ReportageNew York

Op het coronaslagveld in New York proberen de verplegers hun tranen verborgen te houden

Twee overleden patiënten staan geparkeerd achter een ziekenhuis in Brooklyn.Beeld EPA

New York is een andere stad geworden. De levendigheid is weg. De arme wijken zijn het hardst getroffen. Centrum van het coronaverdriet is het ziekenhuis Elmhurst, waar verplegers moeten smeken om mondkapjes.

Veel van de wachtenden in de wacht­kamer hebben de lichtblauwe broeken aan die ook de verplegers dragen die hen komen ophalen. Dan lopen ze mee naar de kamertjes en krijgen ze een prik, een wattenstaaf in de neus, om daarna weer een verdieping omhoog te gaan, naar hun eigen patiënten, de New Yorkers die eerder die dag hoestend zijn binnengekomen, of nog een verdieping hoger, naar de New Yorkers die liggen te sterven aan de beademingsapparaten.

Maar hier dus niet. Deze afdeling, op de zevende verdieping, is de optimistische afdeling van het Mount Sinai-­ziekenhuis in New York. Hier wordt bloedplasma afgenomen om te kijken of er antilichamen in zitten die de strijd kunnen aangaan met de virusdeeltjes in ernstig zieke coronapatiënten. Of het werkt, is nog onduidelijk, maar er is hóóp dat het werkt, en dat is al heel wat.

De donoren zijn dus voor het merendeel verplegers. ‘Ik heb geen symp­tomen gehad, maar we gaan ervan uit dat we het allemaal gehad hebben’, zegt Robert Kelleher, die lichtelijk uitgeput op een stoel zit. ‘Het is bijna ­onvermijdelijk’, zegt Desiree Rotundo. Ze zijn niet getest, ze worden niet getest, want er zijn nog steeds niet genoeg testen, zelfs niet voor verplegend personeel, ondanks de herhaalde opmerkingen van president Trump dat er genoeg testen zijn. Dus nemen ze nu de vlucht vooruit, met een test of ze het ­virus al gehad hebben, in de hoop dat ze met hun afweersysteem ook anderen kunnen helpen zich te verweren.

Dit zijn de frontsoldaten. Rotundo vertelt over de echtelieden die ze een paar dagen na elkaar ziet binnen­komen en die elkaar niet meer kunnen zien of aanraken voor ze doodgaan. Ze vertelt hoe ze op zoek moet naar een plek om stiekem te kunnen huilen, maar dat de anderen dat toch door­hebben omdat haar masker dan beslagen is als ze terugkomt.

In overlevingsmodus

Dit ziekenhuis staat in Manhattan, maar zij komt uit het stadsdeel Queens. Dat is typerend. De stad is in overlevingsmodus. Alleen de vitale functies doen het nog – de voedselvoorziening, de zorg, politie en brandweer, en de metro’s die al die vitale werkers naar de juiste plekken moeten brengen, van hun huizen in Queens, de Bronx en Staten Island naar de plekken waar ze nodig zijn, in de rijkere delen van Brooklyn en Manhattan. Metro’s die op hun beurt ook weer door vitale werkers worden bemand. Rotundo’s man zit op de A-lijn, zo’n hoofdaanvoerlijn, die vanuit de omgeving van het vliegveld naar het centrum gaat.

De stad is een andere stad geworden. De ambitie is eruit, de opwinding, het popelen, het idee dat het morgen beter wordt. Het is geen spookstad: mensen mogen nog gewoon de straat op, voor boodschappen, om de hond uit te ­laten, om te trimmen in het park, om naar het werk te gaan. In de woon­wijken is het overdag nog druk op straat. Maar de basketbalringen zijn van de borden geschroefd, de speeltuinen zijn gesloten. En ’s avonds merk je het echt, als er helemaal geen reden meer is om buiten te zijn, zonder de ­cafés, de restaurants, de theaters en de bioscopen. Het is net als met corona zelf: de smaak is verdwenen.

Die ziekte heeft in de Verenigde Staten nu al vijfduizend levens geëist, en het dodental verdubbelt elke twee à drie dagen. In New York ligt het aantal rond de tweeduizend.

Vuile handen

Corona treft de stad niet gelijk­matig. De arme wijken worden het hardst geraakt. Het ziekenhuis Elmhurst, waar de gangen helemaal gevuld zijn met bedden en verplegers naar buiten lopen om omstanders te smeken om mondkapjes en maskers, is het epicentrum van het epicentrum – een arm stadsziekenhuis midden in de arme immigrantenwijken Jackson Heights, Elmhurst en, macaber genoeg, Corona. Dit zijn de wijken waar meerdere gezinnen bij elkaar wonen en waar de mensen banen hebben die hen kwetsbaar maken, in de dienstverlening van de stad, de bezorgers en ­bedieners en schoonmakers en onderwijzers en taxichauffeurs – niet de dienstverleners met de witte boorden, maar de dienstverleners die vuile handen maken en die zo de ziekte hebben meegenomen en verspreid in hun ­families.

Je ziet het op een kaartje dat The Wall Street Journal maakte. Naast Elmhurst en Corona zijn dat ook de wijken waar de politiemannen en brandweermannen wonen (de dunne strook bij zee, en Staten Island). Een apart geval is ­Borough Park in Brooklyn, waar vooral veel orthodoxe Joden wonen, gelieerd aan de gemeenschap die als eerste werd getroffen in New Rochelle, ten noorden van de stad. En dat is er nog ­Rikers Island, de stadsgevangenis.

Corona leek een grote gelijkmaker. Maar er zijn New Yorkers die kunnen schuilen en New Yorkers die niet kunnen schuilen. ‘Wij dragen de stad’, zegt Rotundo. ‘Ik hoop dat ik dat kan blijven doen.’

Rijke New Yorkers vluchten naar hun buitenhuizen
Op de vlucht voor het coronavirus wijken schatrijke New Yorkers uit naar hun tweede huizen op onder meer Long Island. De bevolking ziet ze komen met gemengde gevoelens. De rijken verschaffen werk tenslotte. ‘Maar waarom moeten ze hier voor vijfduizend dollar vlees kopen?’ 

VS telt meeste coronabesmettingen: staten zijn op strooptocht en Trump lijkt in paniek
Ook bij president Trump is de ernst van de situatie doorgedrongen, nu de VS het hoogste aantal coronabesmettingen ter wereld hebben. Omdat coördinatie nog ontbreekt, beconcurreren de staten elkaar in hun zoektocht naar ic-materieel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden