Op jacht naar woonfraudeurs

De woningcorporatie Ymere pakt onder(ver)huur actief aan...

Van onze verslaggever Tjerk Gualthérie van Weezel

Amsterdam ‘Ik had geen keus. Ik deed het om mijn kinderen te eten te geven’, zegt de hippe jonge vader van begin 30. Hij zit in de schulden. Zijn bedrijf loopt slecht. Dat hij nu zijn ruime vijfkamerappartement met uitzicht over het Amsterdamse stadscentrum zal moeten opgeven, is de zoveelste tegenslag op rij.

Hij vond al dat ze zich vreemd gedroegen, de drie toeristen aan wie hij zijn woning via internet verhuurd had. Ze stelden geen vragen over restaurants in de omgeving, of over de snelste weg naar het Rijksmuseum. Wel liepen ze speurend door de kamers. Een van de mannen fotografeerde een lege kast en de vrouw vroeg tot drie keer toe of zij echt de enigen waren die de komende dagen toegang tot de woning zouden hebben.

Toen hij dat had bevestigd, maakte de vrouw zich bekend als Sonja Vink van het ‘Team Onrechtmatige Bewoning’ van woningcorporatie Ymere. De huisbaas dus. De mannen zijn haar collega Gobind Ramkalup en een verslaggever van de Volkskrant.

‘Ik kom niet vaak zulke grove overtredingen van het huurcontract tegen’, zegt Sonja. De jonge vader verhuurt zijn woning voor 200 euro per nacht, terwijl hij zelfs maandelijks 646 euro huur betaalt. ‘Jullie zijn er snel bij’, zegt hij. ‘Ik deed dit pas voor de tweede keer.’

Pionier
Naar schatting wordt 10 procent van de Amsterdamse sociale huurwoningen onderverhuurd. Ymere is een pionier in de bestrijding van onrechtmatige bewoning. Sinds vijf jaar heeft de corporatie een team van drie medewerkers die fulltime bezig zijn onderhuur aan te tonen. Binnen de grenzen van de strenge wetten die huurders beschermen, zoeken zij naar mogelijkheden. Reserveren van een illegale hotelkamer hoort daarbij, maar ook reageren op in onderhuur aangeboden woningen. En vooral heel veel deuren langs.

In juni 2010 boekte de corporatie een grote zege. De Hoge Raad oordeelde in een proefproces dat Ymere had aangespannen dat een huurder niet alleen zijn woning verliest als hij die onderverhuurt. De corporatie mag de ‘geleden schade’ ook nog eens op hem verhalen. Die schade mag de corporatie gelijkstellen aan de winst die onderverhuurder op de woning heeft gemaakt. Daarbovenop moet hij de kosten vergoeden die de corporatie heeft gemaakt voor het opsporen van de onderhuur .

Sonja, Gobind en haar collega worden soms voor nazi’s, NSB’ers of Gestapo uitgemaakt, ‘Natuurlijk doet dat pijn. Maar ik vind dat we goed werk doen’, zegt Sonja. ‘Dankzij ons zijn er vorig jaar vijfhonderd woningen vrijgekomen voor woningzoekenden op de lange wachtlijsten. Vaak maken de onderverhuurders woekerwinsten. Wij pakken dat onrecht aan.’

Maar de preventieve werking die van het team uitgaat, is volgens Sonja het grootste succes. Hoewel het percentage onderverhuurde woningen in Amsterdam de afgelopen jaren volgens schattingen eerder toe- dan afnam. ‘Als wij er niet zouden zijn, zouden er nog veel meer onderverhuurd worden. De gemiddelde wachttijd voor een sociale huurwoning is nu al twaalf jaar en die zou dan alleen maar verder oplopen.’

‘Undercover’ als toerist een illegaal hotel oprollen, is niet iets dat de controleurs dagelijks doen. ‘Maximaal een tot twee keer per jaar’, schat Sonja. De rest van de avond is er meer routinewerk. Hij reist naar een naburige stad om daar een ‘huurder’ in zijn koophuis te betrappen. En zij gaat in Amsterdam-West en Centrum adressen checken. ‘Op jacht’, zegt Gobind.

Sonja heeft een rijk gevulde tas over haar schouder hangen als ze de auto instapt. ‘Allemaal verdenkingen van onderhuur.’ De aanwijzingen kunnen van verschillende kanten komen. Eigen onderzoek bij het kadaster, of gevonden via het zoekprogramma Experian, dat gegevens van verschillende databases aan elkaar koppelt. ‘Goedgekeurd door het College Bescherming Persoonsgegevens.’

Maar in de meeste gevallen gaat het om tips. Omwonenden kunnen hun verdenking anoniem doorgeven, rechtstreeks aan Ymere of via Zoeklicht, de gemeentelijke instelling die samen met corporaties probeert onrechtmatige bewoning op te sporen.

Binnenkomen, dat is het doel vanavond. ‘Huurders hoeven ons niet in hun woning te laten, daartoe hebben we geen bevoegdheid. Maar we hebben zo onze methoden om toch over de drempel gelaten te worden’, zegt Sonja.

Sleutels
De eerste manier blijkt simpel. Ymere heeft de sleutels van alle trappenhuizen in de woningen die de corporatie verhuurt. Sonja loopt zachtjes de betonnen trap op. Bij een deur op de derde verdieping staat ze stil en luistert ze. Voor de zekerheid klopt ze nog even, maar het jonge stel dat hier volgens haar gegevens een woning onderhuurt, is echt niet thuis.

Een paar straten verder staan we in een vergelijkbaar trappenhuis voor een vergelijkbare deur. Hier brandt licht, er zijn duidelijk mensen binnen. Volgens een tipgever zou de hoofdhuurder, een oudere man, hier al enkele maanden niet meer gezien zijn. Er zou nu een jong stel wonen.

‘Goedenavond Ymere, mogen we even binnenkomen?’, vraagt Sonja opgewekt als een blonde vrouw van in de dertig opendoet. Sonja laat haar legitimatie zien. Haar vriend ligt te slapen, zegt de vrouw, die erg nerveus doet. ‘Het schikt niet.’ Pas als Sonja over de wietplanten begint waarover in de tip gerept wordt, mogen we even op het balkon kijken.

Terwijl Sonja de vrouw aan de praat houdt, kijkt ze goed rond. De vriend ligt inderdaad languit op de bank te slapen. Ook de wietplanten zijn aanwezig, drie om precies te zijn. ‘Voor mijn moeder, die rookt om medicinale redenen. Ze heeft kanker.’ De twee passen op het huis van haar ouders, zegt ze. ‘Mijn vader zit in gevangenis, wist u dat niet?’

‘Ze was zenuwachtig, en de woning was erg modern ingericht’, zegt Sonja als we weer buiten staan. ‘Niet bepaald het huis dat je verwacht van iemand van in de 60. Maar het verhaal zou toch kunnen kloppen.’ Sonja zal nagaan of de vader inderdaad slechts korte tijd in de gevangenis zit.

Gedurende de avond beklimmen we heel wat steile trappen. Maar meestal blijft het stil aan de andere kant van de deur. Nog vier keer die avond wordt er wel opengedaan. Een keer is het eveneens een onduidelijk verhaal, achter een tweede deur is er duidelijk geen onderhuur en in de derde woning blijkt de vermoede onderhuurster wel degelijk over een huurcontract te beschikken.

Pas bij het allerlaatste adres van de avond heeft Sonja beet. Op een etage aan de rand van het stadscentrum doet een blonde vrouw van in de 20 open. Ze wil ons niet binnenlaten omdat ze er zelf niet woont. ‘Mijn vriend huurt deze woning, hij is nu nog aan het werk, ik woon zelf ergens anders.’ Haar vriend staat inderdaad in de woning ingeschreven, maar hij is niet de hoofdhuurder. Dat is een andere vrouw. Waar is zij, wil Sonja weten. ‘Op reis, in het buitenland’, antwoordt de blondine. ‘Mijn vriend hoopte dat hij het huis na verloop van tijd zou kunnen overnemen, het is echt onmogelijk hier op een andere manier een woning te vinden.’

Speuren op internet
De volgende ochtend om 9 uur belt de vriend al naar Sonja. Hij zegt dat hij een relatie heeft met de hoofdhuurster. Maar van een speurtocht op internet weet Sonja inmiddels dat de twee niet eens ‘vrienden’ zijn op Hyves. Wel staat de jongen op verscheidene foto’s afgebeeld in innige omhelzing met de blondine die opendeed. Later die week belt de moeder van de hoofdhuurster met Sonja. ‘Ze gaf toe dat haar dochters reis grotendeels bekostigd werd met de inkomsten uit de onderhuur.’

Als ze moeilijk blijven doen en hun woning niet opgeven, zal Sonja de hoofdhuurster voor de rechter dagen. Maar ze verwacht niet dat die daarvoor terugkomt naar Nederland. ‘Deze woning komt weer vrij voor iemand op de wachtlijst.’

Meeste woonfraude in grote steden
Woonfraude komt overal in Nederland voor, maar neemt toe naarmate de krapte op de lokale woningmarkt groter is. In de grote steden, waar woonruimte schaars is, wordt de het aantal onrechtmatig bewoonde sociale huurwoningen geschat op tussen de 5 en 10 procent. Amsterdam is dan ook niet de enige stad met onderhuurteams. Ook in andere steden zoals Groningen en Den Haag zijn interventieteams ingesteld. Deze teams bestaan in ieder geval uit een medewerker van de gemeente, een medewerker van de corporatie en een sociaal- of maatschappelijk werker. Met deze ‘achter de voordeur’- aanpak van de interventieteams zeggen de corporaties niet alleen woonfraude op te sporen. Zo worden zij ingezet wanneer bewoners in de problemen dreigen te komen door huurachterstanden of asl ze overlast veroorzaken.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden