Op het kerkhof grazen de hongerige koeien

Het vee overlijdt door de grote droogte in het Oosten en de Hoorn van Afrika. Zonder koeien kunnen de houders niet overleven....

Overleven op het veld van de doden. Adelai Ochomari kon er de eerste dag maar moeilijk aan wennen. Hij bracht zijn koeien naar het kerkhof, waar ze tussen oude en verse graven op zoek konden naar de laatste plukjes eetbaar gras. Zelf kreeg hij geen hap door de keel. Maar inmiddels is het gewoon geworden.

Zonder koeien geen leven, vertelt hij. ‘Ze zijn voor mij wat voor andere mensen een salaris is.’ Hij liep met driehonderd stuks vee zo’n honderd kilometer, weg uit het kurkdroge Kajiado-district in het zuiden van Kenia, helemaal naar de hoofdstad Nairobi. En als daar het gras verdwenen is, is hij bereid nog verder te gaan.

De inwoners van de miljoenenstad beginnen eraan te wennen. ’s Ochtends en tegen het vallen van de avond moeten de automobilisten vol op de remmen als de Masai-herders weer een kudde vee de straat over sturen. Overdag grazen ze langs de bermen, terwijl het verkeer om de beesten heen raast.

Het Oosten en de Hoorn van Afrika zijn gegrepen door de droogte. De afgelopen twee regenseizoenen is er te weinig of zelfs helemaal geen water uit de hemel gekomen. Groene vlaktes werden eerst geel, toen grijs. De veelal nomadische groepen met hun vee zijn het ergst getroffen.

Zoals in het Kajiado-district, het gebied van de Keniaanse Masai. Vrijwel het enige groen komt er van de ruige acacia’s en doornenstruiken. De vlaktes, waar normaal gesproken bijna een half miljoen mensen wonen, zijn deels ontvolkt. De mannen en jongens zijn met de koeien weggetrokken, de vrouwen en kinderen zijn met de geiten en schapen achtergebleven.

‘Het wordt elke dag erger’, zegt Joyce Saiko. Zij werkt in Kajiado-stad voor een Masai-belangengroep. ‘De dieren die hier nog zijn, zijn broodmager. Maar ook de mensen worden steeds dunner. We bidden dat het mag gaan regenen, maar niemand weet of dat ook zal gebeuren. Het is de ergste droogte die ik heb meegemaakt.’

Dat laatste geldt voor de meeste mensen. Alleen de dorpsouderen kunnen zich nog een hardnekkigere droogte herinneren, die van 1961, twee jaar voor de onafhankelijkheid van Kenia. Bijna elke vijf jaar is het wel raak. Maar dit keer dreigen dier én mens massaal het slachtoffer te worden.

Wie over de uitgestrekte vlaktes rijdt, kan niet om de karkassen van beesten heen. Zelfs ezels, de taaiste van de dieren die de Masai houden, zijn omgevallen en de prooi van roofvogels geworden. Daarna, zo weten de trotse herders, zijn de verzwakte mensen aan de beurt: eerst kinderen en ouderen, dan de vrouwen, tot slot de mannen. Tenzij op tijd voldoende voedselhulp komt.

Jacintha Nakotok hoedt haar geiten. Ze heeft er nog 27; tien zijn al bezweken. Eens in de twee dagen laat zij de beesten wat drinken, in een natuurlijke waterpan, die ooit twee meter diep moet zijn geweest, maar waarvan nu nog slechts een slijmgroene modderstrook rest. Haar familie had ook koeien, maar die zijn allemaal al dood.

Het vee is het kapitaal van de Masai, maar ook van de nomaden in het noorden van Kenia, of het zuiden van Ethiopië en Somalië. Het is alsof iemand de ene maand duizend euro verdient, de volgende maand nog maar achthonderd, dan zeshonderd, dan nog minder, en dan helemaal niks meer.

Wie koeien en geiten verliest, verliest ook melk en vlees. De voedselsituatie in de droogtegebieden wordt steeds nijpender. Alleen al in Kenia is voor vier miljoen mensen hulp nodig. In de Hoorn van Afrika staan ruim vijf miljoen mensen aan de rand van honger. De hulp is op gang gekomen, maar van goede coördinatie is nog te weinig sprake.

Ergens op de eindeloze vlaktes van Kajiado is plotseling een achthoekig kerkje te zien. Vrouwen en meisjes zijn er met ezels heen getrokken om ieder een gratis halve zaak maïs te komen ophalen. Veel is het niet, maar de komende weken hoeven zij op meer niet te rekenen. ‘De regering’, zegt Joyce Saiko, ‘wacht altijd tot een noodtoestand is uitgebroken en komt pas dan in actie.’

Maar de Masai weten dat zij ook zichzelf kritisch moeten bekijken. Na elke droogte beginnen zij steeds weer opnieuw hun kuddes aan te vullen. Er is letterlijk en figuurlijk steeds minder plek voor hun levensstijl, maar de meeste nomaden weigeren hun eeuwenoude culturele gedrag aan te passen.

Zoals Sanpet Seronka. Haar familie is al 75 van hun 80 koeien kwijtgeraakt. De vrouw strijkt liefdevol over het achterwerk van een van haar laatste beesten. ‘Ik weet dat de droogte ook mijzelf en mijn kinderen bedreigt’, zegt ze. ‘We moeten op zoek naar andere manieren om te overleven. Maar hoe dan? Ik heb mijn hele leven alleen maar koeien gezien.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden