Op het breukvlak van stad en land

Smalle straten met rustieke doorkijkjes, patriciërshuizen, een kolos van een kerk, een kasteelruïne. En steeds dezelfde slingerende dijk en daarachter de grote groene leegte....

HET is een ambiance waar de weerklank van een voetstap lang genoeg blijft hangen om je een wereld zonder gemotoriseerd verkeer te kunnen voorstellen, en een enkele met de wind vechtende fietser. Onaangeraakt door de tijd zijn Geervliet en het enkele kilometers verderop liggende Heenvliet, en niet beroerd door planologen, ruimtelijke ordenaars en andere groeiprofeten. Door welk van de twee dorpen de wandeling ook voert, in beide gevallen stokt de tocht bij dezelfde slingerende dijk. Vroeger kolkte daar de machtige Bernisse, de rivier die beide plaatsen en het hen omringende Voorne en Putten tijdelijk voorspoed bracht. Nu legt diezelfde barrière een ontzagwekkende groene leegte bloot, klaar om veroverd te worden.

Vóór de waterloop in de loop van de zeventiende eeuw verzandde, vormde het de geografische scheiding tussen twee werelden die met de rug naar elkaar toe leefden. Nu ligt op dezelfde winderige plek een nutteloze demarcatielijn tussen twee verstorven plaatsen die het snelle leven langs zich heen laten gaan.

Misschien moet ik dit verhaal maar níet schrijven, is mijn eerste gedachte wanneer ik naar de horizon tuur. Want daar drijft spanning het landschap binnen. Aan mijn oog trekt een trage processie van walmende vrachtauto's voorbij die verstrikt raakt in haar eigen expansiedrang. Het vertrouwde gezicht van Rijnmond. Trucks met opleggers, tankwagens, en transporten met containers en pallets vol chemicaliën en staaldraad.

Stel dat hun bestuurders door dit artikel op de gedachte komen de A 15 te verlaten om frontaal deze twee enclaves in te rijden die zich al die tijd in een oksel van Europoort voor hen verborgen wisten te houden? Voor je het weet, verdwaal je dan in een doolhof van districentra, A-locaties, kantoren, industieterreinen, doorzonwoningen, en asfalt.

Zoals in het zeven kilometer verderop gelegen Spijkenisse. Lange tijd een kern met authentieke inslag groeide het in drie decennia uit tot het domein van tienduizenden Rotterdammers die het jachtige ritme van de metropool wilden verruilen voor de kosmetische vreedzaamheid van het woonerf.

Nee, in deze twee dorpen op het breukvlak van stad en land vinden ze het wel prima zo, verzekert Felix van Hoorn (67). Hij nestelde zich als jong leraar in Geervliet en was er lange tijd hoofd van de lagere school. Na zijn afscheid van het onderwijs wierp hij zich op de lokale geschiedenis. 'Wij zijn hier niet zo wild op publiciteit. Laatst was hier het NCRV-programma Kerkepad op bezoek. Dat leverde al verdeelde reacties op.'

Soms keert het autistische dorpsbeeld zich tegen zijn tweeduizend inwoners. De supermarkt zit te krap in haar jasje en wil verhuizen naar een weiland aan de rand van Geervliet. 'Dat leidde meteen tot de oprichting van een comité tegen visuele vervuiling. Veel mensen wonen hier om tegen zo'n levend schilderij van schapen en geitjes aan te kunnen kijken. Maar ja, dat uitzicht is een voorrecht; geen récht.'

Door de verlaten steegjes, nu het domein van architecten, galeriehouders en makelaars in goeden doen, lopen we naar de kerk, die er volgens de oudste bronnen in de dertiende eeuw al stond en een periode van grote economische bloei voor Geervliet markeerde. Omdat de kerk aan de maritieme noord-zuidas lag, stroomde het tolgeld er binnen. Nicolaas III van Putten bestendigde de status van handelsstad en bestuurscentrum door aan de parochiekerk een kapittel van tien kanunikken te verbinden.

Onderweg wordt duidelijk dat Geervliet steeds meer last krijgt van ingezetenen die niet stijlvast zijn. Het dorp gaat stilaan onder een juk van decoratieve terreur door. Her en der zie je tussen de bebouwing opritten opduiken met stenen leeuwen, en overdadig krullend hekwerk en weelderige pilasters. Dieptepunt is de folly van reusachtige gipsen beelden naast een huis bij de entree van Geervliet. Is het een protserig eerbetoon aan Anton Pieck of een monument dat deze importbewoner voor zijn eigen wansmaak heeft willen optrekken?

De kerk slaat je met stomheid. Wat moet een speldenprik op de landkaart met zo'n monstrueus groot Godshuis dat de omgeving tot een maquette verschrompelt. Het onderhoud van deze mini-kathedraal kost het dorp dan ook bloed, zweet en tranen want de subsidiestroom verzandt al net zo sterk als de Bernisse in vroeger tijden deed. De opbrengst van de fancy-fair wordt elk jaar weer met spanning afgewacht. Is het genoeg om de grootste scheuren, kieren en gaten te dichten?

Mooi is deze mastodont niet. De oerversie van Nicolaas III verwerd tot een stilistisch allegaartje want in de daarop volgende eeuwen bemoeide de ene na de andere bouwmeester zich met de kerk, die een produkt van vele bestemmingen werd. Soms lagen soldaten er op verhaal te komen, maar ook kudden vee vonden in het bouwwerk tijdelijk onderdak, of boeren die altijd wel een hoekje vonden om hun oogst of wintervoer op te slaan.

'Je moet haast een geoefend historicus zijn om deze kerk in de tijd te kunnen lézen', zegt Van Hoorn. Zwijgend bekijken we de vele marmeren grafstenen, verstopt in diepe nissen links en rechts. Dan belanden we in het schip waar we verzinken in een massieve leegte.

Iets verderop, verscholen in de glooiing van de dijk langs de Spuikade, ligt achter een keurige geknipte haag een klein joods kerkhof. In Heenvliet stond lang een synagoge, het centrum van een kleine, maar actieve geloofsgemeenschap op Voorne-Putten die verdween zonder een spoor achter te laten. De begraafplaats kwam in Geervliet omdat de grond er goedkoper was. Tegenwoordig onderhouden dorpsbewoners het kerkhof. Ze zorgen ervoor dat het hekwerk in de verf blijft en dat het scheefhangende struikgewas deze dodenakker niet overwoekert.

Dwalend tussen de kriskras begraven Levinsons en Polakken speur ik naar de datum die ook deze plaats onvermijdelijk moet verbinden met de historische gebeurtenissen die scherper dan ooit het menselijk tekort uittekenden. Van Hoorn raadt mijn gedachten. 'Tot 1941 zijn hier nog joden begraven. Daarna hoefde het niet meer. Na de oorlog hebben wij ons over deze plaats ontfermd. Wie moesten het dan doen? Er waren geen nabestaanden meer om de graven te verzorgen.'

HEENVLIET let op het eerste gezicht beter op zijn zaak. Misschien komt dat wel door de Lamaisons van den Berg die van generatie op generatie vanuit de Heerlijkheid aan het Marktplein al meer dan een eeuw als puriteinen waken over het historisch erfgoed. Had Geervliet vooral religieuze betekenis, het hogere belang van Heenvliet school in de vier forten die als een ketting rond de plaats gespannen waren.

Van deze versterkte linie resteert één kasteelruïne en die ligt bij Gerrit Lamaison van den Berg, de huidige landheer, achter in de tuin. Hij leeft van de opbrengsten van zijn grond en van het geld dat de publieksexcursies naar de ruïne in het laatje brengen. Met dat laatste is de familie voorzichtig; de restanten van slot Ravesteyn liggen in een prachtige natuurlijke omgeving waar zeldzame vogelsoorten rondfladderen en de begroeiing vrij spel heeft.

'We maken geen reclame want in zo'n gebied laat je geen cohorten toeristen toe. Als we het gevoel hebben dat het mooi is geweest, gaat de poort op slot', zegt zijn vrouw Helena, telg uit een Rotterdams redersgeslacht. Over een kronkelende loper van houtsnippers voert zij mij door het familiedomein, richting ruïne. De geschiedenis van deze militaire veste is verbonden met die van de enige echte streekheld: Engel Willemszn de Merle (1482-1557), alias Angelus Merula.

Merula was een regionale uitgave van Johannes Calvijn. Als pastoor van Heenvliet kwam hij met de autoriteiten in conflict vanwege zijn ketterij en viel hij in in handen van de inquisitie. Met voorspelbaar gevolg: veroordeeld tot de brandstapel stierf hij aan een hartverlamming toen het vuur zijn lichaam bereikte. Volgens de overlevering heeft hij tijdens zijn verhoren in de kelders van de kasteelruïne vastgezeten.

En de overlevering mag wellicht met dit verhaal op de loop zijn gegaan, in Ravesteyn hebben ze er een mooi sfeerbeeld omheen weten te creëren. De openstaande traliedeur, een donkere krocht met de ketens waar Merula ooit in gehangen moet hebben, wrakke muren waar groene aanslag doorheen schemert, duiven die verschrikt wegvliegen. Ook van een herschreven geschiedenis kan een beklemmende werking uitgaan.

Op de terugweg beieren de klokken van de kerk uitbundig en langdurig. Het is een ongebruikelijk tijdstip. 'Een oud gebruik dat we in ere houden', legt Helena Lamaison van den Berg uit. 'Vroeger was dit voor de werklui op het kasteel het sein dat ze mochten gaan schaften.' Bij het verlaten van Heenvliet stuit ik op een smal straatje dat onmerkbaar overgaat in een wandelpad. Bij het laatste huisje hangt naast een etagére met planten een bord met opschrift. 'Gestolen: bloempot met inhoud. Wie helpt ons hem terug te krijgen?'

Inderdaad; misschien had ik dit verhaal beter níet kunnen schrijven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden