'Op heel starre manier sport bedrijven werkt niet, de toppers voelen dat'

Sinds hij de coach is van Ranomi Kromowidjojo en Femke Heemskerk wordt zijn werk iets scherper beoordeeld, beseft Wouda. Zijn eerste grote toernooi met de twee begon zondag goed: ze pakten WK-brons met de estafetteploeg.

Aan de rand van het bad is zwemcoach Marcel Wouda een iets stillere uitvoering van zijn illustere voorganger Jacco Verhaeren. Die erkende kampioenenmaker had meer volume in het stemgeluid. Het harde fluiten in de slotmeters van grote races hebben de twee weer wel gemeen.


Wouda: 'Het toeval wil dat ik net zo hard op mijn vingers kan fluiten als Jacco. Ik gebruik het als aanmoediging, het heeft geen tactische betekenis. Sommige zwemmers horen het niet eens. Het is richting finish, om te kijken of ze nog harder kunnen. En ik blaas zo de spanning van me af.'


Bij de WK in Barcelona zal Wouda (41) onder pittige spanning staan. Hij moet de komende jaren de grote verrichtingen van zijn collega Verhaeren proberen te evenaren. Hij heeft het geluk dat zijn grote voorbeeld voortdurend in de buurt is. Verhaeren, tegenwoordig technisch directeur van zwembond KNZB, is als vanouds met het team mee. Hij coachte op zondag zelfs het vrouwenestafetteteam op de 4 x 100 meter vrij.


Wouda: 'Jacco maakt deel uit van mijn begeleidingsteam. Wij delen constant informatie; met de fysiotherapeut, de dokter, de voedingsdeskundigen, de krachttrainer, met Jan Olbrecht, onze inspanningsfysioloog. Dat team is meer op de werkvloer gekomen de laatste jaren. En Jacco hoort daar ook bij.


'Als ik een bepaalde kant op wil, denk ik er eerst over na. Dan wil ik de visie van Jacco weten. Ik zeg niet dat ik altijd zijn kant opga, maar ik vind het van belang gebruik te maken van zijn kennis en ervaring. Dat doet Martin Truijens in Amsterdam ook.'


Het is logisch dat Wouda een Verhaeren-adept is. 'Ik kom zelf uit die school. Ik heb mijn wortels ook bij Jon Urbanchek in de Verenigde Staten. Daar heb ik drie jaar gezwommen. Hij was van de kwantiteit, ik zeg: je moet zwemmers bieden wat ze nodig hebben. Soms is dat kwaliteit, soms kwantiteit.


'Ik heb zwemmers voor de langere afstanden onder mijn hoede gehad, Maarten van der Weijden (olympisch kampioen in 2008, red.), Linsy Heister, Job Kienhuis, nu Ferry Weertman. Zij trainen een stuk meer dan wat ik met de 50-, de 100- en 200-meterzwemmers doe. Maar niet volgens de filosofie van Urbanchek. Dat is vooral veel en hard. En daardoor, door dat vele en harde, wordt alles middelmatig.


'Mijn filosofie is dat je moet trainen wat je racet. Voor de 10 kilometer open water, wat Weertman doet, ontwikkel ik een zwemmer die 2 uur lang gemiddeld 1.08 minuut over 100 meter kan zwemmen. Plus een sprint kan trekken. Dat is wat ik wil. Zo simpel is het.'


Wouda leerde het coachvak van Verhaeren. 'Als zwemmer ben ik in 2000 geëindigd bij hem. Hij is vervolgens ook mijn startpunt geweest in mijn ontwikkeling als coach.'


De aanpak van Verhaeren was gebaseerd op de wetenschappelijke kennis van de Belgische inspanningsfysioloog Olbrecht. Op die weg is Wouda verder gegaan. 'Het is trainingssturing op basis van wetenschap. Aan het einde van elk trainingsblok kijken we hoe de sporter ervoor staat op basis van lactaatmeting (waaruit is af te lezen wanneer een sporter verzuurt, red.). Dat is dan weer de basis voor het volgende trainingblok. Dat doen we om de vier tot zes weken, acht keer per jaar.'


Onbereikbaar

Het coachen van zwemmers is in de ogen van Wouda anders dan andere topsporters. Wie te water gaat, is onbereikbaar geworden voor de coach. 'Wat een coach kan inbrengen, is inlevingsvermogen. Het werk is al gedaan op dat moment. De coaching zit voornamelijk in wat je elke dag doet. Mensen een spiegel voorhouden, mensen helpen zichzelf te ontwikkelen. Bij de een op een confronterende manier, bij de ander iets milder, bij de volgende met een omweg.


'Wanneer je iets constateert, moet je het direct aanpakken. Daarin heb ik mezelf de laatste maanden sterker ontwikkeld. Als je ziet dat sporters iets laten liggen, moet je daar iets mee doen. Soms hebben zwemmers een mindere dag, dat kan gebeuren. Maar het blijft niet ongezegd. Je moet het benoemen.


'Ik help mijn zwemmers daarmee. Zij willen hard zwemmen. Als zij iets laten liggen op een keerpunt, ontwikkelen ze een zwak keerpunt. Heus niet elke meter hoeft perfect te zijn, maar de dingen moeten wel met aandacht gebeuren. Dat is belangrijk.'


Het werk is divers. Ervaren zwemmers hoeven minder bijgestuurd te worden. 'Met sommige zwemmers moet ik dagelijks iets doen. Met sommigen een keer per week, en met sommigen nooit. Dat heeft met de verschillende momenten in hun ontwikkelingstraject te maken.'


Het is niet zo dat hij aan olympisch kampioene Ranomi Kromowidjojo de minste tijd zou hoeven te besteden. 'Voor Ranomi is de balans in haar fysieke belasting enorm belangrijk. Dat uit te dokteren is de bulk van het werk. Bij rugslagzwemmer Bastiaan Lijesen zit veel werk in de ontwikkeling van zijn keerpunt en onderwaterfase. En bij Jasper van Mierlo, een opkomend sprinttalent, stuur ik op de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid.'


Het werk met de absolute topper Kromowidjojo is intrigerend, zegt de coach. De gedachte dat zij in alle facetten even goed zou moeten zijn, is bezijden Wouda's waarneming. 'Zij is de kampioen van de keuzen maken. Ranomi heeft een duidelijke keuze voor topsport gemaakt. Daar leeft zij naar. Voor 100 procent. Er zijn geen concessies.


'Ze lijkt wat dat betreft op mijn oude pupil Van der Weijden. Die kon ook goed kiezen. Hij deed topsport, maar op een menselijke manier. Als het een starre manier is, dan werkt het niet. Dat gevoel moet je een beetje hebben. Die toppers hebben dat.'


Kromowidjojo heeft haar zaken zodanig op een rij dat het van de buitenkant lijkt alsof ze solo naar een wedstrijd zou kunnen toeleven. 'Nee, dat niet. Zij is iemand die mensen om zich heen nodig heeft. Zij houdt van de omgang met mensen. Dat is ook haar talent. En daarbij kan ze onnoemelijk goed zwemmen. Ranomi is explosief, ze kan racen.


'Voor het Nederlandse zwemmen is het geweldig dat Ranomi en Femke (Heemskerk, red.) na de Spelen van Londen zijn doorgegaan. En het zijn ook gewoon twee geweldige vrouwen. Het is feest om met ze te werken.'


Wouda weet dat zijn werk deze week wordt afgemeten aan de resultaten van die twee. 'Dat ik iets scherper word beoordeeld, is inherent aan mijn veranderde positie en de zwemmers die ik train. Dat mijn werk meer beladen is, ervaar ik zelf niet zo. Maar voor de buitenwereld is dat wel zo.


'Als ik me daar te veel op ga richten, ben ik veel te veel met het resultaat bezig. Wij staan juist voor het proces. Dat is de weg die je moet afleggen. Als ik alleen maar met het resultaat bezig zou zijn, dan kan ik beter stoppen. Dat zou me verlammen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden