Op van de zenuwen

Gek is dat: als Tessa danst, voor een volle zaal, is ze niet bang om te falen. Maar nu, vlak voor haar eindexamen havo, heeft de stress haar goed te pakken. ‘Zolang ik kan improviseren, gaat alles goed’, zegt Tessa (18). ‘Als ik dans, twijfel ik niet. Ik kan dansen, altijd. Ik vertrouw op mijn lichaam. Een fout kan ik meteen herstellen. Op school is het goed of fout. Dat is precies waarom ik zo’n hekel heb aan school.’

Tessa Waalwijk, leerling van het Fons Vitae Lyceum in Amsterdam, staat er helemaal niet beroerd voor: bij alle vakken heeft ze tot nu toe een voldoende of hoger. Bovendien is ze, na een slopende auditie, aangenomen op de opleiding dansdocent aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Van de 350 kandidaten werden er vijftien toegelaten. Alle reden om vol zelfvertrouwen het eindexamen tegemoet te gaan, zou je zeggen. Maar voor Tessa is de druk juist toegenomen: ‘Nu móet ik echt slagen. Het is niet zo dat ik een volgende keer vanzelf word aangenomen.’

Het is weer zover. De drogisterijen hebben de valeriaan in de aanbieding gedaan. Voor ruim 200 duizend middelbare scholieren is gisteren de grote lakmoesproef begonnen: het eindexamen.

Of je nu een noeste zwoeger bent, er fluitend doorheen wandelt, op het nippertje slaagt of de zeldzame pech hebt te zakken – in elk mensenleven is de examenperiode memorabel. Het is nu eenmaal erop of eronder. Menig volwassene schiet nog wel eens zwetend wakker, bij een nachtmerrie over het rampzalige mondeling Duits of het herexamen wiskunde, dat ineens in het Chinees bleek gesteld.

Wrede valbijl

Gelukkig is het eindexamen niet meer zo’n wrede valbijl als voor vorige generaties. De uitslag wordt voor de helft bepaald door de ‘schoolexamens’, die over specifieke behandelde stof gaan en door de eigen leraren worden afgenomen. Maar als je tot op een tiende punt nauwkeurig je kansen kent, kan dat óók stress opleveren.

Chanita Kamerling (17), eveneens havo-examenkandidaat op het Fons Vitae Lyceum, weet precies hoe haar kaarten geschud zijn: ze heeft drie probleemvakken: economie (5,2), Frans (4,6) en Wiskunde (4,4). Nou ja, vier eigenlijk: voor Engels staat ze nét voldoende. Voor twee vakken mag ze een onvoldoende halen, maar niet voor drie. Ze houdt rekening met beide, zakken en slagen. ‘Slagen kan nog best’, zegt Chanita. Maar de stress is groot.

Wat haar moed geeft: de keren dat ze écht hard werkte, ging het ineens geweldig. ‘Een 3,5 voor maatschappijleer haalde ik in één keer op, door een 8,7 te halen.’ En samen met een klasgenoot schreef ze een profielwerkstuk over vrouwenemancipatie. Ze kregen er een 8 voor. ‘Dat geeft me zelfvertrouwen.’

Tessa heeft uitgerekend dat ze, als ze voor alles een 4 haalt, nog slaagt. Toch stelt dat haar niet gerust. ‘Bij muziek krijg je onbekende muziekstukken te horen, waarin je muzikale verschijnselen moet herkennen. Misschien kan ik het niet. Ook bij aardrijkskunde en geschiedenis kan er nét iets worden gevraagd dat ik niet weet.’

Tessa en Chanita behoren tot het kwart van de eindexamenkandidaten dat zich al voor de meivakantie druk maakte voor het examen (uitgeverij ThiemeMeulenhoff deed onderzoek). Hun huisgenoten weten ervan mee te praten. Chanita merkt dat ze haar stress afreageert op haar ouders en broers: ‘Na urenlang leren ben ik moe en dan ben ik snel geïrriteerd. Als iets me niet aanstaat, schiet ik uit mijn slof.’

Lekker rustig

Ze gaat vaak naar de bibliotheek om te werken; lekker rustig. Hoewel de lessen niet meer verplicht zijn, gaat ze toch naar school: ‘Nu heb ik nog de kans dingen te vragen.’ Chanita heeft bijles economie en Frans en volgde een bijspijkercursus wiskunde. Het hielp; ze kreeg meer inzicht in de stof.

Tessa heeft veel steun aan haar moeder, Ria Schuuring. Deze drong erop aan dat Tessa alles op een laag pitje zette: ‘Geen baantjes, niet uitgaan, minder dansen. Zo kan ze helemaal focussen op het examen.’

‘Ik help haar keuzes te maken,’ zegt Ria Schuuring. ‘Hoeveel tijd heb je vandaag? Dan kun je dit óf dat doen. Ik probeer een klankbord te zijn en een coach. Het werkt niet als je kinderen pusht, dan vluchten ze juist. Tessa en ik wonen met ons tweeën. Ik probeer, naast mijn werk, zoveel mogelijk thuis te zijn. Mijn grootste zorg is dat Tessa zich té veel zorgen maakt, dat ze verkrampt. Ik zeg haar dat ze, vergeleken met anderen, heel hard werkt.’

Tessa: ‘Maar dan zeg ik dat jij er te makkelijk over denkt!’

Te serieus

Tessa denkt nergens makkelijk over. Soms vindt ze zichzelf te serieus. Ze is streng voor zichzelf: ‘Ik word boos op mezelf als ik niet genoeg mijn best heb gedaan. Het is nooit goed genoeg.’ Tessa’s faalangst – want zo kun je het wel noemen –- heeft alles met dans te maken. ‘Onder dansers heerst grote concurrentie: wie is de beste? Je moet zorgen dat je dun bent, dat je in conditie blijft; je krijgt nooit complimentjes. Ik ben blij dat ik bij de docentenopleiding ben aangenomen, en niet bij de richting musical, wat ik graag wilde. Het is beter als ik me niet alleen op mezelf richt.’

Ook Chanita deed dingen waarvan haar leeftijdsgenoten bloednerveus zouden worden. Op haar 8ste deed ze mee aan een kindersongfestival, op haar 9de trad ze op in de kindermusical Kat en Muis. Vorig jaar deed ze mee aan Popstars. Ze kwam door de voorronden en zong haar liedje voor tv.

‘Pas toen ik voor de jury stond, met Henk-Jan Smits erin, werd ik zenuwachtig. Dat kon je aan mijn stem wel horen.’ Dat ze de finale niet haalde, vindt ze achteraf niet erg: ‘Ik ging naast mijn schoenen lopen.’ Zingen is nog steeds Chanita’s grote passie. Ze schrijft haar eigen liedjes en samen met vriendinnen maakte ze opnamen. Of ze professioneel verder gaat in de muziek, weet ze nog niet. Het lijkt haar leuk ‘in de media’ te werken. Maar ze voelt ook veel voor een studie rechten, na een propedeuse hbo.

Mieke Wolterink, die op het Fons Vitae Lyceum leerlingen met faalangst begeleidt, was het al opgevallen: ‘Jongeren die faalangstig zijn, zijn dikwijls ambitieus en tot grote prestaties in staat.’ Op de culturele avonden van de school, met zang, dans en muziek, ziet ze opvallend veel van haar ‘faalangstklanten’. Er is sprake van faalangst, zegt zij, ‘als de stress niet reëel is; als een leerling goed werkt, het niveau aankan maar niettemin bol staat van de zenuwen. Het zijn vaak kinderen die hoge eisen stellen aan zichzelf.’

Zeer lonend

Wolterink vindt haar werk zeer lonend; het is bijna altijd effectief. ‘Ik stel vragen en luister goed. Je moet durven doorvragen. Er kan thuis een probleem zijn waarvoor ze zich schamen. Soms zijn de problemen te complex; dan verwijs je iemand door naar een therapeut, maar meestal helpen de gesprekken en oefeningen. Je leert kinderen zich bewust te worden van hun negatieve gedachten en die onschadelijk te maken. Bijvoorbeeld: hoe groot is de kans dat je angst uitkomt?’

Als je een sfeer van veiligheid creëert, is haar ervaring, vertellen kinderen wat hun dwarszit. ‘Vaak zijn ze bang om te falen in de ogen van hun ouders. Eén keer, toen een examenleerling heel angstig was, heb ik me verdekt achterin de zaal opgesteld, als vangnet. Dat hielp.’

Trouwens, een beetje stress is alleen maar goed. Dat weet Tessa als geen ander. Als ze gespannen is, danst ze beter. ‘Door die adrenaline in je lijf kun je knallen.’

Deze week zal het erop aan komen: even knallen! Daarna ligt de wereld open.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden