Ode aan de (oud-)eilanden

Op het eiland was de hemel dichtbij en de armoede draaglijk

Rottumerplaat, waar schrijvers Jan Wolkers en Godfried Bomans ooit ieder een week verbleven.  Beeld Harry Cock
Rottumerplaat, waar schrijvers Jan Wolkers en Godfried Bomans ooit ieder een week verbleven.Beeld Harry Cock

De emeritus hoogleraren Jan Bank en Doeke Bosscher schreven een ode aan de eilanden en voormalige eilanden van Nederland. ‘Vrijer dan op een eiland kun je nauwelijks zijn.’

Ook als talrijke Nederlanders deze zomer gebruikmaken van de mogelijkheid om groen dan wel geel gekleurde delen van Europa te bezoeken, zullen even zovelen er voorkeur aan geven om thuis de unieke ‘eilandervaring’ te ondergaan. ‘De eilandervaring begint als de veerboot zich losmaakt van het vasteland’, schrijven de emeritus hoogleraren Jan Bank (81) en Doeko Bosscher (71) in hun (bijna duizend bladzijden tellende) boek Omringd door water – De geschiedenis van de 25 Nederlandse eilanden. ‘De lichte trilling van de motor, het gekrijs van de meeuwen (volgens het boekje ‘krijst’ of ‘schreeuwt’ een meeuw, maar het klinkt als je goed luistert meer als klaaglijke poëzie), het ruisen van de boeggolf en het schuimwater van het kielzog, de stagen die tegen de mast tikken, klapperende vlaggen: het voorspelt allemaal veel goeds.’

Zo beginnen Bank en Bosscher hun ode aan de insulaire sensatie. ‘Vrijer dan op een eiland kun je nauwelijks zijn, juist doordat je opgesloten bent. Dit eilandgevoel is de perfecte paradox.’ In hun slotwoord, vele tienduizenden woorden verder, citeren zij Adam Nicolson – de eigenaar van drie eilandjes in de buitenste Hebriden – ten westen van Schotland. ‘De zee verheft die paar hectare tot iets dat ze nooit zouden zijn geworden als ze verborgen waren in de massa van het vasteland. De zee maakt eilanden belangrijk.’

Maar een eiland volgens de definitie van Bank en Bosscher is beduidend meer dan een stuk land te midden van water. Juist in een waterrijk land als het onze sluit die definitie nauw. Zo merken zij de IJsselmeerpolders niet aan als eilanden maar als ‘anti-eilanden’, die echte eilanden als Urk en Schokland hebben opgeslokt – waarmee zij niets oneerbiedigs hebben willen zeggen over de Nederlandse ingenieurskunst. Eilanden die in de landmassa zijn opgenomen – zoals Wieringen – of die tegenwoordig via de weg bereikbaar zijn – zoals de Zeeuwse eilanden – zijn volgens de enigszins arbitraire maatstaven van de twee emeriti desondanks eilanden gebléven, omdat de insulaire mentaliteit er eindweegs behouden is gebleven.

Eilanden (groen): 1. Rottum, 2. Schiermonnikoog, 3. Ameland, 4. Terschelling, 5. Vlieland, 7. Pampus, 8. Tiengemeten.
Voormalige eilanden (rood): 1. Wieringen, 2. Marken, 3. Urk, 4. Schokland, 5. Kampereiland, 6. Rozenburg, 7. IJsselmonde, 8. Eiland van Dordrecht, 9. Hoeksche Waard, 10. Sint Philipsland, 11. Tholen, 12. Zuid-Beveland, 13. Walcheren, 14. Noord-Beveland, 15. Schouwen-Duiveland, 16. Goeree-Overflakkee, 17. Voorne-Putten. Beeld
Eilanden (groen): 1. Rottum, 2. Schiermonnikoog, 3. Ameland, 4. Terschelling, 5. Vlieland, 7. Pampus, 8. Tiengemeten.Voormalige eilanden (rood): 1. Wieringen, 2. Marken, 3. Urk, 4. Schokland, 5. Kampereiland, 6. Rozenburg, 7. IJsselmonde, 8. Eiland van Dordrecht, 9. Hoeksche Waard, 10. Sint Philipsland, 11. Tholen, 12. Zuid-Beveland, 13. Walcheren, 14. Noord-Beveland, 15. Schouwen-Duiveland, 16. Goeree-Overflakkee, 17. Voorne-Putten.

Het devote gevoel van Rottum

Onbewoonde eilanden vielen ook door de zeef die de auteurs hanteerden, maar Rottum – het enige Groningse Waddeneiland (feitelijk een archipel van drie kleine eilandjes) – vormde weer een uitzondering op die regel omdat het bewoond is gewéést. De watergeuzen zouden hebben overwogen er een kasteel te bouwen. En aan het begin van de19de eeuw woonden en leefden er tien mensen – soms nog meer. Nadien stond er (tot 1980) de ambtswoning van de eilandvoogd, die werd geacht de kustverdediging op peil te houden.

De bekendste bewoners van Rottumerplaat verbleven er het kortst: in de zomer 1971 bivakkeerden de schrijvers Jan Wolkers en Godfried Bomans ieder een week op het eiland, onder omstandigheden die eerstgenoemde in een permanente extase brachten, maar die de laatste – een gecoiffeerde Haarlemmer – in een staat van diepe melancholie stortten, ‘overgaand eerst in wanhoop en ten slotte in paniek’. Op de radio maakte hij de luisteraars deelgenoot van zijn smarten. En zij voelden met hem mee, getuige de opschrift van het spandoek waarmee Bomans, ziek en aangeslagen, bij zijn terugkeer in Noordpolderzijl werd opgewacht: ‘Welkom, held van de eenzaamheid, in een wereld vol narigheid’.

Bomans overleed, op 58-jarige leeftijd, nog geen half jaar na zijn verblijf op Rottumerplaat. En zijn meevoelende lezers brachten het een met het ander in verband. Bosscher wijst die suggestie enigszins getergd van de hand. Wat niet alleen samenhangt met de eigenlijke doodsoorzaak – een hartaanval – maar wellicht ook met zijn persoonlijke affiniteit met Rottum, onderdeel van een gemeente (Warffum, nu: Het Hogeland) waarvan Bosscher ooit ‘het geluk had’ wethouder te zijn. In die hoedanigheid bezocht hij het eiland geregeld, en die ervaringen hebben – zegt hij – zijn op Terschelling ontstane eilandliefde sterk aangewakkerd. ‘Nergens komen hemel en aarde dichter bij elkaar dan op Rottum, ook in overdrachtelijke zin. Rottum is het tegenovergestelde van een godverlaten oord. Het roept een devoot gevoel in mij op.’

Op Zuid

Met al hun diversiteit hebben de 25 eilanden of voormalige waarvan Bank en Bosscher de geschiedenis hebben opgetekend ook iets met elkaar gemeen: de bewoners koesteren ‘het eigene’ – ook als hun eiland feitelijk geen eiland meer is. Urk is daarvan een sprekend, zij het niet in alle opzichten uitnodigend, voorbeeld. Maar zelfs de bewoners van de vroegere eilanden Rozenburg en IJsselmonde – die niet alleen zijn opgenomen in het vasteland, maar ook nog eens zijn verstedelijkt – proberen zich volgens Bank van de overige Rotterdammers te onderscheiden. ‘Zij hechten eraan op Zuid te wonen, en niet in Zuid – een semantische verwijzing naar het eilandverleden.’ De ‘maalvaardige’ molen van Rozenburg, onderkomen van de plaatselijke historische vereniging, verwijst naar het insulaire verleden.

De emeritus hoog­leraren Jan Bank (rechts) en Doeke Bosscher bij Stroe op het voormalig eiland Wieringen.

 Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
De emeritus hoog­leraren Jan Bank (rechts) en Doeke Bosscher bij Stroe op het voormalig eiland Wieringen.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

De eilanders hadden – en hebben – ook nog eens hun honkvastheid met elkaar gemeen. ‘Er werd weinig naar het vasteland verhuisd, laat staan naar de typische emigratielanden’, zegt Bosscher. ‘Er heerste vaak armoede, maar als niemand opzichtig in welstand leeft, is armoede dragelijk. Wie het beter had, liet de ander in zijn waarde en stak hem de ogen niet uit. Leven en laten leven was bij uitstek de mantra op de 25 eilanden. Dan treedt vanzelf de wet in werking die zegt dat het betere de vijand is van het goede. Breed gedeeld gebrek hoeft een ‘goed’ leven niet in de weg te staan. Waarom zou iemand het dan beter willen hebben dan goed? Je levert er de geborgenheid en veiligheid van je eigen gemeenschap voor in.’

Religie en de eilandcultuur

In de Biblebelt, waar enkele Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden deel van uitmaken, heeft die gemeenschappelijkheid ook een kerkelijke bedding, zegt Bank. Ook dat element droeg bij aan de honkvastheid van de eilanders. ‘In de 19de eeuw kwam onder invloed van de landbouwcrisis een bescheiden emigratiegolf naar de Verenigde Staten tot ontwikkeling. Eerder waren radicaal gereformeerden het land ontvlucht vanwege de kerkpolitiek van koning Willem I, die alle protestantse gezindten wilde onderbrengen in één nationale kerk. Maar op vrijwel geen van de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden is meer dan 5 procent van de bevolking geëmigreerd. De bekendste Amerikaanse nazaten van Thoolse migranten waren de presidenten Roosevelt – Theodore en Franklin Delano.’

Op de Waddeneilanden was religie minder belangrijk voor de identiteit en de cohesie van de eilanders. ‘Daar waren de, meer liberale, doopsgezinden relatief sterk vertegenwoordigd. Die hielden er een conflictmijdende, pacifistische instelling op na – nog steeds trouwens. Zij gingen geen geloofsstrijd aan, en zij meden de wateren waar de kans op een treffen met Duinkerkse kapers en ander maritiem gespuis relatief groot was. Niet zozeer uit angst, want als zeevarenden stelden zij zichzelf hoe dan ook aan grote gevaren bloot, maar om niet in strijd met het beginsel van geweldloosheid te hoeven handelen.’

De beslotenheid van de eilandcultuur was ook in die zin betrekkelijk, dat de kostwinners – overwegend schippers – achter de horizon met andere culturen dan de hunne in aanraking kwamen. Zij konden dus ook het hoofd bieden aan de komst van badgasten en arbeidsmigranten in hun eigen biotoop. ‘Op Walcheren leven orthodoxe protestanten en gebruinde strandgangers letterlijk naast elkaar. Een dorp als Aagtekerke ademt Biblebelt, en enkele kilometers verderop – in Domburg – is het bloot, bloter, blootst.’

Wieringen en de Brabanders

Voor Wieringen – ‘een Waddeneiland op de grens met de (voormalige) Zuiderzee, of een Zuiderzee-eiland op de grens met het Wad?’ – was de komst van, veelal Brabantse, dijkwerkers in meerdere opzichten ingrijpend. Zij gooiden in korte tijd de demografie van het eiland overhoop, zij brachten hun eigen zeden en gewoonten mee en zij wilden op Wieringen – waar openbaar onderwijs tot dan toe de norm was geweest – hun eigen, katholieke scholen vestigen. En als uitvoerders van de eerste fase van de Zuiderzeewerken beroofden zij Wieringen ook nog eens van zijn eilandstatus en van zijn bloeiende zeegras-industrie. Toch heeft Wieringen, dat oprijst uit het vlakke polderland, aan deze existentiële uitdagingen goed het hoofd weten te bieden. Zo’n 70 procent van de Wieringse bevolking, die zo’n 8500 zielen telt, stamt nog af van de oorspronkelijke bevolking. Tussen de dijken en de kliffen doet Wieringen nog steeds als een, enigszins op Texel lijkend, eiland aan. In het Wieringer Eiland Museum Jan Lont – vernoemd naar de hoofdbewoner van de voormalige boerderij waarin het is gevestigd – wordt het verleden met zorg geconserveerd.

Eenmaal had dat verleden een dimensie die de bescheiden omvang van het eiland ver oversteeg: dat was op 22 november 1918, de dag waarop de Duitse kroonprins Wilhelm, de oudste zoon van de afgetreden keizer Wilhelm II, er zijn Nederlandse ballingschap begon. De Nederlandse regering wees de kroonprins een, naar zijn maatstaven, buitengewoon sober onderkomen toe: de pastorie van de Nederlands-Hervormde gemeente in Oosterland – een ‘totaal verlaten’ uithoek van het eiland waarvan de bewoners niet over stromend water en elektriciteit konden beschikken. Volgens de, destijds nog anti-Duitse, Telegraaf was de kroonprins ‘zichtbaar onaangenaam verrast over den aard van zijn ballingsoord’.

Maar Wilhelm legde een verbluffend aanpassingsvermogen aan de dag. Hij ging in de leer bij de plaatselijke smid, hij raakte bevriend met Wieringer dignitarissen, hij belegde huisconcerten in de pastorie, en hij verplaatste zich op het eiland met een motorfiets – een Indian. Van andere activiteiten konden de eilanders niet mee genieten. Zo bezondigde de (getrouwde) kroonprins zich volgens de burgemeester aan ‘zeer betreurenswaardige handelingen’ met jonge vrouwen, en bereidde hij zijn heimelijke terugkeer naar Duitsland voor. Op 9 november 1923, de dag waarop Hitler in München zijn mislukte staatsgreep pleegde, vertrok hij in alle vroegte – met achterlating van zijn geliefde hond. In een nagezonden verklaring dankte hij de Wieringers voor de ‘mij en mijne huisgenooten betoonde vriendschappelijke gezindheid’.

Jan Bank en Doeko Bosscher, Omringd door water. De geschiedenis van de 25 Nederlandse eilanden; Prometheus; 898 blz. € 45

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden