Column

Op weg naar het paradijs

Dit was het grote moment waarop hij had gewacht, waarvoor hij had gevreesd. Stel je voor dat het hiernamaals helemaal niet bestond. Daar zou hij vreemd van opkijken, maar dat zou juist het onvoorstelbare zijn. Het was nu alsof hij door een tunnel vloog. Aan het einde was licht.

null Beeld thinkstock
Beeld thinkstock

Laten wij hem Najim noemen. Of misschien heet hij wel Abdallah of Youssef. 's Avonds had Najim naar de televisie gekeken en hij had gezien hoe zijn vriend Salah door zijn been werd geschoten door een varken van de Belgische politie. Van achteren, toen Salah wilde weghollen, heel laf. Hij zag ook hoe Salah in een auto werd gesleurd.

Ongetwijfeld zou Salah ergens worden ondervraagd. Najim huiverde. Ze zouden alle ondervragingsmethoden op hem uitproberen. Waterboarding was het minste, daar hoefde hij zich geen illusies over te maken. Hoe lang zou Salam het volhouden? Hoe lang zou hij erin slagen zijn ondervragers om de tuin te leiden?

Alles was tevoren doorgesproken: dat Salah bij een arrestatie aanvankelijk zou vertellen dat hij wilde meewerken met het Parket. Dat Salah zijn advocaat de gekste dingen zou wijsmaken, zodat die verontwaardigd elke vertragingstactiek zou toepassen. Het was een kwestie van tijd winnen. Het moest gebeuren voordat Salah zou doorslaan.

Najim ging op weg. Hij zou een teken krijgen. Hij liep door de buurt. Hier kende hij iedereen en iedereen kende hem. Men zweeg en liet hem voorbijgaan. Hij liep langs het afgesproken huis en keek naar het raam. De gordijnen waren gesloten.

Dat was het teken. Najim liep terug. Thuis trof hij zijn kompaan Abdallah of Youssef. Zij keken elkaar aan. Morgenochtend om acht uur moest het gebeuren, ze hadden erop getraind. Nu geen teken van zwakte tonen. Ze maakten hun spullen klaar. Ze controleerden alles volgens een vaste procedure.

Het mocht niet misgaan. Ze blowden niet, maar dronken thee, want ze moesten helder blijven. Daarna legden zij zich te ruste.

Om half zes stonden ze op. Buiten was het nog donker. Ze deden hun gordels om en verzekerden zich ervan dat alles zou functioneren. Daarna deden zij hun jassen aan, verlieten het huis en stapten in de klaarstaande auto. Om half acht arriveerden ze op vliegveld Zaventem.

Ze stapten uit als gewone toeristen. Toen gingen zij uit elkaar met een high five. Najim was op zichzelf. Hij drentelde eerst door de aankomsthal.

Een echtpaar probeerde zenuwachtig bij de balie van United Airlines een paar zware koffers op de band te tillen en een invalide in een rolstoel werd voortgeduwd door een stewardess.

Een klas van middelbare scholieren was bezig in te checken, kinderen jonger dan hijzelf.

Najim, Abdallah of Youssef keek om zich en riep zo hard hij kon: 'Allahoe akbaaar...!!'. Toen trok hij aan het ontstekings-mechanisme.

Hij hoorde nog een enorme knal en daarna leek het alsof hij uit elkaar werd gescheurd. De pijn duurde niet lang. Ineens was het alsof hij door een zwarte ruimte zweefde.

Dit was het grote moment waarop hij had gewacht, waarvoor hij had gevreesd. Stel je voor dat het hiernamaals helemaal niet bestond. Daar zou hij vreemd van opkijken, maar dat zou juist het onvoorstelbare zijn. Het was nu alsof hij door een tunnel vloog. Aan het einde was licht.

Ineens zat Najim in een grote stoel. Een schijnwerper werd op hem gericht en een stem uit de ruimte zei: 'Wie ben jij en wat kom je doen?'

'Mijn naam is Najim en ik heb zojuist Uw Wens uitgevoerd op vliegveld Zaventem. Assalam alaikum - Vrede zij met U.'

'Zo? En nu?'

'En nu? En nu? Mij is het paradijs beloofd. Mij zijn tachtig maagden beloofd!'

'Maar Najim, wist je dan niet dat die tachtig maagden op een vertaalfout berusten? Dat de Koran niet tachtig maagden maar tachtig druiven bedoelt'.

'Dat kan niet. Dat meent U niet. Dan zou alles voor niets zijn!'

'Hahaha, dat meen ik ook niet. Wees gerust, het was maar een grapje. Sta op, Najim, en loop naar de slaapkamer achter je. Daar vind je de heerlijkste bedden en mooiste maagden die je maar kunt bedenken. En je mag er alles mee doen. Een triootje maken? Geen probleem. Dat is wel het minste.'

Verlegen liep Hajim naar de slaapkamer en het was precies zoals het hem was verteld. En hij ontving wat geen man op aarde ooit had ontvangen. En er kwam geen einde aan, en het bloed golfde telkens in hem op, en hij was speer en zwaard tegelijkertijd.

In de hoek van de kamer stond een kleine tv, waarop aardse beelden van Zaventem werden uitgezonden. Terwijl hij bezig was, zag hij een dood kind en veel bloed.

Maar zelf leefde hij nog lang en gelukkig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden