Reportage Droogte

Op pad met de droogtecontroleurs van het waterschap: 'De gewassen staan er hier wel erg groen bij'

Controleurs van het waterschap controleren of boeren oppervlaktewater gebruiken om hun land te besproeien. Beeld Arie Kievit

Controleurs van het waterschap kijken of boeren zich houden aan het verbod op het gebruik van oppervlaktewater om hun land te besproeien. Verslaggever Mark Misérus ging mee. ‘Hoe langer het verbod geldt, hoe groter de irritatie wordt bij boeren dat ze niet meer mogen sproeien.’

19 uur: thuis in Barchem, bij handhaver Henk Meulenveld

In zijn metersdiepe achtertuin schenkt Henk Meulenveld nog maar eens koffie in. Over een paar minuten zal de opsporingsambtenaar en handhaver zijn hemelsblauwe Fiat Doblo van het Waterschap Rijn en IJssel starten. Het doel vanavond: controleren of boeren en burgers niet stiekem water uit sloten en beken gebruiken om hun akkers of tuinen te besproeien.

Sinds twee weken mag nergens in het gebied dat onder het waterschap valt, worden gesproeid met oppervlaktewater. Waar de provincies in het westen nog kunnen profiteren van de grote rivieren die het water aanvoeren, is zuinigheid geboden in het hoogland van de Achterhoek. Ook om de kwaliteit van het drinkwater niet in gevaar te brengen.

Meulenveld vormt vanavond voor het eerst een duo met Joke van Dijk, verantwoordelijk voor de afdeling vergunningen en handhaving bij het waterschap. Sinds kort heeft elke handhaver een collega mee in de auto. Vanwege de veiligheid, zegt Meulenveld: ‘Hoe langer het verbod geldt, hoe groter de irritatie wordt bij boeren dat ze niet meer mogen sproeien.’

Hij weet dankzij de rollenspelen in zijn opleiding tot Buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA) hoe je met agressie moet omgaan: ‘Een goed gesprek met de nodige humor kan helpen.’ Maar niet altijd. Zo moest de politie er vorige week nog aan te pas komen toen een collega van Meulenveld en de boer ‘er echt even niet uitkwamen’.

Meulenveld kan de emoties best begrijpen. Hij heeft 25 jaar lang varkens en kippen gehouden in Ruurlo. Hij weet hoe grillig en onzeker het boerenbestaan kan zijn. ‘Ik weet waar ik over praat. Maar ook ik kan niet altijd tot iemand doodringen.’

Vanavond rijden nog eens zeven handhavers van het waterschap in Oost-Gelderland rond. Ze bestrijken een werkterrein dat loopt van Arnhem tot Winterswijk en van Holten tot Dinxperlo: 200 duizend hectare groot, verdeeld over 22 gemeenten. Via de groepsapp houden ze contact met elkaar.

Het waterschap controleert het verbod op waterontrekking. Beeld Arie Kievit

19.45 uur: Bolksbeek, even buiten Lochem, grens Gelderland-Overijssel

Net buiten Lochem, op de scheidslijn van Gelderland en Overijssel, staart Meulenveld in het water van de Bolksbeek. ‘Zou dit blauwalg zijn?’, vraagt Van Dijk zich af. Dat zou geen goed nieuws zijn voor de jongeren die even verderop een duik nemen vanaf de dorre waterkant.

Meulenveld heeft aan een korte blik in de beek genoeg. De fluorescerende, groenige laag waarmee blauwalg zich aan de oppervlakte vertoont, is hier nergens te zien. De tieners kunnen blijven zwemmen.

De route volgt de Bolksbeek en de Berkel tot de Duitse grens bij Rekken. ‘We volgen het water’, legt Meulenveld uit. Waar geen water is, kan immers niet illegaal worden gesproeid.

Met Van Dijk wil hij op een aantal vooraf bepaalde adressen kijken of mensen zich aan de regels houden. Sommigen hebben al eens een waarschuwing gehad. Worden ze opnieuw betrapt, dan volgt een boete. Die begint bij 1.500 euro en kan, als de overtreding ernstiger is, in de duizenden euro’s lopen. Een illegale sproeibeurt in de tuin met water uit de sloot kan een particulier 550 euro kosten.

De werktijden van de handhavers zijn steeds verder naar achteren verschoven. Veel boeren wachten zo lang mogelijk met het sproeien van hun akkers. Omdat dat beter is voor de gewassen en omdat ze weten dat er controleurs van Rijn en IJssel op pad zijn. Het waterschap zet zelfs een vliegtuig in om toe te zien op illegale beregening, maar dat blijft aan de grond als het te donker wordt. Geen groot probleem, vindt Van Dijk. ‘Dat we een vliegtuig inzetten, gaat als een lopend vuurtje rond bij boeren. Ze bedenken zich wel drie keer voordat ze willen sproeien.’

Droogtecontroleur in gesprek met een boer. Beeld Arie Kievit

20.30 uur: Bolksbeek, bij Geesteren

Kilometers verder. Warme wind blaast over het niemandsland. Een afgetrapte auto parkeert langs de Bolksbeek, twee mannen stappen uit. De grootste van het stel draagt een T-shirt, met in het Engels de tekst: ‘Ik hou van karpervissen, maar ik haat karpervissers.’

Rudi en Wesley zijn van Borculose Hengelsport Vereniging. Elke avond rijden ze beken en sloten af om vissen in nood over te zetten naar diepere wateren. In twee weken tijd hebben ze op die manier al 150 karpers en snoeken geholpen.

In gesprek met een karpervisser die helpt vissen over te zetten die door zuurstoftekort dreigen dood te gaan. Beeld Arie Kievit

Ze maken zich grote zorgen over wat de vissen door de droogte nog te wachten staat. ‘Het gaat donders hard’, zegt Wesley over de dalende waterstanden in de buurt. Gelukkig stelde een hengelsportwinkel een paar netten tot hun beschikking. Wat Wesley vreemd vindt: ‘Die dierenactivisten schreeuwen altijd moord en brand. Maar nu de vissen het zo zwaar hebben, zitten ze mooi op hun luie gat.’

Er zit bijna geen zuurstof meer in het water, weet Meulenveld. Zijn aankondiging om het zuurstofgehalte in de Bolksbeek te meten, stuit op groot enthousiasme bij Wesley. ‘Ruud’, roept hij zijn vismaat toe, ‘deze man heeft een zuurstofmeter.’

De cijfers vallen mee. Warm is het water met 29,2 graden zonder meer, maar het zuurstofgehalte is niet alarmerend. Vissterfte treedt meestal pas op onder de 1,5 mg/liter, in de Bolksbeek meet Meulenveld 12,9 mg/liter. Toch zien de vissers de komende weken somber tegemoet. Rudi: ‘We zijn er nog lang niet.’

21.14 bij de Berkel in Haarlo

Geel is het nieuwe groen geworden in de Achterhoek. De akkers zijn droog, de waterkant is droog, de wegen zijn stoffig.

Overal doemen waterbogen op, maar van illegale sproeiactiviteiten is nergens sprake. Grondwater oppompen mag nog wel, behalve dan rond enkele kwetsbare natuurgebieden waar ‘flora en fauna onherstelbare schade dreigen op te lopen’. En dan nog krijgen de boeren in die gebieden een paar dagen de tijd om zich op die nieuwe norm in te stellen.

Wederom een vermoeden van blauwalg. Nu in de Berkel, net voorbij de rioolwaterzuiveringsinstallatie in Haarlo. Stroming is er nauwelijks, dus loopt Meulenveld toch maar even richting de waterkant. Opnieuw geen blauwalg, wel veel zwavel. De Berkel ligt er hier verlept bij.

Er zijn zeventien nieuwe berichten in de groepsapp ‘droogtetoezicht’, maar nog niemand heeft een sproeiende boer kunnen betrappen. ‘In gesprek, geen heterdaad’, meldt een collega. ‘Wel pomp, niet actief. Pomp eruit gehaald’, appt een ander. Ook in Winterswijk stuit een collega op een inactieve pomp.

21.50 Eibergen, bij de aardappelboer

De avond valt als Meulenveld zijn Fiat plotseling het bos instuurt. Ook Van Dijk heeft de twee metershoge waterbogen gezien. ‘Dit kan wat zijn’, zegt ze. Verdachte omstandigheid: ‘De gewassen staan er hier wel erg groen bij.’

Onder dat groene blad blijken aardappels schuil te gaan. Als Meulenveld en Van Dijk de waterslangen volgen richting de boerderij, zwelt het brommende geluid van een waterpomp aan. Ze nemen foto’s van de pomp, maar eenmaal dichterbij weet Meulenveld het al. Ook hier pompt een boer grondwater op om zijn oogst te beschermen.

Het Waterschap Rijn en IJssel controleert boeren. Beeld Arie Kievit

Daar komt de verantwoordelijke al aangereden. Doodkalm stapt de boer uit. De herdershond blijft achter in de auto, de sfeer is ontspannen. Meulenveld schakelt over op Achterhoeks dialect, droogte wordt dreugte. Hij kan al snel lezen en schrijven met de aardappelteler, die zich voorstelt als Jos Snijders.

Snijders heeft 260 hectare aan aardappels staan. Dat is veel te veel om te kunnen besproeien, daarom houdt hij vooral zijn pootaardappelen nat. Die zijn vanwege de schaarste in prijs omhooggeschoten: van 5 naar 50 cent per kilo. De fabrieksaardappelen brengen niet meer dan 5 cent per kilo op, dus die offert Snijders op als het moet.

Sproeien is duur. In acht weken tijd heeft hij 35 duizend liter rode diesel verstookt om de pompen te laten draaien. Hij denkt uiteindelijk in de plus uit te komen, al is het afwachten hoe vraag en aanbod zich ontwikkelen. ‘Bijna alle pootaardappelen gaan naar Israël, Egypte, Syrië, Thailand en India. Maar als de prijzen stijgen, moeten die landen het nog wel kunnen betalen.’

Zijn waterpomp boort 12 meter diep de grond in. Snijders kent de regels, al is sproeien met oppervlaktewater voor hem toch al geen optie: er kan bruinrot in het water zitten. ‘En als er eenmaal bruinrot is geconstateerd, word je bedrijf besmet verklaard. Dan ben je ver van huis.’

22.28 Rekken, tegen de Duitse grens

Het loopt tegen half elf als Meulenveld zijn busje nog een keer aan de kant van de weg zet. ‘Hier houdt onze verantwoordelijkheid op’, zegt hij tussen de boerderijen in Rekken. De Duitse grens is in zicht. De Berkel stroomt verder Duitsland in – of eigenlijk: hij komt er vandaan – maar de dienst van vanavond zit erop.

Sinds het beregeningsverbod twee weken geleden is ingesteld, hebben de handhavers van het waterschap veel gepraat, vijftien waarschuwingen gegeven en zes boetes uitgedeeld. Vanavond is er geen enkele boer beboet of ook maar op de vingers getikt. Van Dijk is er niet ontevreden mee. ‘Het betekent dat wij zichtbaar genoeg zijn. En dat mensen zich aan de regels houden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.