Bericht uit Indonesië

Op het Indonesische eiland Lembognan zien ze Chinese duikers liever gaan dan komen

Op Bali vieren ­jaarlijks bijna 1,4 miljoen ­Chinezen ­vakantie, een groep toeristen die geen al te ­goede ­reputatie heeft. Beeld AFP

Op de boot op weg naar Manta Bay, een duikstek bij het Indonesische eilandje Lembongan, worstelt een Chinees meisje met haar felroze vinnen. Die passen bij haar duikcomputer, masker en hoodie: haar gehele uitrusting is roze. ‘Dan kan de gids me goed terugvinden in dat donkere water. Ik raak de groep altijd kwijt’, zegt ze.

Zover komt het niet, want ze verliest het grootste deel van haar uitrusting al op 3 meter diepte. Eerst haar masker, daarna de rechtervin en dan presteert ze het haar trimvest te laten dobberen. Terwijl de gids het wild spartelende meisje terug in haar spullen probeert te helpen, dalen de andere Chinezen op eigen houtje af in de stevige stroming. Dat veroorzaakt nog meer stress bij de gids.

De enige jongen in de groep die Engels spreekt, had niet de moeite genomen de briefing voor de rest te vertalen – bij de gids blijven is regel nummer een. Laat staan dat ze elkaars uitrusting een veiligheidscheck gaven. Vandaar dat het roze duikmeisje van alles verloor.

Na de mislukte duik is de sfeer in de Chinese groep te snijden. Nu hebben ze geen mantaroggen gezien en wiens schuld is dat? Later weigert de duikshop hun reservering voor de volgende dag. De Chinezen taaien af naar de volgende duikschool. ‘We moeten elke dag ergens anders heen’, klagen ze.

Verantwoordelijke Chinese duikers bestaan vast, maar ik moet ze nog tegenkomen. Het aantal Chinezen onder water neemt wel toe. Volgens de Professional Association of Diving Instructors (PADI), de grootste organisatie voor duikopleidingen, hadden in 2008 zo’n vijfduizend Chinezen een duikbrevet. Daar komen volgens PADI jaarlijks 40 tot 70 procent nieuwe duikers uit China bij.

‘Een boot met Chinezen hoor je van verre aankomen’, zegt instructeur Adnan schamper. Hij imiteert de knauwerige klanken van het Mandarijn-Chinees. Op en om Bali vieren jaarlijks bijna 1,4 miljoen Chinezen vakantie, onder wie veel duikers. Adnan: ‘Ze breken het koraal af terwijl ze poseren voor selfies. Zo’n groep is moeilijk aan te spreken op verantwoordelijk duikgedrag. Ze beschouwen mij als personeel met als enige taak ze zo snel mogelijk het water in te helpen.’

Veel duikbedrijven in Zuidoost-Azië zien Chinese klanten liever gaan dan komen. Natuurlijk omdat de onwennige nieuwkomers in de internationale vakantiewereld een vreselijke reputatie hebben: Chinezen staan bekend als luidruchtig en onbeleefd, en ze zijn niet gezegend met een dosis respect voor cultuur en natuur. Maar vooral ook wegens hun roekeloos duikgedrag.

De laatste keer dat ik met een Chinese buddy dook, wilde deze man uit Shanghai blijven rondkijken op 23 meter diepte tot zijn zuurstoftank bijna leeg was. Levensgevaarlijk, want er is lucht in je fles, en dus tijd nodig om naar ondieper water op te stijgen, waar je minstens vijf minuten moet acclimatiseren. Anders is er een groot risico op decompressieziekte. Hij was zwaar beledigd toen ik er iets van zei.

Chinezen duiken nu eenmaal niet veilig, daarom zijn we niet populair, erkent een doorgewinterde Chinese duiker die ik ken van het baantjestrekken in een Beijings zwembad. Hij chartert met vrienden een schip met bemanning voor zijn duikvakanties. ‘Met Chinezen onder elkaar hoef je geen Engels te spreken.’ Het enige nadeel op zo’n reis zijn de ongelukken, zegt hij. ‘Het is toch elke keer weer een domper op je vakantiedag als zo’n onervaren duiker niet meer boven komt.’

Marije Vlaskamp is Volkskrantcorrespondent in China.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden