Op Feyenoord

Haar liefde voor voetbal bloeide in de jaren negentig op, door Uli, Gaston en Ed. Om haar nooit meer te verlaten. Anna Enquist schreef er een boek over: Kool!

Anna Enquist is psychoanalytica, dichteres en schrijfster. In de gang van haar huis in de Amsterdamse Bijlmermeer hangt een grote foto van Ed de Goey, de doelman van Feyenoord. Ed, noemt Enquist hem, op een toon alsof ze het over een goede vriend heeft.


Met Ed de Goey is niet alles begonnen, maar veel wel. De Goey is de gewoonste voetballer van na de oorlog. Hij verdedigde het doel van het Nederlands elftal tijdens het wereldkampioenschap van 1994 in de Verenigde Staten, het toernooi dat voor Enquist het voetbal ontsloot. Vooral de periferie van de sport wekte haar interesse; de overhemden van Gaston Taument, om maar iets te noemen.


'In alle interviews ging het er alleen maar over hoe warm het was. Ze lieten een kapper komen en die knipte iedereen kaal. Plotseling liep Koeman rond met stekeltjeshaar en een grote rode kop. Ed was ook mee, en Uli van Gobbel en Gaston Taument ook. Taument had een modeopleiding gedaan en droeg altijd heel mooie bloesjes. Al dat soort dingen, de idiotie eromheen, ik voelde plotseling dat het leuk was om me erin te verdiepen.'


Ze bekeek de wedstrijden samen met haar zoon, die toen 16 was. 'Het deed hem zo veel. Voor het eerst merkte ik dat je heel veel plezier kon beleven aan zo'n toernooi. Hij wees mij op allerlei bewegingen in het spel. Daar heb ik niet veel kaas van gegeten hoor, van het spel zelf. Maar ik vond al die dingen eromheen heel erg leuk.'


Zoals het interview met Ed de Goey. 'Wat ga je vanavond doen, werd aan hem gevraagd. Nou, zei Ed, een sappie drinken met Uli en Gaston. Wat zijn dat nou voor rare mensen, dacht ik, waar komen die vandaan? Oh, van Feyenoord. Toen wist ik: bij Feyenoord moet ik wezen, daar zijn bijzondere mensen.'


Het was ook de tijd dat ze haar eerste gedicht schreef waarin voetbal het decor was, over Ronald Koeman. 'Daar is het allemaal mee begonnen.'


De vrije bal


Hij heeft een slagersmes in zijn sokken


verborgen. Dat weet alleen vader.


Stokken en stenen zijn sinds lang afgeketst.


Tenen wringen in de schoen; het cerebellum


regisseert wreef, knie en billen sprakeloos.


Als hij gaat trappen wordt het grasveld


weide, klinkt de zang van een matroos,


een havenlied. Over de sloot, buiten


bereik van vangers trekt de bal gezichten


scheef. Hij haalt de sokken op. Hij bloost.


Het gedicht leidde haar rechtstreeks naar Hard Gras, het voetbaltijdschrift dat in 1994 door Henk Spaan en Matthijs van Nieuwkerk was gelanceerd. Ze las het gedicht voor op de radio.


'Heb je nog wat geschreven, vroegen ze. Het gedicht zat nog in mijn tas. Een week later zat ik met Matthijs in een tv-programma over kunst. Ik had net Het Meesterstuk gepubliceerd en hij was net begonnen met Hard Gras. Is het niet wat voor Hard Gras, vroeg hij. Ja hoor, leuk, zei ik.'


Enquist kreeg een podium voor haar gedichten en korte verhalen en werd opgenomen in de hofhouding van het tijdschrift, tot haar vreugde. 'Het bleken mensen te zijn met wie je verschrikkelijk kon lachen. In de literaire wereld is dit de leukste club.'


Ook de nuchterheid waarmee over het schrijverschap werd gesproken, beviel haar. 'Henk Spaan en Hugo Borst zullen nooit klagen over een gebrek aan inspiratie en ze zullen zich, ter inspiratie, nooit terugtrekken op de hei. Er is een deadline, jij moet een stuk tikken, aan de slag. Dat sprak me geweldig aan. Het schrijverschap werd concreter, gewoner, rustiger.'


En er waren de reizen met het busje, de eerste in 1998 toen het gezelschap van Hard Gras voor een literaire avond was uitgenodigd op het Institut Néerlandais in Parijs. De reis lag aan de basis van de theatertour van Hard Gras.


'We zijn een jaar of drie, vier met zo'n busje door Nederland gereden. Dat was zo geweldig. De vaste plaatsen in het busje, de rituelen, de gesprekken. Ik zat altijd naast Henk Spaan, achterin. Wij waren zo'n beetje de vader en de moeder. Voor ons zat Marcel van Roosmalen, tussen Herman Koch en Frans Thomése in. Hugo Borst wilde niet met de bus, die kwam uit Rotterdam met de auto. Het was zo leuk dat we vorig jaar dachten: we gaan niet meer de theaters in, maar wel elke dag met de bus naar een provincieplaats. Daar gaan we naar de Chinees en na het eten rijden we weer terug met de bus.'


Aan voetbal kleeft ook iets ordinairs, erkent ze. 'Ik vind dat niet erg. Ik lees ook honderden detectives per jaar. En met mijn dochter keek ik vroeger altijd naar heel ordinaire soaps. Voor ontspanning is ordinair helemaal niet erg.'


Wat trekt u zo aan in voetbal? 'Het fascineert me dat mensen zich druk maken over iets dat op zich niets betekent. Aan voetbal wordt een betekenis verbonden waardoor je even bent afgeleid van het gewone leven. Hoe gaat Feyenoord dit weekeinde spelen? Wie gaat Koeman opstellen, en wie niet? En dan op zondagmiddag op Teletekst kijken hoeveel het staat, alsof dat heel belangrijk is. Het houdt je even bezig.'

Het is een vlucht? 'Het is in feite een vlucht. Ook voor de fans die naar de wedstrijden gaan heeft het die functie. Je hebt geen geld, je bent machteloos, ze doen allemaal maar, je kan nergens wat aan doen, dus ga je maar achter een club staan. Het is overzichtelijk. Je ziet of de jongens in het veld hard werken of niet en er is een begin en een einde, en een scheidsrechter. Even lijkt het of het leven hanteerbaar is.'

Denkt u ook niet dat veel supporters zullen denken: waar hééft ze het over? Lachend: 'Ja, dat zullen ze denken. Want ze geloven in wat ze doen. Helemaal, niet half.'

Later: 'Dat stadion van Feyenoord is zo prachtig, Ik hoop niet dat ze een nieuwe Kuip gaan bouwen. Dat is zo on-Rotterdams en zo strijdig met de geest van Feyenoord. Dat is nou zo leuk aan voetbal. Je kunt je er enorm over opwinden, maar tegelijkertijd weet je: het gaat over niks.'


De emotionele waarde is natuurlijk niet niks. 'Maar waar komt het vandaan? Wat is het meer dan een verplaatsing van iets? Het heeft een functie die de realiteit te boven gaat. Vanuit mijn vak geredeneerd kun je zeggen dat het een symptoom is. Wat betekent het? Waar heeft het mee te maken, waar komt die onderliggende kracht vandaan? Uit wat voor een oud conflict? In het voetbal kunnen mensen hun emoties kwijt. Ook hun meest heftige emoties.'

Enquist is supporter van Feyenoord, ook sinds 1994. De kiem werd al veel eerder gelegd, in haar jeugd. Ze groeide op in Delft en richtte zich op Rotterdam.


'In Delft moest je kiezen. Waar koop je de nieuwe winterjas, in de sjieke winkels in Den Haag of op de Lijnbaan in Rotterdam? Ik wilde altijd naar Rotterdam. Dat was spannend, daar zag je in de jaren vijftig nog de puinhopen van de oorlog. En dan die sliert winkeltjes op de Lijnbaan. Ik vond dat wel wat hebben. En ik kende natuurlijk Piet de Vries van Sparta, hij was onze sigarenhandelaar. Rotterdam was de stad, Feyenoord werd de club.'


Enquist praat liefdevol over Feyenoord, vertederd zelfs. 'Ik kon niet voor een andere club zijn.' Het was een kwestie van 'natuurlijke groei', geen keuze.


'Feyenoord is het mooiste voorbeeld van hoe het leven is. Altijd weer die teleurstellingen, maar toch doorgaan. Altijd doorgaan. De band tussen de fans en het elftal is geweldig. Ook als het heel slecht gaat, blijft iedereen rechtop staan en ritmisch schreeuwen om de jongens te steunen.'


Smalend: 'Moet je eens bij Ajax komen, daar fluiten ze hun eigen spelers uit. Aanstellerij, je ziet daar heel veel aanstellerij. Ajax maakt niets in mij los. Helemaal niets. Ik wil die spelers niet eens kennen. Wie ik wel leuk vind, is Frank de Boer. Die is onverstaanbaar en heel gewoon. Gewoon, dat is wel een sleutelwoord. Gewoon is leuk.'


Haar man is supporter van Ajax en heeft een seizoenkaart. 'Ik begrijp eigenlijk niet waarom. We hebben er nooit problemen mee, ook niet als we samen naar Studio Sport kijken. Hij vindt het ook wel leuk hoor, mijn Feyenoordliefde, bijvoorbeeld toen Koeman trainer werd. Hij zag wel wat in hem. Zelf was ik nogal sceptisch.'


Naar het stadion gaat ze niet meer. 'Een advocaat van de club, een vriend, nam me altijd mee. Maar dat is over, hij is met pensioen.' Ze weet niet meer wat de eerste wedstrijd was die ze van Feyenoord zag. 'Ik herinner me wel dat ik foto's van Ed op doel maakte. Je zag hem bijna niet, ik zat veel te ver weg.'


De foto bij haar thuis wordt weerspiegeld in een gedicht dat in het boek is opgenomen, Foto van Ed. 'Het is een prachtige foto van Hans Heus. Ed kijkt en hij wijst met een gespannen blik.'


Op de vraag wie haar favoriete voetballer van Feyenoord is, zegt ze: 'Ik denk toch Ed.'


Anna Enquist: Kool! - Alles over voetbal. De Arbeiderspers, 208 pagina's met foto's, 15 euro. ISBN 978 90 295 86306


Fijn allegaartje


In Kool! - Alles over voetbal zijn alle reportages, interviews, beschouwingen en gedichten verzameld die Anne Enquist (1945) sinds 1994 over voetbal schreef. 'Het is een fijn allegaartje, een boek voor op het nachtkastje met totaal verschillende soorten teksten', zegt ze er over. Het boek bestaat uit vijf delen, Op het veld, De toernooien, Clubliefde, Eregalerij en Het Onbehagen. Haar laatste roman, De Verdovers, verscheen vorig jaar.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden