Reportage Puerto Rico

Op Puerto Rico heeft nooit een ramp plaatsgevonden (aldus president Trump)

Een leegstaand huis waarvan het dak is afgewaaid tijdens orkaan Maria. Beeld Cynthia van Elk

Een jaar na de orkanen die Puerto Rico verwoestten, krabbelt het eiland langzaam op, ziet Michael Persson.

Het blauwe zeil tussen de palmen golft in de bries, een rimpeling die een herinnering en een waarschuwing is: dit is de wind die alles kapot kan maken. Onder het zeil zitten twintig mensen op houten bankjes, iemand speelt gitaar en pastoor Benjamin Irizarry probeert de mensen moed in te praten. Kijk naar al dat groen, zegt hij. Er zat na de ramp geen blad meer aan de bomen, maar de natuur is teruggekomen. Gerard Santiago (28) knikt, een jonge kerel in een zwart overhemd met een kersverse bijbel in de hand. Ook hij is terug, nadat hij naar Florida was gevlucht. ‘Ik voelde me schuldig. Nu ben ik hier. Ik moet voor mijn mensen zorgen. En ik moet met mijn mensen lijden.’

Pastoor Benjamin Irizarry. Beeld Cynthia van Elk

Het is een jaar geleden dat de orkanen Irma en Maria over het Amerikaanse eiland Puerto Rico denderden en een ongekend spoor van verwoesting achterlieten. Huizen stortten in, bomen vielen om, bruggen braken door, de bladeren vlogen weg en overal knapten de elektriciteitsdraden. Het was alsof er een atoombom was gevallen, zegt Santiago.

Een atoombom. De ramp zou een lange ramp worden, met elke maand nog nieuwe slachtoffers – een ramp met een halfwaardetijd, zoals radioactiviteit. De laatste schatting, twee weken geleden door onderzoekers van de George Washington Universiteit: bijna drieduizend doden, plus of minus een paar honderd. Het was de dodelijkste ramp in Amerika in honderd jaar. Duizend slachtoffers meer dan er in 2005 door orkaan Katrina vielen in New Orleans, een catastrofe die toenmalig president George W. Bush voor altijd zou blijven aankleven.

President Donald Trump heeft daar geen last van: hij schudt de doden van zich af als een hond die door de regen heeft gelopen. Volgens hem zijn de doden een verzinsel van de Democraten. Hij vindt de aanpak van de ramp ‘een ongekend succes’, zo zei hij vorige week nog.

Hij is, na dat bezoek van een paar uur twee weken na de orkaan, toen hij rollen keukenpapier in het publiek wierp, nooit meer op Puerto Rico geweest.

Lastig jaar

Iedereen die deze zomer over het eiland reed, kon zien en horen dat de 3,5 miljoen inwoners (er zijn er 200 duizend naar het vasteland gevlucht) een lastig jaar achter de rug hebben gehad. Niemand had het over een succes. De vrouw niet die haar man verloor, de vrouw niet die nog steeds met een kapot dak zat, de kinderen niet die nog steeds geen stroom hadden, de burgemeester niet van een dorp waar tientallen mensen stierven in het ziekenhuis, en zelfs de man van Fema niet, de federale rampenbestrijdingsorganisatie die het werk doet dat Trump zo prijst.

Allemaal vertelden ze een ander verhaal, maar iedereen zei op enig moment hetzelfde: Puerto Rico is in de steek gelaten. Of, in de iets eufemistischer woorden van de Fema-man: Puerto Rico zal het voortaan zelf moeten doen.

Puerto Rico is nooit volwaardig onderdeel van Amerika geweest. Na de verovering op Spanje bleef het eiland altijd een ‘territorium’, wat betekent dat de inwoners niet democratisch vertegenwoordigd worden in Washington en niet kunnen meestemmen tijdens de presidentsverkiezingen. Op veel kaarten van Amerika komt het eiland niet voor, en in een wereldwijze boekhandel in Brooklyn staan de reisgidsen voor Puerto Rico in de buitenlandkast.

Technici leggen nieuwe elektriciteitsdraden aan. Beeld Cynthia van Elk.

Het eiland werd aan zijn Caribische lot overgelaten, ofwel ongecontroleerde corruptie, zelfverrijking en inefficiëntie, zonder dat er werd geïnvesteerd in onderwijs of andere collectieve voorzieningen. Zo’n 41 procent van de bevolking leeft onder de (Amerikaanse) armoedegrens. Puerto Rico heeft een staatsschuld van 74 miljard dollar, ruim 20 duizend euro per persoon. Vorig jaar kreeg het eiland de schuldsanering op zijn dak, die volgens beproefd recept bezuinigingen en privatisering eist – dat worden Griekse toestanden in Amerika.

En toen kwam dus die storm. Twee, om precies te zijn, vlak na elkaar. Het krakkemikkige eiland werd vol geraakt.

Weggewaaide daken

Overal zijn nog de blauwe dekzeilen te zien die (soms met drie maanden vertraging) naar het eiland werden gestuurd om de weggewaaide of ingestorte daken te vervangen. Op weg van hoofdstad San Juan naar de bergketen met zijn geïsoleerde dorpjes zijn ze op duizenden huizen te zien. Ze waren tijdelijk bedoeld, maar omdat zo veel inwoners geen geld hebben gekregen om hun huizen te repareren, is het tijdelijke permanent geworden.

‘Het huis is van mijn vader’, zegt Sandra Colón Vardas (36), een broodmagere moeder van vier kinderen die in een valleitje in het centrale bergland woont, dat valt onder de gemeente Orocovis. ‘En die is al dood. Op papier heb ik niets. Dan krijg je geen hulp.’

Zo is dat vaak gegaan in Puerto Rico. Naar schatting de helft van alle huizen is informeel overgedragen, van ouders op kinderen, en komt dus niet in aanmerking voor zoiets formeels als financiële hulp. ‘Ik heb niets aan Fema’, zegt Vardas.

De eilandbewoners die wel de juiste papieren hebben, krijgen alleen geld voor noodhulp. Dus zie je in een half verwoest huisje verderop in de bergen wel een nieuw dak op één kamer, maar zie je boven de andere nog gewoon de lucht. Die ene kamer is genoeg om te overleven. Ook de waterschade moet de bewoonster zelf repareren, en de verdwenen deur. Noodhulp is noodhulp.

Uitzicht over een vallei vlakbij Mariana, een buitenwijk van Humacao. Beeld Cynthia van Elk.

Vardas’ afgelegen huisje in de vallei (om er te komen moet je met een terreinwagen een snelstromende rivier over, of te voet over een loopbrug) is eind juli, tien maanden na de orkaan, nog steeds niet op het elektriciteitsnet aangesloten. Dat is het grootste na-ijlende effect van de ramp geweest: honderdduizenden bewoners hebben nog maanden zonder stroom gezeten. De wasmachine staat werkloos buiten, en Sandra Vardas heeft geen ijskast of airco. Vier maanden na de ramp heeft ze wel een zonnepaneel gekocht, maar dat is net genoeg voor wat licht ’s avonds en de tv. Ze eet mais en bakbananen. Buren brengen soms wat eten langs voor de kinderen, zegt ze met tranen in haar ogen. ‘Die zouden anders gestorven zijn.’

Kritische infrastructuur

In zijn kantoortje wijst burgemeester Jesús Colón Berlingeri van Orocovis op een kaart van zijn gemeente, met het elektriciteitsnet en andere kritische infrastructuur, van wegen tot aquaducten. ‘Dit heb ik allemaal moeten leren’, zegt hij, met een mengeling van afkeer en trots. Hij zegt dat bijna de hele gemeente weer stroom heeft, maar erkent dat het niet snel is gegaan. ‘De reparatie-instanties hadden aanvankelijk veel mankracht geconcentreerd op plekken waar ze niet nodig waren’, zegt hij. ‘Dus echt efficiënt was het niet. De reparaties hadden veel sneller kunnen gaan.’

‘Ze’, dat zijn Fema en het Army Corps of Engineers (de Amerikaanse Rijkswaterstaat), de twee federale diensten die de herstelwerkzaamheden coördineerden. ‘Ze konden het niet aan’, zegt de burgemeester. ‘Ze hadden geen specialisten, ze hadden geen lokale kennis. Wij hebben hier een tamelijk bijzonder systeem, het is een beetje aan elkaar geknoopt. Een ander probleem was dat ze allemaal onderaannemers van het vasteland haalden. Die bleven hier dertig dagen en werden dan weer afgelost. Ze begonnen steeds opnieuw.’

Een receptionist in een hotel in San Juan heeft geen goed woord over voor de zogeheten contractors van het vasteland. ‘Ze zaten met een mannetje of tien in mijn hotel. Ik zag er maar eentje werken. Elke dag gingen er hoeren naar boven. Gelukkig is er zo nog wat van dat geld op het eiland gebleven.’

Die mannen verdienen zo’n 300 tot 400 dollar per uur, zegt Colón Berlingeri. Veel van dat geld nemen de aannemers dus weer mee naar huis.

Het was vooral een gebrek aan vertrouwen, volgens de burgemeester. ‘Ze denken: Puerto Rico? Die lui kunnen niets. En dan haalden ze dus mensen van het vasteland. Ik heb het zelf ook meegemaakt. We hebben 12 miljoen aangevraagd voor reparatieprojecten, van wegen tot het irrigatiesysteem. We hebben maar 300 duizend gekregen. Ze vertrouwen me niet.’

De gebrekkige stroomvoorziening heeft nog maanden slachtoffers geëist, zegt de burgemeester. Ze hebben na de orkaan alle zieken uit hun huizen gehaald en naar een buurtgebouw gebracht, omdat ze dan beter voor hen zouden kunnen zorgen. Maar generatoren vielen uit, medicijnen waren soms op, specialisten konden het dorp lastig bereiken. ‘De zieken zijn in de maanden na Maria bijna allemaal gestorven’, zegt Colón Berlingeri. Hij schat het totale aantal slachtoffers in Orocovis op ongeveer honderd, vooral dialysepatiënten. Het officiële aantal was tot voor kort zeven. ‘Die doden zijn nooit geteld’, zegt hij.

Aanvoerder

Rampenbestrijdingsdienst Fema heeft zich gevestigd in het redactielokaal van een vroegere krant, in een voorstad van San Juan. In een taartopstelling proberen honderden medewerkers het eiland weer op te bouwen, met in elke punt een probleemgeval: elektriciteit hier, water daar, ziekenhuizen daar, wegen daarnaast. De aanvoerder van de bataljons loopt daar doorheen, in een Fema-windjack: Tito Hernandez, een lokale kracht die bij de dienst begon in 1981, en het afgelopen jaar zijn eiland moest redden.

Tito Hernandez, hoofd van de Fema in Puerto Rico. Beeld Cynthia van Elk.

We hebben ons lesje geleerd, zegt hij. ‘We moeten ons voortaan voorbereiden op het ergste.’

Dat is een wonderlijke opmerking. Nederlanders bereiden zich voor op stormen die eens in de tienduizend jaar voorkomen. Veel erger krijg je ze niet. Waar was Fema dan op voorbereid?

‘We keken naar de geschiedenis van de rampen hier. De orkanen trokken altijd van zuid naar noord over het eiland, waarbij maar een deel werd verwoest. Daar waren we klaar voor, voor een ramp die maar een deel van het eiland zou treffen. Dan kan de rest van het eiland de klap opvangen. Maar Maria ging van oost naar west, en verwoestte het héle eiland. Dat hadden we nog nooit gehad.’

Toen was het ineens – verrassing! – een probleem dat Puerto Rico een eiland was. Alles wat kapotging, moest Hernandez vervangen met spullen van het vasteland, 1600 kilometer verderop. ‘Dat moest allemaal door de lucht of over zee worden aangevoerd. Ik moest prioriteiten stellen. Ik kon niet alles tegelijk oplossen.’

En ja, toen ging er van alles mis met contracten voor dekzeilen en onderaannemers en trage herstelwerkzaamheden. Het probleem blijft toch vooral dat Puerto Rico een eiland is en eigenlijk niet door Fema geholpen kan worden, als de nood aan de man is. ‘We zeggen nu tegen de inwoners van Puerto Rico: bereid je voor. Zorg dat je verzekerd bent. Zorg voor water en voedsel en medicijnen en generators. Ja, dat kost geld. Maar reken op niemand. Doe alsof Fema niet bestaat. De komende tien jaar gaan wij de infrastructuur herstellen, zodat die elektriciteitspalen minder makkelijk omvallen, maar uiteindelijk is onze strategie: incasseringsvermogen. De bewoners moeten de klappen zelf kunnen opvangen.’

Zelfgebrouwen

De storm kwam aan land bij Humacao, een dorp aan de oostkust van Puerto Rico, tegen de eerste heuvelrug aan. De mannen in een café in het buurtschap Mariana, dat pas weer een paar weken stroom heeft, halen voor onverwachte gasten een fles zelfgebrouwen pitorro (een soort rum) uit de auto en vertellen hun verhalen. Hoe het midden op de dag nacht werd. Hoe de houten delen van hun huizen wegvlogen maar de stenen bleven staan. Hoe het landschap op Vietnam leek, na een bombardement. En hoe er nog maanden lang doden vielen, in het getroffen ziekenhuis, of gewoon thuis, door een uitgevallen generator.

Maar Mariana is ook de plek van Luis Rodriguez Sanchez, een muzikant die met zijn partner Christine Nieves vlak na de ramp inzag dat zij het zélf moesten doen, om te overleven. ‘We begonnen te koken’, zegt Rodriguez. Er was een coöperatie met een industriële keuken op een heuveltop in het dorp, die ze nieuw leven inbliezen. Er was geen elektriciteit, geen water, geen internet, maar ze hadden elkaar. ‘Breng wat je kan, zeiden we tegen de mensen, en ze kwamen met bonen, rijst, vlees en ander eten, of ze kwamen met geld, of als ze niets hadden, meldden ze zich als vrijwilliger. De kinderen hadden niets te doen, want er was geen school en geen stroom. Dus die leerden we schaken. We veranderden het verhaal van hulpbehoevende slachtoffers. We werden weer trotse Puerto Ricanen.’

Een nieuwe brug gebouwd naast de oude brug die verwoest is tijdens orkaan Maria. Beeld Cynthia van Elk.

In december, drie maanden na de ramp, zagen ze Fema voor het eerst. De dorpelingen hadden inmiddels wifi en een beetje stroom via een zonnepaneel, gebracht door een weldoener die in zijn privévliegtuigje naar Puerto Rico was gevlogen. ‘Wij gaven wifi aan Fema’, zegt Rodriguez. ‘We draaiden het om.’

Inmiddels is het Proyecto de Apoyo Muteo (project van wederzijdse hulp) verder gegroeid. Rodriguez laat zijn oude school zien, leegstaand na bezuinigingen, waar op het basketbalveld een grote zonne-installatie is neergezet. In een oud klaslokaal staan acht wasmachines te draaien. Er komt een bibliotheek, en een ruimte voor kleine bedrijfjes die zich ook moeten storten op het oplossen van problemen in de gemeenschap.

‘Mensen zien weer dat hun leven betekenis krijgt als ze iets kunnen doen voor de gemeenschap’, zegt Rodriguez. ‘Die vrouwen die voor ons koken zaten daarvoor eenzaam binnen en dachten aan zelfmoord. Nu zijn ze deel van iets. Toen na drie maanden een hulporganisatie langskwam met eten, hebben we dat geweigerd. Ze zeiden: stuur die vrouwen maar met vakantie. Maar dan zouden we hun alles afpakken wat ze hadden.’

Rodriguez heeft een filter in de rivier laten plaatsen waardoor het dorp zijn eigen drinkwater heeft, maar nog steeds krijgen ze eindeloze hoeveelheden flesjes water – Fema heeft nog altijd niet door dat de zo gewenste zelfredzaamheid hier in Mariana al bestaat.

‘In zekere zin heeft Maria laten zien wat er mis is met het eiland, en wat er anders moet’, denkt hij. ‘Ook al zijn we nog steeds een kolonie van de Verenigde Staten – zo voelen we ons toch onafhankelijk.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.