Coalitieland

Op wie je stemt maakt niet uit

Vroeger kon je als kiezer het landsbestuur nog een zwiep geven naar links of naar rechts. Nu kun je hooguit een accentje zetten of een signaal afgeven. En zelfs daarvan is nauwelijks meer wat terug te zien.

Vroeger kon je als kiezer het landsbestuur nog een zwiep geven naar links of naar rechts. Nu kun je als kiezer hooguit een accentje zetten of een signaal afgeven. Dat leidt tot veel geklaag, maar is het echt zo erg?Beeld Bier en Brood

Je groeit op in een democratisch land. Van jongs af aan word je bijgebracht dat je je vrij mag uiten, dat je niet zomaar wordt opgepakt en vooral ook dat jij en je medeburgers bepalen hoe het land wordt bestuurd.

Natuurlijk: als je wat ouder wordt, merk je dat het iets ingewikkelder in elkaar zit. Dat het kleine land waarin je woont deel uitmaakt van een grote wereld, dat de partij waar je op stemt lastige compromissen moet sluiten, maar als het goed is, blijft iets van dat idee overeind. Waarom zou je als burger stemmen als je niet of nauwelijks invloed hebt op het bestuur?

Nederland is zo'n land, met een democratie. En we mochten de afgelopen jaren stemmen, best vaak zelfs. Afgelopen woensdag weer. En net als al die vorige keren hoorden we politici vertellen dat het heel belangrijk was dat we op hén stemden.

Dat is niet waar. Het maakt op dit moment erg weinig uit op wie we stemmen in Nederland. En het ziet er niet naar uit dat dat gaat veranderen.

Zeker, Nederland was altijd al een coalitieland, maar die coalities verschoten tenminste nog weleens van kleur. Christen-democraten met liberalen of christen-democraten met sociaal-democraten bijvoorbeeld. Na verkiezingen brak de revolutie niet uit, maar verschil maakte het wel. Of die keer dat de christen-democraten er juist uit werden gestemd en Nederland sociaal-cultureel vrijzinniger werd. Je kon als kiezer het bestuur een zwiepje geven, soms leek het een heuse zwiep.

Zevenpartijencoalitie

Nu zijn we nog steeds een coalitieland, maar dan zonder drie grote partijen. We hebben zes à zeven partijen die allemaal niet heel groot en niet heel klein zijn. En die moeten ook nog eens een meerderheid halen in de Tweede én Eerste Kamer. En de verkiezingen daarvoor vinden niet tegelijk plaats.

Winnaars van verkiezingen moeten dus akkoorden sluiten met de winnaars van voorgaande verkiezingen. En als dat lukt, moeten ze binnen een paar jaar weer nieuwe akkoorden sluiten met nieuwe winnaars. In de praktijk kan het land alleen worden bestuurd als (bijna) alle middenpartijen in een of andere vorm meebesturen.

Dat is wat er op dit moment gebeurt. De laatste tijd sloot het kabinet van VVD en PvdA akkoorden met de C-3 (D66, ChristenUnie, SGP). Die vijf partijen raken nu waarschijnlijk de meerderheid in de Eerste Kamer kwijt, maar als het een beetje meezit, wordt het gat opgevuld door een of twee andere partijen die een beetje willen meebesturen. Een zevenpartijencoalitie, de facto, is een reële mogelijkheid.

Artikel gaat verder onder de foto.

Presentator Rob Trip, Henk Krol (50PLUS), Hindrik ten hoeve (Onafhankelijke Senaatsfractie) en Marianne Thieme (Partij voor de Dieren) tijdens het NOS-debat in de aanloop naar de Provinciale Statenverkiezingen.Beeld anp

Dat heeft enorme gevolgen voor de zwiep die je kunt geven als kiezer. Want waar kun je in Nederland nu voor kiezen? Je kunt stemmen op een partij die waarschijnlijk niet zal meebesturen, vooral de PVV en de SP. Daarmee kun je dan een signaal afgeven, waarvan je moet hopen dat de partijen die wel besturen het oppikken.

Of je kunt stemmen op een van de partijen (VVD, PvdA, CDA, D66, GroenLinks, ChristenUnie, SGP, 50+ misschien wel en de provinciale fractie in de Eerste Kamer) die een redelijke kans maakt op (een vorm van) meebesturen. Dan mag je hopen dat jouw stem nog een accentverschil zet, maar je zult wel heel goed moeten opletten om dát accent nog op te merken. Of dat accent wordt gezet, is met zoveel onderhandelende partijen totaal niet te voorspellen. Of de partij wint of verliest hoeft niks uit te maken. O ja, en die accenten moeten ook nog worden gezet binnen de grenzen die door Brussel worden gesteld, want daar worden de grootste en belangrijkste besluiten genomen waar die hele bups meebesturende middenpartijen zich naar voegt.

Wispelturig

Dit doorbreken lijkt haast onmogelijk, want de twee belangrijkste oorzaken zijn nauwelijks te veranderen. Als de kiezers minder verdeeld en minder wispelturig zouden zijn, zoals vroeger, zouden we kleinere, stabielere coalities hebben. Maar in een democratie valt het gedrag van kiezers nou eenmaal niet te organiseren.

Wat ook zou helpen is een ander systeem, waarbij je niet meer in twee Kamers een meerderheid hoeft te hebben. Dan nog krijg je een waarschijnlijk veelkleurige coalitie, maar die kan het dan in ieder geval vier jaar proberen uit te houden. Maar hoe realistisch is het dat het systeem op de schop gaat? Niet. Dat lukt al heel lang niet. En nu zeker niet, want al die middelkleine en middelgrote partijen hebben belang bij de status quo: die geeft ze meer kansen om aan te schuiven. Als ze een verkiezing verliezen krijgen ze binnen een paar jaar een nieuwe kans. Trouwens, je moet al gauw de Grondwet veranderen: twee lezingen in twee Kamers met in tweede lezing tweederde meerderheid, zie dat met deze verhoudingen ooit nog maar eens voor elkaar te krijgen.

Impasse

Iets zou kunnen gaan schuiven als de kiezers de PVV of de SP heel erg groot maken. Zo groot dat ze voor besturen in aanmerking komen. In het geval van de PVV moeten de andere partijen dan allemaal blokkades gaan opheffen. De PVV zal niet snel zo groeien dat zij dat kan afdwingen.

Bij de SP zou dat best kunnen gebeuren. Maar wat dan? Ook die partij zal dan moeten meeregeren in een kluwen van partijen, alle kleur zal eraf gaan met de bijbehorende teleurstelling in de achterban en een waarschijnlijke afstraffing bij de volgende verkiezingen als gevolg.

Het enige dat de impasse even kan doorbreken is als Tweede - en Eerste Kamerverkiezingen een keer (bijna) samenvallen. Dan zouden beide Kamers er ongeveer hetzelfde kunnen uitzien en heb je kans dat een succesvolle coalitie het even uithoudt. Dan heb je de kans dat jouw partij een aantal jaar een flink accent kan plaatsen. De eerste kans hierop is in 2020, als weer een nieuwe senaat wordt gekozen. Maar dan moet wel het kabinet een paar maanden ervoor vallen.

De stemmen worden geteld bij het stembureau in het Haagse Stadhuis na de Provinciale StatenverkiezingenBeeld anp

Er wordt veel geklaagd over de stabiliteit van het landsbestuur. Die zou in gevaar zijn met al die partijen en partijtjes, wisselende coalities en deelakkoorden.

Maar dat valt reuze mee. Met dank aan een flexibele, visieloze premier en genoeg partijen die op zijn tijd 'verantwoordelijkheid willen nemen'. Sterker nog, je kunt ook nog vrij goed voorspellen hoe die koers eruit zal zien: Europagezind en sociaal-economisch in het midden. Hoe stabiel wil je het hebben?

Meer reden tot zorg geeft de vraag of de kiezers hier uiteindelijk genoegen mee nemen. In 1970 had toenmalig PvdA-leider Joop den Uyl het opvoedkundig over de 'smalle marges van de democratische politiek'. Veranderingen in democratieën gaan niet met grote sprongen, waarschuwde hij, stapje voor stapje kun je iets een bepaalde richting in duwen. Maar kunnen de marges ook te klein worden? We zijn in Nederland bezig met een real life-experiment: hoe lang blijven kiezers stemmen als dat weinig tot niks uitmaakt? En wat gaan burgers doen die vinden dat ze langs democratische weg te weinig invloed hebben op hun bestuur?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden