Op grote hoogten met Grease en Kiss

Hij gold als de Van den Ende van de muziekindustrie. Onder zijn leiding werd PolyGram het grootste discolabel. Coen Solleveld overleed 27 april in Carmel, New York.

Voor de Nederlandse muziekindustrie is hij even belangrijk geweest als Joop van den Ende voor het theaterwezen. Coenraad ('Coen') Solleveld bouwde het kleine Philips Phonogram Industry uit tot de gigant PolyGram. In de discoperiode was PolyGram met artiesten als Kiss, Donna Summer, Cher en de Village People en de soundtracks van de films Saturday Night Fever en Grease het succesvolste muziekbedrijf in de wereld. In 1982 ging Solleveld met pensioen. Dertig jaar lang zwierf hij daarna tussen zijn huizen in Kapellen (België) en New York.


Solleveld werd geboren in Rotterdam. Na de middelbare school kwam hij bij de interne opleiding van Philips. In 1951 vroeg Philips hem te gaan werken bij Philips Phonografische Industrie (PPI) in Baarn waar men een 'hoofdindustriegroep voor muziek' wilde oprichten. Door het ontbreken van een eigen opnamestudio bleven de activiteiten aanvankelijk beperkt tot opnamen van het Residentie Orkest in het Concertgebouw.


Twee jaar later werd naast de labels Philips en Decca het label Phonogram gelanceerd, waarop singles verschenen van Willy Alberti, Zwarte Riek en Annie de Reuver. Solleveld volgde Jack Philips op als directeur, net toen met de rock 'n' roll een nieuwe jongerencultuur ontstond.


In 1961 keerde hij terug in Eindhoven, waar hij directeur werd van de hoofdindustriegroep Elektro Akoestiek ELA. Vijf jaar later werd hij al weer teruggehaald naar Baarn, nadat Philips had besloten de eigen muzieklabels samen te voegen in een joint venture met Siemens onder de naam Grammophone Philips Group. Siemens bracht onder meer de labels Polydor en Deutsche Grammophon in. Met artiesten als Rob de Nijs, Boudewijn de Groot en nederbeatgroepen als Q65 had Phonogram veel succes. Maar Phonogram en Polydor bleven in het bedrijf concurrerende labels. Dat leidde tot de vreemde situatie dat de band Earth & Fire bij het ene label van het bedrijf werd ontslagen en bij het andere label van hetzelfde bedrijf weer een contract kreeg.


In 1972 volgde de samenvoeging onder de naam PolyGram, waarvan Solleveld de directeur werd. Hij onderkende toen al dat het zwaartepunt van de muziekindustrie zich verplaatste van Groot-Brittannië naar de VS, de bakermat van de disco. Met een discostal overtroefde PolyGram alle grote labels en steeg het marktaandeel in de VS van 5 naar 20 procent. Maar de flop met het Sgt. Peppers-project van de Bee Gees, het einde van de disco en financiële malversaties bij dochter Casablanca leidden ertoe dat PolyGram in de rode cijfers raakte.


Solleveld vertrok en nieuwkomer Jan Timmer (de latere Philips-president) reorganiseerde de muziekuitgeverij, waarbij Philips eerst Siemens uitkocht en toen PolyGram naar de beurs bracht. Solleveld zou nog een aantal jaren de baas zijn van de internationale branche-organisatie IFPI (International Federation of the Phonographic Industry) voordat hij zich helemaal terugtrok. Maar hij bleef altijd geïnteresseerd in de muziekindustrie, waarin nu nog drie van zijn vijf zonen werken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden