reportageRotterdam

Op pad met boa’s: ‘Meneer, als een handhaver achter me aan zit, mag hij dan op mij springen?’

Handhavers Sharmila Oedietram en Rewin Soekhai spreken met een groepje tieners over het naleven van de coronaregels in het park de Twee Heuvels in Rotterdam. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Handhavers Sharmila Oedietram en Rewin Soekhai spreken met een groepje tieners over het naleven van de coronaregels in het park de Twee Heuvels in Rotterdam.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

In Rotterdam-Zuid zijn de sporen van de rellen, twee weken geleden, nog zichtbaar. Handhavers van het coronateam krijgen geregeld te maken met prikkelbare bewoners. ‘Meneer, als ik word achternagezeten door een handhaver, mag hij dan op mij springen?’

De auto van Toezicht en Handhaving rijdt stapvoets, zwaailicht aan, door Park De Twee Heuvels. Het is een rustige vrijdagmiddag in Rotterdam-Zuid en het park oogt nat en verlaten. Sharmila Oedietram en Rewin Soekhai, handhavers van het coronateam, zien een enkele hardloper. Dan, daar bij de skatebaan: beweging. Of wellicht: samenscholing.

Een groepje van zeven jongens op mountainbikes maakt wheelies en fietst over de ramps. Als ze de auto zien, stuiven ze uiteen, op een paar na. Oedietram (50) en Soekhai (25) rijden eropaf en stappen uit. Zij is klein van stuk, hij gigantisch, beiden hebben lang zwart haar en steken hun handen in de mouwgaten van hun steekwerende vesten.

‘Boys’, zegt Soekhai tegen de overblijvers. ‘Waarom rijden jullie nou weg? Dan denken mensen juist dat je iets verdachts hebt gedaan. We willen alleen een praatje maken.’ Ooo, zeggen de jongens, we krijgen geen boete? Dan, richting de verte: ‘Hee yo, kom terug, ze gaan niets doen!’

Huiverig komen een paar jongens teruggefietst naar de skatebaan. Eentje, met roze, groen en oranje geverfde krulletjes, rijdt stoer met een wheelie een vol rondje om het gezelschap. De sfeer ontdooit snel. Soekhai wijst naar het gele bord waar de coronaregels op staan, onder meer: niet meer dan 2 personen, vanaf 13 jaar.

‘Hou oud zijn jullie?’ Een voor een zeggen ze allemaal: twaalf. De jongen die er het oudst uitziet: ‘Zeg ik liever niet.’

Sharmila Oedietram en Rewin Soekhai, handhavers in Rotterdam, krijgen allerlei vragen van jongeren.
 Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Sharmila Oedietram en Rewin Soekhai, handhavers in Rotterdam, krijgen allerlei vragen van jongeren.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Handboeien

Nu de jongens toch het gezag te spreken krijgen, nemen ze het ervan. Mogen ze een rondje in de handhavingsauto? Nee. Even de handboeien om? Nee. Heeft de auto een sirene? Nee. Is dat een camera op de borst? Ja. Is Oedietram Pakistaans? ‘Nee, Surinaams. Wat jullie straattaal noemen is mijn taal, Sranantongo.’

‘Meneer’, zegt de oudste jongen, ‘ik heb een belangrijke vraag: als ik word achternagezeten door een handhaver, mag hij dan op mij springen?’

‘Ja, man’, zegt Soekhai. ‘Wij hebben geweldsbevoegdheid.’ Shit, zegt de jongen, dan stond die handhaver destijds toch in zijn recht. Soekhai en Oedietram waarschuwen de jongens: als je een Verklaring Omtrent Gedrag aanvraagt wordt er gekeken of je de afgelopen acht jaar met politie in aanraking bent gekomen. En als je wordt opgepakt, ga je naar Bureau Halt.

‘Dat is tantoe (straattaal voor ‘heel erg’, red.) fucked up’, zegt een jongen in een blauwe hoodie. ‘Dat weet ik van m’n broer.’

Nadat er wat groepsfoto’s worden genomen, nemen de handhavers en de jongens afscheid van elkaar met een boks. Ze zien elkaar vast wel weer, zegt Soekhai.

Dit is hun vaste buurt waar ze controleren op overtredingen van de coronaregels. Ze wijzen bewoners op de anderhalve meter en de mondkapjesplicht, checken of winkels niet stiekem iets onder de toonbank verkopen en gaan af op meldingen van burgers die binnenkomen via het nummer 14010, zoals: ‘Ik zag net zeven mensen een huis in gaan.’

Een vrouw in winkelcentrum Zuidplein laat op haar smartphone zien dat zij een medische indicatie heeft om geen mondkapje te hoeven dragen. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Een vrouw in winkelcentrum Zuidplein laat op haar smartphone zien dat zij een medische indicatie heeft om geen mondkapje te hoeven dragen.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Coronafrustratie

In oktober, toen het kabinet net de ‘gedeeltelijke lockdown’ had afgekondigd en Rotterdam een van de grootste brandhaarden van het land was, liep de Volkskrant ook al mee met buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) Sharmila Oedietram en Rewin Soekhai. Toen waren veel Rotterdammers prikkelbaar, murw door coronafrustratie. Dat is er in de tussentijd niet minder op geworden.

In hun gebied, Rotterdam-Zuid, braken vlak na het instellen van de avondklok ook rellen uit. Op de Beijerlandselaan, al waren Soekhai en Oedietram toen niet aan het werk. ‘Ondernemers kunnen wel janken’, zegt Oedietram. ‘Ze hebben het al zo zwaar en dan wordt er ook nog geplunderd.’ En daarbovenop moeten ze zich aan de coronaregels houden.

Twee weken na de rellen is de pui van de Dirk op de Beijerlandse Passage nog steeds dichtgetimmerd, op de schuifdeuren na. Binnen maakt Oedietram foto’s van de medewerkers achter de kassa en de mensen in de rij. De kassières hebben allemaal een mondkapje op en zitten achter een spatscherm, maar de klanten staan iets te dicht op elkaar.

Oedietram spreekt er met de manager over en wijst hem op een vakkenvuller die zijn mondkapje op zijn kin heeft zitten. Daarover is een melding binnengekomen. De manager zegt dat de medewerker er al op is gewezen, maar niet goed luistert. Helaas moet Oedietram een officiële mondelinge waarschuwing geven.

Als er nog een overtreding wordt waargenomen, volgt een proces-verbaal. Bij een derde overtreding wordt de winkel gesloten. Gelukkig komt dat weinig voor, zegt Oedietram. Bij een islamitische slager die ze vorige week een mondelinge waarschuwing gaf omdat het personeel geen mondkapje droeg, blijkt nu alles in orde. Hij moet wel even die stoelen wegzetten. ‘Die nodigen uit tot zitten.’

Oedietram is al 17 jaar handhaver. Ze geniet van de uitdaging om agressieve types te kalmeren. Ondanks haar kleine postuur en een gebrek aan wapens voelt ze zich bijna nooit onveilig, zegt ze. ‘Je mond is je belangrijkste wapen. Je krijgt wat je geeft. Wij zijn gastheren van de stad en benaderen mensen altijd met respect.’

Boa's Sharmila Oedietram en Rewin Soekhai spreken met een slager over het naleven van de coronaregels.  Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Boa's Sharmila Oedietram en Rewin Soekhai spreken met een slager over het naleven van de coronaregels.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Gefrituurde kip

In het overdekte winkelcentrum Zuidplein, waar de geur van gefrituurde kip hangt, realiseren veel mensen niet dat ze een mondkapje moeten dragen. Sommige bezoekers trekken snel hun mondkapje op als ze de handhavers zien lopen over de marmeren tegelvloer. Een enkeling heeft een briefje van de huisarts: astma. De tabaksverkoper over wie klachten waren dat hij niet-etenswaren verkoopt, zegt zich nu keurig aan de regels te houden, al levert hem dat ruzie met de klanten op.

Als Soekhai een groepje van vier jongens ziet, van wie er maar eentje een mondkapje op heeft, spreekt hij ze aan. Hij herkent ze van een paar weken terug toen er gedoe was met een vuurwerkbom in Lombardije. Geeft een boks. ‘Waarom komen we jou altijd tegen?’, vraagt een van de jongens.

Soekhai: ‘Ik ben overal, man, pas maar op.’ Dan: ‘Boys, waarom heeft er maar eentje van jullie een mondkapje op? Jullie weten hoe het hoort. Doe even op, anders ga ik ’m uitschrijven.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden