Boekenredacteur Arjan Peters over Armando de schrijver. 

In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw kwamen Armando (pseudoniem van Herman Dirk van Dodeweerd) en Cees Nooteboom elkaar dikwijls op straat in Berlijn tegen. Ze woonden in dezelfde wijk, en werden vrienden. Hoe Armando over Nooteboom dacht is niet in zijn werk terug te vinden. We hebben het te doen met de karakteristieke one-liner die de weinig mededeelzame Armando lanceerde tijdens de viering van Noote-booms 70ste verjaardag: ‘Bij Cees kun je altijd lekker eten.’

Anderzijds heeft de laatste wél een scherp portret van de geheimzinnige schilder-schrijver-violist afgeleverd, in de figuur van Victor Leven uit Noote-booms grote ‘Berlijnse’ roman Allerzielen (1998): ‘Victor had zich, zoals hij het zelf noemde, diep in de Duitse ziel laten zakken, gesprekken gevoerd met slachtoffers en daders en daarover geschreven zonder ooit een naam te noemen, kleine opstellen waarbij je als lezer juist door de afwezigheid van geëtaleerd pathos diep geraakt werd (...) Berlijn en die oorlog waren Victors jachtterrein geworden; als hij er al iets over zei, was het met een halve grap die erop neerkwam dat het met zijn kindertijd van doen had, omdat ‘als je zelf nog klein bent soldaten heel groot zijn’, en soldaten, daarvan had hij er als kind in bezet Nederland heel veel gezien, omdat het huis van zijn ouders vlakbij een Duitse kazerne gestaan had. In zijn kleding had hij iets van een vooroorlogse revueartiest: geruit jasje, een sjaaltje, de dunne getekende snor van David Niven die leek op twee opgetrokken wenkbrauwen, alsof hij ook met zijn uiterlijk wilde uitdrukken dat het nooit oorlog had mogen worden en de jaren dertig voor eeuwig hadden moeten voortduren.’

Lees hier over Armando de schilder

Hij schilderde het liefst op zijn sloffen, terwijl op de achtergrond uit een radio jazz of zigeunermuziek klonk. Niet te vroeg in de ochtend en bij voorkeur in een klein atelier met uitzicht over weilanden of een nietszeggende woonwijk. In zijn dagelijkse leven was de zondag gestorven Armando (letterlijk: ‘zich wapenend’; pseudoniem voor Herman Dirk van Dodeweerd) het tegendeel van alles dat hij met zijn werk probeerde op te roepen: agressie, confrontatie, heftigheid.

Een opmerkelijke snuiter, en dat wist hij zelf heel goed. Zijn literaire werk, bestaande uit ruim tweeduizend pagina’s met gedichten en veelal korte teksten en dialogen (laatste publicatie: Waarom, 2015), is niet vrij van pretentie en pose en blijft maar monomaan voortvertellen over de oorlog, maar op zijn sterke momenten heeft Armando de schoonheid van het kwaad getoond, op een volstrekt unieke manier. Consequent, zonder zich aan modes te conformeren, beende hij zijn thema uit. Het ‘schuldige landschap’ waar hij als kind speelde, de bossen van Amersfoort, waar zich tijdens de oorlog een zogeheten Polizeiliches Durchgangslager bevond. Daar zou zijn fascinatie voor laarzen, tucht en daders (‘Toch heeft de vijand iets kranigs’) zijn ontstaan.

Waarom dat zo was, daar weidde hij niet over uit. Liever schreef of schilderde hij. Dan kon hij het laten zien: zijn werkelijkheid, zonder moraliserend commentaar weergegeven. Zo was hij zijn carrière begonnen, zo zette hij die ook voort. Als redacteur van blad Gard Sivik (naast Hans Sleutelaar, Hans Verhagen en Cornelis Bastiaan Vaandrager) verwerkte Armando in de jaren zestig teksten uit een folder over landbouwmachines in de ‘Agrarische cyclus’: ‘als de machine goed is afgesteld, wordt/ goed werk verkregen’. Met Sleutelaar veroorzaakte hij in 1967 enige opschudding met het boek De SS-ers: acht uitvoerige monologen van Nederlanders die in de oorlog vrijwillig tot de SS waren toegetreden. Een unicum: nog nooit was er een boek verschenen waarin de ‘onmensen’ vrijuit mochten spreken. Vermoedelijk droeg ook de droge, koele wijze van notuleren bij tot de verontwaardiging.

Armando in 1978. Beeld Hollandse Hoogte / Nederlands Fotomuseum

Na de jaren zestig droeg Armando journalistiek werk bij aan het weekblad Haagse Post, en speelde met tv-maker Cherry Duyns bijna een kwarteeuw op tv en in theaters de absurdistische sketches van Herenleed, die tevens werden gebundeld. Op een Veluwse zandverstuiving demonstreerde het duo op even hilarische als tergend trage wijze de miscommunicatie tussen twee heren, die zich uitsluitend in elliptische zinnen uitten. Man 1: ‘Bent u eigenlijk wel van de tongriem?’ Man 2: ‘Ik ben wel van de tongriem, ja.’ Man 1: ‘Dat zou je niet zeggen.’

Maar echt diep wist Armando de lezer te raken, zoals Nooteboom terecht opmerkt in bovenstaand citaat, in zijn berichten vanuit de stad die gonsde van de glorie en de gruwel van de historie, met de Muur en vele andere getuigen (zowel huizen als mensen) van de oorlog: Uit Berlijn (1982), Machthebbers (1983), Krijgsgewoel (1986). ‘Wist je overigens, dat de machthebbers van toen nog behoorlijk jong waren? Toen de nazi’s in ’33 aan de macht kwamen was Hitler pas 43, Bormann 33, Goebbels was 36, Göring 40, Hess 39, Himmler 33, Speer 28. Betrekkelijk jonge snuiters dus, met nieuwe frisse ideeën en een geweldige zin in macht.’

Wandelend door Berlijn tekent Armando flarden van gesprekken op, met verbazing over de menselijke natuur, die in wreedheid niet onderdoet voor de dierlijke, en met een geoefend oor voor uitspraken die zowel wrang-anekdotisch zijn als archetypisch en symbolisch voor de mens die pas op het slagveld oog in oog staat met de wezenlijke absurditeit van de onvolmaakte schepping. Een man vertelt over het Russische front, waar hij als 18-jarige met een kameraad in de blubber lag, moederziel alleen: ‘Zegt die jongen naast me ineens: kameraad, heb je een sigaretje voor me. Ja, ik had er nog een bewaard, m’n laatste, we delen ’m, we praten wat, en een half uur later krijgt ie zo’n Kopfschuss. Dood. Dus ik scharrel wat in z’n zakken om z’n persoonlijke dingetjes mee naar achter te kunnen nemen, vind ik een heel pakje sigaretten in z’n zak. En mij vroeg ie om m’n laatste sigaret. Ik heb dat nooit begrepen.’

Armando aan het werk als schilder in 2013. Beeld Hollandse Hoogte / Patrick Post

Dit soort gesprekken is door meer documentairemakers en journalisten opgetekend, maar alleen bij Armando werd het theater, reportage en literaire creatie ineen. Hij heeft van het kwaad mooie boeken gemaakt. In Krijgsgewoel schreef hij dat kunst ontstaat uit geldingsdrang, uit vervoering en soms uit verveling. Dat laatste hoor je kunstenaars nou nooit beweren - en dat wist de artiest met het uitgestreken gezicht heel goed. Zoals ook zijn reactie op 23 oktober 2007, een dag nadat het Armando-museum in Amersfoort in de as was gelegd, ogenschijnlijk onaangedaan was: ‘Dat ruimt lekker op.’

Veel variatie kent zijn eindeloze reeks mini-verhaaltjes niet. Maar zijn geldingsdrang en vervoering hebben hem óók vaak genoeg als een eenzame en ogenschijnlijk onaangedane vorst doen heersen over zijn unieke universum, dat hij zelf omschreef als ‘geweld, gedempt door regels, gekluisterd geweld’. In januari 2011 kreeg hij de VSB Poëzieprijs voor zijn ijzersterke bundel Gedichten 2009.

Na de uitreiking in het stadhuis van Utrecht werd de 81-jarige laureaat gevraagd of hij het nog laat ging maken. 'Nee!’, klonk het beslist, ‘ik ben niet zo’n feestvierder’. En met een glimlach begaf Armando zich naar de uitgang.

‘Ik was ooit tamelijk bekend, maar tegenwoordig zeggen ze: Armando, wie?’

In 2013 interviewde Sara Berkeljon Armando over zijn aanstaande expositie in het Cobra Museum, twijfels en de oorlog. Lees hier het interview.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.