RECONSTRUCTIE

Op het verkeerde moment op de verkeerde plek

Het lijkt lange tijd een kwestie van 'je was erbij, dus je bent erbij'. Maar de jonge Somalische visser op het gekaapte schip is helemaal geen piraat. Met een flinke som geld schadevergoeding kan hij nu terug naar de Hoorn van Afrika, maar Ali blijft liever hier. Om een goede voetballer te worden.

Ali Mahamed Jama in het Detentiecentrum Rotterdam. 'Ik snapte totaal niet wat er aan de hand was. Ik was gedesoriënteerd.'Beeld An-Sofie Kesteleyn

Het is woensdag 24 oktober 2012 en Ali Mahamed Jama slaapt. Hij ligt buiten, op de houten planken van het grote vissersschip. Een lange, slanke Somalische jongen met een lichtbruine huid. Als hij lacht, lijkt hij een beetje op Obama. Op zijn voorhoofd heeft hij littekens.

Een jongen is hij nog, hij weet zelf niet eens precies hoe oud. 17 jaar? 18?

Het schip waarop hij slaapt, ligt bij de Somalische kust. Het is een 'dhow' van 38 meter lang. Later zal Ali zeggen dat hij niets heeft meegekregen van het drama dat zich hier al weken aan boord afspeelt.

Het schip is gekaapt.

Sinds twee weken houdt een groep Somaliërs op de dhow de twintigkoppige bemanning uit Iran gegijzeld. Die zegt te zijn geschopt, geslagen en bedreigd met vuurwapens. Telefoons en andere bezittingen zijn meegenomen.

Kapingen en piraterij komen geregeld voor in de Somalische wateren. Soms worden opvarenden maandenlang vastgehouden, in de hoop op grote sommen losgeld. Vanuit de gekaapte dhows worden bovendien weer grotere koopvaardijschepen gekaapt.

Maar daar is Ali nu even niet mee bezig. Hij schrikt op van geschreeuw. 'Er is een schip, er is een schip', roept iemand. 'Militairen', schreeuwt een ander. Boven zijn hoofd klinkt het geronk van een verkenningsvliegtuig. Mensen beginnen te rennen.

Paniek

Voor zich ziet Ali een immens marineschip. Vanaf dit schip komen drie motorboten in volle vaart op hen af. Ze zitten vol militairen, die zwarte bivakmutsen dragen en zwaarbewapend zijn.

Ali voelt paniek. 'Ik snapte totaal niet wat er aan de hand was.' Als vanzelf rent hij mee met de anderen, naar de ruimte waar ze gisteren films keken. Iedereen loopt door elkaar. Om hem heen wordt geschreeuwd door Somaliërs, gewapend met kalasjnikovs. 'Kapitein, kapitein!'

Nu wordt de Iraanse kapitein de stuurhut binnengesleurd. Iemand zet een pistool tegen zijn hoofd. 'Start de motor', schreeuwt een Somaliër. Hij zegt dat de kapitein naar de kust moet varen. 'En als je dat niet doet', zegt hij, 'dan schiet ik je neer.' De kapitein gehoorzaamt.

De militairen zijn bijna bij het schip: 100 meter nog. De Somaliërs zoeken dekking en richten hun kalasjnikovs. Het geratel van hun volautomatische wapens is oorverdovend.

De gemaskerde militairen in de motorboten schieten terug. Op zijn kamer ziet Ali de kogels naar binnen vliegen. Het schip trilt. 'Net als een vulkaan', zegt hij later. Een Iraniër met bloed in zijn gezicht rent de kamer binnen. Hij valt voorover op de grond. Ali kijkt verbijsterd toe.

Goede sfeer

Somalië, een paar dagen eerder.

Ali loopt op het strand als er een man op hem afkomt. Hij heeft een opvallende spleet tussen zijn tanden, draagt een mannenjurk en rijdt in een grote paarse auto.

'Is dit bootje van jou?', vraagt de man, wijzend op een smal motorbootje. 'Ja', zegt Ali. De man zegt dat Ali 100 Amerikaanse dollar kan krijgen als hij voor hem spullen vervoert: rijst, suiker en qat, een drug die veel Somaliërs gebruiken.

Ali aarzelt. Hij is visser. Moet hij doen wat de man met de spleet tussen zijn tanden zegt? Hij weet: dit is Ahmed Said Jame, machtig man uit de buurt. 'Ik had hem nooit gezien, maar kende zijn naam', zegt Ali later. 'Mensen praatten over hem als over een president, een heilige. Hij heeft zijn eigen troepen. Ze waren bang voor hem.'

Ahmed Said Jame noemt Ali zijn 'vriend'. Samen varen ze naar het grote vissersschip, dat al dagen stil ligt voor de kust. 'Hij had een zak qat bij zich die ongeveer 500 dollar kostte', zegt Ali.

Op de dhow ziet Ali mensen met wapens. Maar wapens in Somalië zijn normaal. Hij ziet dat iedereen aan boord met zijn nieuwe, tijdelijke baas wil praten. Ook de Iraanse kapitein geeft een hand.

'De kapitein kreeg qat. Ze gingen samen boven zitten. Ondertussen keek ik wat rond. Ik maakte kennis met de kok. Op dat moment zag ik niemand die in elkaar werd geslagen. Ik zag niet dat mensen elkaar bedreigden. De sfeer was gewoon goed.'

Ali vaart met Ahmed Said Jame terug naar de kust. De dag daarna gaan ze opnieuw met Ali's bootje naar de dhow. Nu brengen ze sigaretten.

'Ali, luister', zegt zijn nieuwe baas als ze eenmaal op de dhow staan. 'Jij blijft hier en ik neem de boot mee. Ik moet wat dingen regelen.' Hij zegt dat de mannen van de boot hem eten en drinken zullen geven en vertrekt. Ali's kleine bootje blijft twee nachten weg.

Ali zit op de dhow tussen Iraniërs en een enkele Pakistaan. Hij kijkt Bollywoodfilms. Met handen en voeten praten ze. Ali zegt dat hij de Iraniërs drugs ziet gebruiken. 'Ze ademden heel snel in en uit boven een metalen papier met vuur', zegt hij. 'Dat had ik nog nooit gezien.'

Met de Somaliërs, de mannen met de wapens op het schip, heeft Ali naar eigen zeggen nauwelijks contact - op een enkeling na. Volgens hem komen ze van andere clans. Ali maakt zich zorgen. Krijgt hij zijn bootje nog wel terug? Een Somaliër zegt die dat het goed komt.

Hinderlaag

Het begint als een routineklus. De Nederlandse mariniers in de snelle motorboten hebben al zoveel 'benaderingen' uitgevoerd van verdachte Somalische schepen. Al zegt één van hen die dag scherper te zijn dan normaal. Hij heeft een 'onderbuikgevoel'.

Dit zijn de mannen van de Unit Interventie Mariniers, de Nederlandse special forces. Hun actie maakt deel uit van een missie die ze sinds 2010 uitvoeren, als onderdeel van een internationale VN-actie: het bestrijden van piraterij bij de Hoorn van Afrika.

Die ochtend krijgen ze geen radiocontact met de vreemde Iraanse dhow daar voor hen. Als de kogels over hun hoofden fluiten, zijn ze toch verrast. Het voelt alsof ze in een hinderlaag raken, zegt een van hen later. 'Break contact', klinkt het door de koptelefoons. Dat betekent terugschieten en wegwezen.

Met hoge snelheid varen de kleine, wendbare marineboten terug. Vanaf het moederschip, de Hr. Ms. Rotterdam, vuren precisieschutters op de dhow. Een daverende explosie volgt.

Antipiraterijmissies

Sinds 2008 neemt Nederland deel aan twee internationale missies om piraterij te bestrijden voor de Hoorn van Afrika: Ocean Shield (NAVO) en Atalanta (EU). Deze acties lijken succes te hebben: sinds 2011 neemt het aantal kapingen in de Golf van Aden en de Arabische Zee af. In veel gevallen worden piraten ter plaatse weer vrijgelaten. De afgelopen jaren zijn vier keer Somalische verdachten van piraterij in Nederland berecht. Vanwege bezuinigingen heeft Defensie geen geld meer voor de inzet van grote transportschepen bij de antipiraterijmissies. In het kader van de Atalanta-missie is onlangs het kleinere patrouilleschip Zr. Ms. Groningen naar Somalië gevaren. Als de marine er mensen gevangen neemt, dan kunnen ze op de Groningen worden opgesloten in de ‘helikopterhangar’, zei de commandant onlangs in dagblad Trouw.

'Suspected Pirate'

De gasfles van de dhow is geraakt en ontploft. Boven het schip hangt een enorme vuurbal, overal is zwarte rook. Ali springt in paniek overboord, net als alle andere opvarenden - gegijzelden en kapers door elkaar. Binnen vier minuten brandt het hele schip. De zee is bezaaid met drenkelingen. Sommigen houden zich drijvende met tonnetjes. Anderen grijpen een half brandende jerrycan.

Op camerabeelden is later te zien dat zo'n vijftien man wegzwemmen richting strand. Daar staan tentjes en auto's, een soort kampement. Het zijn de Somaliërs.

Ali zwemt niet mee. 'Achteraf,' zegt hij, 'heb ik vaak gedacht: waarom ben ik niet weg gezwommen? Dan was mijn leven heel anders verlopen. Maar ik was gedesoriënteerd. Ik begreep niet wat er aan de hand was. Ik was hier niet op voorbereid.'

Twee Iraanse bemanningsleden komen om door de beschieting van de Nederlandse marine. Een van hen wordt later drijvend op zijn buik het water gevist.

Uitgeput ligt Ali in de zee, met nog vijf Somaliërs en de Iraanse bemanningsleden. Als de mariniers langsvaren, vragen ze naar zijn nationaliteit. Dat hij geen Iraniër is, betekent dat hij later uit het water wordt gered, zegt hij. 'Irani, Irani', roepen de drenkelingen naast hem.

'Handen boven je hoofd', schreeuwen de mariniers die hem uiteindelijk aan boord trekken en hem boeien. Als ze een blinddoek over zijn hoofd trekken, denkt hij: 'What the hell?' Hij wil de mariniers vertellen dat hij onschuldig is. Dat hij een gewone visser is. Een taxi. 'Stil', schreeuwt de marinetolk.

Aan boord van de Hr. Ms. Rotterdam wordt hij gefotografeerd: een magere jongeman kijkt timide in de lens. Een blanke hand houdt een bordje onder zijn gezicht. Ali Mahamed Jama is vanaf nu 'SP', een Suspected Pirate.

De vissersboot die door de Nederlandse marine onder vuur werd genomen, nadat Nederlandse rubberbootjes waren beschoten vanaf deze dhow.Beeld Koninklijke Marine

Weinig twijfel

Zijn levensverhaal kan door niemand worden gecontroleerd, maar dit is hoe hij het zelf vertelt. Zijn ouders, zus, tante en oma komen om bij een mortierinslag op hun huis, als hij 4 of 5 jaar oud is en Somalië is verwikkeld in een burgeroorlog. 'Ik heb de lijken niet meer kunnen zien. Van mijn moeder weet ik eigenlijk niet meer hoe ze eruitzag.'

Op zijn 10de belandt hij alleen op straat in Mogadishu. Hij werkt als schoenpoetser, slaapt overal en nergens. Zijn oudere broer, die in de qathandel zit, kan hem niet helpen. Pas als hij een baantje bij een visser krijgt, gaat het beter. Met leningen en geld van zijn broer weet hij een boot over te nemen.

De psycholoog die hem later onderzoekt in opdracht van justitie, oordeelt dat zijn levensverhaal 'authentiek en oprecht' overkomt. De psycholoog en ook een psychiater hebben 'weinig twijfel' aan het verhaal. Ze vragen ze zich af: was hij eigenlijk al wel volwassen? In hun rapport oordelen ze dat het 'waarschijnlijk' is dat hij tijdens zijn arrestatie nog geen 18 was.

Het Nederlands Forensisch Instituut constateert dat niet bewezen kan worden dat hij meerderjarig was.

Visser

'Ik denk dat jij een piraat bent.' De ondervrager draait er niet omheen. Het is februari 2013 en Ali wordt voor de vijfde maal verhoord. Met een vliegtuig is hij overgebracht naar Nederland. Sindsdien zit hij in de gevangenis op verdenking van piraterij en poging tot moord op mariniers.

Tijdens de verhoren mag hij zich beroepen op iets dat ze in Somalië niet kennen en dat 'zwijgrecht' heet. Maar Ali zwijgt niet. Hij wil juist zijn verhaal kwijt: hij is geen piraat.

De rechercheurs geloven hem niet. Zij denken dat Ali, die volgens verschillende getuigen een wapen droeg, wel degelijk meehielp het schip te kapen. De man voor wie hij werkte, Ahmed Said Jame, is volgens vele getuigen het brein achter de kaping. 'Ahmed de piratenbaas', zo noemen ze hem.

Ali houdt vol dat hij slechts een visser is. Zijn verhaal wordt ondersteund door getuigenverklaringen van Iraanse gegijzelden en andere Somaliërs. 'Zijn naam is Ali', zegt een Somaliër bij het zien van zijn foto. 'Hij is de eigenaar van een bootje. Zijn beroep is visser.' Geen enkele gegijzelde zegt dat Ali hen bedreigde of kwaad deed, terwijl ze dat wel over anderen verklaren.

De Iraanse kapitein zegt als enige dat ook Ali heeft geschoten op de Nederlandse marineboten, maar begint later te aarzelen: eigenlijk weet hij dit niet zeker. Verscheidene Iraniërs zeggen expliciet dat ze hem niet hebben zien schieten.

Is Ali een piraat? Aanvankelijk veroordeelt de Rotterdamse rechtbank hem tot twee jaar cel. Hij was een 'gewapende bewaker', droeg volgens getuigen een vuurwapen en was aanwezig op een gekaapt schip. Er is geen bewijs dat hij heeft geschoten op de mariniers.

Vele rechtszaken later blijft er niets over van die beschuldigingen. Het eindoordeel van het gerechtshof - nadat het Openbaar Ministerie afgelopen week zijn cassatieverzoek had ingetrokken - is definitief en onherroepelijk: Ali is onschuldig. Er is onvoldoende bewijs dat hij iets verkeerds heeft gedaan op de dhow.

Als enige Somaliër die in het kader van de internationale antipiraterijmissie naar Nederland is overgebracht om hier te worden berecht, wordt hij op alle gronden vrijgesproken.

Ali Mahamed Jama is geen piraat.

Ongewenst persoon

Na zijn vrijspraak in hoger beroep, nu een half jaar geleden, beval de rechter dat hij onmiddellijk moest worden vrijgelaten. Maar Ali zit nog steeds vast, al bijna drie jaar inmiddels.

Ali is een ongewenst persoon, aldus het ministerie van Justitie. Hoewel hij is vrijgesproken, was hij wél aanwezig op het gekaapte schip. Dat is voldoende voor uitzetting via de zogenaamde '1F-procedure': een vermoeden van betrokkenheid bij misdrijven.

Zijn uitzetting is geregeld. Morgen, dinsdag 6 oktober, moet Ali vertrekken naar Mogadishu. Volgens zijn advocaten, Floris Holthuis en Anneke van Harmelen, doet de staat hem daarmee onrecht. Ali is vrijgesproken en heeft recht op schadevergoeding. Voor onterechte hechtenis gelden normbedragen: het telt op tot minimaal een bedrag van 71.350 euro, stellen zij.

Maar als Ali terug is in straatarm Somalië, is de vraag hoe hij zijn geld krijgt. Pas vorig jaar is in het land de allereerste pinautomaat geopend. Overmaken per bank is niet vanzelfsprekend. De schadevergoeding wordt hem 'door de neus geboord', vreest Van Harmelen.

Maar de Dienst Terugkeer en Vertrek houdt voet bij stuk: wachten op afronding van de procedure is niet nodig. Ali moet terug, en wel morgen. Ali hoopt op iets anders: hij wil hier blijven. Zijn reis die begon op 24 oktober 2012 kan geen toeval zijn geweest: een toekomst in Nederland is 'zijn lot'. Allah heeft het zo bepaald.

De jarenlange rechtsgang maakte hem wanhopig. Drie jaar lang begreep Ali niet waarom hij maar bleef vastzitten. Hoe het systeem hier werkt.

Toch maakte hij het beste van zijn tijd in de Nederlandse cel. Hij stortte zich op zijn grote liefde: voetbal. Ali, die zichzelf omschrijft als middenvelder met 'veel baltechniek', speelde uren op de luchtplaats. Hij is fan van Arjen Robben, Wesley Sneijder, Guardado. Van PSV. In zijn cel kijkt hij naar de Nederlandse competitie.

'Zelfs in een Nederlandse gevangenis', zegt Ali, 'is het beter dan in Somalië.'

Dit artikel is gebaseerd op Ali Jama's justitiële dossier, gesprekken met advocaten Anneke van Harmelen en Floris Holthuis en een interview met Ali Jama in Detentiecentrum Rotterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden