Op naar het Witte Huis

Ivo Daalder vertrok als tiener uit Nederland en is inmiddels Amerikaan. En adviseur van Barack Obama. Na de overwinning in Iowa is hij euforisch....

Een Nederlandse jongen in het Witte Huis, het centrum van de wereldmacht. Ivo Daalder (47) kreeg het voor elkaar. Hij werkte in het Witte Huis voor Bill Clinton als Bosnië-specialist en is nu adviseur van Barack Obama, misschien wel de eerste zwarte president van Amerika. Assistant secretary of state for Europe, zeg maar staatssecretaris voor Europa, zou hij kunnen worden. Als een Democraat, het liefst ‘zijn’ kandidaat Obama, president wordt.

De strijd die bepaalt wie de Democratische en wie de Republikeinse kandidaat zal zijn bij de presidentsverkiezingen in november dit jaar, is losgebarsten. Vorige week Iowa. Deze week New Hampshire. Daalder zit er middenin.

Soms komt hij nog even langs in Nederland, bij zijn vader Hans Daalder, emeritus hoogleraar politicologie en biograaf van oud-premier Willem Drees.

Wat heeft u met Obama?

‘Ik heb Barack Obama 2,5 jaar geleden voor het eerst ontmoet bij een klein diner. Hij is een van de meest imponerende mensen die ik ooit heb ontmoet. Ik heb toen meteen gedacht dat zo iemand president zou kunnen zijn. En hoopte dan ook dat hij zich kandidaat zou stellen. Ik vind het belangrijker om mensen te steunen in wie ik echt geloof dan iemand van wie ik denk dat die gaat winnen. Veel van mijn collega’s doen dat met een baan in het achterhoofd, maar ik heb al een geweldige baan, bij de Brookings Institution (een onafhankelijke denktank in Washington, red.). Als Obama het niet haalt, that’s life. Tegelijk, als-ie het wel haalt, geloof ik dat de toekomstige buitenlandse politiek erdoor verbetert. Dat is niet onbelangrijk.

‘Tony Lake, voor wie ik onder Bill Clinton werkte, organiseerde dat diner. Lake, een goede vriend, vroeg later of ik in Obama’s campagneteam wilde.

‘Ik help bij de gedachtenvorming over non-proliferatie (het tegengaan van de verspreiding van kernwapens, red.). De campagneploeg bestaat onder meer uit een groep buitenlandadviseurs, een kerngroep van zo’n dertig mensen, geleid door Lake, en een collega van mij op de Brookings Institution, Susan Rice. Daaronder zitten werkgroepen van adviseurs. Ik ben voorzitter van een van die werkgroepen.

‘Ik heb vanaf het begin gezegd dat ik wel mee wilde doen, maar niet in die groep. Ik zat in Italië toen de campagne begon, daar was ik gasthoogleraar op het Europees Universitair Instituut. En de kerngroep legt een enorm beslag op je tijd. Dat heb ik meegemaakt toen ik dat vier jaar geleden voor Howard Dean deed.

‘Rice, Lake en ik staan vrij dicht bij elkaar. Als Obama de kandidaat is, zullen we wel zien wat erna gebeurt. Dan wordt het echt serieus en kunnen zich nog allerlei mogelijkheden voordoen.’

Dan wordt u Minister van Buitenlandse Zaken, secretary of state?

‘Dat zal het niet worden.’

Assistant secretary of state dan, voor Europa?

‘Who knows. Het hangt er voor mij vanaf wie de secretary of state wordt. Veel belangrijker dan de titel is voor en met wie ik zou werken.’

Waarom steunt u hem, en niet Hillary Clinton? U werkte voor haar man.

‘Omdat ik veel positiever denk over Obama. De Amerikaanse buitenlandse politiek en de positie van Amerika is zo verslechterd in de afgelopen zeven jaar dat er een radicale verandering moet komen in de manier waarop Amerika met de wereld omgaat. Obama begrijpt dat tot in zijn nieren. Hij heeft in Kenia en in Indonesië gewoond. Hij begrijpt daardoor meer van de wereld. Op een manier zoals Hillary Clinton het intellectueel begrijpt. De uitverkiezing van Obama zal alleen al van grote betekenis voor de wereld zijn omdat hij een zwarte Amerikaan is.

‘Maar ik heb niets tegen Clinton. Mocht zij de Democratische kandidaat worden, dan zal ik zeker op haar stemmen, en haar steunen voorzover zij mij nodig mocht hebben. Maar nu steun ik Obama.’

Hillary Clinton is een vrouw en daardoor toch net zo a-typisch als Obama?

‘Zeker, maar haar visie op buitenlandse politiek is vrij conventioneel. Haar campagne is gebaseerd op de idee dat het grote probleem van de Democraten is dat ze te zwak zijn, en dat je daarom eigenlijk moet laten zien hoe sterk je bent. Obama zegt: dat is het probleem niet. Het probleem is dat Amerika nu geen buitenlands beleid kan voeren omdat de VS zich niets gelegen hebben laten liggen aan de rest van de wereld. Daarom moet het roer radicaal om.’

Wat betreft Irak staan de VS op een tweesprong: doorvechten of weggaan. Kunnen de Democraten wel terugtrekken zonder door de Republikeinen als landverraders te worden afgeschilderd?

‘We zullen zien. Ik neem aan dat als de Democraten de verkiezingen winnen, ook hun marge in het Congres omhoog gaat. Op dat moment is er een Democratische president en een Democratisch Congres. Als je dan zegt: ‘we gaan weg’, wordt het verschrikkelijk moeilijk dat tegen te houden. Vooral als de campagne grotendeels over het Irak-beleid ging. Maar weggaan kan geleidelijk, zeg over 24 maanden. Dan moet het gebeurd zijn.’

‘Of dat houdbaar is na 2010, als er weer congresverkiezingen zijn, of in 2012, als er weer presidentsverkiezingen zijn, who knows.

‘Een van de verschillen tussen Obama en Clinton is dat Clinton banger is voor rechts. Zij wil laten zien dat ze heel tough is, en zij zal daardoor beslissingen nemen die meer van doen hebben met wat politiek goed is, dan wat beleidsmatig goed is. Ik geloof dat Obama daar minder problemen mee heeft.

‘In Amerika praat men er al veel over dat de volgende president een ééntermijnpresident wordt. Omdat de problemen zo ontzettend groot zijn en de mogelijke oplossingen zoveel problemen zullen geven, dat je daardoor geen tweede verkiezing kunt winnen.’

U woont en werkt in de VS, maar uw Nederlands is nog vlekkeloos.

‘Ha. Dank. Maar ik ben al 31 jaar weg uit Nederland. Vooral met mijn ouders spreek ik nog Nederlands. Nou ja, mijn moeder is onlangs overleden, nu dus met mijn vader. Maar ik moet zeggen, het is niet een taal die ik veel spreek.’

U bent op uw 17de uit Nederland weggegaan?

‘Het begon in 1966 toen ik zes was. Toen ging mijn vader voor de tweede keer naar Amerika, op sabbatical naar Palo Alto in Californië. Ik zat daar in de eerste klas van de lagere school. Daar heb ik als een echt Amerikaans jongetje rondgelopen. Ik raakte toen bijna mijn Nederlands kwijt. Al spraken mijn ouders het nog tegen mij, ik praatte vaak in het Engels terug. Sindsdien heb ik altijd gedacht: daar kom ik nog een keer terug.

‘Tien jaar later, in 1976, ging mijn vader als hoogleraar een aantal jaren naar Florence. Daar ben ik naar de Amerikaanse school gegaan. Ik heb daar eindexamen gedaan, en ben niet teruggegaan naar Nederland.’

Waarom wilde u niet terug naar Nederland?

‘Ik wilde naar Amerika. Ik had er goede herinneringen aan en die laatste twee jaar Amerikaanse middelbare school, dat waren geen onbelangrijke jaren. Er was in wezen vrij weinig voor mij in Nederland om naar terug te gaan.’

Is dat een familietrekje, het weggaan?

‘Mijn broer, die drie jaar ouder is, heeft ook een jaar in Amerika gestudeerd. Hij is wel teruggegaan. Dat lag voor de hand na zijn studie Nederlands recht. Mijn zus heeft zich tijdens haar studie kunstgeschiedenis gespecialiseerd in de Renaissance. Dan moet je wel naar Florence, en daar kwam ze een Italiaan tegen met wie ze is getrouwd.

‘Ik kom wel uit een internationaal georiënteerde familie. De Daalders, vaders kant dus, komen van Texel. Mijn moeder kwam uit een joodse familie die zich vooral in Duitsland vestigde maar ook in Engeland. Met de opkomst van de nazi’s is die familie over de hele wereld verspreid geraakt. Mijn moeder is in Nederland geboren, maar had drie Duitse grootouders. Haar vader was ook Duits, maar hij heeft ook in Engeland en de VS gewoond voordat hij naar Nederland kwam. In de oorlog is mijn moeder door vier landen naar Zwitserland gevlucht. Ze heeft in een concentratiekamp van Vichy Frankrijk gezeten, waaruit al transporten plaatsvonden naar Polen. Zij is daar uitgekomen en bereikte met mijn oma en tante eind 1942 Genève. Toen mijn ouders jong trouwden, brachten ze in 1954 een jaar in Londen door, waar ze op de London School of Economics studeerden. Ze waren ook een jaar in Harvard en Berkeley in 1960-61, en verbleven zoals gezegd in Palo Alto in 1966-67. Later heeft mijn vader nog ruim drie jaar gewerkt in Florence. Het internationale is een deel van ons familieleven.’

Maar u ging niet meteen naar Amerika, u ging eerst naar Engeland.

‘Ja, ik heb in Engeland gestudeerd. Mijn ouders vonden de VS wel erg ver en erg duur om te studeren. Na mijn tweede jaar, in 1980, ben ik echter toch naar Amerika gegaan, voor een jaar studie aan Georgetown University in Washington DC. Daarna heb ik nog 15, 16 maanden in Oxford gestudeerd. Begin 1984 ben ik naar MIT in Cambridge, Massachusetts, vertrokken en niet meer weggegaan.’

Richtte u zich van meet af aan op internationale betrekkingen?

‘Nee, ik begon in Engeland met de studie economie maar vond dat vrij vervelend.

‘Daarna bleek al snel dat het geen goed idee was om, als ik carrière wilde maken, dat binnen politieke wetenschappen te doen. Mijn eerste stuk ooit gepubliceerd ging over het Italiaanse partijensysteem. Dat stuk werd soms geciteerd, maar met als auteur Hans Daalder, mijn vader, en niet Ivo Hans Daalder. Toen leek een eigen identiteit me niet zo’n slecht idee.

‘Ten tweede begon dat moment de euromissile crisis, in 1978-1979. Dat interesseerde me. Zo was het voor mij makkelijk om te zeggen: laat dat Italiaanse partijensysteem maar aan anderen over. Ik ga door met internationale betrekkingen.

‘Eigenlijk heb ik altijd de journalistiek in gewild. Maar ik had al veel gestudeerd en vond eigenlijk dat je niet onderaan de ladder moest beginnen. Dom misschien. Ik heb wel bij kranten gesolliciteerd, maar nooit doorgezet. Neem nou Thomas Friedman die wereldberoemde columns schrijft in The New York Times en de Volkskrant. Die is wel onderaan de ladder begonnen bij The Minneapolis Star Tribune als reporter. En langzaam opgeklommen.

‘Ik vind schrijven leuk. Dat was de enige echte reden waarom ik ben gepromoveerd. Zoals dat in de VS heet: heb mijn Ph.D gehaald. Dat was een excuus om te kunnen schrijven. Dat woog op tegen het feit dat je er niets mee kunt doen, behalve lesgeven. En dat is iets waar ik niet veel zin in heb.’

Maar u hebt wel lesgegeven.

‘Ja, aan de University of Maryland. Maar boeken schrijven vind ik leuker. Mijn eerste schreef ik toen ik nog op Harvard zat. Dat ging over Star Wars, het antirakettenschild dat de regering Reagan voor ogen stond. Mijn dissertatie mondde voor een deel uit in een boek over flexible response, de Navo-doctrine over oorlogvoering tussen kernmachten.’

‘Maar ook in Maryland ben ik nooit fulltime professor geweest in de tien jaar dat ik aan die universiteit verbonden was. Ik deed er altijd iets bij om te zorgen dat ik zo min mogelijk les hoefde geven.’

En u hebt tussendoor ook nog in het Witte Huis gewerkt.

‘Ja. Dat kon doordat ik in 1994 Amerikaan ben geworden. Bij de Tweede Kamer lag toen een wetsvoorstel dat de dubbele nationaliteit mogelijk maakte. Ik dacht dus Amerikaan te worden naast het Nederlanderschap. Helaas heeft die wet zeven jaar vastgezeten in de Eerste Kamer. Zodoende ben ik het Nederlanderschap verloren.

‘Ik wilde Amerikaan worden om lid te kunnen worden van de Council on Foreign Relations. Dat is de grote eliteorganisatie voor buitenlandse politiek. Daarvoor moet je Amerikaan zijn.

‘Als je lid bent, kun je een fellowship aanvragen om als buitenstaander een jaar in de bureaucratie aan de slag te gaan. Ik wilde ermee in het Witte Huis aan de slag kunnen. Mijn vrouw werkte daar toen al. Zij heeft van de eerste tot de laatste dag van de Clintonregering op het Witte Huis gewerkt. Het lukte, en op 1 augustus 1995 ben ik begonnen. En ik viel met mijn neus in de boter.’

Hoezo?

‘De afdeling waar ik kwam, hield zich bezig met peacekeeping in Bosnië. Daardoor kon er plotseling veel en zat ik aan Bosnië vastgeklonken. Alles werd op het vredesproces gezet. Daarmee werd de geloofwaardigheid van de VS op het spel gezet en daarmee de verkiezingen van 1996. Het moest lukken. Als je daar toevallig bij bent, is dat perfect.’

Puur geluk?

‘Ja. Anderen die hetzelfde fellowship kregen, hebben een jaar een beetje kunnen kijken hoe het gaat, maar niet aan een grote beleidskwestie kunnen meewerken. Ik had vanaf november drie of vier keer per week een deputies meeting of een principal’s meeting – belangrijke vergaderingen. Zo heb ik Sandy Berger en Tony Lake goed leren kennen. Toen mijn jaar er bijna opzat, vroeg mijn baas of ik kon blijven.

‘Mijn vrouw had toen verlof na de geboorte van ons eerste kind, dus kon ik wat langer blijven. Maar daarna moest er gekozen worden. Haar baan was op het Witte Huis. Zij verdiende een stuk meer dan ik. Ik ben toen teruggegaan naar de universiteit.’

Maar het Witte Huis trekt nog wel?

‘Dat hangt er vanaf. Ik hoef niet zo nodig terug. Het is keihard werken. Voor familieleden is het verschrikkelijk. Ik heb er in 2004 hard over na gedacht. Op de verkiezingsavond heb ik tot tien uur gedacht dat de Democraten zouden winnen. Toen wist ik: ik ga niet terug. Ik was a. geen grote fan van de Democratische kandidaat, John Kerry, en b. mijn kinderen waren toen... nu 9 en 11, toen dus 6 en 8.

‘Maar bij de juiste president, of beter met de juiste baas, tja, misschien wel, ja. Het zijn banen waar het cruciaal is wie je baas is. Je moet toegang hebben, het oor hebben van de mensen die beslissingen nemen. Weten of je bepalend bent op jouw deel van het beleid. En als dat niet zo is, dan zit je leuk te fietsen en dan is dat heel aardig, maar dat heb ik al gezien. Als Tony Lake secretary of state wordt en vraagt of ik iets wil doen* tja.’

Nooit de neiging gehad om terug te gaan naar Europa?

‘Karl Kaiser, in Duitsland een bekendheid op het terrein van internationale betrekkingen, zei me daar ooit iets moois over. Ook hij promoveerde aan Harvard, eind jaren zestig. Hij is getrouwd met een Amerikaanse, maar ging terug naar Duitsland. Sinds zijn pensionering woont hij in de VS. Ik vroeg hem: waarom bent u teruggegaan naar Duitsland? Hij zei: You are either a big fish in a big pond or a big fish in a small pond. When you are a big fish in a small pond, you are a bigger fish. Daarom was hij teruggegaan. Maar Duitsland is een bigger pond dan Nederland.’

Maar u ging wel een jaar lesgeven in Florence.

‘Ja, de sfeer in de VS onder Bush is zeer negatief, zeer deprimerend. Niet zozeer in het dagelijks leven, maar in het soort werk dat ik doe. Ik had ook erg goede herinneringen aan Florence. Dat was de reden waarom we voor Florence kozen. Mijn kinderen gingen er naar dezelfde school als ik. En mijn zus woont in Florence. Brookings heeft op een zwak moment gezegd: ga maar.’

Wat doet u bij de Brookings Institution?

‘Daar werken wetenschappers die georiënteerd zijn op beleid. Daar senior fellow te zijn, is het mooiste dat er is. Het staat bekend als een universiteit zonder studenten. Het is een non-partisan denktank. Toen ik ingehuurd werd, was mijn baas Republikein. Niettemin nam hij mij, geprofileerd Democraat, aan.’

U bent eigenlijk een participerend wetenschapper, een wetenschapper die het beleid bestudeert en er liefst ook aan deelneemt.

‘Bij Brookings proberen we een groter publiek aan te spreken. Mijn meest gelezen boek, America Unbound, dat hier vertaald is als Amerika Ontketend, ging om de notie dat er een revolutie gaande was in de buitenlandse politiek. Zo denkt nu iedereen erover, maar bij publicatie was dat een nieuwe visie. Het gaat om de manier van kijken. Wie is die Bush, waar is hij mee bezig? Zulke boeken kun je op Brookings schrijven. Mijn nieuwe boek, In the Shadow of the Oval Office, dat volgend jaar uitkomt, gaat over de National Security Council, die dan zestig jaar bestaat. Het is een bijna journalistiek boek over de mensen in die raad.

‘Ik schrijf dat boek thuis. Mijn kinderen gaan naar school en doen hun huiswerk. Ik lees veel. Kranten, boeken, internet. Als ik vijf uur per dag schrijf, ben ik bekaf. Maar met twintig uur per week gaat het snel, zo’n boek.’

En dan mailt u met uw vader hoe het met zijn boek over Drees gaat?

‘Hij houdt eigenlijk niet van schrijven. Hij vindt onderzoek leuker. Hij moet nog een deel. Maar mijn boek zal net iets eerder uitkomen.’ *

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden