Op stap met Baedeker

'Geen dag van lijden': je moest, dacht ik toen ik op een zaterdagmiddag in de plaatselijke boekhandel door boeken met foto's van het oude Middelburg bladerde, de goden ook niet verzoeken....

En dan was de stad op 17 mei 1940 nog tijdig geëvacueerd, anders had het helse bombardement uit Duitse bommenwerpers nog veel meer slachtoffers gemaakt dan de 22 die er nu vielen te betreuren.

Maar het centrum dat ik vanuit de winkel nu zag, was niet het centrum dat mijn Baedeker beschreef - al had het er wel bedrieglijk veel van weg.

Ik keek naar de foto's die onmiddellijk na het armageddon waren gemaakt en verbaasde me over de ongelooflijke vernielingen, over de kale vlakte. Ik stond een moment stil bij de koppige moed en ijver waarmee de Zeeuwen hadden geprobeerd hun hoofdstad weer in oude glorie te herstellen.

De beschermende kracht van de Lange Jan bleek onvoldoende, van de kerktoren resteerde niet veel meer dan een armzalige stomp. De Abdij van St. Nicolaas lag in puin, het beroemde gemeentehuis was niet meer dan een lege, aangevreten huls.

Het nieuwe centrum van Middelburg moest, dacht ik, zijn gebouwd op een fundament van verbijstering en ongeloof.

17.100 Inwoners had de stad in 1901. De toerist was welkom in het Grand Hotel aan de Lange Delft, op de plaats waar nu V & D was gevestigd. Op de plek van Café de Zon aan de Lange Delft, het enige etablissement dat Baedeker een vermelding waard vond, bevond zich nu een kledingzaak. Ook van de Lange Delft stond na het bombardement weinig meer overeind. Ze hadden hun gloeiende best gedaan, in Middelburg, om hun stad na de oorlogsjaren iets van zijn oude grandeur terug te geven. En als je naar het gemeentehuis keek, misschien wel het mooiste van Nederland en in 1901 ook al under restoration, kon je je alleen maar verbazen over de kundigheid van restaurateurs.

Maar wat was Middelburg gewéést?

'De stad bezit een paar pittoreske en oude huizen, zoals 'De Steenrots', uit 1590, en 'De Gouden Zon', uit 1635. In de Lange Delft staat een gerestaureerd houten huis uit de zestiende eeuw', meldde Baedeker. Ze waren er niet meer. Van 'De Steenrots', aan de Dwarskaai, een van de belangrijkste voorbeelden van de Vlaamse Renaissance in Noord-Nederland, kon je ansichtkaarten kopen, zo beroemd was het.

Misschien, dacht ik, lagen ze nog op de zolders van de wereld, als een stil bewijs van haar krankzinnigheid en met de hartelijke groeten uit een bestoft verleden.

In Middelburg slingerde de geest. Het ene moment naar de positieve kant van restauratie, het andere naar de negatieve van imitatie. Bij de Abdij bijvoorbeeld, in 1505 het decor van een bijeenkomst vol pracht en praal van de Ridders van het Gulden Vlies. De Abdij was óók mooi gerestaureerd, maar waar keek je naar, als bezoeker in 2001? Naar een copy. Was dat erg? Niet. Wel. Niet. Wel.

Het was het Brugge-gevoel. Zolang je dacht te kijken naar het origineel, was er niets aan de hand. Maar je had nog niet gelezen dat je de herbouwde Middeleeuwen stond te bewonderen, of de twijfel sloeg toe. Het zou weer een paar eeuwen duren, als ook de nagemaakte Abdij zich anciënniteit had verworven, voor dat gevoel was verdwenen. En misschien vonden de meeste toeristen het ook helemaal niet erg. Het nagemaakte Holland in Japan was per slot van rekening uitermate populair, en in Middelburg stonden de perfecte imitaties in elk geval nog op de oorspronkelijke plek.

Het Zeeuws Museum, gevestigd in de Abdij, was voorlopig gesloten. Zodat ook de beroemde wandtapijten met zestiende-eeuwse zeeslagen, speciaal aanbevolen in de Baedeker, niet te zien waren. Net als de eerste telescoop, door Hans Lippershey in 1608 in Middelburg gemaakt én alle herinneringen aan de grote admiraal de Ruyter. Zijn blauwgeruite kiel, die had ik graag willen zien.

In 1901 waren die bezienswaardigheden nog verzameld in het gebouw van het Zeeuwsch Genootschap voor Wetenschappen aan de Wagenaarstraat. Sinds 1972 waren in dat pand de notarissen Jansen de Jonge & Van Wouwe gevestigd.

De toerist van 1901 was er kennelijk niet zo in geïnteresseerd, Baedeker besteedde er althans weinig aandacht aan. Maar de ware pracht van Middelburg lag nu buiten de gebombardeerde en gerestaureerde zone. Bij de Dam bijvoorbeeld, waar het oude Droogdok, geopend in 1876 en in 1901 dus nog tamelijk nieuw, tot 1927 dienstdeed als dok voor scheepswerf De Schelde. Nu was het een jachthaven.

Het Middelburg van voor de grote verwoesting zag je daar, en aan de Bierkaai en de Kinderdijk, waar de pakhuizen waren verbouwd tot jaloersmakende woonpanden. Je zag het oude Middelburg nog aan de Vlasmarkt, een deel van het centrum dat redelijk ongeschonden was gebleven.

Het waren de plekken waar de wreedheid van de twintigste eeuw niet had huisgehouden en waar je de vroegere rijkdom en elegantie van het Zeeuwse juweel nog kon proeven.

De Duitse bommenwerperpiloot die vanuit de cockpit zijn oude vakantiebestemming zag liggen, en opdracht gaf de bommenluiken te openen.

Zijn kleinzoon die er nu weer op een terrasje zat, en het gemeentehuis bewonderde.

Baedeker: 'Vanuit Middelburg rijdt in de zomer een omnibus (60 cent, koets met één paard 5, twee paarden 6 gulden) tweemaal daags in anderhalf uur naar Domburg (10.5 mijl), een kleine en ietwat primitieve badplaats, gefrequenteerd door Duitsers, Nederlanders en Belgen.'

Zimmer frei voor elf tot zeventien gulden per week.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden