ReportageArbeidsmigranten in Dronten

Op het arbeidsmigrantenpark in Dronten is de Nederlandse droom ver weg

Daniel en Kamil (r) op het Agripark in Dronten, een voormalige studentencampus die in 2012 op de nominatie stond voor de sloop. Nu wonen er arbeidsmigranten, veelal uit Polen.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Afstand houden is niet echt een optie op het sjofele Agripark. Toch hebben de bewoners – voornamelijk Poolse arbeidsmigranten – andere zorgen dan corona. ‘Kurwa! Ik ben weer ontslagen.’

Over zijn slaapplek kan de Poolse arbeidsmigrant Kamil (28) kort zijn. ‘Everything is shit.’ Hij wil best zijn kamertje laten zien, op het Agripark, de voormalige studentencampus van de Aeres Hogeschool in Dronten.

Er liggen twee smerige matrassen op krap anderhalve meter van elkaar. Op de muur naast het bed zit een ondefinieerbare bruine vlek. Een lampenkap ontbreekt, ze moeten het doen met de gloeilamp. De smoezelige gordijnen zijn dicht, zodat het niet te warm wordt in de kleine ruimte. ‘We betalen 90 euro per week per persoon.’ Op de verdieping zitten nu twaalf man, ze delen twee douches en twee wc’s. Zijn kamergenoot is nog niet terug van het werk. ‘We zijn gelukkig goede vrienden.’

De anderhalvemetersamenleving is hier ver te zoeken. En niet alleen dat. Wie op een doordeweekse dinsdagmiddag langskomt, krijgt vrijwel elke bekende misstand te horen van de bewoners. Knoop een praatje aan en het gaat al snel over slechte huisvesting, maar ook valse beloften, ongelukken, angst en onderling wantrouwen. ‘Ik schrik hiervan’, zegt Bart Plaatje van de FNV. De vakbondsbestuurder is samen met een aantal zogeheten ‘organizers’ al een paar weken regelmatig op het terrein om met de arbeidsmigranten te praten. Het is een groep met wie je als buitenstaander moeilijk contact legt. De vakbondmensen wisten het vertrouwen van veel bewoners te winnen, en in hun gezelschap durven de arbeidsmigranten ook tegenover de Volkskrant wel hun verhaal te doen.  

De FNV nodigde vorige week Emile Roemer uit op het Agripark. De coronacrisis heeft de benarde positie van de gemiddeld 400.000 arbeidsmigranten in Nederland blootgelegd. Slechte huisvesting en dito arbeidsomstandigheden leiden tot een groter risico op besmetting met het virus. Als reactie vormde minister Koolmees (Sociale Zaken) het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten, met Roemer aan het hoofd. Zij moeten kijken hoe de situatie van arbeidsmigranten verbeterd kan worden. De FNV is al langer bezorgd over deze groep. Want al vestigt het coronavirus de aandacht op de arbeidsmigranten, veel problemen waar ze mee kampen zijn structureel. De situatie in Dronten is daar een goed voorbeeld van.

‘Negatieve framing’

Hier in Dronten is plek voor 270 mensen, verdeeld over meerdere gebouwen. Vroeger woonden hier studenten van agrarische hogeschool Aeres, nog steeds de eigenaar. De gebouwen worden geëxploiteerd door het bedrijf ArbeidsMigrantenHuisvesting (AMH) Flevoland BV van de broers Martin en Eric Daniëls.

Eric Daniëls is de ‘negatieve framing’ zat. ‘Wij voorzien in een bepaalde behoefte en verdienen daar geld mee. Als beheerder word je er de hele tijd op aangesproken dat de huisvesting niet proper is, maar dat is in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de mensen die er wonen. Arbeidsmigranten moeten zelf de boel schoonhouden. En als er iets mis is, moet dat proactief worden gemeld, anders kunnen wij er ook niets mee.’

Daniëls heeft er zelf als student nog geslapen. ‘Dat was in ’76-’77, en de gebouwen zijn niet veel ouder dan dat’. De panden stonden in 2012 ‘op de nominatie voor de sloop’, maar werden door Daniëls’ bedrijf gemoderniseerd en bestemd voor de huisvesting van arbeidsmigranten. ‘We hebben het onder meer brandveilig gemaakt, alle kozijnen vervangen door dubbel glas en iedere woonlaag voorzien van een keuken.’ De gemeente heeft een vergunning verleend tot 2023. ‘We hopen dat die vergunning verlengd wordt. We hebben kosten gehad aan de renovatie, die moet je er wel uithalen.’

De gebouwen verhuurt Daniëls aan verschillende uitzendbureaus, waaronder Eerlijk en Beter, Level One en Martho Flexwerk. Zowel zijn bedrijf als de uitzendbureaus dragen het keurmerk van de Stichting Normering Flexwonen. In mei is er nog een inspectie geweest. Desondanks geeft directeur Hiddo de Bruin van Martho Flexwerk toe dat het ‘niet de meest ideale plek’ is. ‘Het is een complex waarvan wij zeggen: in de toekomst moeten we dat misschien niet meer doen. Maar woonruimte voor arbeidsmigranten is schaars, en soms moet je genoegen nemen met wat er beschikbaar is.’

Handmatig onkruid wieden

Martho Flexwerk is ook het bureau waar Kamil voor werkt. Wat voor werk hij doet? ‘Ik vlieg’, zegt hij, terwijl hij zijn armen spreidt. Hij werkt op een ‘vliegtuig’, een landbouwapparaat dat wordt voortgetrokken door een tractor. De werkers liggen met hun gezicht naar beneden op de vliegtuigvormige constructie en wieden handmatig het onkruid.

Als de fotograaf een foto wil maken, moet de deur dicht van Kamil. Hij springt wat onrustig van het ene op het andere been. Is hij bang dat iemand ons ziet? ‘Misschien, misschien. Het is beter als de deur dicht is.’ Terwijl hij vertelt over hoe hij hier de uren buiten werk slijt – spelen op de PlayStation, er is geen televisie- of internetaansluiting – steekt zijn vriend en huisgenoot Daniel (27) zijn hoofd door het raam. ‘Kurwa! (Pools vloekwoord, letterlijk: ‘hoer’, red.), ik ben weer ontslagen. Kurwa!’

Daniel is boos. De vrouw voor wie hij werkte, vond hem agressief en stoorde zich aan zijn taalgebruik – hij vloekt te veel. Dat kreeg hij in elk geval te horen van het uitzendbureau, dat hem direct na het werk opbelde om te zeggen dat hij was ontslagen. Omdat hij niet meer voor hen werkte, brachten ze ook meteen 25 euro in rekening om hem terug te brengen naar zijn slaapplek, die hij bovendien morgen moet verlaten. Zijn huisvesting is immers gekoppeld aan zijn werk.

De Bruin van Martho Flexwerk ontkent later aan de telefoon dat ‘mensen stante pede uit huis moeten zodra ze zijn ontslagen’. Over Daniel zegt hij: ‘Deze uitzendkracht is tot drie keer toe weggestuurd bij een inlener wegens agressief gedrag. Dan bereik je een punt waarop je als uitzendbureau niet meer met iemand samenwerkt. Wij hebben dan ook gezegd: je kunt tot vrijdag blijven en dan moet je andere huisvesting zoeken.’

Aan de gemeenschappelijke picknicktafel voor gebouw 3 steekt Daniel de ene sigaret na de andere op. Hij is boos, vertelt hij, terwijl er een penetrante geur opsteekt uit de vuilnisbak naast de enige buitenplek van het gebouw. ‘Ik deed gewoon mijn werk. Het is toch niet hun zaak hoe ik dat werk doe? Ik heb met niemand gevochten.’

Hij heeft problemen gehad met amfetaminegebruik, vertelt Daniel, maar dat is verleden tijd. Hij is gewoon wat ruw. ‘Ik ben zo gefrustreerd, we zijn gewoon werktuigen voor hen. Het liefst zou ik ze bij de kraag vatten en zeggen: ik ben geen machine, ik ben een mens.’ Zijn woede maakt plaats voor verslagenheid. ‘Het is net alsof je door het bos wandelt’, zegt hij, ‘en je opeens in een moeras belandt. Dan zit je vast. Je wilt eruit, maar je weet niet naar welke kant je moet grijpen, en je zinkt steeds verder weg.’

Ziek, maar toch werken

Hetzelfde gevoel maakt zich afgelopen week meester van Magda (38) en Daniel (32) in gebouw 6, verderop. Ze zijn gerekruteerd door een Poolse tak van uitzendbureau Level One, vertellen ze. ‘Level One is een super agency, kregen we te horen.’ Ze komen van het platteland van de uitgestrekte provincie Małopolska, ongeveer twintig uur rijden van Dronten.

Bij aankomst was er geen werk voor hen, maar ze moesten wel huur betalen. Hun kamer van een paar vierkante meter, waar ze hun twee matrassen tegen elkaar aan hebben geschoven, kost zeshonderd euro per maand (ander uitzendbureau, dus andere prijzen dan in gebouw 3). Omdat ze maar voor enkele dagen geld en eten hadden en het eerste loon pas na veertien dagen werk wordt uitbetaald, raakten ze in financiële problemen.

Daniel komt buurten bij de kamer van Kamil (r) op het Agripark in Dronten, waar Poolse werknemers verblijven die in Nederland werken. Daniel heeft te horen gekregen dat hij is ontslagen en weg moet uit zijn kamer. Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Na vijf dagen aandringen mochten ze aan de slag bij een verpakkingsbedrijf voor groente en fruit. Daniel was ziek, maar ging toch. Op de wc moest hij overgeven. Een collega zag dat en rapporteerde hem bij de manager, die zowel hem als Magda direct de laan uitstuurde. Daarna werden ze gebeld door het uitzendbureau in Polen met de mededeling dat ze van het terrein af moesten.

De FNV stak hier een stokje voor en nu zitten ze er nog, op zoek naar nieuw werk. Maar hun koffers hebben ze nog niet uitgepakt. Terug naar Polen is geen optie, ze hebben het geld nodig. ‘We moeten werk vinden, ook voor onze jonge dochter.’ Die woont nu bij Daniels ouders. Uitzendbureau Level One wil niet inhoudelijk reageren op hun verhaal.

Vlaggen en spandoek

In de keuken van gebouw 6 wordt intussen een spandoek gemaakt van een bedovertrek. ‘Szacunek’ (‘Respect’) komt erop te staan. Het hoort bij de actie van de FNV de volgende dag. Uitzendbureaus Level One en Martho Flexwerk schuiven aan tafel bij de vakbond om te praten over de locatie. Bewoners is gevraagd om vlaggen en spandoeken voor het raam te hangen. 

FNV-man Bart Plaatje is achteraf tevreden over de bijeenkomst. Er zijn afspraken gemaakt om de toestand op het complex te verbeteren. Ook De Bruin van Martho Flexwerk zegt dat zijn bureau gaat inventariseren wat er mis is in gebouw 3 en dat zal aanpakken. Dat de klachten niet bekend waren, komt volgens Plaatje doordat migranten vaak niet weten waar ze moeten aankloppen. ‘Er is een groot gebrek aan informatie. En klachten komen niet altijd bij de juiste persoon terecht. Totdat wij komen.’

Dit soort acties heeft veel voeten in de aarde, legt FNV-organizer Kim van Ekris uit. ‘Het is per plek afhankelijk of je de arbeidsmigranten meekrijgt en ze weet te bereiken. Het verloop is bovendien groot en de flexcontracten zorgen ervoor dat mensen niet makkelijk misstanden melden, uit angst voor ontslag.’ 

Daar is Adriana, die niet met haar echte naam in de krant wil, ook bang voor. Vorige week belde ze de FNV op en nu vreest ze consequenties. Medebewoner Marcin had ernstige brandwonden opgelopen bij een ongeluk (zie kader). Ze sloeg alarm. Sinds ze met de vakbond praat, ‘kijken mensen anders naar me’. Toch doet ze haar mond open. ‘Ik ben zo gefrustreerd. Marcin had zijn voet kunnen verliezen.’ Ze valt stil als een andere bewoner voorbijloopt. ‘Niet iedereen hier is even blij dat jullie hier zijn’. Ze vertrouwt sommige van haar medebewoners niet. ‘Ze vinden dat je maar beter niet te lastig kunt zijn. Als het aan hen lag, hadden ze die arme Marcin gewoon aan zijn lot overgelaten.’

Tweedegraads brandwonden? Een zalfje van de huisarts
Onlangs werd het Agripark opgeschrikt door een ongeval. Marcin Wosztyl liep ernstige brandwonden op bij vetsmelterij Beneluxvet. De jobcoach van Martho Flexwerk bracht hem naar Huisartsenpraktijk Nagele in Nagele. Die behandelde de wonden, die achteraf tweedegraads brandwonden bleken te zijn, met zalf, zwachtelde Wosztyls voeten in en stuurde hem met pijnstillers naar het Agripark. Hiddo de Bruin van Martho Flexwerk zegt dat het uitzendbureau in die tijd contact met hem had en dat hij moest bellen zodra zijn situatie verslechterde.

Adriana, een huisgenoot met een achtergrond in de verpleegkunde, maakte zich zorgen. De volgende dag wikkelde ze het verband van de voeten van Wostzyl, die versuft was van de pijn. ‘De huisarts had de wond niet eens goed schoongemaakt, er zat nog vet op.’ Dat verbaasde haar overigens niet. ‘We noemen hem hier ‘de dierenarts’.’ Ze sloeg alarm bij de FNV. Die bracht Wosztyl naar het ziekenhuis in Lelystad en een dag later naar het brandwondencentrum in Beverwijk. Daar is hij nog steeds en wordt op woensdag, twee weken na het ongeluk, geopereerd.

De Bruin van Martho Flexwerk noemt het ongeval ‘zeer ernstig’. Maar de stelling van de FNV dat ze Wosztyl op zijn kamer hebben ‘gedumpt’ en niet naar hem hebben omgekeken, spreekt hij tegen. ‘Gezien de ernst van de situatie is het heel goed dat ze gehandeld hebben. Maar wij hadden geen enkel signaal gekregen dat er iets aan de hand was.’ Over de diagnose van de huisarts wil hij niets zeggen. ‘We vertrouwden op hem als medisch specialist.’ De huisartsenpraktijk zelf geeft nul op rekest. ‘Wij mogen vanwege het beroepsgeheim geen informatie delen over de behandeling van een patiënt’, zegt de assistente.

Waarom is 112 niet gebeld? De Bruin: ‘Kijk, ik was niet ter plekke aanwezig. Ik wil hier niet van weglopen, want wij zijn juridisch werkgever. Maar op dat moment was Beneluxvet de werkgever, dus dat moet u aan hen vragen.’ Beneluxvet reageert alleen per mail, met een persbericht en doet ‘op dit moment geen specifieke uitlatingen over het voorval. Zij wacht de uitkomst van het onderzoek van de Inspectie SZW af.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden