Op eigen dak: een fabriekje voor stroom

Hoe kun je jezelf minder afhankelijk maken van de Nuons van deze wereld? Door zelf elektriciteit op te wekken. Dankzij een aardige subsidie kon redacteur

Jeremy Rifkin heeft er een volgeling bij. De energieziener uit de Verenigde Staten stelt dat complete samenlevingen duurzaam kunnen worden door van woningen, gymzalen en fa- briekspanden 'loading zones' te maken voor groene stroom. Gebouwen hebben zoveel loze ruimte waarop je zonne- of windenergie kunt oogsten, dat ze een groot deel van het energieprobleem kunnen oplossen, is zijn stelling.


Een collega en ik interviewden Rifkin een aantal jaar geleden voor de krant en eerlijk gezegd had ik mijn twijfels bij zijn ideeën. Een andere energiekenner, de Britse natuurkundige David MacKay, had ook iets berekend, namelijk dat de hoeveelheid energie die een gemiddelde alleenstaande Brit verbruikt, overeenkomt met 125 gloeilampen van 40 watt, die de hele dag branden. Dat komt overeen met een dagelijks energieverbruik van 125 kilowattuur (kWh). MacKay keek daarbij niet alleen naar het stroomverbruik, maar naar alle energie die iemand nodig heeft.


MacKay stelt dat, als Europa zijn klimaatdoelen wil halen, daarom naast enorme windparken op zee en zonneparken op land, ook nieuwe kerncentrales nodig zijn. Of hij na Japan nog steeds die mening heeft, weet ik niet, maar ik geloof wel dat we het met Rifkins loading zones alleen niet gaan redden.


Chinees natuursteen

Niettemin hadden Rifkins ideeën me aan het denken gezet. Elke zomerdag, als de zon op het terras achter ons huis brandt, bedacht ik me hoeveel energie er werd ingestraald op die 30 vierkante meter Chinees natuursteen. Als je al die warmte nu eens kon afvangen en opbergen onder de grond, dan zou ik de goed geïsoleerde vinexwoning er in de winter best een tijdje van kunnen verwarmen. Of het gezin ermee laten douchen. En dan heb ik ook nog een plat dak van gelijke oppervlakte. Daar gebeurt ook al niets mee.


Moeten we niet kijken of we al die energie niet ten nutte kunnen maken, stelde ik thuis voor. Thuis vond het goed. Zoek maar uit hoe het zit en doe je ding, luidde de respons.


Al snel bleek dat de gemeente Amsterdam, waar ik woon, een prachtige subsidieregeling had voor zonne-energie. Burgers die een kleine zonne-installatie aanschaften, kregen direct 750 euro subsidie. Een fors bedrag, afgezet tegen de investering van 2.000 euro die nodig was voor een kleine zonnestroomfabriek op het dak. Ik had ook ontdekt dat de subsidiepot beperkt was en dat veel vinexbewoners om me heen dezelfde plannen hadden als ik. Het was dus zaak er snel bij te zijn op de dag dat de inschrijving voor de zonnesubsidie geopend werd.


Eén over negen

Dus daar zat ik, die oktoberdag 2009 om negen uur 's ochtends, achter mijn pc, op de webpagina met het inschrijfformulier. Om één over negen was de aanvraag ingediend, om twee over negen ontving ik de bevestiging per e-mail. Kat in het bakkie, dacht ik. Maar een week later bleek dat ik toch nog te laat was. In die ene minuut was de subsidiepot leeggezogen door andere stadsbewoners die van hun huis een loading zone wilden maken.


Een jaar later had ik meer geluk en kreeg ik de subsidie toegewezen. Wat volgde, was een zoektocht naar zonnepanelen met een gunstige prijs. Ik kwam uiteindelijk op een set van drie panelen die een piekvermogen van 630 watt leveren. Op jaarbasis betekent dat gemiddeld zo'n 500 kilowattuur aan stroom.


Het afgelopen jaar heeft mijn gezin 3.500 kilowattuur verbruikt, ofwel 10 kWh per dag, ervan uitgaande dat we tijdens onze vakanties nauwelijks stroom verbruiken. Teleurstellend hoog. Ik had gedacht dat het maximaal 5 kWh zou zijn. We hebben ledlampen en spaarlampen in huis (maar ook nog enkele gloeilampen) en de stroomvretende mediabox van kabelaanbieder UPC staat op een standby-killer. Daarentegen koken we elektrisch, omdat de vinexwijk geen gas heeft. Maar dan nog is 10 kWh per dag erg veel.


We hebben echter een bleeder in huis: de wasdroger. Die is zeker 15 jaar oud en we gebruiken hem minstens vijf keer per week: jonge kinderen, u weet wel. Per droogbeurt verstookt het ding zeker 2,5 kWh, een kwart van het dagtotaal. Een droger met een warmtepomp kan met de helft toe en ik realiseerde me dat de aanschaf van een nieuwe wasdroger misschien wel meer zou opleveren dan de zonnepanelen.


Maar ze waren al besteld. Bovendien vond ik het leuk om zelf zonnestroom te gaan oogsten. 'Gratis' krijgen leek me als irrationeel wezen nu eenmaal aardiger dan dezelfde hoeveelheid geld en CO2 besparen door minder stroom te verbruiken.


Stinkende Volvo

Dus kwam op een mooie dag de panelenboer voorrijden, in een oude stinkende Volvo, de zonnecellen plat op de imperiaal. Ik vroeg me af hoeveel zon mijn installatie moest vangen om alleen al dat ritje met de Volvo klimaattechnisch gezien te compenseren. De zonneman zette de panelen, inclusief kabels, standaards, een stroommeter en een omvormer in de gang en wenste me er veel plezier mee.


Vorige week dinsdag heb ik ze geïnstalleerd. Een klusje waar ik nogal tegen opzag, maar het was in een middagje gepiept. De stroomkabels had ik via de mechanische ventilatie door het dak geleid en de omvormer, die het lage voltage van de zonnepanelen omzet in 230 volt, aangesloten op het stopcontact. Enkele minuten later begonnen de leds op het apparaat geel te knipperen, ten teken dat de eerste stroom geleverd werd. De meter begon tergend traag te lopen. Mijn eerste zonnestroom!


Mooie zomerdag

In de eerste dagen heb ik precies gemeten hoeveel de opbrengst is, en die valt nog een beetje tegen. Op zonnige dagen heb ik maximaal 2,5 kWh geoogst, voldoende voor een vaatwasbeurt, een half uur stofzuigen en een avondje tv-kijken. Maar de zon staat nog niet op zijn hoogst, dus het dubbele moet haalbaar zijn op een mooie zomerdag. Daar staat tegenover dat tussen december en februari de opbrengst nagenoeg nul zal zijn.


Van een echte loading zone is dus nog geen sprake bij ons thuis, er moet meer gebeuren. Ik wil minstens een verdubbeling van het aantal panelen. Daarnaast wil ik snel een zuinige droger aanschaffen en alle gloeilampen de deur uit doen. Als ik deze plannen uitvoer, zal ons gezin per dag nog maar 2,5 kWh van het ouderwetse stroomnet trekken, een vermindering met 75 procent ten opzichte van een jaar geleden.


Wat betreft het huis zijn we dan goed bezig voor het klimaat, want ook de verwarming geschiedt al relatief gunstig, via stadsverwarming, afkomstig van restwarmte van de stroomfabriek even verderop.


Er is nu nog een klein dingetje dat anders moet om het gezin echt klimaatvriendelijk te krijgen. De auto met acht cilinders moet eruit. Iemand interesse?


van zijn huis een laadpunt voor groene stroom maken.


Besparen

Isoleren levert vaak meer op dan zonnepanelen als een huis vóór 2000 gebouwd is.


De wasdroger is de grootste stroomverbruiker in huis. Inruilen voor een versie met een warmtepomp scheelt zomaar 1,3 kWh per droogbeurt.


Veel subsidieregelingen om energie te besparen zijn vanwege de malaise afgeschaft, maar op www.energiesubsidiewijzer.nl kunt u zien welke regelingen er nog zijn in uw gemeente.


www.verbeteruwhuis.nl toont welke groene investering voor uw woonsituatie het interessantst is.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden