Analyse

Op weg naar een nieuwe politieke cultuur overheerst de angst

Demissionair Premier Mark Rutte in januari in debat met Kamerlid Pieter Omtzigt (CDA), die met zijn vuist op tafel slaat.  Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant
Demissionair Premier Mark Rutte in januari in debat met Kamerlid Pieter Omtzigt (CDA), die met zijn vuist op tafel slaat.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

In het debat over de notulen van de ministerraad zal het donderdag ook weer draaien om de door bijna iedereen gewenste ‘nieuwe politieke cultuur’. Voor het zover is, moeten er nog heel wat angsten overwonnen worden. In het kabinet, de Kamer én bij de ambtenarij.

Angst in het kabinet

Van Geert Wilders (PVV) tot Gert-Jan Segers (ChristenUnie): voor een deel van de Tweede Kamer kan alleen een wisseling aan de top een nieuwe politieke cultuur dichterbij brengen. Premier Mark Rutte moet plaatsmaken, zo luidt de gemeenschappelijke eis.

Dat daarmee alles is opgelost, zal na de openbaarmaking van de ministerraadnotulen over de toeslagenaffaire niemand nog geloven. Van de 37 vrijgegeven verslagpagina’s spat niet de macht, maar angst en onzekerheid. Voortdurend wordt door bewindspersonen opgemerkt hoe ‘kwetsbaar’ het langslepende toeslagendossier is, hoe onrechtvaardig de aanvallen op staatssecretaris Menno Snel zijn, hoe graag iedereen hem wil helpen, hoe onredelijk de kritische Kamerleden zijn, hoe ‘giftig’ de media zijn, hoe vervelend de beeldvorming is.

Weinig bewindspersonen zullen hun eigen inbreng uit 2019 met trots teruggelezen. In de Trêveszaal lijkt er meer mededogen met de in zwaar weer verkerende collega Snel dan met de duizenden slachtoffers die zijn vermalen door de Belastingdienst in een van de grootste schandalen in de parlementaire geschiedenis.

De vertrokken minister Bruno Bruins voor Medische Zaken zei in een interview in de Volkskrant al eens dat ministers elkaar altijd steunen als ze ‘vervelend in de publiciteit’ komen. ‘Dan ga je om elkaar heen staan, klopt elkaar eens op de schouders, vraagt hoe het gaat.’ Het bevestigt het beeld van een ministersploeg die zich verenigt tegen de boze buitenwereld.

Helemaal onbegrijpelijk is dat niet. In de vrijgegeven notulen gaat het alleen over de toeslagenaffaire, maar in 2019 kwam de ene na de andere bewindspersoon in het nauw. In dat jaar werden er meer moties van wantrouwen dan ooit ingediend. Rutte, Bruins, Carola Schouten (Landbouw), Sander Dekker (Rechtsbescherming), Ank Bijleveld (Defensie) en het kabinet als geheel: allemaal kregen ze van een deel van de Tweede Kamer te horen dat ze hun biezen moesten pakken, om uiteenlopende reden.

De president van de Rekenkamer, Arno Visser, sprak zondag in het programma Buitenhof al van ‘een inquisitiedemocratie’. ‘Bij elke fout gaat je kop eraf’, aldus Visser. ‘Bij elke fout wordt gezegd: Waar is de schuldige? Die knopen we op.’

Onderzoeken wezen eerder al uit dat sinds de kabinetten-Balkenende het aantal aftredende bewindspersonen sterk is toegenomen. De onzekerheid is verder versterkt door de minimale meerderheden waar kabinetten mee moeten werken.

Het achterhouden van onwelgevallige informatie blijkt keer op keer een uitweg voor onzekere bewindspersonen. Een van de vele voorbeelden was het dossier rondom de Fyra, de hogesnelheidstrein die een miskoop bleek. Een parlementaire enquête concludeerde in 2015 dat de problemen al sinds de jaren negentig werden achtergehouden voor de Kamer. Bewindspersoon na bewindspersoon deed eraan mee – soms tot doelbewuste misleiding van de Kamer aan toe.

Premier Rutte stond op het Binnenhof altijd bekend als de ultieme overlever. Kabinetsleden die onder vuur lagen, steunde hij tot het bittere einde. Problemen binnen de coalitie werden via informeel overleg opgelost. Elkaar niet verrassen bleef het hoogste goed; de buitenwereld was al onvoorspelbaar genoeg.

De VVD-leider liet politieke stormen het liefst overwaaien. Over een week zou iedereen zich vast weer druk maken over iets anders. Bij de toeslagenaffaire ging dat niet meer op. De demissionaire premier zegt nu een heel andere politieke cultuur te willen, maar bij een groot deel van Kamer blijft de twijfel. Is de bekering oprecht of toch bovenal een manier om ook dit schandaal weer te laten passeren?

Angst in de Kamer

Menno Snel kwam er pas in juni 2019 achter hoe ernstig de toeslagenaffaire was: mensen waren op basis van verdachtmakingen geruïneerd, de Belastingdienst was jarenlang doorgedenderd en de Kamer was verkeerd geïnformeerd. Snel moest in de ministerraad toegeven dat hij er lang over had gedaan greep te krijgen op de zaak, om ‘vaste grond onder de voeten te krijgen’.

Durft een bewindspersoon straks ook in de Kamer eerlijk te bekennen dat hij geen vat krijgt op een probleem op zijn ministerie? De ministerploeg van Rutte III was er in elk geval van overtuigd dat fouten of tekortkomingen niet zouden worden getolereerd op het Binnenhof. ‘Het frame van de Tweede Kamer is dat alles in de uitvoering altijd goed moet gaan’, merkte toenmalig minister van Economische Zaken Eric Wiebes op in een van de ministerraden. ‘Een onmogelijke taak.’

De vrees voor de ‘inquisitiedemocratie’ zal bij het huidige kabinet nog niet afgenomen zijn. PVV-leider Wilders wil naar aanleiding van de geopenbaarde notulen zelfs een onderzoek naar ambtsmisdrijven door de ministersploeg. PvdA-leider Lilianne Ploumen reageerde al even onverbiddelijk. Het kabinet vond volgens haar ‘het kaltstellen van kritische Kamerleden’ belangrijker dan waarheidsvinding.

De keuze voor een harde lijn is vaak de minst riskante voor een oppositiepartij. Bij een gematigd verhaal dreigt de vergetelheid, zeker in een Kamer die vol zit met uitgesproken leiders als Wilders, Lilian Marijnissen, Sylvana Simons en Farid Azarkan.

GroenLinksleider Jesse Klaver probeerde eerder een minder confronterende houding aan te nemen, maar dat werd door zijn eigen achterban amper begrepen. In 2019 keerde Klaver zich tegen ‘de scorebordpolitiek’ en de neiging om over iedere mogelijke fout van het kabinet een spoeddebat te voeren. Na de val van het kabinet vanwege de toeslagenaffaire stak hij de hand in eigen boezem, omdat hij in 2012 voor de harde fraudewet had gestemd, hoewel hij daar eigenlijk tegen was.

‘De simpele reden was dat we een afspraak hadden in het lenteakkoord', zei Klaver in een verklaring waarin ook begrip doorklonk voor coalitiepolitici. ‘Het lijkt wel alsof coalitieafspraken het denken doen stoppen. Iedereen die weleens een afspraak heeft gemaakt, in wat voor akkoord dan ook, weet dat dat wringt.’

Een dunner regeerakkoord geldt nu als panacee om de ergste coalitiedwang te voorkomen. Op hoofdlijnen moeten coalitiepartijen afspraken maken, verder kan iedereen zijn gang gaan.

Het is alleen de vraag of de tegenmacht daarmee op cruciale momenten versterkt wordt. Ministers komen veelal in de politieke gevarenzone als er iets misgaat bij de uitvoering van beleid, ook als dat door voorgaande kabinetten in gang is gezet. Juist op dat soort moeilijke momenten willen bewindspersonen kunnen rekenen op de welwillendheid van coalitiepartners, of er nou een dun regeerakkoord is of niet.

Ook de regeringsfracties in de Tweede Kamer eisen die onderlinge solidariteit. Als een kritisch Kamerlid als Pieter Omtzigt zich daaraan onttrekt, dreigt er chaos en vergelding, zo kan uit de kabinetsnotulen worden opgemaakt. ‘Dergelijke acties lokken tegenreacties uit bij leden van andere coalitiefracties op andere terreinen’, merkt Wopke Hoekstra op over de compromisloze houding van Omtzigt. ‘Dat compliceert het kabinetsbeleid zeer.’

Nieuw is dat verschijnsel niet. In het vorige kabinet bleef de VVD-fractie trouw aan PvdA-staatssecretaris Martin van Rijn na een uitvoeringsdebacle rond de pgb’s. Omgekeerd moesten PvdA-Kamerleden inbinden toen staatssecretaris Fred Teeven (Asiel) dreigde te sneuvelen na de dood van asielzoeker Aleksandr Dolmatov. Meerdere PvdA’ers waren in tranen, maar ze stemden toch tegen de motie van wantrouwen. De angst voor een kabinetsval gaf de doorslag.

Angst bij de ambtenarij

‘U doet net alsof we een stelletje nazi’s zijn.’ Dat verwijt kreeg SP-Kamerlid Renske Leijten, die de toeslagenaffaire mede aan het rollen bracht, naar eigen zeggen te horen van enkele ambtenaren van de Belastingdienst.

Helemaal op zichzelf staat die kritiek niet. Bij veel ambtenaren zit de schrik er goed in, zo valt in Den Haag te horen. In beginsel is een minister verantwoordelijk voor het ambtelijk apparaat, maar zeker in de toeslagenaffaire zijn ook topambtenaren van Sociale Zaken en Financiën tijdens de verhoren aan de schandpaal genageld.

De Raad van State concludeerde eerder al dat op ministeries ‘gevoelens heersen van onveiligheid en angst om fouten te maken’. Ambtenaren stellen vast dat ze lang niet meer altijd verdedigd worden door ministers die in het nauw komen en gaan daardoor alle risico’s uit de weg.

Eén onderdeel van de nieuwe politieke cultuur moet zijn dat er voortaan meer stukken naar de Kamer gaan. Ook interne beraadslagingen op het ministerie worden openbaar als dat nodig is, zo heeft het demissionaire kabinet al aangekondigd.

Niet iedereen gelooft dat zo problemen op ministeries of bij uitvoeringsorganisaties voortaan ook sneller aan het licht komen. Nu al zeggen ingewijden dat ambtenaren minder aan het papier toevertrouwen uit angst dat ze er ooit op afgerekend worden. ‘De keerzijde van openbaarheid kan stiekemheid worden’, zo luidt de waarschuwing.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden