'Op momenten dat ik het nodig heb, is God er'

'Ik ben met de kinderwagen het Leger des Heils binnengereden. Mijn broers zaten in het muziekkorps, mijn vader stond ervoor als kapelmeester en mijn moeder zat in het koor.'..

- Ben je gelovig opgevoed?

- En jij wou natuurlijk ook zo'n mooi muziekinstrument.

'Toen ik zeven was ben ik begonnen op kornet. Dat is het basisinstrument waar elk kind op leert spelen, maar ik ben al heel snel overgeschakeld op een althoorn. Ik vind het een mooi instrument en hij is handzaam voor iemand als ik, die niet zo groot is. Hij speelt lekker en de partijen die je speelt vind ik mooi. Ik zing ook en ik ben geen sopraan, ik hou niet zo van de melodie, ik hou meer van de onderliggende partijen, die het harmonieus maken. Daar is vooral de alt heel erg mooi voor, met af en toe zo'n solotrekje en dat vind ik dan wel leuk. Ik denk dat het een beetje overeenkomt met mijn karakter.'

- Wanneer kreeg je je eerste uniform?

'Toen ik korpscadet werd. Dan krijg je een een echt zwart uniform met een hoedje. Ik was een jaar of veertien toen ik mijn eerste uniform kreeg en ik ben alle buren langs geweest toen ik het voor het eerst compleet aan had. Ik vond het zo mooi en ik was zo trots.'

- Dat bleef zo toen je ouder werd?

'Mijn ouders zeiden: tot je zestiende ga je mee, of je dat nou leuk vindt of niet, en dan mag je kiezen of je ermee wil stoppen. Mijn oudste broer heeft toen gezegd: het is niks voor mij, alleen het spelen vind ik leuk, maar dat doe ik dan wel in een brass-band buiten het Leger. Hij had het moeilijk met de regels: je mag dit niet en dat niet. . .'

- Zoals?

'Wij roken niet, wij drinken niet en samenwonen: nee.'

- Heeft Jezus dan voor niks water in wijn veranderd?

'Ik denk dat veel mensen zo redeneren. Maar het Leger is opgezet in Engeland in een periode dat vooral alcoholisme een vreselijke aanslag was op het sociale leven. In buurten waar dat hoogtij vierde is William Booth begonnen met het Leger des Heils, dus hij had zoiets van: in mijn leger, in mijn kerk, geen mensen die verslaafd zijn. Dat heeft zich gericht op: geen alcohol, niet roken en tegenwoordig dan geen drugs en schadelijke lectuur, zoals dat dan zo mooi heet in de Krijgsartikelen.'

- Heb jij nooit een sigaretje willen paffen?

'Ik heb het stiekem wel gedaan. Je ziet, als je ergens zit, mensen een wijntje drinken bij het eten en dan denk je: waarom ook niet? Maar dat zijn de regels die een organisatie gesteld heeft en dat heeft niks te maken met hoe ik geloof.'

- Hoe geloof je?

'Het Leger is voor mij een middel. Het doel is dat ik doe wat ik kan om het mijn gezin en mensen in mijn naaste omgeving zo aangenaam mogelijk te maken, mijn best doe om er wat moois van te maken. Daar heeft mijn geloof een grote plaats in. Ik loop niet de hele dag met Bijbelteksten of liederen van het Leger in mijn hoofd, ik ben vaak met andere dingen bezig, maar op momenten dat ik het nodig heb is God er. Dan ga ik zitten en doe ik mijn ogen dicht en dan bid ik in stilte over dingen die ik mee heb gemaakt op mijn werk of thuis.'

- Hoe stel je je God voor?

'Ik zie hem als een persoon.'

- Lijkt Hij een beetje op William Booth?

'Ja, een lieve, grote, stevige opa. Iemand waar je vertrouwen in stelt.'

- Met zo iemand praat je dan in je hoofd?

'Ja.'

- Zegt Hij dan wat terug?

'Nee. Hij luistert alleen.'

- Glimlacht Hij wel eens naar je of knikt Hij soms?

'Soms denk ik dat hij zo zit. . .'

- Met Zijn handen voor de ogen?

'Van: oh, oh, wat moet dat worden? Ik denk dat het ook een beetje zo in de psychiatrie werkt: hij luistert en als je maar praat kom je vaak zelf met een oplossing. Vaak wil ik meteen een pasklaar antwoord, zodat ik er niet meer over hoef na te denken, maar als ik dan tegen Hem praat en er dus nog eens rustig over nadenk, denk ik: oh, maar zo kan het ook.

'De eerste keer dat ik dat heel sterk ervaren heb, was toen onze jongste zoon heel ernstig ziek was, echt op het randje.

Op een gegeven moment stonden mijn man en ik op zijn kamer en we zagen het niet meer zitten, nou, dan spelen alle emoties mee, ik kan er nu nog van volschieten. Toen voelde ik een bepaalde kracht, een bepaalde troost, maar ook een bepaalde zekerheid: het komt wel goed.

'We hadden toen allebei iets van: daarboven moet nu iemand zijn en hij is er ook, hij luistert, hij troost en hij geeft je ook een beetje een hart onder riem. Welke kant het dan ook op gaat, en gelukkig in dit geval de goede, weet je toch ergens diep in je hart dat het goed is. Voor mij houdt het geloof een zekerheid in dat er iets is.'

- En wat is dat iets dan?

'Daar heb ik een mooie theorie over gehoord van een vriendin die heel erg bezig was met wat er na de dood met je gebeurt. Ze zegt: een mens bestaat uit een goed deel en een iets minder goed deel en op het moment dat je sterft, je ziel je lichaam verlaat, wordt al het goede wat je had samengebundeld en al het verkeerde verdwijnt en het goede in je - en elk mens heeft iets goeds - gaat naar waar jij dan in gelooft. En ik geloof wel in een hemel, niet als een paradijs, dat is dan weer een beetje ongrijpbaar, maar ik geloof dat het goede wat er in mij zit naar een plaats gaat waar het goed is.'

- Dat voegt zich daar bij het goede van alle andere mensen?

'Dat zou je dan nog verder kunnen ontwikkelen. Ik vond dat al een hele diepgaande theorie, waar ik lang over na heb moeten denken, maar ik dacht: ja, dat is een hele humane theorie. Niet van: jij bent slecht, dus jij gaat daarheen, en jij bent goed, jij mag daarheen. Elk mens heeft iets goeds en al die goede eigenschappen worden samengebundeld in je ziel en dat wordt ergens bewaard.'

- Bij God?

'Misschien worden we wel opgenomen in de gedaante of in het wezen God, al het goede.'

- Je neemt de Bijbel dus niet letterlijk?

'Nee. Natuurlijk zijn er, binnen elke kerkgemeenschap, mensen die dat doen, maar binnen het Leger is dat niet zo sterk. De Bijbel is geschreven door mensenhanden, eeuwen geleden, en is vertaald. De verhalen uit de Bijbel en zeker dingen die Jezus heeft gezegd, daar moet je over nadenken en dan moet je voor jezelf proberen om dat een beetje terug te brengen in deze tijd: wat kan ik er nu mee? Al die broodjes, die visjes en die wijn, nee, daarvoor ben ik niet binnen het Leger gebleven. Het Leger is voor mij een middel om mijn geloof te beleven en uit te dragen.'

- Loop jij wel eens met de Strijdkreet rond?

'Nee, dat kan ik niet. Zet me alsjeblieft niet met een pak Strijdkreten midden op de Wallen, want dan ga ik dood. Ik heb best zinnige dingen te vertellen, maar niet zo plompverloren van: meneer, wilt u een Strijdkreet en met je collectebusje en dan zo maar een gesprek aanknopen. Ik probeer door mijn manier van leven duidelijk te maken dat ik christen ben. Niet door iedereen met teksten om de oren te slaan en diepzinnige gedachtes over te brengen, want daar hou ik niet van.

'Ik probeer ook in mijn werk, en dat is natuurlijk een uitgelezen beroep, iets over te brengen. Een manier van omgaan met mensen, een manier van praten, proberen te begeleiden van mensen die in hun laatste fase zitten, want dat komt bij ons op de afdeling ontzettend veel voor, met heel veel kankerpatiënten en ook jonge. Dan kan ik uit mijn geloof veel halen zonder hoogdravend te worden en zonder zweverig te worden en toch die mensen iets mee te geven waar ze misschien iets mee kunnen.'

- Wat dan?

'Als mensen in hun terminale fase verkeren willen ze graag praten, dan zijn er dingen die ze kwijt willen en dan komt toch heel vaak het geloof naar boven. Wat ze heel vaak vragen: gelooft u? Dat is de binnenkomer van de eeuw, echt, zoals in een bar: ken ik je niet ergens van? Als mensen over hun dood willen praten, is het eerste wat ze vragen: gelooft u? Nou, ik geloof en dan probeer ik dat uit te leggen, maar niet zo dat ik wil zeggen: zo moet je het ook doen, want dan komt het wel goed met je. Ik probeer een beetje filosofisch te wezen, een beetje na te denken over, ja, de zin van het leven, de zin van het sterven, zoals ik dat beleef.'

- Er is dus geen zin, zou ik zeggen.

'Nee, soms niet. Maar er zijn mensen die het ondergaan en die daar duidelijk de zin van inzien: dit is voor mij bedoeld en omdat ik dit meemaak kan ik - en dan vullen ze dat zelf in en dat kan van alles zijn. Er zijn mensen voor wie de zin van hun lijden heel duidelijk is. Denk jij dat het leven geen zin heeft?'

- Nee zeg, stel je voor dat het allemaal zin moest hebben.

'O, er zijn veel dingen waarvan ik denk: dat is absoluut zinloos. Maar er zijn ook veel dingen waarvan ik denk, ja.'

- In alles wat onsamenhangend is wil je samenhang zien. Zo zit ons brein in elkaar, denk ik.

'Terugbrengen tot iets wat je kunt begrijpen, wat je kunt vatten en dat is vaak ook waar mensen tegenaanlopen, ook met geloofszaken. Dingen zijn niet altijd terug te brengen tot iets rationeels. Maar je ziet bij de jeugd van tegenwoordig toch ook heel sterk: ze weten het niet meer, ze zijn op zoek, er is geen duidelijkheid meer, alles vervaagt toch een beetje en dan hoeft er maar iemand, en dat kan een Heilssoldate zijn met een Strijdkreet, een zinnig verhaal te vertellen, iets wat aanspreekt, en je hebt ze.'

- Wat is je favoriete Bijbeltekst?

'1 Korinthe 13: 13: ''Zo blijven dan: Geloof en hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde.'' '

Dit is de laatste aflevering van een wekelijkse serie die op 4 oktober 1995 begon. De interviews worden binnenkort door de Volkskrant gebundeld tot een boek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden