Op naar de zoveelste bordesfoto

En daar gaan we weer, voor de zoveelste keer verkiezingen. Waarom gaat het steeds mis met onze kabinetten? 'Politici zijn ontzettend onzeker geworden.'

Wie er in elk geval wél veel zin in hebben, zijn de NOS-hoofdredacteur Marcel Gelauff en zijn collega Harm Taselaar van RTL Nieuws. 'Ze komen een beetje vroeg, maar verkiezingen zijn altijd een feest', zegt Harm Taselaar opgewekt. 'Dit was al een prachtig nieuwsjaar en nu wordt het nog mooier', spint Marcel Gelauff tevreden. 'Een EK voetbal, de Olympische Spelen, Amerikaanse verkiezingen en nu ook Nederlandse verkiezingen: het kan niet beter. En misschien krijgen we aan het einde van het jaar ook nog wel een abdicatie!'


Maar er zijn ook mensen die vorige week zaterdag een zucht van vermoeidheid slaakten toen bekend werd dat Geert Wilders het Catshuis in vliegende vaart had verlaten. Die bij zichzelf dachten: daar gáán we weer. Weer die campagnes, weer dat gezeur over de prijs van een halfje wit, weer die holle retoriek. Taselaar: 'Natuurlijk gaan we weer debatten organiseren. We weten nog niet of we dezelfde formats gebruiken als de laatste keer, maar debatten komen er. Heerlijk.' Gelauff denkt niet dat er zoiets als een overdosis aan debatten bestaat. 'De kijkcijfers van de afgelopen week geven me bepaald niet de indruk dat Nederland het zat is. De kijkers zijn op dit moment zeer in politieke verslaggeving geïnteresseerd. Logisch ook, er staat veel op het spel.' Taselaar: 'Als de politieke situatie in een land onzeker is, gaan mensen juist kijken. Elke dag opnieuw hoop je dat er iemand met een oplossing komt.'


De vraag is of een echte oplossing er wel is. Kranten kwamen de afgelopen dagen met zorgelijke koppen als 'Aanpak crisis splijt politiek', 'Volledige impasse over bezuinigingen' en 'Wie lost dit op?' Ferry Mingelen nam in Nieuwsuur de woorden 'hartstikke moeilijk', 'vrijwel onmogelijk' en 'wie het weet mag het zeggen' in de mond. Donderdagmiddag kwam het na twee dagen onderhandelen alsnog tot een principeakkoord over de bezuinigingen tussen CDA, VVD, GroenLinks, D66 en ChristenUnie. Even goed moet het land op 12 september opnieuw naar de stembus, nog geen twee jaar na de vorige verkiezingen.


Wat is dat toch? Waarom struikelen Nederlandse kabinetten keer op keer? Na Paars I onder Wim Kok heeft geen enkel kabinet in Nederland de rit meer uitgezeten. Moeten we ons grote zorgen maken over de bestuurbaarheid van het land?


'Ik denk wel dat het op dit moment erg lastig is', zegt hoogleraar algemene politicologie Wouter van der Brug (1963) van de Universiteit van Amsterdam. 'Ik vind het erg op de jaren zestig lijken. Toen had je ook zo'n periode van snelle veranderingen, gecombineerd met een onzekere politieke elite. Kabinetten bleven kort aan en het waren grote coalities met vier, vijf partijen. Maar nu komt daar nog eens een economische crisis bij. Die was er in de jaren zestig niet; de crisis kwam pas in de jaren zeventig, en toen zaten er wél politici die wisten welke kant ze op wilden.'


'Nederland is veel onstabieler geworden', zegt oud-politicus Willem Vermeend (1948). 'Maar goed, we zijn nog steeds het tweede rijkste land van Europa, en we hebben nog altijd een van de beste pensioenstelsels ter wereld. We zijn wel wat chagrijniger geworden; dat is jammer.'


Vermeend was staatssecretaris van Financiën en minister van Sociale Zaken tijdens Paars; nu is hij ondernemer, hoogleraar Europees fiscaal recht en schrijver. In zijn eind vorig jaar verschenen boek Verwarring in het land van Henk en Ingrid noemt hij 2010 een historisch jaar, een omslagpunt: voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog kreeg Nederland een kabinet dat stoelde op een Kamerminderheid van 52 zetels (31 van de VVD en 21 van het CDA) en op de gedoogsteun van de PVV (24 zetels). Vermeend: 'In de afgelopen veertig jaar hebben we doorgaans heel stabiele kabinetten gehad; dit minderheidskabinet was een unicum. Ik hoop dat het een uitzondering blijft. Andere landen kunnen zich misschien minderheidskabinetten veroorloven, maar Nederland niet. Wij verdienen ons brood in het buitenland. We moeten het van onze export hebben. Als je wilt dat we het goed blijven doen in het buitenland, moet je een regering hebben die Europees georiënteerd is én die kan rekenen op een Kamermeerderheid. Dit kabinet heeft internationaal ontzettend veel schade aangericht.'


Komt het, nu er een akkoord ligt, allemaal toch nog goed?


'Nee', zegt de Rotterdamse socioloog Willem Schinkel (1976), auteur van De nieuwe democratie. 'Althans, niet vanzelf. Nederland is niet onbestuurbaar; Nederland is juist te bestuurbaar. En dat is het echte probleem. In Nederland wordt politiek vaak puur en alleen gezien als bestuur, terwijl politiek ook de articulatie is van wezenlijke spanningen binnen het volk - en dat volk is nooit één. Politiek is hier gereduceerd tot probleemmanagement. Als gevolg daarvan leven we in een sterk gedepolitiseerde samenleving, waarin de fundamentele vragen en de fundamentele beslissingen vaak onder de mat van bijvoorbeeld de economie worden geveegd. Dan zegt men: 'De financiële markten dwingen ons tot het nemen van deze maatregelen.' We laten economen de balans opmaken en hebben de politiek weggecijferd.'


Zakenkabinet

In analyses over de oorzaken voor de huidige instabiliteit wordt doorgaans 'de zwevende kiezer' als hoofdschuldige opgevoerd, op de voet gevolgd door 'het versplinterde politieke landschap' dat telkens weer nieuwe partijen verwelkomt; dinsdag maakte ex-PVV'er Hero Brinkman in Pauw & Witteman de oprichting van zijn Onafhankelijke Burger Partij bekend. Waar ooit het kleinere grut op een stevig en stabiel politiek centrum steunde, schommelen nu ook de middenpartijen alle kanten op - het CDA bijvoorbeeld is nog maar een bleke schim van het vroegere machtsblok. Wouter van der Brug: 'De zes middelgrote partijen - CDA, VVD, PvdA, D66, SP en PVV - hebben allemaal een potentieel van boven de dertig zetels, maar kunnen ook zomaar weer terugvallen naar vijftien of minder.' Die fluctuaties zijn de afgelopen decennia steeds sterker geworden, met een piek in 2002. Toen was sprake van de meest instabiele verkiezingsuitslag sinds de Tweede Wereldoorlog, met de opkomst van de LPF en een enorm zetelverlies voor de PvdA.


De kern van de bestuurscrisis in Nederland, zegt Willem Vermeend, is dat de kiezersaanhang van de middenpartijen verloren is gegaan. 'Vroeger hóórde je bij een bepaalde partij, afhankelijk van je achtergrond. Een vaste groep mensen stemde altijd op de PvdA, welke lijsttrekker er ook zat. Die identificatie is weg. Elke partij moet nu voortdurend vechten om de gunst van de zwevende kiezer. Die zwevende kiezer bepaalt in toenemende mate welk kabinet er komt.


'En voor die zwevende kiezer is de inhoud minder belangrijk dan de lijsttrekker. Dat zie je bij de SP. Mensen vinden Emile Roemer een sympathieke vent, iemand om gezellig een biertje mee te drinken. Ik weet zeker dat veel mensen die nu op hem stemmen, dat niet zouden doen als ze zijn programma zouden analyseren.'


Volgens Wouter van der Brug ligt het toch wat genuanceerder. 'Het klopt dat er bijna geen kiezers meer zijn die zich identificeren met één partij', zegt hij. 'Maar het gaat kiezers uiteindelijk wel om de inhoud. Mensen voelen zich nog steeds verwant met een bepaalde richting. Iemand die nu PVV stemt, zal een jaar later niet opeens voor D66 kiezen. Wat je vooral ziet, is dat bepaalde groepen partijen stevig met elkaar concurreren: op rechts zijn dat CDA, VVD en PVV en op links SP, PvdA en GroenLinks. De enige partij die met beide kanten concurreert, is D66.'


Dat kiezers niet meer automatisch bij een bepaalde partij horen, kun je volgens Van der Brug ook zien als een vorm van emancipatie. 'Kiezers zijn gaan kiezen. En dat heeft de partijen ontzettend onzeker gemaakt.' Het probleem zit hem, zegt de politicoloog, niet zozeer in de zwevende kiezers, maar in de zwevende partijen. Van der Brug: 'Partijen zijn als de dood om kiezers kwijt te raken en hebben daardoor allemaal zo hun thema's waar ze niks op durven. De hypotheekrente-aftrek en de AOW-leeftijd zijn bijvoorbeeld lang taboe geweest; maar je zag het ook bij de discussie over het rekeningrijden. In feite was iedereen ervoor, maar toen er weerstand kwam en er vette koppen in De Telegraaf verschenen, ging het vooral rechtse politici dun door de broek lopen en trokken ze zich terug.'


Gevolg van die onzekerheid, zegt Van der Brug, is dat de traditionele regeringspartijen zich minder duidelijk van elkaar onderscheiden. 'In de jaren zeventig en tachtig had je een duidelijke links-rechtstegenstelling waar kiezers zich mee identificeerden en die heel voorspelbaar maakte waar partijen voor stonden, of het nou ging om kernenergie of om inkomensverschillen. De sociaal-economische issues lieten zich vrij gemakkelijk indelen langs links-rechtslijnen. Maar de afgelopen jaren fietsten daar sociaal-culturele issues als immigratie doorheen, en daarin was een links-rechtsonderscheid veel lastiger te maken. Er is een grote groep kiezers die op sociaal-economische thema's tamelijk links is en op sociaal-culturele thema's tamelijk rechts, maar er is geen partij die die twee duidelijk verenigt. Die kiezers kunnen dus alle kanten op. Dat maakt het uitermate instabiel.'


De middenpartijen lijken veel te veel op elkaar, zegt Willem Schinkel. 'Denk maar eens aan de tegenbegrotingen die de oppositiepartijen in 2011 presenteerden. Het kabinet wilde toen 18 miljard bezuinigen; en de tegenbegrotingen bevatten allemaal keurig 18 miljard euro aan bezuinigingen. Afgaand op wat we op tv zien, denken we weleens dat er een heftige politieke strijd gaande is; maar als je een beetje afstand neemt, blijkt dat het alleen maar gaat om procentjes hier en daar. Er zijn geen fundamentele verschillen.'


Volgens Schinkel hebben politieke partijen, door hun ideologieën af te schaffen, zichzelf overbodig gemaakt. 'Dat zag je het sterkst bij de Paarse kabinetten van Wim Kok, wat uiterst gedepolitiseerde kabinetten waren. De overheersende opvatting was dat Nederland wel zo'n beetje af was en dat er hooguit nog wat moest worden geschaafd, hier en daar. Het is heel logisch dat daar een populistische reactie op kwam in de vorm van Pim Fortuyn. Fortuyn bracht in feite het verschil terug in de politiek. En bij Paars begreep niemand het. Ze zeiden: het gaat toch goed met de koopkracht? De criminaliteit is toch gedaald? Wat doen we verkeerd? Nou, dit: ze waren de politiek vergeten.


'Nu zie je dat mechanisme wéér. Het kabinet is gevallen en meteen wordt er gediscussieerd over een zakenkabinet. Felix Rottenberg zei, bij DWDD: 'Eigenlijk moeten vertegenwoordigers van alle politieke partijen nu samenkomen, de politiek achter zich laten en een agenda voor de toekomst vaststellen.' Ik denk dat dat precies de verkeerde reactie is. Men schiet in de kramp van 'het moet niet te politiek allemaal'. Maar de crisis in de politiek komt nu juist voort uit het feit dat de politiek zichzelf weggecijferd heeft en vergeten is.'


Pluriform landje

Een simpele oplossing voor de lange termijn lijkt niet voorhanden. Een ingewikkelde trouwens ook niet. Van der Brug gelooft niet in fusies, bijvoorbeeld tussen D66, GroenLinks, de PvdA en een enkele VVD'er. Het plan is vaak geopperd, onder anderen door oud-fractieleider Paul Rosenmöller van GroenLinks, die in de vorming van een grote, progressieve, vrijzinnige partij het antwoord zag op de versnippering op links. 'Tot op heden is het nooit gelukt en het gaat er ook niet van komen', zegt ook Willem Vermeend. 'En ook in de vorming van zakenkabinetten of nieuwe politieke stelsels zie ik weinig. Dat zijn van die proefballonnen die niet bij het Nederlandse landschap passen. We zijn nu eenmaal een redelijk pluriform landje. Ik ga ervan uit dat we de komende decennia met kabinetten moeten werken waarin ten minste drie of vier partijen zitten. Dat is vervelend, want je krijgt een buitengewoon verwaterd kabinetsbeleid; maar we moeten het maar gewoon accepteren.'


Van der Brug is niet zo bang voor minderheidskabinetten. Die kunnen goed functioneren. 'Dit kabinet is vooral mislukt door die wanstaltige gedoogconstructie. Als die er niet was geweest, had Rutte kunnen regeren door te investeren in samenwerking met andere oppositiepartijen. In Scandinavië gaat dat goed, en het geeft het parlement meer invloed.'


Verder is het belangrijk wat D66 en het CDA gaan doen, zegt Van der Brug. 'Geredeneerd vanuit de wens het land bestuurbaar te houden, heeft bij het CDA-congres in 2010 precies de verkeerde vleugel van die partij de overhand gekregen, met types als Maxime Verhagen en Henk Bleker. De traditionele middenkoers heeft toen verloren. Voor de bestuurbaarheid van Nederland mag je hopen dat dat nu wordt hersteld en dat die rechtervleugel aan de kant wordt geschoven.'


In zekere zin is deze zoveelste bestuurlijke crisis een zegen, meent Willem Schinkel: crisis dwingt tot reflectie. 'Ons wordt voortdurend verteld dat er geen alternatieven zijn voor hoe het nu gaat. Als dat waar is, dan betekent onze democratische vrijheid niets; want vrijheid is het hebben van alternatieven.' In zijn boek stelt Schinkel een nieuwe Raad van State voor, eentje met een agenderende macht. 'Je kunt wel degelijk op een andere manier nadenken over hoe we de democratie moeten vormgeven, en ik probeer een aanzet te geven. Natuurlijk zijn er mensen die dan zeggen: dat is totaal utopisch. Dan zeg ik: inderdaad, het is utopisch. Maar het moet wel gebeuren.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.